Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2001/2063(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A5-0241/2001

Ingediende teksten :

A5-0241/2001

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P5_TA(2001)0391

Aangenomen teksten
Donderdag 5 juli 2001 - Straatsburg
Begroting 2002: overlegprocedure
P5_TA(2001)0391A5-0241/2001

Resolutie van het Europees Parlement over de begroting 2002 met het oog op de overlegprocedure vóór de eerste lezing door de Raad (2001/2063(BUD))

Het Europees Parlement,

-  gelet op artikel 272 van het EG-Verdrag, artikel 177 van het Euratom-Verdrag en artikel 78 van het EGKS-Verdrag,

-  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure(1) , en met name bijlage III,

-  gezien het voorontwerp van begroting van de Commissie voor 2002 (C5-0300/2001 ),

-  gelet op zijn resolutie van 3 april 2001 over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2002 - Afdeling III - Commissie(2) ,

-  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de adviezen van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie visserij, de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A5-0241/2001 ),

A.  overwegende dat de Commissie een voorontwerp van de begroting 2002 heeft ingediend dat voorziet in een stijging van de vastleggingskredieten van 3,49% ten opzichte van de begroting 2001,

B.  overwegende dat de stijging van de totale betalingskredieten ten opzichte van de begroting 2001 4,8% bedraagt, wat echter neerkomt op slechts 1,06% van het totale BNP van de lidstaten, hetgeen een historisch laagterecord vormt; overwegende dat het maximum in de financiële vooruitzichten voor 2002 1,14% van het EU-BNP bedraagt;

C.  overwegende dat het overleg vóór de eerste lezing door de Raad er met name op gericht is de behoeften te evalueren en overeenstemming te bereiken over het passende niveau van de uitgaven voor de landbouw, de internationale visserijovereenkomsten en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het defensiebeleid; overwegende dat het overleg vóór de eerste lezing ook de gelegenheid biedt om overeenstemming te bereiken over andere uitgaven;

D.  overwegende dat het Parlement in zijn richtsnoeren de volgende prioriteiten heeft gesteld voor de begroting van 2002: voedselveiligheid, vertrouwen van de consument en duurzame landbouw; verbetering van de resultaten en het stellen van prioriteiten in het externe beleid; verbeterde tenuitvoerlegging van de begroting en de hervorming van de Commissie; overwegende dat in de richtsnoeren verder onder meer de volgende initiatieven werden aangekondigd: aanmoediging van "e-learning”, verdere maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en de sociale integratie, en de ontwikkeling van een asiel- en migratiebeleid;

Financieel kader

1.  is van mening dat er een aanzienlijke marge bestaat onder het globale maximum van de betalingskredieten in 2002; benadrukt dat deze marge moet worden gebruikt om het communautaire beleid beter ten uitvoer te leggen, met name in rubriek 3 en 4, en om het aanhoudende grote volume van vastleggingskredieten in de verschillende sectoren betaalbaar te stellen; is van mening dat de betalingen die beschikbaar gesteld moeten worden voor de reserve voor landbouwuitgaven geen afbreuk mogen doen aan de beoordeling van de behoeften aan betalingen in rubriek 3 en 4; stelt dat deze marge een eenmalige gelegenheid is, gezien de waarschijnlijke ontwikkeling van de maxima van de betalingskredieten in komende jaren;

Landbouw

2.  is van mening dat het voorstel van de Commissie om een reserve te creëren voor landbouwuitgaven, bestemd voor maatregelen op het gebied van BSE en MKZ, ten dele tegemoet komt aan de bezorgdheid die het Parlement hierover in het verleden bij verschillende gelegenheden heeft geuit; vraagt zich af om welke redenen de Commissie in dit stadium zo'n ruime reserve voorstelt, terwijl zij toch de mogelijkheid heeft het VOB later in de procedure met een Nota van wijzigingen aan te passen; waarschuwt voor het creëren van excessieve reserves wanneer het uiterst onzeker is of de kredieten nodig zijn of welke maatregelen ermee gedekt moeten worden; verwacht dat de Commissie in de Nota van wijzigingen de behoefte aan deze reserve gedetailleerd onderbouwt met de meest recente ramingen van de landbouwuitgaven, en wel vóór de eerste lezing door het Parlement;

3.  neemt er nota van dat de Commissie bereid is om een studie op te stellen waarin de verschillende maatregelen die genomen zijn in het kader van de hervormingen van 1999 worden geanalyseerd, alsmede de impact van de huidige crisismaatregelen op Agenda 2000; verwacht dat deze studie, wanneer de Nota van wijzigingen wordt ingediend, de begrotingsautoriteit een duidelijker en nauwkeuriger beeld verschaft van de toekomstige ontwikkeling van de hervorming voor zij haar definitieve besluiten over de landbouwbegroting 2002 neemt;

