Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2001/2505(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B5-0040/2001

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P5_TA(2001)0030

Aangenomen teksten
Donderdag 18 januari 2001 - Straatsburg
VN-Commissie voor de rechten van de mens in Genève
P5_TA(2001)0030RC-B5-0040/2001

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten en aanbevelingen van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten met het oog op de komende bijeenkomst van de VN-Commissie voor de rechten van de mens in Genève

Het Europees Parlement,

-  gelet op het EU-Verdrag en de daarin vervatte bepalingen inzake de mensenrechten,

-  gezien de verordeningen (EG) nrs. 975/1999 en 976/1999 van de Raad van 29 april 1999 inzake de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat, alsmede van de doelstelling van eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden krachtens de artikelen 179 en 308 van het EG-Verdrag, die de rechtsgrondslag vormen voor alle democratiserings- en mensenrechtenactiviteiten van de EU onder hoofdstuk B7-70 van de begroting,

-  gezien de 57ste bijeenkomst van de VN-Commissie voor de rechten van de mens, die van 19 maart tot 27 april 2001 in Genève wordt gehouden,

-  onder verwijzing naar zijn resoluties van 27 maart 1996(1) , van 20 februari 1997(2) , van 23 oktober 1997(3) , van 19 februari 1998(4) , van 11 maart 1999(5) en van 16 maart 2000(6) over de VN-Commissie voor de rechten van de mens,

A.  overwegende dat de eerbiediging en de bescherming van de mensenrechten een belangrijke prioriteit van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en een van de grondbeginselen van de Unie zijn,

B.  overwegende dat de Europese Unie naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een verklaring heeft goedgekeurd, waarin staat dat het EU-beleid op het gebied van de mensenrechten voortgezet en zo nodig versterkt en verbeterd moet worden,

C.  overwegende dat de vijftien lidstaten van de Europese Unie met de ratificatie van de vier verdragen van Genève en de aanvullende protocollen van 1977 de verplichting zijn aangegaan om het internationale humanitaire recht na te leven en te doen naleven,

D.  overwegende dat het ernaar streeft duidelijk zijn stempel te drukken op de strategie en prioriteiten van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten, zowel ten aanzien van specifieke onderwerpen als ten aanzien van bepaalde regio's en landen,

E.  overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de VN blijk heeft gegeven van een onpartijdige en voortdurende inzet voor de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten van alle individuen en groeperingen in de wereld,

F.  overwegende dat de VN-Commissie voor de rechten van de mens het forum bij uitstek is om in het kader van de Verenigde Naties over de mensenrechten van gedachten te wisselen, en dat schendingen van de mensenrechten in bepaalde landen een legitieme bekommernis zijn van dit orgaan,

G.  overwegende dat een negatieve situatie op het gebied van de mensenrechten veelal het gevolg is van en/of nog toegespitst wordt door gebrek aan democratie en ondoelmatige en door corruptie gekenmerkte bestuursstructuren,

H.  overwegende dat in een fors aantal landen de kloof tussen de ondertekende en geratificeerde mensenrechtenovereenkomsten en de behandeling die de burgers ondergaan steeds groter wordt,

I.  verheugd over het feit dat steeds meer volkeren in de gehele wereld vrijheid en democratie verlangen, maar betreurend dat in vele landen nog altijd sprake is van ernstige schendingen van de mensenrechten,

J.  overwegende dat een permanente en constructieve dialoog met de vertegenwoordigers van de burgermaatschappij, NGO's en basisorganisaties, met name mensenrechtenorganisaties, van essentieel belang is voor een doeltreffende actie ter bevordering en bescherming van de mensenrechten in de hele wereld,

1.  bevestigt opnieuw dat eerbiediging, bevordering en bescherming van de mensenrechten de ethische verworvenheden van de Europese Unie vormen en een van de hoekstenen van de Europese samenwerking zijn;

2.  is verheugd dat steeds meer landen overgaan tot ondertekening en ratificatie van mensenrechtenverdragen, maar wijst op de in sommige landen steeds groter wordende kloof tussen de rechtstoestand en de dagelijkse praktijk; onderstreept de noodzaak van een stipte toepassing van internationale overeenkomsten en van een doeltreffend inspectie- en controlesysteem;

3.  verzoekt de Raad en de lidstaten te ijveren voor de algemene ratificatie van de belangrijkste internationale instrumenten op het gebied van de mensenrechten, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Verdrag inzake de rechten van het kind, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en het Verdrag ter voorkoming van foltering, en roept alle regeringen op om deze verdragen spoedig en zonder voorbehoud te ratificeren en toe te passen;

4.  verzoekt de lidstaten een oproep te doen aan alle VN-lidstaten om het Verdrag tot oprichting van het Internationaal Strafgerechtshof te ondertekenen en te ratificeren;

5.  verzoekt de Raad en de lidstaten hun inzet voor de afschaffing van de doodstraf te bevestigen en verwelkomt de diplomatieke inspanningen van de EU en haar lidstaten om te komen tot een algemeen moratorium op en de definitieve afschaffing van de doodstraf; verzoekt de Europese Unie opnieuw stappen te ondernemen bij de Verenigde Naties opdat de Algemene Vergadering zich uitspreekt voor een algemeen moratorium en afschaffing van de doodstraf;

