Resolutie van het Europees Parlement over de uitvoering die is gegeven aan het advies van het Parlement inzake de etikettering van genetisch gemodificeerd voedsel
Het Europees Parlement,
- gelet op Richtlijn 79/112/EEG
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen bestemd voor de eindverbruiker alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame,
- gelet op Richtlijn 90/220/EEG
inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu,
- gezien zijn advies van 14 mei 1998(1)
over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de verplichte opneming in de etikettering van bepaalde met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen van andere gegevens dan die waarin richtlijn 79/112/EEG
voorziet (COM(1998) 99
- C4-0227/1998
- 1998/0811(CNS)
),
- gelet op Verordening (EG) nr. 1139/98 betreffende de verplichte opneming in de etikettering van bepaald met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen van andere gegevens dan die waarin Richtlijn 79/112/EEG
voorziet,
- gelet op Verordening (EG) nr. 258/97 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten,
- gezien het voorstel voor een verordening van de Commissie (PMC 1899) tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1139/98 van de Raad en het voorstel voor een verordening van de Commissie (PMC 1900) over de etikettering van voedingsmiddelen en voedselingrediënten die genetisch gemodificeerde additieven en smaakstoffen bevatten,
- gelet op het Besluit van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (1999/468/EG),
- gelet op de artikelen 70, lid 3, en 88, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat met betrekking tot de rechtsgrondslag voor de twee voorstellen voor een verordening van de Commissie volgens de Verdragen de medebeslissingsprocedure moet gelden,
B. overwegende dat het effect van genetisch gemodificeerde organismen op het milieu en de gezondheid van de mens nog verre van duidelijk is,
C. overwegende dat de Commissie met betrekking tot de vaststelling van een de minimisdrempel voor de onvoorziene aanwezigheid van door genetische modificatie verkregen DNA of eiwit, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1139/98, heeft voorgesteld dat het maximaal toegestane niveau voor elk ingrediënt of voor voedsel dat slechts één ingrediënt bevat 1% bedraagt, maar dat ze dat cijfer niet heeft verantwoord,
D. overwegende dat de voorgestelde verordening (PMC 1899), waarbij een dergelijke drempel wordt vastgesteld, alleen van toepassing is op producten van twee gespecificeerde soorten van genetisch gemodificeerde soja- en maïsgewassen, hetzij individueel beschouwd, hetzij in combinatie met andere nieuwe voedingsmiddelen of nieuwe voedselingrediënten, maar dat het geen betrekking heeft op andere nieuwe voedingsmiddelen of nieuwe voedingsingrediënten op zich,
E. overwegende dat de in Verordening (EG) nr.1139/98 bepaalde etiketteringcriteria in verband met de aanwezigheid van genetisch gemodificeerd DNA of eiwit nog steeds niet wettelijk van toepassing zijn op alle nieuwe voedingsmiddelen of nieuwe voedselingrediënten,
F. overwegende dat, bij gebrek aan wetgeving inzake genetisch gemodificeerde diervoeding, op een groot deel van het gebruik van de twee gespecificeerde soorten van gewassen geen regels en etiketteringvoorschriften van toepassing zijn,
G. overwegende dat de Commissie van plan is een voorstel in te dienen voor etiketteringvoorschriften voor producten die geen genetisch gemodificeerde organismen bevatten en dat deze voorschriften met de huidige wetgeving in overeenstemming moeten zijn,
H. overwegende dat de consument een samenhangende, consequente en allesomvattende aanpak van genetisch gemodificeerd voedsel eist, opdat hij zijn beslissingen over de aankoop van voedsel met vertrouwen kan nemen,
I. overwegende dat het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek nu in overleg met andere onderzoekscentra zijn werk moet voortzetten op het vlak van de validatie van testmethodes voor de opsporing van een niveau dat lager ligt dan 1%,
J. overwegende dat de voorgestelde verordening ( PMC 1900 ) inzake de vermelding op de etikettering van door genetische modificatie verkregen additieven en smaakstoffen niet voorziet in een specifieke risicoprocedure die gelijkt op die in Richtlijn 90/220/EEG
of in de nieuwe-voedingsmiddelenverordening,
K. overwegende dat de verplichting om aan te tonen dat geen GGO's als uitgangspunt hebben gediend, moet worden aangevuld met data die de naspeurbaarheid van GGO's mogelijk maken; dat dit Commissie en lidstaten zal helpen bij het aanpakken van het probleem van het illegaal op de markt brengen van verboden producten die GGO's bevatten;
1. beschouwt het huidige wetgevingswerk op dit terrein als stuksgewijs, onsamenhangend qua reikwijdte en zonder visie; verzoekt de Commissie daarom haar strategie te heroverwegen en haar voorstellen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op nieuwe diervoeding en etiketteringvoorschriften voor producten die geen genetisch gemodificeerde organismen bevatten, opnieuw in te dienen, op een wijze die enerzijds coherenter is en de consument zekerheid biedt bij zijn keuze en anderzijds de industrie een solide wettelijk kader biedt om mee te werken;
2. verzoekt de Commissie in de verordening een strikt tijdsgebonden herzieningsclausule op te nemen, opdat het maximaal toegestane aandeel van 1% binnen de twaalf maanden kan worden herzien, in het licht van desbetreffende technische en wetenschappelijke adviezen of studies; roept voorts tot zo'n herziening op om de reikwijdte en de werking van alle ermee verband houdende wetgeving inzake genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen en derivaten te onderzoeken en waar nodig te verbeteren, en daarbij rekening te houden met de verenigbaarheid van deze regelgeving met de Europese regelgeving op het terrein van zaden;
3. dringt er bij de Commissie op aan een voorstel in te dienen voor een negatieve lijst van producten en ingrediënten die worden geacht geen DNA en eiwitten uit GGO's meer te bevatten, zoals opgenomen in de ontwerpverordening;
4. verzoekt de Commissie met klem op een zo delicaat en controversieel terrein als de regeling en etikettering van genetisch gemodificeerd voedsel te voorzien in de toepassing van de medebeslissingsprocedure op de invoering van deze maatregelen;
5. verzoekt de Commissie snel voorstellen voor te leggen voor de etikettering van genetisch gemodificeerde organismen in diervoeding en van producten die afkomstig zijn van dieren die gevoed zijn met voedsel dat GGO's bevat;
6. verzoekt de Commissie de definitie van “onvoorziene” in deze verordening te verduidelijken;
7. verzoekt de Commissie te verduidelijken hoe deze verordening van toepassing zal zijn op genetisch gemodificeerde organismen bevattende voorverpakte producten die in de Europese Unie worden geïmporteerd;
8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad.