Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2026/2613(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B10-0120/2026

Debatten :

PV 11/02/2026 - 19.3
CRE 11/02/2026 - 19.3

Stemmingen :

PV 12/02/2026 - 6.3
CRE 12/02/2026 - 6.3

Aangenomen teksten :

P10_TA(2026)0047

Aangenomen teksten
PDF 120kWORD 42k
Donderdag 12 februari 2026 - Straatsburg
Gerichte uitzettingen van buitenlandse journalisten en christenen in Turkije onder het mom van nationale veiligheid
P10_TA(2026)0047RC-B10-0120/2026

Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2026 over de gerichte uitzettingen van buitenlandse journalisten en christenen in Turkije onder het mom van nationale veiligheid (2026/2613(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in het verslag van de Commissie over Turkije 2025 wordt gesteld dat het klimaat voor mediavrijheid en mediapluralisme restrictief is; overwegende dat er bezorgdheid bestaat over de detentie en deportatie van buitenlandse journalisten;

B.  overwegende dat de afgelopen jaren minstens 300 buitenlandse christelijke pastoors, missionarissen en hun gezinsleden zijn gedeporteerd uit Turkije en hen de terugkeer is geweigerd door middel van de toepassing van de administratieve maatregelen N-82 en G-87, waarbij zij zonder bewijs, proces of doeltreffende rechtsmiddelen als een gevaar voor de nationale veiligheid worden aangemerkt;

C.  overwegende dat Kaveh Taheri, een Iraanse onafhankelijke freelancejournalist die door de UNHCR als vluchteling is erkend, op 26 januari 2026 is aangehouden en naar Iran zal worden uitgezet, waar hij risico loopt op politieke vervolging; overwegende dat journalist Nujan Mala Hassan op 20 januari 2026 door Turkse grenswachters werd beschoten en verwond terwijl ze verslag uitbracht over protesten; overwegende dat andere journalisten reeds het land zijn uitgezet, onder wie BBC-correspondent Mark Lowen, en dat nog anderen zijn gearresteerd en met uitzetting worden bedreigd, zoals de Franse journalist Raphaël Boukandoura;

D.  overwegende dat christenen naar verluidt de meest vervolgde religieuze groep ter wereld zijn; overwegende dat het niet erkennen en aanpakken van deze realiteit de geloofwaardigheid van de internationale inspanningen ter bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging ondermijnt;

E.  overwegende dat er verschillende verwante zaken aanhangig zijn bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaronder Wiest tegen Turkije;

F.  overwegende dat de omvorming van de Hagia Sophia tot een moskee, de vernieling van christelijke kerken en de aanhoudende druk op christelijke gemeenschappen wijzen op een breder en systematisch patroon van beperkingen van de fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst;

1.  spreekt zich met klem uit tegen de gerichte uitzetting van buitenlandse journalisten en buitenlandse christenen onder het ongefundeerde voorwendsel van nationale veiligheid en zonder eerlijk proces; betreurt het gebrek aan toegang tot bewijsmateriaal en zinvolle rechterlijke toetsing;

2.  spreekt zijn onwrikbare steun uit voor christenen en bevestigt dat vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, met inbegrip van het recht om zijn godsdienst individueel of samen met anderen uit te oefenen, te veranderen of te belijden, volledig moet worden beschermd, in overeenstemming met het internationaal recht inzake de mensenrechten, en vrij van discriminatie of inmenging van overheidsinstanties moet worden gehandhaafd;

3.  is van mening dat deze gerichte uitzettingen plaatsvinden in een bredere context van democratische achteruitgang, uitholling van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, criminalisering van afwijkende meningen en aanvallen op het maatschappelijk middenveld;

4.  verzoekt Turkije onmiddellijk een einde te maken aan alle vormen van gerechtelijke en administratieve intimidatie van buitenlandse journalisten, vaak onder het mom van nationale veiligheid; spreekt zijn diepe verontwaardiging uit over de gemelde gevallen van willekeurige arrestaties en detenties; dringt er bij Turkije op aan dat de uitzettingsprocedures tegen Kaveh Taheri en alle andere buitenlandse journalisten onmiddellijk worden stopgezet; eist dat alle gerechtelijke procedures tegen de Zweedse journalist Joakim Medin en tegen alle journalisten die veroordeeld zijn omdat ze hun werk deden, worden opgeschort;

5.  is het eens met de beoordeling in het verslag over Turkije 2025 dat het klimaat voor journalisten en kritische stemmen restrictief is;

6.  uit zijn solidariteit met Turkse journalisten die onafhankelijk verslag blijven uitbrengen, ondanks de talrijke misstanden; verzoekt de Commissie haar steun voor onafhankelijke media op te voeren;

7.  spoort Turkije aan om onmiddellijk te stoppen met het gebruik van de administratieve veiligheidscodes N-82 en G-87, om individuele beslissingen te nemen, deze beslissingen te motiveren en onafhankelijke rechterlijke toetsing mogelijk te maken, en om willekeurig uitgewezen personen toe te staan terug te keren;

8.  verzoekt de VV/HV en de Commissie deze zorgen systematisch aan de orde te stellen in de politieke dialoog met Turkije en gerichte maatregelen te nemen als deze misstanden voortduren;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VV/HV en de lidstaten, alsook aan de regering en het parlement van Turkije.

Laatst bijgewerkt op: 15 februari 2026Juridische mededeling - Privacybeleid