Resolutie van het Europees Parlement van 10 juli 2025 over het aanpakken van de uitvoerbeperkingen van China op kritieke grondstoffen (2025/2800(RSP))
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over China,
– gezien de komende top tussen de EU en China die gepland staat voor 24 en 25 juli 2025,
– gezien Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020(1) (verordening kritieke grondstoffen (CRMA)),
– gezien Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724(2) (verordening voor een nettonulindustrie),
– gezien de verklaring van de leiders van de G7 over het actieplan van de G7 voor kritieke mineralen,
– gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),
– gezien de partnerschappen voor schone handel en investeringen waarover de EU momenteel onderhandelt, en de partnerschappen voor kritieke grondstoffen van de EU,
– gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 juni 2023 betreffende een strategie voor economische veiligheid van de EU (JOIN(2023)0020) en de toespraken over risicovermindering die Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft gehouden in het European Policy Centre op 30 maart 2023 en in het Parlement op 18 april 2023,
– gezien de 13e strategische dialoog tussen de EU en China, die op 2 juli 2025 in Brussel is gehouden door Kaja Kallas, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en Wang Yi, minister van Buitenlandse Zaken van China,
– gezien de verklaringen van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens de G7‑top in Kananaskis (Canada) op 16 en 17 juni 2025,
– gezien de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en met name de beginselen inzake non-discriminatie en transparantie met betrekking tot uitvoerbeperkingen,
– gezien de uitspraken van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO over de beperkingen die China heeft ingesteld inzake de uitvoer van zeldzame aardmetalen (DS431, DS432 en DS433),
– gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,
– gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,
A. overwegende dat China sinds 4 april 2025 uitvoerbeperkingen toepast op zeven van de zeventien zeldzame aardmetalen en op permanente magneten met daarin deze zeldzame aardmetalen, en in dit kader een uitvoervergunningsplicht heeft ingevoerd, met als argument dat deze maatregelen nodig zijn om redenen in verband met tweeërlei gebruik en veiligheid; overwegende dat de uitvoerbeperkingen gelden voor middelzware en zware zeldzame aardmetalen (samarium, gadolinium, terbium, dysprosium, lutetium, scandium en yttrium);
B. overwegende dat kritieke grondstoffen onmisbaar zijn in veel producten en bij een breed scala aan industriële processen, ook in kritieke sectoren zoals schone technologieën, digitale technologieën, gezondheidszorg en defensie; overwegende dat een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen van fundamenteel belang is met het oog op de verwezenlijking van de klimaat-, digitale, concurrentie- en defensiedoelstellingen van de Unie;
C. overwegende dat uit berichten blijkt dat de uitvoer van deze kritieke grondstoffen tot wel 80 % is afgenomen, met grote gevolgen voor een groot aantal sectoren, met name elektronica en consumententechnologie, groene energie en hernieuwbare energiebronnen, de automobielindustrie, de lucht- en ruimtevaart en de gezondheidszorg;
D. overwegende dat de afhankelijkheid van de EU van China wat betreft kritieke grondstoffen nog altijd toeneemt of in ieder geval aanhoudend groot is; overwegende dat zeldzame aardmetalen vooral afkomstig zijn uit China, dat ongeveer 75 % van de mijnbouwproductie en 85 % van de verwerkingscapaciteit in handen heeft, en meer dan 95 % in het geval van sommige zeldzame aardmetalen zoals terbium, yttrium en dysprosium; overwegende dat de EU voor de voorziening van kritieke grondstoffen nog steeds te sterk afhankelijk is van derde landen en dat ze voor de voorziening van zware zeldzame aardmetalen bijna volledig afhankelijk is van China; overwegende dat 98 % van de permanente magneten en 92 % van de NdFeB-magneten die de EU invoert afkomstig is uit China;
E. overwegende dat China zijn dominante positie in de wereld wat betreft de delving, verwerking en raffinage van kritieke grondstoffen en halffabricaten aanzienlijk heeft versterkt en zo strategische afhankelijkheden in belangrijke waardeketens heeft gecreëerd, die in sommige gevallen met opzet zijn vergroot door middel van restrictieve handelsmaatregelen; overwegende dat China in 2010, naar aanleiding van een territoriaal geschil met Japan, voor het eerst de uitvoer van zeldzame aardmetalen heeft beperkt en dat deze beperking door de WTO-Beroepsinstantie onverenigbaar werd geacht met de WTO-regels; overwegende dat China ook omvattende uitvoerbeperkingen toepast ten aanzien van minerale grondstoffen die door de EU als strategisch en/of kritiek zijn ingedeeld, waaronder gallium en germanium (sinds 1 augustus 2023), grafiet (sinds december 2023), antimoonproducten (sinds 15 september 2024), wolfraam en bismut (sinds 4 februari 2025) en scandium (sinds 17 april 2025);
F. overwegende dat de toepassing van deze uitvoerbeperkingen reeds leidt tot ernstige verstoringen van productieketens in de Europese industrie, bijvoorbeeld in de automobielsector, waarin in mei 2025 maar liefst zeventien assemblagelijnen tijdelijk moesten worden stilgelegd; overwegende dat er daarnaast verstoringen dreigen in een groot aantal andere sectoren, zoals de gezondheidszorg, de ruimtevaart en defensie (bij de productie van gevechtsvliegtuigen, fregatten, drones en precisiegestuurde wapensystemen), de productie van windturbines en accu’s, en in zijn algemeenheid bij de groene en de digitale transitie;
G. overwegende dat de Chinese vergunningsprocedure aanvragers ertoe verplicht gevoelige informatie door te geven aan de Chinese autoriteiten, in strijd met de bescherming van bedrijfsgeheimen; overwegende dat het geactualiseerde Chinese kader voor uitvoercontrole van december 2024 het Chinese ministerie van Handel, de Staatsraad en de Centrale Militaire Commissie meer discretionaire bevoegdheden verleent om producten die niet formeel op de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik staan, aan uitvoercontroles te onderwerpen; overwegende dat deze nieuwe wetgeving ook rechtsregels met extraterritoriale toepassing behelst;
H. overwegende dat de EU uitvoercontroles toepast op bepaalde soorten kritieke en geavanceerde materialen, maar dat deze controles duidelijk gericht zijn op bepaalde soorten materialen, met precieze technische parameters die betrekking hebben op het gebruik ervan in specifieke militaire toepassingen, en dat de controles geen invloed hebben op de handel in commerciële niet-gevoelige producten en slechts betrekking hebben op een klein deel van de totale uitvoer van de materialen in kwestie;
I. overwegende dat China bewust een strategie hanteert waarbij het onder de wereldmarktprijzen gaat zitten en tegelijkertijd zijn binnenlandse markt gesloten houdt, waar vooral Chinese staatsbedrijven van profiteren, en dat China daarnaast omvangrijke subsidieregelingen heeft ingevoerd, hetgeen leidt tot aanzienlijke verstoringen van de mondiale concurrentie en tevens de recente inspanningen van de EU en de lidstaten om de nog bestaande mijnbouwsectoren van de EU overeind te houden, in gevaar brengt;
J. overwegende dat de EU in april 2024 de verordening kritieke grondstoffen heeft vastgesteld als uitgangspunt voor haar inspanningen om haar veerkracht en autonomie op het gebied van de voorziening van kritieke grondstoffen en strategische grondstoffen te verbeteren; overwegende dat de verordening kritieke grondstoffen zich richt op zowel de aanbodzijde als de vraagzijde, door middel van onder meer productiedoelstellingen, het stimuleren van een doelmatig gebruik van hulpbronnen om de toename van het verbruik van kritieke grondstoffen te matigen en vervanging van kritieke grondstoffen; overwegende dat circulariteit in de verordening kritieke grondstoffen centraal staat en dat de verordening de doelstelling bevat dat uiterlijk in 2030 25 % van de behoefte van de Unie aan strategische grondstoffen gedekt moet worden door recyclage, en tevens de doelstelling om aanzienlijk grotere hoeveelheden van elke strategische grondstof uit afval te recycleren, onder meer voor permanente magneten;
K. overwegende dat de top EU-China die binnenkort plaatsvindt, de kans biedt om de dialoog aan te gaan, maar dat de EU zich krachtig moet blijven verzetten tegen economische dwang;
L. overwegende dat China nog steeds sancties handhaaft tegen een voormalig EP-lid, leden van parlementen van de lidstaten en Europese denktanks;
