Resolutie van het Europees Parlement van 3 april 2025 over gerichte aanvallen op christenen in de Democratische Republiek Congo: verdediging van de vrijheid van godsdienst en veiligheid (2025/2612(RSP))
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),
– gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,
– gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,
– gezien de grondwet van de Democratische Republiek Congo (DRC), die het recht op vrijheid van geweten en het vrije houden van erediensten voor alle burgers waarborgt,
– gezien de Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 25 november 1981,
– gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,
– gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,
A. overwegende dat het oosten van de DRC al tientallen jaren te maken heeft met wijdverbreid geweld en instabiliteit; overwegende dat de situatie aanzienlijk blijft verslechteren, met aanhoudende mensenrechtenschendingen door gewapende groeperingen, massale ontheemding, aanvallen op burgers en alarmerende humanitaire omstandigheden die verder worden verergerd door gewapende conflicten, zoals het conflict tussen de regering van de DRC, de door Rwanda gesteunde gewapende rebellengroepering Beweging van 23 maart (M23) en andere milities, dat reeds heeft geleid tot de gedwongen interne ontheemding van 4,6 miljoen mensen in het oosten van de DRC; overwegende dat in het oosten van de DRC naar schatting een honderdtal gewapende groeperingen actief zijn; overwegende dat een reeks overlappende kwesties de destabilisatie in het land in de hand werkt;
B. overwegende dat M23 steeds meer aanvallen uitvoert in Noord-Kivu en op 19 maart 2025 de stad Walikale, die rijk is aan minerale hulpbronnen, ondanks het staakt-het-vuren heeft ingenomen;
C. overwegende dat de ADF (Allied Democratic Forces) een van de meest prominente extremistische groeperingen met uitdrukkelijk religieuze doelstellingen is, met name omdat haar leider in 2019 trouw heeft gezworen aan de zogenaamde Islamitische Staat van Irak en Syrië (ISIS) en daarmee de tak van de provincie Centraal-Afrika (ISCAP) is geworden; overwegende dat de aanvallen van de ADF moeten worden gezien in de bredere Afrikaanse context waarin sprake is van een stijging van het aantal islamistische groeperingen, met name groeperingen met banden met ISIS, in de Sahelregio, de Hoorn van Afrika, Mozambique, Nigeria en de DRC; overwegende dat de ADF door Uganda en de Verenigde Staten als terroristische groepering wordt aangemerkt;
D. overwegende dat de Groep deskundigen van de VN inzake de DRC in mei 2024 waarschuwde dat de gewapende groepering beschikt over sterke netwerken in gevangenissen, met name in Kinshasa, waar gedetineerden van de ADF actief strijders en handlangers ronselen en mobiliseren, waarbij zij niet alleen medegedetineerden overtuigen van de juistheid van hun ideologie, maar ook medegedetineerden onder druk zetten, misleiden, ontvoeren en omkopen om zich bij de ADF aan te sluiten;
E. overwegende dat de ADF al heel lang terroristische aanslagen pleegt in het oosten van de DRC, vooral in de provincies Noord-Kivu en Ituri; overwegende dat Noord-Kivu een regio is die rijk is aan hulpbronnen en beschikt over enorme voorraden kritieke grondstoffen, waaronder kobalt, goud en tin, die nodig zijn voor de digitale en de energietransitie wereldwijd; overwegende dat bekend is dat de ADF en andere gewapende groeperingen, waaronder M23, naast andere financieringsbronnen, de opbrengsten van illegale exploitatie van deze hulpbronnen gebruiken om hun activiteiten te financieren; overwegende dat de Congolese katholieke kerk stelt dat de ADF alleen al verantwoordelijk is voor de dood van ongeveer 6 000 burgers in Beni in de periode 2013‑2021 en voor de dood van meer dan 2 000 burgers in Bunia in 2020; overwegende dat in 2024 in de DRC een groot aantal christenen door jihadisten zijn gedood; overwegende dat burgers in de oostelijke provincies van de DRC te maken krijgen met een toenemend aantal aanvallen, moorden en ontvoeringen, alsmede bomaanslagen op kerken en de vernieling van (religieuze) eigendommen door gewapende groeperingen met extremistische en jihadistische ideologieën; overwegende dat de meeste slachtoffers van de ADF-aanvallen christenen zijn; overwegende dat door deze aanvallen de vrijheid van godsdienst wordt ondermijnd en de spanningen tussen gemeenschappen oplaaien; overwegende dat de katholieke bisschoppen van de DRC in april 2021 in een verklaring hebben gewaarschuwd voor het gevaar van “islamisering van de regio [Noord-Kivu] als een soort onderliggende strategie om de algehele politieke situatie van het land op lange termijn negatief te beïnvloeden”;
