– gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,
– gezien zijn besluit van 15 januari 2014 over de bevoegdheden van de vaste commissies(1),
– gezien zijn besluit van 18 juni 2020 over de instelling van een subcommissie belastingaangelegenheden(2),
– gezien zijn besluit van 14 februari 2023 over de instelling van een subcommissie volksgezondheid(3),
– gezien de artikelen 212, 218 en 219 van zijn Reglement,
1. besluit het aantal leden van de vaste commissies en subcommissies als volgt vast te stellen:
I. Commissie buitenlandse zaken: 79 leden,
II. Commissie ontwikkelingssamenwerking: 25 leden,
III. Commissie internationale handel: 43 leden,
IV. Begrotingscommissie: 40 leden,
V. Commissie begrotingscontrole: 30 leden,
VI. Commissie economische en monetaire zaken: 60 leden,
VII. Commissie werkgelegenheid en sociale zaken: 60 leden,
VIII. Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid: 90 leden,
IX. Commissie industrie, onderzoek en energie: 90 leden,
X. Commissie interne markt en consumentenbescherming: 52 leden,
XI. Commissie vervoer en toerisme: 46 leden,
XII. Commissie regionale ontwikkeling: 41 leden,
XIII. Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling: 49 leden,
XIV. Commissie visserij: 27 leden,
XV. Commissie cultuur en onderwijs: 30 leden,
XVI. Commissie juridische zaken: 25 leden,
XVII. Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken: 75 leden,
XVIII. Commissie constitutionele zaken: 30 leden,
XIX. Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid: 40 leden,
XX. Commissie verzoekschriften: 35 leden,
Subcommissie veiligheid en defensie: 30 leden,
Subcommissie mensenrechten: 30 leden,
Subcommissie belastingaangelegenheden: 30 leden,
Subcommissie volksgezondheid: 30 leden;
2. besluit, onder verwijzing naar de besluiten van de Conferentie van voorzitters van 30 juni 2019 en 9 januari 2020 inzake de samenstelling van de bureaus van de parlementaire commissies en subcommissies, dat de bureaus van commissies en subcommissies mogen bestaan uit maximaal vier ondervoorzitters;
3. besluit dat dit besluit in werking treedt op de datum waarop het wordt vastgesteld;
4. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
– gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,
– gezien zijn besluit van 17 april 2019 over het aantal interparlementaire delegaties, delegaties in gemengde parlementaire commissies en delegaties in parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen(1),
– gezien zijn besluit van 5 oktober 2021 over de instelling van een delegatie in de Parlementaire Partnerschapsassemblee EU-VK en tot vaststelling van het aantal leden(2),
– over het besluit van het Europees Parlement van 12 december 2023 over de instelling van de delegaties in de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU, de Parlementaire Vergadering Afrika-EU, de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU, en de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU, en vaststelling van het aantal leden ervan(3),
– gezien de artikelen 229 en 230 van zijn Reglement,
1. besluit het aantal interparlementaire delegaties, hun regionale groeperingen en het aantal leden ervan als volgt vast te stellen:
a)
Europa, Westelijke Balkan en Turkije
–
Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Noord‑Macedonië: 13 leden,
–
Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Turkije: 25 leden,
–
Delegatie voor noordelijke samenwerking en voor de betrekkingen met Zwitserland en Noorwegen, in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-IJsland en in de Gemengde Parlementaire Commissie van de Europese Economische Ruimte (EER): 18 leden,
–
Delegatie in het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Servië: 15 leden,
–
Delegatie in het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Albanië: 14 leden,
–
Delegatie in het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Montenegro: 14 leden,
–
Delegatie voor de betrekkingen met Bosnië en Herzegovina, en Kosovo, inclusief het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Bosnië en Herzegovina en het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Kosovo: 13 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Partnerschapsassemblee EU-VK: 35 leden,
b)
Rusland en de landen van het Oostelijk Partnerschap
–
Delegatie in de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Rusland: 31 leden,