4.  is teleurgesteld dat de Commissie er volstrekt niet in is geslaagd de kredieten voor voedselveiligheid, vertrouwen van de consument en duurzame landbouw die de begrotingautoriteit de afgelopen jaren in de begroting heeft opgenomen te implementeren; dringt er bij de Commissie op aan gebruik te maken van de gelegenheden die de begrotingsautoriteit op dit gebied biedt, met het oog op de toekomstige oriëntatie van het GLB;

5.  herhaalt nadrukkelijk zijn standpunt volgens welk de landbouwuitgaven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2040/2000 betreffende de begrotingsdiscipline binnen de in de financiële vooruitzichten vastgelegde grenzen moeten blijven; merkt op dat in de titels B1-1 t/m B1-3 volgens de begrotingsramingen van de Commissie een extra marge van 365 mln. euro maxima resteert; pleit ervoor om het in de toekomst mogelijk te maken niet benodigde kredieten van de verplichte uitgaven over te hevelen naar de niet-verplichte GLB-uitgaven, om recht te doen aan het toenemende belang van Titel B1-4 (plattelandsontwikkeling) voor de beleidsvorming en financiering;

6.  verzoekt de Commissie een verslag op te stellen over de toepassing en eventuele schending van de regelgeving op het gebied van het vervoer van dieren in de Gemeenschap; stelt voor dat dit verslag voor 15 september 2001 beschikbaar is zodat er rekening mee gehouden kan worden voor de eerste lezing door het Parlement;

Visserij

7.  herinnert aan de conclusies van de Visserijraad op 25 april 2001 dat het niet mogelijk was een visserijovereenkomst te sluiten met Marokko; verzoekt de Commissie derhalve een specifiek actieprogramma voor te stellen voor de herstructurering van de communautaire vloot die in het kader van de vorige overeenkomst met Marokko heeft gevist, in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van Nice;

8.  neemt nota van het feit dat er in het VOB nog steeds € 125 miljoen is opgenomen voor begrotingslijn B7-8000 zonder nadere specificatie van het doel van deze kredieten; is van mening dat overeenstemming moet worden bereikt over het bedrag dat feitelijk in de reserve nodig is voor internationale visserijovereenkomsten waarover onderhandeld wordt; verwacht dat de bedragen die beschikbaar blijven in rubriek 4 worden aangewend voor de financiering van de beleidsprioriteiten van het Parlement;

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

9.  merkt op dat de Commissie in het VOB de toewijzing voor het GBVB op het zelfde niveau handhaaft als in de afgelopen jaren; betwijfelt of deze toewijzing werkelijk gerechtvaardigd is gezien het aantal activiteiten dat aanvankelijk gefinancierd werd in het kader van het GBVB en dat nu een eigen, afzonderlijke rechtsgrondslag heeft en gezien het bestedingspercentage in de afgelopen drie jaar; is van mening dat de opneming van de huishoudelijke uitgaven van de Speciale Vertegenwoordigers in de begroting van de Raad zou moeten leiden tot een besparing van de middelen in de begroting van de Commissie;

10.  neemt nota van de voorgestelde wijzigingen in de nomenclatuur van de Commissie; dringt erop aan, alvorens definitieve besluiten te nemen over deze nomenclatuur en over de globale financiële toewijzing voor 2002, in de toelichting bij de begroting beter te specificeren welk gebruik van deze kredieten zal worden gemaakt, met name door te verwijzen naar de rechtsgrondslag van de acties;

11.  steunt de pogingen van de Commissie om te zorgen voor een betere planning en evaluatie van de GBVB-acties; dringt er bij de Raad en de Commissie op aan toe te werken naar een meerjarenprogramma voor de acties;

12.  dringt aan op de verdere ontwikkeling van acties voor de beperking en vernietiging van massavernietigingswapens, als onderdeel van de ontwikkeling van het GBVB;

Huishoudelijke uitgaven

13.  is van mening dat zijn standpunt ten aanzien van verdere middelen voor de Commissie en de overige instellingen afhankelijk zal worden gesteld van de algehele situatie in rubriek 5 en van de vooruitgang die geboekt wordt bij de hervormingen; wijst erop dat huidige ramingen die door de overige instellingen zijn ingediend samen met de voorstellen van de Commissie voor haar eigen begroting nu al het maximum van rubriek 5 overstijgen en dat de stijging waarom de Raad voor zijn begroting verzocht één van de sterkste is, nl 9,10% ten opzichte van 2001;