F. overwegende dat een prominente lokale moslimleider in 2021 doodsbedreigingen kreeg van de ADF, en dat hij later werd neergeschoten; overwegende dat de ADF in 2023 een kerk van de Pinksterbeweging in Kasindi heeft gebombardeerd tijdens een dienst, waarbij 14 mensen om het leven kwamen; overwegende dat de ADF in verband is gebracht met een aanval op het dorp Mukondi in 2023, waarbij volgens de lokale autoriteiten ten minste 44 burgers werden gedood; overwegende dat de groepering in december 2024 alleen al 48 aanvallen heeft opgeëist, waarbij meer dan 200 mensen werden omgebracht; overwegende dat de ADF in januari 2024 8 mensen in Beni om het leven heeft gebracht tijdens een aanval op een kerk van de Pinksterbeweging en in mei 2024 naar verluidt 14 katholieken in de provincie Noord-Kivu, omdat zij weigerden zich te bekeren tot de islam; overwegende dat de ADF naar verluidt ook 11 christenen heeft geëxecuteerd in het dorp Ndimo in de provincie Ituri en verschillende anderen heeft ontvoerd;
G. overwegende dat lokale en internationale mensenrechtenorganisaties talrijke gevallen van religieus geweld in de DRC hebben gedocumenteerd, en tegelijkertijd hebben benadrukt dat de staat dringend adequate bescherming moet bieden; overwegende dat de regering van de DRC weliswaar blijk heeft gegeven van een sterk voornemen om de gevolgen van geweld door gewapende groeperingen in het oosten van de DRC aan te pakken, maar dat andere recente ontwikkelingen de inzet van de regering om in het bijzonder de vrijheid van godsdienst te waarborgen twijfelachtig maken; overwegende dat vrouwen en kinderen bijzonder kwetsbaar zijn voor verkrachting als oorlogswapen, mensenhandel en seksuele slavernij;
H. overwegende dat het leger van de DRC in november 2021 samen met het Ugandese leger een gezamenlijk militair offensief is begonnen, operatie Shujaa genaamd, gericht tegen de ADF en andere rebellen in het oosten van de DRC; overwegende dat het conflict tussen de regering van de DRC en de door Rwanda gesteunde rebellen van M23 ertoe heeft geleid dat er minder financiële en personele middelen en minder materieel worden ingezet voor deze operatie tegen terrorisme;
I. overwegende dat het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging een fundamenteel mensenrecht is en moet worden beschermd gezien de omvang van het geweld en de vervolging; overwegende dat de grondwet van de DRC voorziet in vrijheid van godsdienst en discriminatie op grond van religieuze overtuiging verbiedt;
J. overwegende dat door de aanhoudende bredere conflicten momenteel meer dan 7 miljoen mensen in de DRC ontheemd zijn en beperkte toegang hebben tot voedsel, water, gezondheidszorg en essentiële diensten; overwegende dat de staatsautoriteiten en rebellengroeperingen uit hoofde van het internationaal humanitair recht verplichtingen jegens burgers hebben, waaronder het beschermen en vergemakkelijken van de toegang tot humanitaire hulp en het toestaan van vrij verkeer;
K. overwegende dat vrouwen en kinderen in de DRC te maken hebben met een toename van seksueel en gendergerelateerd geweld, waaronder verkrachting als oorlogswapen, waardoor er elke vier minuten een slachtoffer van verkrachting is;
L. overwegende dat conflicten in de regio nog steeds worden aangedreven door de illegale exploitatie van minerale hulpbronnen en dat hiervoor sterker internationaal toezicht en een verantwoord aankoopbeleid nodig zijn;
M. overwegende dat president Félix Tshisekedi van de DRC en president Paul Kagame van Rwanda in maart 2025 een gezamenlijke verklaring hebben afgelegd, waarin een staakt-het-vuren werd aangekondigd; overwegende dat desondanks het geweld van de door Rwanda gesteunde rebellen van M23 voortduurt;
N. overwegende dat de DRC een van de hoogste aantallen binnenlandse ontheemden ter wereld heeft; overwegende dat veel vrouwen en kinderen in precaire omstandigheden leven en risico lopen op intimidatie, aanranding, seksuele uitbuiting en gedwongen militaire rekrutering; overwegende dat ontheemde bevolkingsgroepen vaak geen levensreddende basisvoorzieningen krijgen en het risico lopen ondervoed te raken en ziek te worden; overwegende dat steden die intern ontheemde personen in precaire omstandigheden opvangen, ook het doelwit zijn van aanvallen door verschillende milities, hetgeen grote angst veroorzaakt onder de ontheemde gemeenschappen en de lokale bevolking;
