Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2025 over voortzetting van de niet-aflatende steun van de EU voor Oekraïne, drie jaar na het begin van de Russische aanvalsoorlog (2025/2528(RSP))
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland, met name de resoluties die zijn aangenomen sinds Ruslands grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022 en de annexatie van het schiereiland de Krim op 19 februari 2014,
– gezien de Slotakte van Helsinki van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 1 augustus 1975, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van de OVSE van 21 november 1990 en het Memorandum van de Verenigde Naties (VN) inzake veiligheidsgaranties met betrekking tot de toetreding van Oekraïne tot het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens van 5 december 1994 (het Memorandum van Boedapest inzake veiligheidsgaranties),
– gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds(1), die in 2014 werd ondertekend, en de diepe en brede vrijhandelsruimte tussen de Europese Unie en Oekraïne die daar een onderdeel van vormt,
– gezien het VN-Handvest, de Verdragen van Den Haag, de Verdragen van Genève en de aanvullende protocollen daarbij, en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC),
– gezien het besluit van de Europese Raad van 14 december 2023 om, na de positieve aanbeveling van de Commissie van 8 november 2023, toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te openen,
– gezien Verordening (EU) 2024/792 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne(2) en andere vormen van EU-steun voor het land,
– gezien de gezamenlijke verklaring van de voorzitters van de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement van 24 februari 2025, waarin zij erbij stilstaan dat Rusland Oekraïne drie jaar geleden is binnengevallen,
– gezien resolutie ES-11/7 van de Algemene Vergadering van de VN, aangenomen op 24 februari 2025, over de bevordering van een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne,
– gezien de conclusies van de buitengewone Europese Raad van 6 maart 2025,
– gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Rusland sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert; overwegende dat de Russische oorlog tegen Oekraïne in 2014 begon met de illegale bezetting en annexatie van het schiereiland de Krim en de daaropvolgende bezetting van delen van de regio’s Donetsk en Loehansk; overwegende dat deze aanvalsoorlog een schaamteloze en flagrante schending vormt van het Handvest van de VN en van de grondbeginselen van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht, zoals vastgelegd in de Verdragen van Genève van 1949;
B. overwegende dat het optreden van Rusland in Oekraïne in de afgelopen drie jaar een bedreiging blijft vormen voor de vrede en veiligheid in Europa en de rest van de wereld; overwegende dat de Russische aanvalsoorlog het grootste militaire conflict op het Europese continent sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is en een illustratie vormt van het toenemende spanningsveld tussen autoritarisme en democratie;
C. overwegende dat Oekraïne en zijn burgers onwrikbare vastberadenheid hebben getoond door zich tegen de Russische aanvalsoorlog te verzetten en hun land met succes te verdedigen, ondanks de hoge prijs in burger- en militaire slachtoffers die het daarvoor moet betalen, ondanks de aanvallen op woonwijken evenals de verwoesting van civiele en openbare infrastructuur – met name voor de water- en energievoorziening – en van de natuurlijke omgeving en cultureel erfgoed, ondanks gedwongen deportaties, verdwijningen en illegale adopties van gedeporteerde kinderen en illegale opsluiting, ondanks massamoorden, executies van burgers, soldaten en krijgsgevangenen, foltering en het gebruik van seksueel geweld en massaverkrachting als oorlogswapens, en ondanks de wijziging van de etnische samenstelling van de bezette gebieden van Oekraïne, die stuk voor stuk oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zijn; overwegende dat miljoenen Oekraïners nog steeds ontheemd zijn, zowel binnen als buiten hun land; overwegende dat de VN heeft bevestigd dat sinds februari 2022 meer dan 12 500 burgers, onder wie honderden kinderen, zijn omgebracht; overwegende dat volgens een schatting van de Oekraïense autoriteiten ten minste 20 000 Oekraïense kinderen sinds het begin van de grootschalige invasie in februari 2022 zijn gedeporteerd en van huis en haard zijn verdreven naar Rusland of naar door Rusland bezette gebieden; overwegende dat de Russische Federatie poogt Oekraïne en zijn bevolking hun etnische, taalkundige en historische identiteit te ontzeggen door uitingen van de Oekraïense identiteit in bezette gebieden uit te wissen; overwegende dat het dappere Oekraïense volk in 2022 de Sacharovprijs kreeg als eerbetoon voor zijn moed en veerkracht;
D. overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie van 2 maart 2022 de Russische oorlog tegen Oekraïne onmiddellijk heeft aangemerkt als een daad van agressie die in strijd is met artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest, en in haar resolutie van 14 november 2022 heeft erkend dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor haar aanvalsoorlog en juridisch en financieel aansprakelijk moet worden gesteld voor haar vanuit internationaal oogpunt onrechtmatige handelingen en daarbij ook alle aangerichte schade dient te vergoeden;
