Index 
Aangenomen teksten
Dinsdag 8 oktober 2024 - Straatsburg
Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor steun aan Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk naar aanleiding van zes natuurrampen in 2023

Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor steun aan Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk naar aanleiding van zes natuurrampen in 2023
PDF 149kWORD 51k
Resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2024 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor steun aan Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk naar aanleiding van zes natuurrampen in 2023 (COM(2024)0325 – C10-0088/2024 – 2024/0212(BUD))
BIJLAGE
Resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2024 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor steun aan Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk naar aanleiding van zes natuurrampen in 2023 (COM(2024)0325 – C10-0088/2024 – 2024/0212(BUD))
P10_TA(2024)0015A10-0002/2024

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2024)0325 – C10‑0088/2024),

–  gezien artikel 107, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(1),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027(2), en met name artikel 9,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen(3), en met name punt 10,

–  gezien Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds(4),

–  gezien zijn resolutie van 27 februari 2024 over de ontwerpverordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027(5),

–   gezien zijn resolutie van 20 oktober 2021 over de doeltreffendheid van het gebruik door de lidstaten van EU-middelen uit het Solidariteitsfonds bij natuurrampen(6),

–   gezien zijn resolutie van 18 mei 2021 over de herziening van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(7),

–  gezien verslag nr. 1/2024 “European Climate Risk Asssessment (EUCRA)” van het Europees Milieuagentschap (EEA),

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0002/2024),

A.  overwegende dat de Italiaanse regio Emilia-Romagna tussen 1 en 17 mei 2023 te maken heeft gehad met extreme regenval en overstromingen, en dat de totale schade die hiervan het rechtstreekse gevolg was door de Italiaanse autoriteiten op 8,5 miljard EUR wordt geraamd;

B.  overwegende dat Slovenië tussen 3 en 6 augustus 2023 getroffen werd door hevige regenval en dat er als gevolg daarvan overstromingen waren in het hele land, en dat dit de ergste natuurramp was die ooit in het land heeft plaatsgevonden, en dat volgens de Commissie de totale rechtstreekse schade van deze ramp ongeveer 7,3 miljard EUR bedraagt;

C.  overwegende dat Oostenrijk tussen 3 en 6 augustus 2023 werd getroffen door hevige regenval, wat tot overstromingen in Zuid-Oostenrijk heeft geleid, en dat de totale schade die hiervan het rechtstreekse gevolg was door de Oostenrijkse autoriteiten op 208 miljoen EUR wordt geraamd;

D.  overwegende dat Griekenland tussen 4 en 11 september 2023 werd getroffen door de mediterrane storm “Daniel” en dat de hevige regenval die daarmee gepaard ging, heeft geleid tot vele overstromingen op meerdere locaties in Centraal-Griekenland, met name in de regio Thessalië, en dat de totale schade die hiervan het rechtstreekse gevolg was door de Griekse autoriteiten op 2,3 miljard EUR wordt geraamd;

E.  overwegende dat de Italiaanse regio Toscane tussen 25 oktober en 10 november 2023 te maken heeft gehad met hevige regenval en met stortvloeden ten gevolge daarvan, en dat de totale schade die daar het rechtstreekse gevolg van was door de Italiaanse autoriteiten op 2,7 miljard EUR wordt geraamd;

F.  overwegende dat de regio Nord-Pas-de-Calais die tegenwoordig deel uitmaakt van de grotere Franse regio Hauts-de-France tussen 2 en 9 november 2023 getroffen werd door hevige regenval, met overstromingen tot gevolg, en dat de totale schade die daar het rechtstreekse gevolg van was door de Franse autoriteiten op 1,9 miljard EUR wordt geraamd;

1.  betuigt zijn diepste solidariteit met alle slachtoffers, hun familieleden en alle personen die getroffen zijn door de verwoestende overstromingen in Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk, alsook met de nationale, regionale en lokale autoriteiten die bij de hulpverlening betrokken waren;

2.  steunt het besluit tot beschikbaarstelling van middelen en beschouwt dit als een tastbare en zichtbare vorm van solidariteit van de Unie met haar burgers en met de regio’s in de getroffen gebieden in Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk;

3.  wijst er nogmaals op dat het belangrijk is om het publiek te informeren over de tastbare voordelen van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) en om de bekendheid van de burgers met instrumenten en programma’s van de Unie verder te vergroten;

4.  wijst erop dat het aantal ernstige natuurrampen met veel schade in Europa een stijgende tendens laat zien en roept de lidstaten en de Commissie ertoe op te investeren in maatregelen ter beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, om verlies van mensenlevens en economische schade te voorkomen; is van mening dat de begroting van het SFEU of een equivalent fonds in het kader van het komend voorstel van de Commissie voor het nieuwe meerjarig financieel kader en bij de interinstitutionele onderhandeling daarover moet worden verhoogd; dringt er bij de Commissie op aan de begroting van de reserve voor Europese solidariteit te verhogen en ervoor te zorgen dat het totale bedrag van de beschikbare middelen en de wijze waarop deze worden toegewezen de optimale doeltreffendheid van het SFEU waarborgen;