–
Delegatie in het Parlementair Associatiecomité EU-Oekraïne: 16 leden,
–
Delegatie in het Parlementair Associatiecomité EU-Moldavië: 14 leden,
–
Delegatie voor de betrekkingen met Belarus: 12 leden,
–
Delegatie in het Parlementair Partnerschapscomité EU-Armenië, de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Azerbeidzjan en het Parlementair Associatiecomité EU-Georgië: 18 leden,
c)
Maghreb, Mashrek, Israël en Palestina
–
Delegaties voor de betrekkingen met:
–
Israël: 18 leden,
–
Palestina: 18 leden,
–
de Maghreblanden en de Unie van de Arabische Maghreb, met inbegrip van de gemengde parlementaire commissies EU-Marokko, EU-Tunesië en EU-Algerije: 18 leden,
–
de Mashreklanden: 19 leden,
d)
Arabisch schiereiland, Irak en Iran
–
Delegaties voor de betrekkingen met:
–
het Arabisch schiereiland: 16 leden,
–
Irak, met inbegrip van de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Irak: 8 leden,
–
Iran: 11 leden,
e)
Noord-, Zuid- en Midden-Amerika
–
Delegaties voor de betrekkingen met:
–
de Verenigde Staten: 64 leden,
–
Canada: 18 leden,
–
de Federale Republiek Brazilië: 14 leden,
–
de landen van Midden-Amerika, met inbegrip van het Parlementaire Associatiecomité EU-Midden-Amerika: 15 leden,
–
de landen van de Andesgemeenschap: 13 leden,
–
Mercosur: 19 leden,
–
Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Mexico: 14 leden,
–
Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Chili: 15 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Commissie Cariforum-EU: 15 leden,
f)
Azië/Stille Oceaan
–
Delegaties voor de betrekkingen met:
–
Japan: 24 leden,
–
de Volksrepubliek China: 38 leden,
–
India: 24 leden,
–
Afghanistan: 8 leden,
–
de landen van Zuid-Azië: 15 leden,
–
de Zuidoost-Aziatische landen en de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (Asean): 27 leden,
–
het Koreaanse schiereiland: 13 leden,
–
Australië en Nieuw-Zeeland: 12 leden,
–
Delegatie voor de betrekkingen met Centraal-Azië: 19 leden,
g)
Afrika
–
Delegaties voor de betrekkingen met:
–
Zuid-Afrika: 16 leden,
–
het Pan-Afrikaanse Parlement: 12 leden,
h)
Multilaterale vergaderingen
–
Delegatie in de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU: 78 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Vergadering Afrika-EU: 48 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU: 15 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU: 15 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied: 49 leden,
–
Delegatie in de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering: 75 leden,
–
Delegatie in de Parlementaire Vergadering Euronest: 60 leden,
–
Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO: 10 leden;
2. besluit dat de Delegatie in de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU zal bestaan uit de leden van de Parlementaire Vergadering Afrika-EU, de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU, en de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU;
3. besluit dat de delegaties in de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, in de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en in de Parlementaire Vergadering Euronest uitsluitend samengesteld zullen zijn uit leden van de bilaterale of subregionale delegaties van elke Vergadering;
4. besluit dat de Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO uitsluitend samengesteld zal zijn uit leden van de Subcommissie veiligheid en defensie;
5. besluit, onder verwijzing naar het besluit van de Conferentie van voorzitters van 11 juli 2024 inzake de samenstelling van de bureaus van delegaties, dat deze bureaus mogen bestaan uit maximaal twee ondervoorzitters, met uitzondering van de bureaus van delegaties in multilaterale vergaderingen, waarvoor de samenstelling moet overeenkomen met het aantal vertegenwoordigers van het Parlement in het respectieve bureau van die multilaterale vergaderingen;
6. herinnert eraan dat uitsluitend officiële delegaties die door de Conferentie van voorzitters zijn gemachtigd, namens het Europees Parlement activiteiten mogen verrichten en het officiële standpunt van het Parlement mogen vertegenwoordigen;
7. besluit dat dit besluit bovengenoemd besluit van 17 april 2019 vervangt;
8. besluit dat dit besluit in werking zal treden op de datum waarop het wordt vastgesteld;
9. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden.
– gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland, en met name de resoluties die zijn aangenomen sinds het begin van de bezetting van de Krim op 27 februari 2014 en de escalatie van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne sinds 24 februari 2022,
– gezien artikel 167, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Rusland sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert, die een voortzetting is van wat het in 2014 begonnen is met de annexatie van de Krim en de daaropvolgende bezetting van delen van de regio’s Donetsk en Loehansk;
B. overwegende dat Oekraïne en zijn burgers onwrikbare vastberadenheid hebben getoond door hun land met succes te verdedigen, ondanks de hoge prijs in burger- en militaire slachtoffers; overwegende dat Rusland opzettelijk grootschalige en systematische wreedheden begaat in de bezette gebieden en zonder onderscheid woonwijken en civiele infrastructuur aanvalt, met als meest recente voorbeeld de bombardementen op het Ohmatdyt-kinderziekenhuis; overwegende dat als gevolg van de Russische aanvalsoorlog miljoenen Oekraïners nog steeds op de vlucht zijn, zowel binnen als buiten Oekraïne; overwegende dat dit onmenselijke optreden van de Russische strijdkrachten en hun handlangers oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zijn;
C. overwegende dat de EU en haar lidstaten tot nu toe ongeveer 108 miljard EUR aan financiële, humanitaire, vluchtelingen- en militaire hulp aan Oekraïne hebben bijgedragen, waarvan ongeveer 39 miljard EUR aan militaire hulp, waarvoor naar verluidt nog eens 21 miljard EUR zal worden uitgetrokken tot 2025; overwegende dat de militaire bijstandsmissie van de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM Ukraine) meer dan 55 000 leden van de Oekraïense strijdkrachten heeft opgeleid zowel inzake verbonden wapens als in de vorm van gespecialiseerde training; overwegende dat de NAVO zal zorgen voor een jaarlijkse financiële bijdrage aan Oekraïne van 40 miljard EUR;
D. overwegende dat de EU officieel toetredingsonderhandelingen is gestart en op 25 juni 2024 haar eerste intergouvernementele conferenties met Oekraïne en Moldavië heeft gehouden;
E. overwegende dat Viktor Orbán, de premier van Hongarije, het land dat het roulerende voorzitterschap van de Raad bekleedt, op respectievelijk 5 en 8 juli 2024 een ongecoördineerd en onverwacht bezoek heeft gebracht aan de Russische Federatie en de Volksrepubliek China; overwegende dat deze bijeenkomsten door geen enkele instelling van de EU of door de lidstaten zijn goedgekeurd;
1. bevestigt zijn standpunten inzake de blijvende steun voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen en de niet aflatende inzet van de EU om politieke, financiële, economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun te verlenen zolang dat nodig is om de overwinning van Oekraïne veilig te stellen; roept de EU en haar lidstaten op actief te werken aan het behouden en bereiken van de breedst mogelijke internationale steun voor Oekraïne;
2. herhaalt dat Oekraïne, als slachtoffer van agressie, het legitieme recht heeft op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest; herinnert eraan dat de aanzienlijke, zij het nog steeds ontoereikende, militaire bijstand van de EU, de VS en gelijkgestemde partners bedoeld is om Oekraïne in staat te stellen zich doeltreffend te verdedigen tegen een agressorstaat en de volledige controle over zijn gehele internationaal erkende grondgebied te herstellen;
3. is ingenomen met de onlangs gestarte toetredingsonderhandelingen met Oekraïne en de Republiek Moldavië; is van mening dat hun gestage integratie in de EU een geostrategische en democratische kans vormt en een investering is in een verenigd en sterk Europa; herinnert eraan dat toetreding tot de EU een strikt op verdiensten gebaseerd proces is dat vereist dat wordt voldaan aan de criteria voor EU-lidmaatschap, met inbegrip van de criteria inzake democratie, de rechtsstaat, fundamentele waarden en corruptiebestrijding; herinnert eraan dat het toetredingsproces adequate financiële en technische bijstand van de EU vereist;
4. veroordeelt het recente bezoek van de Hongaarse premier Viktor Orbán aan de Russische Federatie; benadrukt dat hij tijdens dit bezoek de EU niet heeft vertegenwoordigd en beschouwt het bezoek als een flagrante schending van de EU-Verdragen en het gemeenschappelijk buitenlands beleid, met inbegrip van het beginsel van loyale samenwerking; onderstreept dat de Hongaarse premier niet kan beweren de EU te vertegenwoordigen wanneer hij gemeenschappelijke EU-standpunten schendt; is van mening dat deze schending gevolgen moet hebben voor Hongarije; herinnert eraan dat Rusland in de onmiddellijke nasleep van de zogenaamde vredesmissie van de Hongaarse premier het Ohmatdyt-kinderziekenhuis in Kyiv heeft aangevallen, waaruit blijkt dat zijn vermeende inspanningen, die door de Oekraïense leiders met scepsis zijn ontvangen, zonder relevantie zijn; spreekt nogmaals zijn steun uit voor de Vredesformule die de Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft gepresenteerd; betreurt het feit dat Hongarije misbruik heeft gemaakt van zijn vetorecht in de Raad door te verhinderen dat Oekraïne essentiële hulp krijgt; dringt er bij Hongarije op aan de blokkade van de financiering uit hoofde van de Europese Vredesfaciliteit voor Oekraïne op te heffen, met inbegrip van de overeengekomen terugbetaling aan lidstaten voor reeds geleverde militaire bijstand;