14.  dringt erop aan dat de kosten van het nieuwe Europese veiligheids- en defensiebeleid op transparante wijze in een afzonderlijke titel van Afdeling II van de begroting worden gepresenteerd, overeenkomstig de toezeggingen van de Raad ter gelegenheid van de GAB2/2001; is van mening dat het absoluut noodzakelijk is dat de Raad ook een afzonderlijke personeelsformatie indient met betrekking tot zijn GBVB-acties; wijst erop dat vergelijkbare problemen gerezen zijn met betrekking tot Eurojust, de EG-functionaris voor de gegevensbescherming en de gegevensbeschermingsorganen van Schengen en Europol;

15.  acht het thans dringend gewenst dat de Raad samen met het Parlement, als de twee takken van de begrotingsautoriteit, en de Commissie een studie verrichten zowel naar de behoeften in de begroting 2002 als op de lange termijn van het EVDB, de uitbreiding, de overige expanderende begrotingsterreinen en de implicaties voor rubriek 5; stelt dat het voor de Raad tijd geworden is om binnen rubriek 5 een totaal bedrag te noemen waar hij zich aan zal houden;

Verbeterde uitvoering en hervorming van de Commissie

16.  is verheugd over de richtsnoeren voor de begroting van de Raad van 12 maart 2001, waarin de bezorgdheid van het Parlement wordt gedeeld om de uitvoering en de evaluatie te verbeteren; verheugt zich erop om samen met de Raad de in hun gezamenlijke verklaring van december 2000 gekozen benadering nader uit te werken op basis van het voortgangsverslag dat door de Commissie is ingediend;

17.  bevestigt zijn brede steun voor het hervormingsproces; zal de doelmatigheid van de hervormingen nauwgezet bestuderen, alsmede het voortgangsverslag, de voorgestelde toewijzing van de aangevraagde posten en de impact van de vervroegde uittreding, als noodzakelijke basis voor verdere besluitvorming;

18.  wil bij de evaluatie van de behoeften voor de verschillende programma's blijven letten op de mate van uitvoering; is met name van plan doelstellingen vast te stellen voor de uitvoering van de begroting en criteria voor de evaluatie van nog af te wikkelen vastleggingen met het oog op de verwachte uitvoering; verheugt zich erop de overige onderwerpen van de gezamenlijke verklaring nader uit te werken, met name met betrekking tot de rol van de comitologie bij de uitvoering en de afstemming van het wetgevingsprogramma op de begrotingsprocedure;

Uitvoering van de initiatieven van het Parlement

19.  is van mening dat de uitvoering van de begroting zoals deze is vastgesteld door de begrotingsautoriteit niet alleen een kwestie is van loyale samenwerking tussen de instellingen en de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag, maar ook een kwestie van vertrouwen van het Parlement in de Commissie; zou het betreuren als het mislukken van de uitvoering van de begrotingsbesluiten zou leiden tot een heroverweging van de relevante bepalingen van het IIA of tot vragen tijdens de kwijtingsprocedure;

20.  verklaart zich bereid om met de Commissie en de Raad te discussiëren over de proefprojecten en voorbereidende maatregelen die het voornemens is op te nemen in de begroting;

E-learning, werkgelegenheid en sociale integratie

21.  benadrukt het belang van "e-learning” om de werkgelegenheid te bevorderen en de concurrentiepositie van de Europese economie te verbeteren; neemt nota van de verklaringen van de Europese Raad hierover en de twee mededelingen van de Commissie; verwacht dat dit initiatief zal leiden tot een concreet voorstel van de Commissie voor passende maatregelen op EU-niveau; herhaalt zijn voornemen, zoals is aangegeven in de richtsnoeren, om passende begrotingsmiddelen voor dit initiatief beschikbaar te stellen;

22.  dringt er bij de Commissie en de Raad op aan de maatregelen die afgelopen jaar zijn getroffen ten behoeve van werkgelegenheid, nieuwe technologieën en MKB te versterken en hun implementatie te verbeteren;

Externe maatregelen

23.  uit zijn bezorgdheid over de verlaging van de vastleggingskredieten in rubriek 4, ten aanzien van de traditionele prioriteiten van het EP;

Asiel- en migratiebeleid

24.  bevestigt zijn voornemen om, zoals is aangegeven in de richtsnoeren, passende initiatieven te ontplooien voor een asiel- en migratiebeleid; neemt nota van de behoeften die de Commissie heeft geïnventariseerd, o.a. overnamebeleid, bestrijding van mensenhandel, samenwerking op het gebied van controle aan de buitengrenzen, gezamenlijke maatregelen in verband met illegale immigratie en maatregelen tegen de sociale uitsluiting van migranten; neemt nota van het voorstel van de Commissie inzake gezinshereniging;

o
o   o

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 172, 18.6.1999, blz. 1.
(2) Punt 9 van de aangenomen teksten.

Juridische mededeling - Privacybeleid