5.  benadrukt dat eilanden en kustgebieden vanwege de klimaatverandering bijzonder kwetsbaar zijn voor natuurrampen; wijst erop dat verschijnselen als aardbevingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen en droogtes, die ook gevolgen hebben voor meren en rivieren, een steeds grotere bedreiging vormen voor veel Europese regio’s, met name regio’s in het Middellandse Zeegebied; vraagt zich af of het SFEU voldoende is afgestemd op de acute behoeften die in deze bijzonder kwetsbare gebieden bestaan op het vlak van aanpassing aan de klimaatverandering; is daarom van mening dat er in het kader van het SFEU voldoende middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor de aanpak van de specifieke kwetsbaarheden van eilanden en kustgebieden;

6.  benadrukt dat het SFEU slechts een instrument voor herstel van schade is en dat de Unie ook aandacht moet blijven besteden aan de aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering, door Europese en nationale beleidsmaatregelen ter voorkoming van natuurrampen te ondersteunen; wijst erop dat in verslag nr. 1/2024 “European Climate Risk Assessment” van het EEA wordt gewaarschuwd dat de EU niet is voorbereid op de gevolgen van de klimaatverandering en dat de EU maatregelen moet nemen om te voorkomen dat de vastgestelde klimaatrisico’s kritieke niveaus bereiken; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan dat zij hun bijdrage aan de verwezenlijking van de tijdens de klimaattop van Parijs overeengekomen doelstellingen leveren; wijst erop dat gestreefd moet worden naar doeltreffende synergieën met andere beleidsmaatregelen en programma’s van de Unie, en benadrukt dat de lidstaten optimaal gebruik moeten maken van de financieringsmogelijkheden die geboden worden door met name het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds +, het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur, het Cohesiefonds en de programma’s voor plattelandsontwikkeling; is van mening dat er ook preventieve maatregelen moeten worden genomen, niet alleen om schade in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen, maar ook om te voorkomen dat de risico’s na rampzalige gebeurtenissen, zoals bosbranden, aardverschuivingen of het opdrogen van meren en rivieren, nog groter worden; wijst op het belang van flexibiliteit met betrekking tot het gebruik van de verschillende programma’s; benadrukt dat de steun die in het kader van het SFEU wordt verleend, niet ten koste mag gaan van de Uniefinanciering die de lidstaten in het kader van andere programma’s of beleidsmaatregelen van de Unie ontvangen; herinnert eraan dat het de lidstaten overeenkomstig de toepasselijke regels van de Unie is toegestaan staatssteun te verlenen, met name ten behoeve van landbouwbedrijven die schade hebben geleden door natuurrampen;

7.  wijst op het belang van een snelle maar zorgvuldige beoordeling van de schade waarbij terdege rekening wordt gehouden met de economische gevolgen, en dringt erop aan dat de gemiddelde tijd voor de vrijgave van voorschotten wordt verkort, waarbij evenwel de bescherming van de begroting van de Unie moet worden gewaarborgd; verzoekt de Commissie de procedure verder te stroomlijnen en te waarborgen dat aanvragen voor beschikbaarstelling van middelen uit het SFEU sneller worden behandeld, te zorgen voor een snellere respons en ervoor te zorgen dat middelen de getroffen regio’s snel bereiken, aangezien natuurrampen aanzienlijke schade aanrichten waardoor het dagelijks leven en de lokale economieën ontwricht raken; is voorts van mening dat een flexibele houding ten aanzien van termijnen geboden is als er in de ontvangende landen sprake is van gerechtvaardigde vertragingen en uitdagingen in verband met het aanvragen van financiering of de besteding van toegewezen middelen; verzoekt de lidstaten rekening te houden met het feit dat kwetsbare bevolkingsgroepen onevenredig hard getroffen worden door natuurrampen, omdat sociaaleconomische factoren ervoor zorgen dat herstel voor deze groepen nog moeilijker is;

8.  benadrukt dat er dringend financiële steun moet worden vrijgemaakt uit het SFEU om te waarborgen dat de steun de getroffen regio’s tijdig kan bereiken;

9.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

10.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor steun aan Italië, Slovenië, Oostenrijk, Griekenland en Frankrijk naar aanleiding van zes natuurrampen in 2023

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2024/2772.)

(1) PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/2012/oj.
(2) PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.
(3) PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.
(4) PB L 231 van 30.6.2021, blz. 60, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1058/oj.
(5) Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0082.
(6) PB C 184 van 5.5.2022, blz. 82.
(7) PB C 15 van 12.1.2022, blz. 2.

Juridische mededeling - Privacybeleid