5. herinnert eraan dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne deel uitmaakt van een bredere reeks doelstellingen tegen het Westen, tegen onze democratie en onze waarden; is ingenomen met de resultaten van de NAVO-top en verklaart nogmaals ervan overtuigd te zijn dat Oekraïne zich onomkeerbaar op weg naar het NAVO-lidmaatschap bevindt; verzoekt de EU en haar lidstaten hun militaire steun aan Oekraïne op te voeren zolang dat nodig is en in welke vorm dan ook; herhaalt zijn eerdere standpunt dat alle EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten zich collectief en individueel moeten verbinden Oekraïne militair te steunen met niet minder dan 0,25 % van hun bbp per jaar; verzoekt de lidstaten de opleidingsoperaties voor de Oekraïense strijdkrachten, zoals EUMAM Ukraine, verder uit te breiden, teneinde hun operationele vermogens verder te vergroten; benadrukt dat ontoereikende of vertraagde leveringen van wapens en munitie de tot dusver geleverde inspanningen dreigen teniet te doen, en dringt er derhalve bij de lidstaten op aan hun militaire steun aanzienlijk op te voeren en te versnellen en de capaciteit van hun militaire industrieën te vergroten; pleit sterk voor het opheffen van beperkingen op het gebruik van aan Oekraïne geleverde westerse wapensystemen tegen militaire doelen op Russisch grondgebied; is ingenomen met het besluit van de NAVO om in de nabije toekomst militaire leveringen ter waarde van ten minste 40 miljard EUR te garanderen;
6. spreekt zijn afkeuring uit van de recente barbaarse aanval op het Ohmatdyt-kinderziekenhuis in Kyiv; betuigt zijn volledige solidariteit en medeleven met de familieleden van de slachtoffers; herinnert aan de gedocumenteerde gevallen van foltering, verkrachting en ontvoering van kinderen; roept de EU en haar lidstaten op actieve steun te verlenen aan inspanningen om ervoor te zorgen dat degenen die oorlogsmisdaden hebben begaan ter verantwoording worden geroepen voor bestaande internationale rechtbanken en instellingen die oorlogsmisdaden hebben begaan, ook voor het misdrijf agressie, onder meer door de oprichting van een speciaal internationaal tribunaal; spreekt nogmaals zijn vaste overtuiging uit dat Rusland financiële compensatie moet bieden voor de enorme schade die het heeft aangericht in Oekraïne; is daarom ingenomen met het recente besluit van de Raad om buitengewone inkomsten uit bevroren Russische activa te gebruiken ter ondersteuning van de Oekraïense oorlogsinspanningen, evenals met het besluit van de G7 om Oekraïne een lening van 50 miljard USD aan te bieden die wordt gedekt door bevroren Russische staatsactiva; verzoekt de EU een solide wettelijke regeling vast te stellen voor de confiscatie van Russische staatsactiva die door de EU zijn bevroren;
7. veroordeelt het toenemende aantal hybride aanvallen van Rusland tegen de EU en haar lidstaten met als doel de Europese steun aan Oekraïne te verzwakken door middel van informatiemanipulatie, heimelijke pogingen tot destabilisering en corruptie van politici; is ontzet over berichten dat Rusland een moordaanslag heeft beraamd op de CEO van een Europees defensiebedrijf;
8. verzoekt de Commissie financiële steun op lange termijn voor te stellen voor de wederopbouw van Oekraïne, voortbouwend op de ervaring met de onlangs ingestelde faciliteit voor Oekraïne;
9. verzoekt de Raad zijn sanctiebeleid ten aanzien van Rusland en Belarus te handhaven en uit te breiden en de doeltreffendheid en het effect van dit beleid te monitoren, te evalueren en te vergroten; roept de Raad op de kwestie van het omzeilen van sancties door in de EU gevestigde bedrijven, derden en derde staten systematisch aan te pakken en beperkende maatregelen vast te stellen en strikt uit te voeren tegen alle entiteiten die het omzeilen van sancties vergemakkelijken en het Russische militaire complex voorzien van technologie en uitrusting voor militair en tweeërlei gebruik;
10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en de Verkhovna Rada van Oekraïne, de president, de regering en het parlement van Moldavië, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de Russische autoriteiten.