Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 1998/0228(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A5-0077/1999

Ingediende teksten :

A5-0077/1999

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P5_TA(1999)0155

Aangenomen teksten
Woensdag 15 december 1999 - Straatsburg
De ozonlaag afbrekende stoffen ***II
P5_TA(1999)0155A5-0077/1999

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (5748/3/1999 - C5-0034/1999 - 1998/0228(COD) )

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

-  gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (5748/3/1999 - C5-0034/1999 )(1) ,

-  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(1998) 398 )(3) ,

-  gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(1999) 67 )(4) ,

-  gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

-  gelet op artikel 80 van zijn Reglement,

-  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid (A5-0077/1999 ),

1.  wijzigt het gemeenschappelijk standpunt als volgt;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad   Amendementen van het Parlement
(Amendement 1)
Overweging 16 bis (nieuw)
(16 bis) Overwegende dat de omschakeling op nieuwe technologieën of alternatieve producten wegens de beoogde beëindiging van de productie of van het gebruik van gereguleerde stoffen vooral voor kleine en middelgrote bedrijven (KMO's) problemen zou kunnen geven; dat de lidstaten derhalve moeten overwegen de noodzakelijke omschakeling door passende steunmaatregelen met name voor KMO's te bevorderen ,
(Amendement 9)
Artikel 4, lid 1, tweede alinea
De Commissie kan in afwijking van lid 1 op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat volgens de procedure van artikel 17 een tijdelijke vrijstelling verlenen voor het gebruik van chloorfluorkoolstoffen in militaire toepassingen tot 31 december 2008, indien aangetoond wordt dat er geen technisch en economisch haalbare alternatieve stoffen of technieken ter beschikking staan of gebruikt kunnen worden.
De Commissie kan in afwijking van lid 1 op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat volgens de procedure van artikel 17 een tijdelijke vrijstelling verlenen voor het gebruik van chloorfluorkoolstoffen in hermetisch gesloten implantaten voor het toedienen van afgemeten doses medicijnen tot 31 december 2004 , en in bestaande militaire toepassingen tot 31 december 2008 indien aangetoond wordt dat er geen technisch en economisch haalbare alternatieve stoffen of technieken ter beschikking staan of gebruikt kunnen worden.
(Amendement 14)
Artikel 5, lid 1, sub c) punt iv)
   iv) met ingang van 1 januari 2001 in alle andere na 31 december 2000 vervaardigde koel- en klimaatregelingsapparatuur, met uitzondering van vaste klimaatregelingsapparatuur met een koelvermogen van minder dan 100 kW, waarvoor het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen met ingang van 1 januari 2003 verboden is voor na 31 december 2002 geproduceerde apparatuur, en omkeerbare klimaatregelings/ warmtepompsystemen waarvoor het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen met ingang van 1 januari 2004 is verboden in alle na 31 december 2003 vervaardigde apparatuur;
   iv) met ingang van 1 januari 2001 in alle andere na 31 december 2000 vervaardigde koel- en klimaatregelingsapparatuur, met uitzondering van omkeerbare klimaatregelings/warmtepompsystemen waarvoor het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen met ingang van 1 januari 2004 is verboden in alle na 31 december 2003 vervaardigde apparatuur;
(Amendement 15)
Artikel 5, lid 1, sub c), punt v)
   v) met ingang van 1 januari 2010 is het gebruik van nieuw geproduceerde chloorfluorkoolwaterstoffen voor onderhoud van op die datum bestaande koel- en klimaatregelingsapparatuur verboden;
   v) met ingang van 1 januari 2005 is het gebruik van nieuw geproduceerde chloorfluorkoolwaterstoffen voor onderhoud van op die datum bestaande koel- en klimaatregelingsapparatuur verboden; met ingang van 1 januari 2007 zijn alle chloorfluorkoolwaterstoffen verboden ;
(Amendement 21)
Artikel 5, lid 6
   6. De Commissie kan de in lid 1 vermelde lijst en data volgens de procedure van artikel 17 wijzigen, in het licht van de met de uitvoering van deze verordening opgedane ervaring of om rekening te houden met de vooruitgang van de techniek.
   6. De Commissie kan de in lid 1 vermelde lijst en data volgens de procedure van artikel 17 wijzigen, in het licht van de met de uitvoering van deze verordening opgedane ervaring of om rekening te houden met de vooruitgang van de techniek, maar de daarin vastgelegde perioden in geen geval overschrijden .
(Amendement 22)
Artikel 5, lid 7
   7. De Commissie kan op verzoek van een bevoegde instantie van een lidstaat volgens de procedure van artikel 17 een tijdelijke vrijstelling verlenen om het gebruik en het op de markt brengen van chloorfluorkoolwaterstoffen in afwijking van lid 1 en artikel 4, lid 3, toe te staan, wanneer wordt aangetoond dat voor een specifiek gebruik geen stoffen of technologieën als technisch en economisch haalbaar alternatief beschikbaar zijn of kunnen worden gebruikt.
   7. De Commissie kan op verzoek van een bevoegde instantie van een lidstaat volgens de procedure van artikel 17 een tijdelijke vrijstelling verlenen om het gebruik en het op de markt brengen van chloorfluorkoolwaterstoffen in afwijking van lid 1 en artikel 4, lid 3, toe te staan, wanneer wordt aangetoond dat voor een specifiek gebruik geen stoffen of technologieën als technisch en economisch haalbaar alternatief beschikbaar zijn of kunnen worden gebruikt. De Commissie stelt de lidstaten onverwijld in kennis van alle verleende vrijstellingen.
(Amendement 24)
Artikel 14 bis (nieuw)
Artikel 14 bis
Kennisgeving aan lidstaten
De Commissie stelt de lidstaten onmiddellijk op de hoogte van maatregelen die zij eventueel neemt overeenkomstig de artikelen 6, 7, 9, 12, 13 en 14.
(Amendement 25)
Artikel 15, lid 5
   5. De lidstaten bevorderen zo nodig de bouw van vernietigings-, recycling- en regeneratie-installaties . De lidstaten bepalen de minimumopleidingseisen waaraan het aldaar werkzame personeel moet voldoen. Uiterlijk 31 december 2001 brengen de lidstaten aan de Commissie verslag uit over de programma's die verband houden met de voornoemde opleidingseisen. De Commissie beoordeelt de door de lidstaten getroffen maatregelen. In het licht van die beoordeling alsmede technische en andere van belang zijnde gegevens stelt de Commissie zo nodig maatregelen voor betreffende de minimumopleidingseisen waaraan moet worden voldaan.
   5. De lidstaten voeren regelingen in om de terugwinning, recycling, regeneratie en vernietiging van gereguleerde stoffen te bevorderen en stellen de gebruikers, koelingtechnici en overige betrokkenen verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde in lid 1 . De lidstaten bepalen de minimumopleidingseisen waaraan het aldaar werkzame personeel moet voldoen. Uiterlijk 31 december 2001 brengen de lidstaten aan de Commissie verslag uit over de programma's die verband houden met de voornoemde opleidingseisen. De Commissie beoordeelt de door de lidstaten getroffen maatregelen. In het licht van die beoordeling alsmede technische en andere van belang zijnde gegevens stelt de Commissie zo nodig maatregelen voor betreffende de minimumopleidingseisen waaraan moet worden voldaan.
(Amendement 26)
Artikel 19, lid 3
   3. De bevoegde instanties van de lidstaten stellen het onderzoek in dat de Commissie op grond van deze verordening nodig acht.
   3. De bevoegde instanties van de lidstaten stellen het onderzoek in dat de Commissie op grond van deze verordening nodig acht. De lidstaten voeren tevens steekproefcontroles uit met betrekking tot de invoer van gereguleerde stoffen en stellen de Commissie in kennis van het programma en de bevindingen van deze controles.
(Amendement 29)
Bijlage VII, derde streepje
   - voor het inert maken van bemande ruimten waarin brandbare vloeistoffen en/of gassen kunnen vrijkomen in de militaire en de petrochemische sector, en op vrachtschepen,
   - voor het inert maken van bemande ruimten waarin brandbare vloeistoffen en/of gassen kunnen vrijkomen in de militaire, de olie-, gas- en de petrochemische sector, en op bestaande vrachtschepen,

(1) PB C 123 van 4.5.1999, blz. 28.
(2) PB C 98 van 9.4.1999, blz. 260.
(3) PB C 286 van 15.9.1998, blz. 6.
(4) PB C 83 van 25.3.1999, blz. 4.

Juridische mededeling - Privacybeleid