O. overwegende dat de EU zich ertoe heeft verbonden de stabiliteit in de DRC te ondersteunen door middel van diplomatieke betrekkingen, financiële bijstand en gerichte sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor geweld en schendingen van de mensenrechten; overwegende dat de EU op 17 maart 2025 sancties heeft opgelegd aan negen personen en één entiteit die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten in de DRC of die het conflict in de DRC in stand houden, onder meer door de illegale exploitatie van hulpbronnen, maar dat wellicht verdere diplomatieke en economische maatregelen nodig zijn;
P. overwegende dat de Raad de financiële steun van de EU heeft verlengd voor de inzet van het Rwandese leger (RDF) in Mozambique in het kader van de Europese Vredesfaciliteit (EPF); overwegende dat het hoofd van deze strijdkrachten eerder in het oosten van de DRC werd ingezet om steun te verlenen aan de door Rwanda gesteunde rebellen van M23 bij het plegen van wandaden, waardoor ernstige twijfel is gerezen over de vraag of er voldoende waarborgen zijn verbonden aan EPF-steun, waaronder doeltreffende doorlichting en andere vereisten op het gebied van mensenrechten;
Q. overwegende dat de EU herhaaldelijk haar inzet heeft bevestigd voor de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst wereldwijd en dat zij stappen heeft ondernomen om religieuze vervolging en onverdraagzaamheid in verschillende delen van de wereld te bestrijden; overwegende dat christenen de grootste vervolgde religieuze groep ter wereld zijn;
R. overwegende dat het Parlement voortdurend aandringt op grotere internationale inspanningen om religieuze vervolging te bestrijden en degenen die verantwoordelijk zijn voor aanvallen op minderheidsgemeenschappen ter verantwoording te roepen;
1. laakt de bezetting van Goma en andere gebieden in het oosten van de DRC door M23 en de RDF als een onaanvaardbare schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van de DRC; dringt er bij de Rwandese regering op aan haar troepen terug te trekken uit het grondgebied van de DRC, waarvan de aanwezigheid een duidelijke schending is van het internationaal recht en het VN-Handvest, en de samenwerking met de M23-rebellen stop te zetten; eist dat Rwanda en alle andere potentiële overheidsactoren in de regio hun steun aan M23 stopzetten;
2. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het alarmerende feit dat het geweld blijft aanhouden; betreurt het verlies van mensenlevens en zowel de lukrake als de gerichte aanvallen op burgers; uit zijn diepe bezorgdheid over de verslechterende veiligheids- en humanitaire crisis in het oosten van de DRC als geheel; dringt aan op de onmiddellijke beëindiging van alle vormen van geweld en dringt erop aan dat alle partijen die bij het aanhoudende conflict in het oosten van de DRC betrokken zijn, zich verplichten tot eerbiediging van het internationaal humanitair recht;
3. veroordeelt met klem de door de ADF uitgevoerde gerichte terroristische aanvallen op christelijke gemeenschappen in het oosten van de DRC, waaronder moorden, ontvoeringen en de vernietiging van religieuze eigendommen, en roept op tot een onmiddellijke stopzetting van dergelijke gewelddaden; betuigt zijn solidariteit met de familieleden van de slachtoffers en met de christelijke gemeenschappen;
4. veroordeelt met klem de door Rwanda gesteunde M23- rebellengroepering en de ADF, alsmede andere rebellengroeperingen, en de door hen begane flagrante mensenrechtenschendingen, die overeenkomstig het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC) aangemerkt moeten worden als misdaden tegen de menselijkheid; benadrukt dat de plegers van deze misdrijven niet vrijuit mogen gaan en dat de verantwoordelijken voor het ICC moeten worden gebracht; pleit voor de oprichting van een internationale onderzoekscommissie die belast wordt met de taak de mensenrechtenschendingen in de DRC te onderzoeken, voor hernieuwd onderzoek naar Noord-Kivu door het parket van de aanklager van het ICC en voor de oprichting van een speciaal tribunaal voor gruweldaden in de DRC, waaronder misdaden tegen christelijke gemeenschappen; steunt de inspanningen door de nationale conferentie van katholieke bisschoppen in Congo en de Church of Christ in Congo, die het initiatief hebben genomen voor een “sociaal pact voor vrede en co-existentie in de Democratische Republiek Congo en het gebied van de Grote Meren”, met als doel de vrede in de oostelijke provincies van het land te herstellen;