1. veroordeelt ten stelligste het besluit van China om beperkingen op te leggen met betrekking tot de uitvoer van kritieke grondstoffen, waardoor de uitvoer is gestopt en de toeleveringsketens die van vitaal belang zijn voor de automobielsector, fabrikanten van defensiematerieel, halfgeleiderbedrijven, groene technologieën, toepassingen in de gezondheidszorg en vele andere sectoren in de EU en in de rest van de wereld, ernstig worden verstoord; is van mening dat het optreden van China ongerechtvaardigd is en feitelijk een vorm van dwang is die China kan inzetten vanwege de enorme impact van de quasi-monopolistische positie van het land op de wereldmarkt;
2. is van mening dat China deze uitvoerbeperkingen gebruikt om zijn onderhandelingspositie te versterken; benadrukt dat de EU elke poging van China om de uitvoerbeperkingen te gebruiken om concessies af te dwingen in andere lopende handelsgeschillen, krachtig moet verwerpen, en is van mening dat concessies aan China in dit verband afbreuk zouden doen aan het vermogen van de EU om zichzelf - nu en in de toekomst - te beschermen tegen dwang;
3. wijst erop dat het belangrijk is om tijdens de komende top EU-China bezorgdheid te uiten over de uitvoerbeperkingen van China betreffende zeldzame aardmetalen en de gevolgen van deze uitvoerbeperkingen voor de mondiale toeleveringsketens; stelt zich krachtig op het standpunt dat exportcontroles deel moeten uitmaken van een multilaterale aanpak die tot doel heeft de internationale veiligheid te beschermen en op mondiaal niveau een gelijk speelveld te waarborgen; dringt erop aan dat unilaterale controles beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om redenen van nationale veiligheid, met transparante en duidelijk omschreven regels, en benadrukt daarom dat de maatregelen van China in strijd zijn met de multilaterale regels en praktijken; verzoekt de Commissie en de lidstaten een krachtig en eensgezind standpunt in te nemen, met China in gesprek te gaan om tot een structurele oplossing te komen en de dialoog met China met het oog hierop voort te zetten;
4. dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan concrete stappen te zetten om een follow-up te geven aan hun voorstel en de uitvoerbeperkingen volledig op te heffen; neemt in de tussentijd kennis van het recente voorstel van de Chinese autoriteiten om zogenaamde “groene corridors” in te voeren om de procedures voor Europese bedrijven te vereenvoudigen;
5. benadrukt dat het belangrijk is dat de EU haar strategische positie en onvervangbaarheid versterkt door gebieden te identificeren waarop zij cruciale voordelen heeft ten opzichte van China wat betreft essentiële goederen en technologieën en deze te benutten en te versterken, met als doel de strategische autonomie van de EU te versterken, of door de toegang tot de interne markt van de EU voor Chinese actoren met een hoog risico te beperken, overeenkomstig het EU-recht en het internationaal handelsrecht;
6. is van mening dat China met deze maatregelen zijn toeleveringsketens voor kritieke grondstoffen op ongerechtvaardigde wijze inzet als drukmiddel, waarmee het zich een onbetrouwbare bron van grondstoffen voor kritieke sectoren en een bedreiging voor de economische en essentiële veiligheidsbelangen van de Unie toont;
7. is ernstig bezorgd over het feit dat de Chinese autoriteiten verlangen dat bij de aanvraag van een uitvoervergunning gevoelige gegevens worden overgelegd en over het aanzienlijke risico van technologielekken dat hiermee gepaard gaat in verband met de waardeketen van de defensie-industrie en geheime informatie betreffende de nationale veiligheid, en benadrukt dat dergelijke informatie in de toekomst gebruikt kan worden als drukmiddel; acht het van essentieel belang dat de Commissie en de lidstaten de veiligheidsimplicaties van dergelijke gegevensoverdrachten beoordelen en beperken, in overeenstemming met de strategie voor economische veiligheid van de EU;
8. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan vaart te zetten achter de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen; wijst erop dat de Europese grondstoffenraad en zijn subgroepen belangrijk zijn voor een snelle en doeltreffende uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen; wijst op de duidelijke en ambitieuze benchmarks die in de verordening zijn vastgesteld ter versterking van de capaciteit van de EU om tegen 2030 kritieke grondstoffen binnen de Unie te winnen, verwerken en recyclen; wijst erop dat de eerste zestig strategische projecten in het kader van de verordening kritieke grondstoffen zijn geselecteerd;
9. betreurt dat de verordening kritieke grondstoffen niet wordt ondersteund met specifieke EU-middelen, terwijl een gebrek aan financiering het belangrijkste knelpunt is; benadrukt dat met spoed moet worden gezorgd voor investeringen in de strategische projecten die in het kader van de verordening kritieke grondstoffen zijn goedgekeurd en in andere projecten ter bevordering van winning, raffinage, verwerking en recycling die ertoe bijdragen dat de EU minder afhankelijk wordt van China en dat de benchmarks van de verordening kritieke grondstoffen worden gehaald; dringt er bij de Commissie op aan om op EU-niveau meer steun te verlenen voor diversificatie van de voorziening van zeldzame aardmetalen en kritieke grondstoffen, en ervoor te zorgen dat het komende meerjarig financieel kader een begrotingsonderdeel bevat voor het stimuleren van investeringen in winning, verwerking, circulariteit, onderzoek en innovatie, onder meer voor het vinden van alternatieven voor kritieke grondstoffen;
10. benadrukt dat de EU weer binnenlands zeldzame aardmetalen moet gaan winnen en verwerken; wijst erop dat een efficiënter gebruik van hulpbronnen door middel van technologische innovatie een van de doelstellingen van de verordening kritieke grondstoffen is; benadrukt dat recycling en urban mining kunnen bijdragen tot het op korte termijn verlichten van de beperkte beschikbaarheid van grondstoffen en verzoekt de Commissie onmiddellijk maatregelen te nemen om de inzameling van zeldzame aardmetalen op de interne markt te verbeteren en ervoor te zorgen dat deze metalen in de EU blijven;
11. is van mening dat de economische haalbaarheid en de levensvatbaarheid op lange termijn van investeringen in waardeketens voor kritieke zeldzame aardmetalen moeten worden gewaarborgd, onder meer door middel van financiële steun zoals bodemprijzen, afnamesteun of het aanleggen van strategische voorraden; roept de lidstaten op om grote bedrijven die technologieën in strategische sectoren produceren te verzoeken regelmatig en op passende wijze activiteiten en maatregelen ter beperking van risico’s uit te voeren, waaronder het aanleggen van voorraden;
12. verzoekt de Commissie om, samen met de lidstaten, vast te stellen wat het minimumniveau is voor strategische voorraden in de EU van als strategische grondstoffen aangemerkte zeldzame aardmetalen (neodymium, praseodymium, terbium, dysprosium, gadolinium, samarium en cerium) en de daarmee samenhangende eindproducten, onder meer voor de defensie-industrie;
13. is daarnaast van mening dat de EU zich sterker moet inzetten voor het sluiten van partnerschappen voor schone handel en investeringen (CTIP’s) en van bilaterale strategische partnerschappen inzake grondstoffen die voordelig zijn voor alle partijen en voldoen aan hoge normen op het gebied van duurzaamheid en mensenrechten; dringt aan op het sluiten van bindende overeenkomsten inzake kritieke grondstoffen om de voorzieningszekerheid van de EU op lange termijn te waarborgen, meer transparantie te waarborgen en ervoor te zorgen dat het Parlement controle kan uitoefenen; wijst op het belang van vrijhandelsovereenkomsten en het Global Gateway-initiatief om de toegang tot kritieke grondstoffen te verbeteren;
14. pleit ervoor om in de desbetreffende aanbestedingswetgeving preferentieclausules op te nemen om zeldzame aardmetalen aan te kunnen kopen van leveranciers in de EU en van betrouwbare partners; dringt aan op versterkte coördinatie met gelijkgestemde internationale partners, met name binnen de G7 en de NAVO en met de Japanse Organisatie voor metalen en energiezekerheid, om de kennisoverdracht te verbeteren, om de veiligheid van de toeleveringsketen, gezamenlijke investeringen en strategieën voor het aanleggen van voorraden op elkaar af te stemmen en om normen te ontwikkelen inzake betrouwbare bronnen voor strategische sectoren en projecten;
15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Volksrepubliek China.