Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2000/2109(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A5-0246/2003

Ingediende teksten :

A5-0246/2003

Debatten :

PV 30/06/2003 - 13

Stemmingen :

PV 01/07/2003 - 15

Aangenomen teksten :

P5_TA(2003)0307

Aangenomen teksten
PDF 21kWORD 28k
Dinsdag 1 juli 2003 - Straatsburg
Verzoek om opheffing van de immuniteit van de heer Cohn-Bendit
P5_TA(2003)0307A5-0246/2003

Besluit van het Europees Parlement over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Daniel Marc Cohn-Bendit (2000/2109(IMM))

Het Europees Parlement,

−   gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Daniel Cohn-Bendit van 23 maart 2000, dat op 23 maart 2000 door de bevoegde Duitse autoriteiten werd toegezonden en van de ontvangst waarvan op van de op 14 april 2000 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,

−   gelet op artikel 10 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965 alsmede op artikel 4, lid 2 van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

−   gezien de aanvullende informatie die de bevoegde autoriteiten op 18 juli 2002 en 27 januari 2003 hebben doen toekomen, naar aanleiding van de verzoeken daartoe van de bevoegde commissie van 29 juni 2000 en 3 december 2002,

−   gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 12 mei 1964 en 10 juli 1986(1),

−   gelet op artikel 46 van de grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland,

−   gelet op de artikelen 6 en 6 bis van zijn Reglement,

−   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en interne markt (A5&nbhy;0246/2003),

1.   besluit de immuniteit van Daniel Cohn-Bendit niet op te heffen;

2.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn commissie onverwijld te doen toekomen aan de officier van justitie bij het Landgericht Frankfurt am Main.

(1) Zie jurisprudentie van het Hof 1964, blz. 407, zaak 101/63 (Wagner/Fohrmann en Krier) en jurisprudentie 1986, blz. 2403, zaak 149/85 (Wybot/Faure).

Juridische mededeling - Privacybeleid