E. overwegende dat de aanklager van het Internationaal Strafhof op 2 maart 2022 een onderzoek heeft ingesteld naar de situatie in Oekraïne, met bijzondere aandacht voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocidedaden, die vanaf 21 november 2013 op Oekraïens grondgebied zijn gepleegd en op 17 maart 2023 arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin, president van de Russische Federatie, en Maria Lvova-Belova, zogenaamde commissaris voor de rechten van het kind in het kabinet van de president van de Russische Federatie, wegens de oorlogsmisdaad van onwettige deportatie van Oekraïense kinderen, en arrestatiebevelen tegen Sergei Kuzhugetovich Shoigu en Valery Vasilyevich Gerasimov wegens misdaden tegen de menselijkheid, waaronder de oorlogsmisdaad van het richten van aanvallen op burgerdoelen en de oorlogsmisdaad van het toebrengen van buitensporige incidentele schade aan burgers of schade aan burgerdoelen; overwegende dat de EU voorstander is van de oprichting van een speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie;
F. overwegende dat een aantal derde landen, met name Iran, Noord-Korea en Belarus, grote hoeveelheden wapens en munitie aan Rusland hebben geleverd, en dat Belarus Rusland heeft toegestaan zijn grondgebied te gebruiken om Oekraïne aan te vallen, wat volgens het internationaal recht neerkomt op een daad van agressie; overwegende dat Noord-Koreaanse troepen aan het front zijn ingezet en zij aan zij met het Russische leger vechten; overwegende dat Rusland en China op 4 februari 2022 een “partnerschap zonder grenzen” hebben ondertekend, en dat China vervolgens een belangrijke ondersteuner van de Russische oorlogsinspanning is geworden door de Russische economie en industriële defensiebasis massaal te ondersteunen en door apparatuur voor tweeërlei gebruik te leveren;
G. overwegende dat in het meest recente verslag over een snelle beoordeling van de schade en de behoeften wordt geraamd dat vanaf december 2024 de totale kosten voor de wederopbouw en het herstel in Oekraïne ten minste 506 miljard EUR zullen bedragen in de komende tien jaar, wat 2,8 keer het geraamde nominaal bruto binnenlands product van Oekraïne voor 2024 is; overwegende dat er voor 2025 nog steeds een totaal financieringstekort van 9,62 miljard EUR is voor behoeften op het gebied van herstel en wederopbouw;
H. overwegende dat de EU onlangs haar 16e sanctiepakket tegen Rusland heeft aangenomen om de economische basis van Rusland te verzwakken, het land af te snijden van kritieke technologieën en Ruslands vermogen om oorlog te voeren te beperken; overwegende dat de nieuwe sancties gericht zijn tegen bijkomende personen en entiteiten, waaronder militaire bedrijven, ontduikers van sancties, aanhangers van niet-EU-landen, propagandisten van het Kremlin, schaduwvlootnetwerken en personen die betrokken zijn bij de deportatie van Oekraïense kinderen; overwegende dat de EU-sancties nu van toepassing zijn op meer dan 2 400 personen en entiteiten, die hierdoor worden onderworpen aan de bevriezing van activa, financieringsverboden en reisbeperkingen;
I. overwegende dat de EU en haar lidstaten Oekraïne sinds het begin van de grootschalige invasie op alle gebieden de meest substantiële cumulatieve steun hebben verleend en financiële steun hebben verleend ter waarde van bijna 140 miljard EUR, waaronder meer dan 67 miljard EUR steun aan Oekraïne in de vorm van humanitaire en noodhulp, begrotingssteun en macrofinanciële bijstand en meer dan 48 miljard EUR aan militaire hulp; overwegende dat ongeveer 300 miljard EUR aan Russische staatsactiva in verschillende rechtsgebieden is bevroren; overwegende dat de EU-lidstaten in mei 2024 hebben ingestemd met het gebruik van financiële opbrengsten uit de naar schatting ongeveer 210 miljard EUR aan bevroren Russische staatsactiva binnen de EU om Oekraïne te steunen, met als doel tot 3 miljard EUR per jaar vrij te maken voor de ondersteuning van de inspanningen van Oekraïne op het gebied van wederopbouw en veerkracht;
J. overwegende dat veel EU-lidstaten nog steeds fossiele brandstoffen aankopen van Rusland, waaronder vloeibaar aardgas, waarvan de invoer toeneemt, alsook uranium, wat zorgt voor een versterking van de Russische economie en een aanvulling van de Russische oorlogskas; overwegende dat de verkoop van Russische fossiele brandstoffen aan de EU sinds het uitbreken van de grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne het bedrag van 200 miljard EUR heeft overschreden;
K. overwegende dat de EU meer dan vier miljoen vluchtelingen uit Oekraïne heeft verwelkomd en haar steun heeft uitgesproken voor de bevolking van Oekraïne en haar leiderschap door onderhandelingen te starten over de toetreding van Oekraïne tot de EU;
L. overwegende dat de Europese Raad na de positieve aanbeveling van de Commissie heeft besloten de toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te openen; overwegende dat de eerste intergouvernementele conferentie plaatsvond op 25 juni 2024, waarna het onderhandelingsproces werd opgestart en het onderhandelingskader werd vastgesteld;
