Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Negende zittingsperiode - Juli 2019
EPUB 145kPDF 682k
INHOUD
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL II : WETGEVINGS-, BEGROTINGS-, KWIJTINGS- EN OVERIGE PROCEDURES
HOOFDSTUK 1 : WETGEVINGSPROCEDURES - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 38 : Jaarlijkse programmering

1.   Het Parlement stelt samen met de Commissie en de Raad de wetgevingsplanning van de Unie vast.

Het Parlement en de Commissie werken samen bij de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie – dat de bijdrage van de Commissie vormt aan de jaar- en meerjarenprogramma's van de Unie – volgens een tijdschema en regels die door de beide instellingen zijn overeengekomen (1).

2.   Na de vaststelling van het werkprogramma van de Commissie houden het Parlement, de Raad en de Commissie, overeenkomstig artikel 7 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven (2), een gedachtewisseling en bereiken zij overeenstemming over een gezamenlijke verklaring betreffende de jaarlijkse interinstitutionele programmering waarin de algemene doelstellingen en prioriteiten worden uiteengezet.

Alvorens de onderhandelingen met de Raad en de Commissie over de gezamenlijke verklaring te beginnen, houdt de Voorzitter een gedachtewisseling met de Conferentie van voorzitters en de Conferentie van commissievoorzitters over de algemene doelstellingen en prioriteiten van het Parlement.

Voordat hij de gezamenlijke verklaring ondertekent, verkrijgt de Voorzitter goedkeuring van de Conferentie van voorzitters.

3.   De Voorzitter doet door het Parlement aangenomen resoluties over wetgevingsplanning en -prioriteiten toekomen aan de andere instellingen die deelnemen aan de wetgevingsprocedure van de Unie, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.

4.   Indien de Commissie voornemens is een voorstel in te trekken, wordt de bevoegde commissaris door de bevoegde commissie uitgenodigd op een bijeenkomst om dat voornemen te bespreken. Ook het Voorzitterschap van de Raad kan op die bijeenkomst worden uitgenodigd. Indien de bevoegde commissie het niet eens is met de voorgenomen intrekking, kan zij de Commissie verzoeken om een verklaring af te leggen in het Parlement. Artikel 132 is van toepassing.

(1) Kaderakkoord van 20 oktober 2010 over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie (PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47).
(2) Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
Laatst bijgewerkt op: 19 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid