Resolutie van het Europees Parlement over de bosbranden in Europa
Het Europees Parlement,
- gezien de bosbranden die in de zomer 2000 in Europa hebben gewoed, met name in Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Portugal en op de Balkan,
- gezien de beschikking 1999/847/EG tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor civiele bescherming,
- gezien verordening (EEG) nr. 2158/92 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand (COM(1999) 379
) en zijn desbetreffend standpunt van 6 juli 2000(1)
,
- gezien zijn resoluties van 20 januari 2000(2)
en 14 april 2000(3)
over de gevolgen van de winterstormen van 1999 voor de land- en bosbouw en voor het milieu,
A. overwegende dat vele bosbranden verwoestingen hebben aangericht in grote delen van Zuid-Europa, waarbij meerdere mensen om het leven zijn gekomen, meer dan 100.000 hectare bos en cultuurland, een groot aantal veeteeltbedrijven en andere agrarische bedrijven zijn verwoest en grote vernielingen zijn aangericht, waarbij onder meer ernstige schade is toegebracht aan huizen en infrastructuur,
B. overwegende dat dit rampzalige gevolgen heeft voor de volkshuishouding van de gebieden waar de branden hebben gewoed,
C. overwegende dat het mediterrane bos een belangrijke rol speelt voor de regionale economie, de ruimtelijke ordening, de leefomgeving en het behoud van de biologische diversiteit en dat een veel groter gebied door het vuur is verwoest dan jaarlijks wordt herbebost, wat uiterst ernstige economische, sociale en ecologische gevolgen heeft,
D. overwegende dat het ontbreekt aan een communautair bosbeleid en dat de wijzigingen op verordening 2158/92/EEG
slechts ruimte bieden voor toezicht op de toestand van de bossen,
E. overwegende dat de lidstaten en in het bijzonder de armere niet in staat zijn om natuurrampen van een dergelijke omvang het hoofd te bieden en behoefte hebben aan solidariteit en bijstand,
1. geeft uiting aan zijn medeleven en solidariteit met de familie van de overledenen en de bewoners van de getroffen gebieden en spreekt zijn waardering uit voor het optreden en de inzet van de brandweerlieden en vrijwilligers die zich onvermoeibaar tegen het vuur hebben geweerd, vaak met gevaar voor eigen leven;
2. uit zijn afschuw over het gedrag van mensen die branden aansteken om in aanmerking te komen voor verzekeringspremies en compensatieregelingen en zo het leven van burgers en brandweerlieden in gevaar brengen;
3. verzoekt de Commissie en de nationale en regionale autoriteiten om de desbetreffende wetgeving aan te passen om te zorgen dat landbouwsubsidies niet onbedoeld tot gevolg hebben dat de verwoesting van de bodem wordt gestimuleerd;
4. verzoekt de Commissie en de door bosbranden getroffen lidstaten om de uit de Structuurfondsen gefinancierde regionale ontwikkelingsprogramma's 2000-2006 aan te passen ten einde preventieve, herstel- en herbebossingsmaatregelen te kunnen nemen om de problematiek van de bosbranden aan te kunnen pakken, met name in het Middellandse-Zeegebied en in andere delen van Zuid-Europa;
5. verzoekt de Commissie en de lidstaten om van het communautaire initiatief INTERREG 2000-2006 gebruik te maken om acties op het gebied van ruimtelijke ordening en een duurzaam grondgebruik te ontwikkelen in de door bosbranden getroffen gebieden;
6. spreekt de wens uit dat men bij de herbebossing van het verwoeste areaal oog heeft voor de inheemse boomsoorten en de diversiteit van de ecosystemen en bepleit met klem dat bijzondere aandacht wordt besteed aan herstel van het oude landschap; onderstreept dat een ecologisch natuurbeheer alleen nagestreefd en uitgevoerd kan worden als op een gegeven grondgebied wordt gezocht naar aanpassing tussen de mogelijkheden op het gebied van land- en bosbouw en pastorale veeteelt, en nieuwe activiteiten die ontwikkelingswegen voor deze gebieden openen door alternatieven voor een duurzame ontwikkeling te bieden; wijst erop dat de aanwezigheid van dergelijke vormen van bedrijvigheid in bosgebieden de waakzaamheid verhoogt en aangestoken dan wel natuurlijke branden helpt te voorkomen;
7. verzoekt de Commissie en de lidstaten alle nodige initiatieven en maatregelen te nemen om bosregisters aan te leggen in landen waar deze nog niet bestaan, en aldus een bijdrage te leveren aan de bescherming en ontwikkeling en het ecologisch herstel en productief gebruik van de bossen in deze landen, en verzoekt de lidstaten om grondspeculatie te bestrijden ten einde de getroffen gebieden te beschermen en te herbebossen;
8. pleit ervoor dat een inventaris wordt opgemaakt van vormen van economische bedrijvigheid met een groot ruimtegebruik, dat wordt gezocht naar technieken om deze activiteiten op te waarderen en het brandgevaar te verkleinen en dat geografische databanken worden gevormd om aldus bij te dragen tot een betere inrichting van het landelijk gebied en een hoogwaardiger gebruik van de natuurlijke hulpbronnen;
9. verzoekt de Commissie om een wetgevingsvoorstel in te dienen ten einde de uitwisseling van technische en onderzoeksgegevens te vergroten en tot een betere coördinatie op Europees niveau te komen van de bijzondere politiediensten voor landbouw, milieu en bosbouw;
10. roept de lokale, regionale, nationale en waar nodig Europese instellingen op om gemeenschappelijke voorlichtingscampagnes en milieuopvoedingsprogramma's te lanceren om de bevolking meer bewust te maken van de risico's die verband houden met bosbranden;
11. roept de lokale instanties op om het bosbeheer te verbeteren en de nodige maatregelen op het gebied van ruimtelijke ordening en financiën te nemen om te zorgen dat de vuurbestrijders een uitgebroken brand snel kunnen opsporen en bestrijden;
12. verzoekt de Commissie om een Europees brandpreventiecentrum op te zetten met de oog op de systematische bestudering en invoering van nieuwe technische methoden voor de preventie en bestrijding van bosbranden in het Middellandse-Zeegebied en andere Zuid-Europese landen;
13. verwelkomt de initiatieven die de Commissie en het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek onlangs hebben genomen om risico-indicatoren in de mediterrane lidstaten te ontwikkelen, op grond waarvan brandbestrijders kunnen vaststellen of wellicht spoedingrepen nodig zijn, en spreekt de wens uit dat op dit terrein verdere initiatieven worden genomen;
14. verzoekt de Commissie om meer middelen beschikbaar te maken voor de bescherming van de burgerbevolking op EU-niveau;
15. verzoekt de Commissie zich in te zetten voor de totstandkoming van speciale EU-instrumenten voor de coördinatie van en actieve participatie in de preventie en bestrijding van industriële en natuurrampen;
16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen van de lidstaten en de lokale overheden in de getroffen gebieden.