M. overwegende dat de Verenigde Staten onder de regering van de Amerikaanse president Donald Trump hun standpunt over de oorlog van Rusland tegen Oekraïne aanzienlijk hebben gewijzigd; overwegende dat president Trump eisen stelt aan Oekraïne, maar geen enkele eisen heeft gesteld aan de Russische zijde, en bovendien de verantwoordelijkheid van Moskou voor de start van de oorlog heeft afgezwakt en mogelijk overweegt om Rusland op korte termijn sanctieverlichting te bieden; overwegende dat Rusland alleen al in de periode tussen 28 februari 2025, de dag waarop president Trump en president Zelensky een ontmoeting hadden, en 9 maart 2025 meer dan 2 100 luchtaanvallen heeft gepleegd, waaronder 1 200 geleide bomaanslagen en bijna 870 droneaanvallen;
N. overwegende dat bij de recente besprekingen tussen de VS en Rusland in Riyad, Oekraïne en de EU niet werden betrokken, en dat de Verenigde Staten hun Europese bondgenoten niet hebben geraadpleegd voordat zij hun bijdrage stopzetten in de inspanningen om Rusland te isoleren; overwegende dat de nieuwe Amerikaanse regering, samen met Rusland en zijn bondgenoten, tegen een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 24 februari 2025 heeft gestemd waarin de Russische agressie wordt veroordeeld; overwegende dat de totale ommezwaai van de Verenigde Staten met betrekking tot de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne een bedreiging vormt voor het vermogen van Oekraïne om weerstand te bieden tegen de Russische agressie, duidelijk laat zien dat de toezegging van Washington om Rusland ter verantwoording te roepen niet langer betrouwbaar is, en de internationale inspanningen om de crisis aan te pakken ondermijnt;
O. overwegende dat de Verenigde Staten op 3 maart 2025 hun militaire bijstand aan Oekraïne hebben opgeschort, met inbegrip van de bijstand die door de vorige Amerikaanse regering was goedgekeurd, alsook de uitwisseling van inlichtingen met Oekraïne; overwegende dat de VS vervolgens op 7 maart 2025 de toegang van Oekraïne tot commerciële satellietbeelden die door het Amerikaanse overheidssysteem zijn verzameld, hebben uitgeschakeld;
P. overwegende dat er volgens breed erkende democratische beginselen en de grondwet van Oekraïne geen verkiezingen kunnen worden gehouden in oorlogstijd en onder staat van beleg, vooral nu er miljoenen Oekraïners ontheemd zijn; overwegende dat in Oekraïne de staat van beleg is afgekondigd en nog steeds van kracht is, louter door de Russische aanvalsoorlog; overwegende dat de EU president Zelensky blijft erkennen als de legitieme leider van Oekraïne totdat er democratische verkiezingen kunnen worden gehouden;
Q. overwegende dat president Donald Trump opdracht heeft gegeven tot een radicale bevriezing van de Amerikaanse hulp aan het buitenland waardoor honderden kritieke projecten in Oekraïne zijn stopgezet, waaronder ontmijningsactiviteiten, revalidatieprojecten voor veteranen, humanitaire hulp, projecten voor onafhankelijke media en corruptiebestrijdingsinitiatieven, onderzoeken naar Russische oorlogsmisdaden, maar ook projecten die de telecommunicatienetwerken van Oekraïne tegen Russische cyberaanvallen versterken;
R. overwegende dat uit de Russische aanvalsoorlog blijkt dat Moskou nog altijd een imperialistische houding heeft ten aanzien van zijn buurlanden; overwegende dat Rusland, zolang het een staat blijft die revisionistisch beleid voert, een bedreiging blijft vormen voor de veiligheid op het Europese continent; overwegende dat de Russische aanvalsoorlog deel uitmaakt van een bredere reeks doelstellingen tegen het Westen en zijn belangen en waarden, de op regels gebaseerde internationale orde, democratie en veiligheid, zoals Vladimir Poetin openlijk heeft verklaard in de weken voorafgaand aan de grootschalige invasie; overwegende dat talloze internationale actoren Rusland hebben erkend als staatssponsor van terrorisme en als staat die terroristische middelen inzet;
S. overwegende dat de nederlaag van Oekraïne alom zou worden gezien als een strategische nederlaag voor Europa, de Verenigde Staten en de hele NAVO-alliantie en als een beloning voor Rusland als agressor, met verstrekkende gevolgen voor de veiligheid, waarvan de omvang niet kan worden overschat; overwegende dat, afhankelijk van de uitkomst van de oorlog in Oekraïne, deze waarschijnlijk ook gevolgen zal hebben in andere delen van de wereld, met name de Indo-Pacifische regio, en andere revisionistische mogendheden zou kunnen aanmoedigen om hun eigen hegemonische ambities na te streven;
T. overwegende dat er op 6 maart 2025 een buitengewone Europese Raad heeft plaatsgevonden over de situatie in Oekraïne en de noodzaak om de Europese defensie te versterken; overwegende dat de Europese Raad zijn goedkeuring heeft gehecht aan het door de Commissie voorgestelde defensiepakket ter versterking van de Europese defensie door middel van het “ReArm Europe”-plan, dat tot 800 miljard EUR zou kunnen mobiliseren, en zijn steun aan Oekraïne heeft bevestigd, en daarbij met name heeft benadrukt dat er geen onderhandelingen over Oekraïne kunnen worden gevoerd zonder Oekraïne en dat er geen onderhandelingen die van invloed zijn op de Europese veiligheid kunnen worden gevoerd zonder de betrokkenheid van Europa, en voorts dat de veiligheid van Oekraïne verweven is met de Europese, trans-Atlantische en mondiale veiligheid;