5. steunt de internationale inspanningen om de ADF te stoppen, zoals de terrorismebestrijdingsoperatie Shujaa, die gezamenlijk wordt uitgevoerd door de legers van de DRC en Uganda; spoort de EU-lidstaten aan om na te denken over manieren om een bijdrage te leveren aan deze inspanningen, bijvoorbeeld door meer actie te ondernemen om geheime fondsen van ISIS in het buitenland op te sporen en te onderscheppen en om grondstoffen te traceren die afkomstig zijn van illegale exploitatie door de ADF; verzoekt de EU om ondersteuning te bieden bij de capaciteitsopbouw en het vergaren van de deskundigheid die nodig is om het ADF-gedachtegoed en de ADF-retoriek te bestrijden, met name binnen moslimgemeenschapen in Uganda en de DRC, om te voorkomen dat de ADF erin slaagt om in deze gemeenschappen mensen te ronselen; dringt erop aan dat de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten wordt toegepast ten aanzien van de personen die plannen maken voor, opdracht geven tot of zich schuldig maken aan het doden van christenen in de DRC;
6. roept op tot een onmiddellijk en effectief staakt-het-vuren en de volledige uitvoering van diplomatieke akkoorden, onder meer in het kader van de vredesprocessen van Luanda en Nairobi; onderstreept de dringende noodzaak van stabilisatie van het land en herhaalt zijn oproep aan de groepering M23 om haar territoriale vooruitgang een halt toe te roepen en zich terug te trekken uit het grondgebied van de DRC;
7. spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de stabilisatiemissie van de VN in de DRC (MONUSCO) die ten doel heeft burgers te beschermen en de regio te stabiliseren; vraagt de EU met klem samen te werken met alle actoren ter plaatse, met name MONUSCO, om de bescherming van burgers in het oosten van de DRC te waarborgen; verzoekt de VN te werken aan een sterker mandaat voor MONUSCO om vredesherstel mogelijk te maken; verzoekt de VN om de bescherming van burgers en de eerbiediging van het internationaal humanitair recht te waarborgen;
8. dringt er bij de internationale gemeenschap op aan de steun voor diensten in het oosten van de DRC op te voeren, zodat burgers die zijn aangevallen toegang hebben tot juridische diensten en psychologische ondersteuning; verzoekt de regering van de DRC extremistische propaganda te bestrijden; dringt aan op de instelling van mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing om aanvallen door de ADF en andere gewapende groeperingen op burgers doeltreffender te voorkomen en erop te reageren;
9. herhaalt zijn oproep aan alle partijen, met inbegrip van de gewapende groeperingen die in het oosten van de DRC actief zijn, om toegang voor humanitaire hulpverleners mogelijk te maken en deze toegang te vergemakkelijken, zodat kan worden voorzien in de dringende behoefte aan essentiële diensten in het oosten van de DRC en de buurlanden, met name Burundi; benadrukt dat humanitaire hulpverleners veilig moeten kunnen werken om levensreddende bijstand te verlenen aan Congolese burgers; benadrukt dat dit een essentiële verplichting is in het kader van het internationaal humanitair recht en dat daders die verplichtingen als deze schenden, ter verantwoording moeten worden geroepen; roept alle partijen op te zorgen voor een veilige omgeving voor maatschappelijke organisaties;
10. is ontzet over het schokkende gebruik van seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen als repressie- en oorlogswapen in het oosten van de DRC, alsook over de onaanvaardbare rekrutering van kindsoldaten door de verschillende rebellengroeperingen; eist dat deze kwesties onverwijld door de internationale gemeenschap aan de orde worden gesteld;
11. dringt aan op strengere handhaving van de EU-verordening inzake conflictmineralen(1) om te voorkomen dat gewapende groeperingen hun activiteiten financieren via illegale handel; herhaalt zijn eerdere oproep aan de Commissie om het memorandum van overeenstemming van de EU met Rwanda op te schorten; verzoekt de Commissie de lopende projecten gedetailleerd in kaart te brengen met de Rwandese autoriteiten en te beoordelen of deze kunnen bijdragen tot mensenrechtenschendingen of mensenrechtenschendingen niet aanpakken in Rwanda of in de DRC;