6.  wenst dat onverwijld maatregelen worden genomen om homoseksuelen te beschermen tegen de vernederende en onmenselijke behandeling waarvan zij in bepaalde delen van de wereld nog steeds het slachtoffer zijn;

7.  doet een beroep op de EU om vastberaden te blijven optreden tegen alle vormen van mensenhandel, met name de handel in vrouwen en het misbruik van kinderen en minderjarigen; dringt er bij de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens op aan een speciale workshop te organiseren om geweld tegen kinderen te onderzoeken;

8.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens zich ten volle in te zetten voor de aanneming van een resolutie ter ondersteuning van het Protocol inzake het inzetten van kinderen bij gewapende conflicten, waarin alle betrokken staten met klem wordt verzocht een einde te maken aan de werving en/of inzet van personen jonger dan 18 jaar bij gewapende conflicten;

9.  is verheugd over de inwerkingtreding van de 182ste IAO-Overeenkomst inzake kinderarbeid en verzoekt de Raad er bij alle landen op aan te dringen deze overeenkomst zo spoedig mogelijk te ratificeren;

10.  verzoekt de EU zich ten volle in te zetten voor dringende maatregelen in ingewikkelde aangelegenheden zoals de bescherming van vluchtelingen en asielzoekers, in overeenstemming met het 4de Verdrag van Genève;

11.  verzoekt de EU om de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens en de andere internationale organisaties en NGO's te steunen in de strijd tegen de repressie van onafhankelijke media, journalisten en schrijvers, om alle staten met klem te verzoeken een eind te maken aan censuur, om het recht op toegang tot officiële informatie te beschermen en de beperkingen van de toegang tot de moderne informatietechnologie op te heffen;

12.  stelt zijn Voorzitter voor de nodige maatregelen te nemen om een delegatie van het Europees Parlement te laten deelnemen aan de 57ste vergadering van de VN-Commissie voor de rechten van de mens;

13.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens zich ten volle in te zetten voor de opstelling van een internationaal verdrag voor de bescherming van eenieder tegen "gedwongen verdwijning”;

14.  spreekt zijn veroordeling uit over de aanhoudende en ernstige schending van de mensenrechten in Tibet en over de voortdurende discriminatie, op grond van ras, etnische afstamming of religieuze, culturele of politieke denkbeelden, van het Tibetaanse volk door de autoriteiten van de Volksrepubliek China;

15.  verzoekt de Raad de in de VN-Commissie voor de rechten van de mens vertegenwoordigde landen ervan te weerhouden voor een resolutie te stemmen waarin van maatregelen tegen China wordt afgezien, en zijn bezorgdheid over de wijdverspreide mensenrechtenschendingen in China tot uitdrukking te brengen;

16.  dringt er bij de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens op aan de stelselmatige discriminatie en voortdurende onderdrukking, met name van vrouwen, door het Taliban-regime in Afghanistan te veroordelen;

17.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens de aanneming van een resolutie te steunen waarin bezorgdheid wordt geuit over de ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten in Saudi-Arabië;

18.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens de aanneming van een resolutie te steunen waarin foltering en mishandeling van politieke gevangenen en etnische minderheden in Myanmar wordt veroordeeld en er bij de regering in Rangoon op aan te dringen alle politieke gevangenen onvoorwaardelijk vrij te laten en Aung San Suu Kyi bewegingsvrijheid toe te staan;

19.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens de aanneming van een resolutie over Indonesië te steunen, waarin er bij de Indonesische autoriteiten op wordt aangedrongen zich in te zetten voor duurzame vrede in Timor, Atjeh, de Molukken en Irian Jaya/Papoea, de mensenrechten in deze regio's te herstellen en ervoor te zorgen dat alle partijen die zich aan mensenrechtenschendingen schuldig hebben gemaakt, worden gestraft;

20.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens een grondig onderzoek te steunen naar stelselmatige en grove schendingen van de mensenrechten in Soedan, de Democratische Republiek Congo en Sierra Leone, met name wat betreft oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;

21.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens de aanneming van een resolutie over de toenemende schendingen van de mensenrechten en de zich verdiepende humanitaire crisis in Colombia te steunen;

22.  verzoekt de Raad en de VN-Commissie voor de rechten van de mens de aanneming van een resolutie te steunen waarin bezorgdheid tot uitdrukking wordt gebracht over de schending van de beginselen van het humanitaire recht door Rusland bij zijn militaire campagne in Tsjetsjenië;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en de kandidaat-lidstaten, de VN-Commissie voor de rechten van de mens en de regeringen van de in de resolutie genoemde landen.

(1) PB C 117 van 22.4.1996, blz. 13.
(2) PB C 85 van 17.3.1997, blz. 143.
(3) PB C 339 van 10.11.1997, blz. 154.
(4) PB C 80 van 16.3.1998, blz. 237.
(5) PB C 175 van 21.6.1999, blz. 254.
(6) PB C 377 van 29.12.2000, blz. 335.

Juridische mededeling - Privacybeleid