U. overwegende dat sinds het uitbreken van de oorlog onderzeese kabels in de Oostzee en belangrijke infrastructuur het doelwit zijn geweest, vermoedelijk van aan Rusland en China gelinkte actoren;
1. brengt, drie jaar na het begin van de grootschalige Russische agressie tegen Oekraïne, hulde aan de duizenden die hun leven hebben gegeven voor een vrij en democratisch Oekraïne; verklaart zich nogmaals onverminderd solidair met de Oekraïense bevolking en spreekt opnieuw zijn steun uit voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen; wijst nadrukkelijk op het inherente recht van Oekraïne op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest;
2. spreekt nogmaals in de krachtigste bewoordingen zijn veroordeling uit over de illegale, niet-uitgelokte en niet te rechtvaardigen aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, alsook over de betrokkenheid van Belarus, Noord-Korea en Iran; eist dat Rusland en zijn gelieerde troepen onmiddellijk alle aanvallen op woongebieden en civiele infrastructuur volledig en onvoorwaardelijk staken, alle militaire acties in Oekraïne beëindigen en alle strijdkrachten, gelieerde groeperingen en militaire uitrusting terugtrekken uit het gehele internationaal erkende grondgebied van Oekraïne; herhaalt zijn beleid van niet-erkenning van tijdelijk door Rusland bezette gebieden van Oekraïne, met inbegrip van maar niet beperkt tot de Krim; eist dat de Russische Federatie definitief een einde maakt aan de schending en bedreiging van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Oekraïne; veroordeelt de wreedheden die door het Russische invasieleger worden begaan tegen de Oekraïense bevolking en het lukraak vernietigen van de Oekraïense infrastructuur; eist de beëindiging van de gedwongen deportaties van Oekraïense burgers en de vrijlating en terugkeer van alle gedetineerde Oekraïners, met name kinderen;
3. spreekt nogmaals zijn veroordeling uit over de grootschalige agressie van Rusland tegen Oekraïne als een existentiële bedreiging voor de Europese veiligheid en stabiliteit; benadrukt dat het misdrijf agressie tegen Oekraïne een ernstige schending van het internationaal recht en het VN-Handvest vormt; beklemtoont dat de Russische aanvalsoorlog de geopolitieke situatie in Europa en daarbuiten fundamenteel heeft veranderd en een gevaar vormt voor de Europese veiligheidsarchitectuur, en dat de respons van de EU moet bestaan uit doortastende, moedige en alomvattende besluiten op politiek, veiligheids- en financieel gebied; is van mening dat een Oekraïne dat in staat is zich doeltreffend te verdedigen integraal deel uitmaakt van een stabiel en voorspelbaar Europees veiligheidslandschap;
4. is van mening dat de uitkomst van de oorlog en de houding van de internationale gemeenschap van cruciale invloed zullen zijn op toekomstige acties van andere autoritaire regimes, die het verloop van de oorlog nauwlettend in de gaten houden en nagaan hoeveel ruimte zij hebben om een agressief buitenlands beleid te voeren, ook met militaire middelen;
5. spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de duidelijke verschuiving in de houding van de Verenigde Staten ten opzichte van de Russische aanvalsoorlog, waaronder het openlijk beschuldigen van Oekraïne van de aanhoudende oorlog, het opschorten van Amerikaanse militaire hulp en pogingen om Oekraïne te dwingen afstand te doen van zijn legitieme recht op zelfverdediging en territoriale concessies te doen; benadrukt dat de EU en haar lidstaten in het licht van deze verandering nu de belangrijkste strategische bondgenoot van Oekraïne zijn en dat de zij hun rol als grootste donor voor Oekraïne in stand moeten houden en de broodnodige bijstand die zij verlenen om het recht van Oekraïne op zelfverdediging te handhaven aanzienlijk moeten verhogen en zo veel mogelijk moeten inspringen om de opgeschorte financiering van USAID te vervangen, en tegelijkertijd langetermijnsteun voor wederopbouw en herstel moeten waarborgen;
6. herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om hun militaire steun, met name de levering van wapens en munitie, alsook opleiding, aanzienlijk op te voeren en te versnellen om in te spelen op dringende behoeften (onder meer systemen voor langeafstandswapens, luchtafweersystemen, artilleriesystemen, systemen voor elektronische oorlogvoering, droneafweervermogens en technische uitrusting); verzoekt de lidstaten en hun defensie-industrieën met klem te investeren in en samenwerkingsverbanden aan te gaan met de Oekraïense defensie-industrie, teneinde maximaal gebruik te maken van het volledige potentieel van zijn productiecapaciteiten om zo efficiënt mogelijk kritieke uitrusting te produceren, naar het voorbeeld van Denemarken en Nederland; herhaalt zijn standpunt dat alle EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten zich er collectief en individueel toe moeten verbinden Oekraïne militair te steunen met ten minste 0,25 % van hun bbp per jaar; verzoekt de EU en haar lidstaten hun infrastructuur voor satellietbeelden in te zetten ten behoeve van Oekraïne; herinnert eraan dat de omvang van de militaire steun aan Oekraïne voldoende groot moet zijn om uiteindelijk een einde te kunnen maken aan de Russische aanvalsoorlog en Oekraïne in staat te stellen zijn volledige bevolking te bevrijden, de volledige controle over zijn gehele grondgebied binnen zijn internationaal erkende grenzen te herstellen en verdere agressie door Rusland te ontmoedigen; merkt in dit verband op dat sommige EU-lidstaten niet-gebonden zijn en roept hen ertoe op hun steun voor Oekraïne op te voeren in overeenstemming met hun grondwet;
7. herhaalt dat Oekraïne op de steun van het Parlement kan rekenen in zijn verlangen naar een rechtvaardige en duurzame vrede en wat de vredesformule en het overwinningsplan van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky betreft; is van mening dat dit een alomvattend plan is om de territoriale integriteit van Oekraïne te herstellen dat de bouwstenen omvat voor een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne op basis van de beginselen van het VN-Handvest en het internationaal recht, op grond waarvan de territoriale integriteit van Oekraïne volledig moet worden hersteld, verantwoording moet worden afgelegd voor oorlogsmisdaden en het misdrijf agressie, Rusland moet voorzien in herstelbetalingen voor de enorme schade die in Oekraïne is aangericht, de verantwoordelijken aan volledige verantwoordingsplicht moeten worden onderworpen en toekomstige agressie door Rusland moet worden uitgesloten; spoort de EU en haar lidstaten ertoe aan samen te werken met gelijkgezinde partners om ervoor te zorgen dat vredesonderhandelingen plaatsvinden met inachtneming van de bovenvermelde beginselen;
8. beklemtoont dat echte vredesonderhandelingen te goeder trouw moeten worden gevoerd en dat Oekraïne bij dit proces betrokken moet worden; herinnert eraan dat elk akkoord dat zonder Oekraïne tot stand komt of zijn legitieme aspiraties ondermijnt, zoals het recht om zijn eigen veiligheidsregelingen te kiezen, of dat Oekraïne geen geloofwaardige veiligheidsgaranties biedt waarmee toekomstige Russische agressie kan worden ontmoedigd, niet rechtvaardig en niet levensvatbaar zal zijn;
9. benadrukt dat de EU moet bijdragen aan robuuste veiligheidsgaranties voor Oekraïne om verdere Russische agressie te ontmoedigen; beklemtoont dat ervoor moet worden gezorgd dat Oekraïne sterk staat om verdere Russische aanvallen te kunnen weerstaan en voorkomen en overhaaste deals te kunnen afwijzen die zijn veiligheid op de middellange tot lange termijn verzwakken en het risico inhouden dat Oekraïne en andere Europese landen opnieuw met Russische agressie worden geconfronteerd; beklemtoont dat de Russische oorlogseconomie niet duurzaam is en dat de combinatie van georkestreerde economische druk en versnelde militaire steun aan Oekraïne de Oekraïense strijdkrachten in staat zou stellen hun posities te verbeteren en tegelijkertijd de Russische economie zou schaden om ervoor te zorgen dat Oekraïne een sterkere onderhandelingspositie heeft wanneer het ermee instemt te starten met vredesoverleg;
10. spreekt zijn diepe teleurstelling uit over pogingen tot chantage om het leiderschap van Oekraïne ertoe te bewegen zich over te geven aan de Russische agressor met als enige doel een zogenaamd “vredesakkoord” te kunnen aankondigen; is van mening dat de huidige pogingen van de Amerikaanse regering om buiten Oekraïne en andere Europese staten om met Rusland te onderhandelen over een staakt-het-vuren en een vredesakkoord, waardoor deze landen zonder betekenisvolle deelname geconfronteerd worden met het resultaat, contraproductief en gevaarlijk zijn, aangezien de oorlogvoerende staat hier sterker uitkomt en het beeld ontstaat dat een agressief beleid wordt beloond in plaats van bestraft; komt tot de slotsom dat, gezien de geschiedenis van Russische schendingen van eerdere overeenkomsten en van de fundamentele beginselen van het internationaal recht, een dergelijke vrede alleen kan worden bereikt via een krachtdadige opstelling, met inbegrip van robuuste veiligheidsgaranties;
11. benadrukt dat de financiële steun van de EU en haar lidstaten aan Oekraïne groter is dan die van gelijk welk ander land, waaruit blijkt dat de inzet van de Unie voor Oekraïne en bijgevolg voor de veiligheid van Europa ongeëvenaard is; beklemtoont dat de EU in onderhandelingen die van invloed zijn op de veiligheid van Europa een rol toebedeeld moet krijgen die in verhouding staat tot haar politieke en economische gewicht; bevestigt nogmaals dat er van onderhandelingen die raken aan de Europese veiligheid geen sprake kan zijn zonder dat de Europese Unie mee aan tafel zit; is ingenomen met de inspanningen van de Franse president Macron en de Britse premier Starmer om Europese noodtoppen te organiseren in Parijs en Londen; is verheugd over het initiatief voor een “coalitie van bereidwillige landen” om een door Europa geleide handhaving van een eventueel vredesakkoord mogelijk te maken;
12. spreekt zijn ontzetting uit over het beleid van de Amerikaanse regering om Rusland tevreden te houden en het vizier te richten op haar eigen bondgenoten; waarschuwt dat dit beleid het vertrouwen van traditionele Amerikaanse bondgenoten overal ter wereld ondermijnt en verwoestende gevolgen kan hebben voor de trans-Atlantische band, vrede en stabiliteit in Europa en daarbuiten;
13. roept de EU en haar lidstaten ertoe op de laatste ontwikkelingen in de betrekkingen tussen de VS en Oekraïne te beschouwen als laatste wake-upcall om voortaan als belangrijkste partner van Oekraïne op te treden en actief te werken aan de instandhouding van een zo breed mogelijke internationale steun voor Oekraïne, onder meer door een “coalitie van bereidwillige landen die in staat zijn te helpen” tot stand te brengen met gelijkgestemde partners wereldwijd om Oekraïne te steunen en de druk op Rusland op te voeren;
14. is ingenomen met de gezamenlijke verklaring van Oekraïne en de Verenigde Staten na hun ontmoeting in het Koninkrijk Saudi-Arabië op 11 maart 2025, waaronder de hervatting van de militaire bijstand van de VS en het delen van inlichtingen, alsook een voorstel voor een staakt-het-vuren van 30 dagen; brengt in herinnering dat een staakt-het-vuren enkel een doeltreffend instrument kan zijn om de vijandelijkheden op te schorten indien de agressor zich er volledig aan houdt; verwacht daarom dat Rusland daarmee instemt en het volgt door alle aanvallen op Oekraïne, zijn militaire posities, de burgerbevolking, de infrastructuur en het grondgebied te staken;
15. uit zijn bezorgdheid over de toegenomen spanningen in de Oostzee, waar sprake is van hybride oorlogvoering tegen kritieke infrastructuur, en acht nauwere samenwerking tussen de Noordse staten, de Baltische staten, Polen en Duitsland van cruciaal belang;
16. is ingenomen met de conclusies van de buitengewone Europese Raad van 6 maart 2025 en de steun voor een snelle versterking van de Europese defensie via het “ReArm Europe”-plan, waarbij de Europese Raad zijn steun aan Oekraïne bevestigde volgens de benadering om “vrede te bereiken door sterk te zijn” en met name benadrukte dat de veiligheid van Oekraïne vervlochten is met de Europese, trans-Atlantische en mondiale veiligheid;
17. herhaalt dat de doelbewuste aanvallen van Rusland op de burgerbevolking van Oekraïne, de vernietiging van civiele infrastructuur, het gebruik van seksueel geweld en verkrachting als oorlogswapen, de deportatie van duizenden Oekraïense burgers naar het grondgebied van de Russische Federatie, de gedwongen overbrenging en adoptie van Oekraïense kinderen en andere ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht allemaal oorlogsmisdaden zijn waarvoor alle daders ter verantwoording moeten worden geroepen;
18. beklemtoont dat alle verantwoordelijken voor in Oekraïne gepleegde oorlogsmisdaden ter verantwoording moeten worden geroepen en benadrukt dat er geen duurzame vrede mogelijk is zonder gerechtigheid; herhaalt zijn oproep aan de Commissie, de VV/HV en de lidstaten om samen met Oekraïne en de internationale gemeenschap een speciaal tribunaal op te richten om het misdrijf agressie tegen Oekraïne door Rusland en zijn bondgenoten te onderzoeken en te vervolgen, en beklemtoont dat alle leiders van Rusland en Belarus die verantwoordelijk zijn voor de agressie tegen Oekraïne onder de bevoegdheid van dit tribunaal moeten vallen; is ingenomen met de oprichting van het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne in Den Haag;
19. spreekt met nadruk zijn volledige steun uit voor het lopende onderzoek van de aanklager van het Internationaal Strafhof naar de situatie in Oekraïne op grond van vermeende oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide; juicht toe dat Oekraïne het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof heeft geratificeerd, waardoor het in januari 2025 lid kon worden; spreekt in dit verband zijn grote bezorgdheid uit over de sancties van de VS tegen het Internationaal Strafhof, zijn aanklagers, rechters en personeelsleden, die een ernstige aanval op het internationaal rechtssysteem vormen; verzoekt de Commissie onverwijld de blokkeringsverordening in werking te doen treden en dringt er bij de lidstaten op aan zo snel mogelijk meer diplomatieke inspanningen te ondernemen om het Internationaal Strafhof te beschermen en te vrijwaren als een onmisbare hoeksteen van het internationaal rechtssysteem;
20. is ingenomen met het besluit van de Europese Raad om de toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te openen zodra de aanbevelingen van de Commissie zijn opgevolgd; bevestigt nogmaals dat de toekomst van Oekraïne in de EU ligt; is verheugd over de vooruitgang bij de hervormingen in verband met de toetreding, ondanks de oorlogssituatie; roept op tot versnelling van de toetredingsonderhandelingen en erkent dat de integratie van Oekraïne in de EU een strategische prioriteit is; onderstreept dat het belangrijk is de financiële bijstand van de EU voort te zetten, gekoppeld aan concrete hervormingen, als essentieel instrument om de transformatie van Oekraïne in overeenstemming met de Europese normen te ondersteunen en te versnellen; onderstreept dat de criteria van Kopenhagen en de vereiste hervormingen, met name op het gebied van de rechtsstaat, democratie, fundamentele vrijheden en mensenrechten, van essentieel belang zijn voor het op verdienste gebaseerde toetredingsproces; is van mening dat het EU-lidmaatschap van Oekraïne kan worden beschouwd als een geostrategische investering in een verenigd en sterk Europa en blijk zou geven van leiderschap, vastberadenheid en visie;
21. herinnert aan de toezeggingen van de NAVO om Oekraïne toe te laten tot het bondgenootschap; wijst in dit verband op het consequente opendeurbeleid van de NAVO, dat inhoudt dat de NAVO openstaat voor alle Europese democratieën die de waarden van het bondgenootschap delen, en dat besluiten over het lidmaatschap uitsluitend door NAVO-bondgenoten mogen worden genomen, zonder dat derden inspraak hebben in dit proces;
22. verzoekt de Oekraïense autoriteiten de interne politieke eenheid in Oekraïne te versterken, het parlementaire pluralisme te eerbiedigen en constructieve samenwerking aan te gaan met de politieke partijen in de Verchovna Rada; verzoekt de Oekraïense politieke belanghebbenden de politieke eenheid en het parlementaire pluralisme te blijven versterken en constructief samen te werken binnen de Verchovna Rada; dringt erop aan terdege rekening te houden met de bevoegdheden en rechten van lokale autonome organen; dringt erop aan dat de pluriformiteit van de media wordt gewaarborgd in overeenstemming met de democratische beginselen en waarden die Oekraïners zo resoluut en moedig verdedigen; stelt in het licht van het EU-toetredingsproces voor een einde te maken aan alle beperkingen van buitenlandse reizen van leden van de Oekraïense Verchovna Rada;
23. prijst Oekraïense, Europese en internationale maatschappelijke organisaties voor hun steun aan families van ontvoerde Oekraïense kinderen, krijgsgevangenen en illegaal vastgehouden burgers; roept de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap op hun inspanningen te ondersteunen en de druk op Rusland op te voeren om alle ontvoerde en vastgehouden Oekraïners terug te sturen;
24. wijst erop dat in de recentste snelle beoordeling van de schade en de behoeften wordt geraamd dat de komende tien jaar ten minste 506 miljard EUR nodig zal zijn voor herstel en wederopbouw in Oekraïne; is verheugd over de faciliteit voor Oekraïne van de EU, die over een budget van bijna 50 miljard EUR beschikt, en over het EU-samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne, dat in samenwerking met de G7 leningen aan Oekraïne verstrekt voor een bedrag van maximaal 45 miljard EUR; dringt er niettemin bij de EU op aan de wederopbouw van Oekraïne voor te bereiden door nieuwe middelen vrij te maken en veilig te stellen; verzoekt de EU, de lidstaten en gelijkgestemde partners alomvattende en gecoördineerde politieke, economische, technische en humanitaire bijstand te verlenen ter ondersteuning van een duurzaam en inclusief proces van wederopbouw en herstel in Oekraïne na de oorlog; bevestigt nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt duurzame en langdurige financiële en economische steun aan Oekraïne te verlenen, met inbegrip van macrofinanciële bijstand, steun voor wederopbouw en economisch en sociaal herstel en maatregelen om de veerkracht van de Oekraïense economie en kritieke infrastructuur te waarborgen; spreekt nogmaals zijn vaste overtuiging uit dat Rusland moet betalen voor de enorme schade die het in Oekraïne heeft aangericht en dringt er daarom op aan de Russische staatsactiva die in het kader van de EU-sancties zijn bevroren, in beslag te nemen en te gebruiken ter ondersteuning van de verdediging en wederopbouw van Oekraïne;
25. verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten de doeltreffendheid en de impact van de sancties tegen Rusland te vergroten, teneinde het vermogen van Rusland om zijn brute aanvalsoorlog tegen Oekraïne voort te zetten en de veiligheid van andere Europese landen te bedreigen doorslaggevend te ondermijnen; dringt aan op een verbod van of gerichte heffingen op Russische invoer in de EU om de instroom van graan, potas, meststoffen en grondstoffen, waaronder staal, uranium, titaan, nikkel, hout en houtproducten, en alle soorten olie en gas, volledig te stoppen; verzoekt de Raad zijn sanctiebeleid tegen Rusland en alle faciliterende staten, zoals Belarus, Iran en Noord-Korea, in stand te houden, waar mogelijk te repliceren en uit te breiden, en sancties op te leggen aan Chinese entiteiten die goederen voor tweeërlei gebruik en militaire producten leveren, en tegelijkertijd de doeltreffendheid en impact van het beleid te monitoren, te evalueren en te vergroten; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor een snelle uitvoering en strikte handhaving van alle sanctiepakketten en de samenwerking tussen de lidstaten te versterken; verzoekt de Commissie een effectbeoordeling uit te voeren om na te gaan of sancties een doeltreffend middel zijn om de Russische oorlogsinspanningen te belemmeren en of de maatregelen ter voorkoming van het omzeilen van sancties doeltreffend zijn; roept de Raad op de kwestie van het omzeilen van sancties door in de EU gevestigde bedrijven, derden en niet-EU-landen systematisch aan te pakken en beperkende maatregelen vast te stellen en strikt uit te voeren tegen alle entiteiten die het omzeilen van sancties in de hand werken en het Russische militaire complex voorzien van technologie en uitrusting voor militair en tweeërlei gebruik;