12. verzoekt de EU en haar lidstaten de DRC te steunen bij de uitvoering van de aanbevelingen van het inventarisatierapport van 2010 van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens (OHCHR), met inbegrip van de hervorming van de veiligheidssector, het opvoeren van haar inspanningen om verdere wreedheden tegen burgers te voorkomen en het beëindigen van steun voor of samenwerking met gewelddadige gewapende groeperingen; dringt er bij de regering van de DRC op aan ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd voor schendingen van de mensenrechten, en de verantwoordelijken voor de aanvallen te vervolgen; verzoekt de EU en haar lidstaten de DRC te ondersteunen bij de bestrijding van corruptie, het versterken van de governance en de rechtsstaat, het verbeteren van de veiligheid en het waarborgen van de blijvende bescherming van gemeenschappen die gevaar lopen, waaronder religieuze gemeenschappen, en ervoor te zorgen dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan aanvallen voor de rechter worden gebracht;
13. onderstreept de rol van gemeenschappen, waaronder religieuze gemeenschappen en confessionele organisaties in de DRC bij het bevorderen van vrede, sociale cohesie en het welzijn van lokale gemeenschappen;
14. verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden de diplomatieke inspanningen op te voeren door nauw samen te werken met regionale partners, waaronder de Afrikaanse Unie, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en de Verenigde Naties, teneinde de diplomatieke inspanningen op te voeren om tot een duurzame oplossing van het conflict te komen en te voorkomen dat extremistische groeperingen godsdienst gebruiken als instrument voor geweld en verdeeldheid;
15. verzoekt de Commissie en de lidstaten de humanitaire hulp op te voeren om tegemoet te komen aan de dringende behoeften van ontheemden en kwetsbare gemeenschappen in de DRC en veilige toegang tot voedsel, medische zorg en onderdak te garanderen;
16. pleit voor verdere gerichte EU-sancties tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de financiering van of betrokken zijn bij geweld, schendingen van de mensenrechten en exploitatie van hulpbronnen; dringt aan op de tenuitvoerlegging van de sancties die zijn uiteengezet in het inventarisatierapport van het OHCHR;
17. bevestigt zijn gehechtheid aan de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst als een fundamenteel mensenrecht dat wordt gewaarborgd door internationale rechtsinstrumenten waarvan de geldigheid als universeel wordt beschouwd en die door de meeste landen in de wereld zijn onderschreven en dat is verankerd in de grondwet van de DRC;
18. herhaalt de oproepen tot internationale solidariteit bij het verdedigen van de vrijheid van godsdienst en de bescherming van religieuze minderheden in conflictgebieden, met name in de DRC, waarbij tegelijkertijd de diepere oorzaken van het gewelddadig extremisme in de DRC en haar buurlanden moeten worden aangepakt;
19. dringt er bij de EU op aan zich te blijven inzetten voor de bevordering van vrijheid van godsdienst en de bescherming van gemeenschappen, waaronder religieuze gemeenschappen, en ervoor te zorgen dat de rechten van deze groepen prioriteit krijgen in het externe beleid van de EU;
20. neemt met bezorgdheid kennis van de toenemende invloed in Afrika van de Russisch-orthodoxe kerk, die een fervent medestander is van het regime van Poetin en zijn gewelddadige, onwettige oorlog in Oekraïne; onderstreept dat deze ontwikkeling aanzienlijke vragen oproept met betrekking tot de bredere geopolitieke en ideologische doelstellingen van de Russische Federatie in Afrika;
21. betreurt het feit dat Rwanda de verbreking van zijn diplomatieke betrekkingen met België heeft aangekondigd en betuigt zijn solidariteit met België;
22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de Democratische Republiek Congo en Rwanda, de Afrikaanse Unie, de secretariaten van de stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo, de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, alsook aan andere relevante internationale organen.
Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden (PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/821/oj).