26. dringt aan op verdere sancties tegen sectoren die van bijzonder belang zijn voor de Russische economie, met name het bankwezen, de metaalindustrie, de nucleaire, chemische en landbouwsector, grondstoffen zoals aluminium, staal, uranium, titaan en nikkel, en op antiontwijkingsmaatregelen tegen alle landen en entiteiten die Rusland militaire goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik leveren; dringt aan op aanvullende maatregelen tegen de Russische “schaduwvloot”, gezien de omzeiling van sancties, de sabotage-acties tegen kritieke infrastructuur en de milieurisico’s; verzoekt de Commissie samen te werken met vlaggen- en havenstaten buiten de EU en actie te ondernemen tegen eigenaars, exploitanten en verzekeringsmaatschappijen in derde landen, waardoor de Russische schaduwvloot kan opereren; dringt er bij de lidstaten op aan de operationele samenwerking tussen kustwachtagentschappen verder te coördineren om de totale capaciteit voor maritiem toezicht te vergroten; benadrukt dat Rusland steeds afhankelijker wordt van meststoffen die van gas zijn afgeleid en een groeiende bron van inkomsten vormen, en die tegelijkertijd de economieën van de EU in gevaar brengen en de voedselzekerheid bedreigen; verwacht van de EU dat zij haar sancties tegen Rusland handhaaft zolang dat nodig is om een rechtvaardige en duurzame vrede te waarborgen en totdat verantwoording is afgelegd;
27. dringt erop aan dat in het volgende sanctiepakket van de EU sancties worden opgelegd aan alle bekende tankers van de schaduwvloot en hun eigenaars en dat er ook sancties worden ingevoerd tegen alle olietankers die het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen overtreden en dat alle lidstaten worden verplicht tot strikte toepassing van de maatregelen die schepen, ongeacht de vlag waaronder zij varen, verbieden in Europese wateren te varen of een haven van een EU-lidstaat aan te doen als zij zich niet hebben gehouden aan de internationale regels inzake schip-tot-schiptransfers op zee of als zij hun automatische identificatiesysteem illegaal hebben uitgeschakeld; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om schip-tot-schiptransfers van Russische olie in EU-wateren te verbieden;
28. roept de Commissie en de lidstaten op om uitgebreidere sancties tegen Russisch en Belarussisch hout uit te werken, waaronder een specifiek verbod op de invoer of aankoop van houtproducten die in niet-EU-landen zijn verwerkt en waarin hout, met name triplex van berkenhout, dat afkomstig is uit Rusland of Belarus is verwerkt, ter ondersteuning van de handhaving van de huidige sancties;
29. veroordeelt de Hongaarse regering krachtig omdat zij dreigt de verlenging van het sanctiekader van de EU te blokkeren en een passende reactie van de EU die in verhouding staat tot de ernst van de situatie te beperken; roept de lidstaten op alle beschikbare middelen in te zetten om te voorkomen dat de Hongaarse regering nog meer blokkades opwerpt;
30. dringt aan op verdere beperkingen van de toegang tot de EU voor Russische en Belarussische burgers, met name door middel van strengere veiligheidsonderzoeken, met inbegrip van de indiening van gegevens over de militaire dienst tijdens de Schengen-visumaanvraagprocedure, niettegenstaande de noodzaak om humanitaire visa af te geven;
31. veroordeelt ten stelligste de executie van Oekraïense krijgsgevangenen door Russische strijdkrachten; roept de EU, haar lidstaten en internationale partners op om de druk op Rusland op te voeren om zijn internationale verplichtingen na te komen, met name het Verdrag van Genève, en internationale organisaties toegang te verlenen tot gevangenen;
32. veroordeelt de verwoestende gevolgen van de oorlog van Rusland voor kinderen; roept op tot meer steun van de EU voor onderwijs, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en kinderbescherming, inclusief traumaverwerking en veilige leeromgevingen voor kinderen; dringt er bij de EU en Oekraïne op aan om prioriteit te geven aan de behoeften van kinderen bij hulp- en wederopbouwinspanningen, bij het opruimen van landmijnen en bij het integreren van kinderwelzijn in het EU-toetredingsproces;
33. uit nogmaals zijn bezorgdheid over de situatie in de kerncentrale van Zaporizja, die door Rusland illegaal in handen is genomen; steunt de inspanningen om de aanwezigheid van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie in de kerncentrale van Zaporizja in stand te houden; uit nogmaals zijn grote bezorgdheid over de bredere milieueffecten van de oorlog op lange termijn;
34. verzoekt de EU en haar lidstaten de strategische communicatie van de EU te versterken, met name om publiekelijk duidelijkheid te scheppen over de toonaangevende steun van de EU aan Oekraïne, vooral in het licht van beweringen die de bijdrage van de EU aan de bestrijding van hybride dreigingen en activiteiten in de grijze zone trachten te bagatelliseren, en om Russische inmenging in politieke, electorale en andere democratische processen in Oekraïne en Europa te voorkomen; dringt aan op proactieve communicatie over de voordelen van de uitbreiding van de EU om het begrip en de steun van het publiek voor de toetreding van Oekraïne te vergroten, zowel in Oekraïne als in de lidstaten; benadrukt dat de integratie van Oekraïne in de EU een kans is voor de ontwikkeling van zowel de grensregio’s als de lidstaten; dringt er bij de EU en de lidstaten sterk op aan om Russische desinformatie over de oorlog te bestrijden door de digitale geletterdheid te vergroten, op feiten gebaseerde narratieven te bevorderen en socialemediaplatforms verantwoordelijk te houden voor de verspreiding van schadelijke inhoud door een strikte handhaving van de digitaledienstenverordening(3);
35. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en de Verchovna Rada van Oekraïne, en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening), PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.