Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2002/2198(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A5-0214/2003

Ingediende teksten :

A5-0214/2003

Debatten :

PV 03/07/2003 - 6

Stemmingen :

PV 03/07/2003 - 11

Aangenomen teksten :

P5_TA(2003)0323

Aangenomen teksten
PDF 68kWORD 52k
Donderdag 3 juli 2003 - Straatsburg
Gender budgeting
P5_TA(2003)0323A5-0214/2003

Ontwerpresolutie van het Europees Parlement over gender budgeting - het opstellen van overheidsbegrotingen vanuit een genderperspectief (2002/2198(INI))

Het Europees Parlement,

-   gelet op het EG-Verdrag, met name artikel 2, artikel 3, lid 2, artikel 13 en artikel 141, lid 4,

-   gelet op artikel 23, lid 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie(1),

-   gezien het VN-Verdrag van 18 december 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW)(2),

-   gezien de Verklaring van Wenen en het Actieprogramma, als aangenomen door de wereldconferentie over mensenrechten op 25 juni 1993(3),

-   gezien de internationale VN-conferentie over bevolking en ontwikkeling in Caïro in 1994,

-   gezien het Actieplan over gender en ontwikkeling voor het Gemenebest uit 1995 en de geactualiseerde versie voor 2000-2005(4),

-   gezien het Actieplatform dat op de vierde wereldconferentie over vrouwen op 15 september 1995 in Beijing werd aangenomen(5),

-   onder verwijzing naar zijn resolutie van 18 mei 2000 over de follow-up van het Actieplatform van Beijing(6),

-   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's van 7 juni 2000: Naar een communautaire raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005) (COM(2000) 335) en onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 juli 2001 over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: Raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen: Werkprogramma voor 2001(7),

-   onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 april 2003 met opmerkingen bij het besluit waarbij de Commissie kwijting wordt verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2001, in het bijzonder de paragrafen 1 en 5(8),

-   onder verwijzing naar de hoorzitting over gender budgeting in het Europees Parlement, die de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen op 23 januari 2003 in Brussel heeft gehouden,

-   gelet op artikel 163 van zijn Reglement,

-   gezien het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen (A5&nbhy;0214/2003),

A.   overwegende dat de gelijkheid van mannen en vrouwen overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag een fundamenteel beginsel van het Gemeenschapsrecht is en dus deel van het communautair acquis, en overwegende dat gelijkheid van mannen en vrouwen is neergelegd in artikel 23 van het Handvest van de grondrechten,

B.   overwegende dat in artikel 3, lid 2 van het Verdrag wordt gesteld dat de Gemeenschap ernaar streeft bij elk EU-optreden de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en ongelijkheden op te heffen,

C.   overwegende dat de Verklaring van Wenen over de mensenrechten ondubbelzinnig de verplichting oplegt op nationaal, regionaal en internationaal niveau de volledige en gelijkwaardige deelname van vrouwen in het politieke, burgerlijke, economische, sociale en culturele leven te bevorderen en de uitbanning van alle vormen van discriminatie op basis van geslacht tot een prioriteit van de internationale gemeenschap verklaart (artikel 18),

D.   overwegende dat het Actieplatform van Beijing de horizontale integratie van genderaspecten steunde als een doeltreffende strategie om gelijkheid te bevorderen en verklaarde dat regeringen en andere maatschappelijke actoren actief en zichtbaar moeten streven naar horizontale integratie van genderaspecten op alle beleidsterreinen en in alle programma's, zodat voorafgaande aan de besluitvorming een analyse wordt gemaakt van de gevolgen ervan voor mannen én vrouwen,

E.   overwegende dat horizontale integratie van genderaspecten betekent dat op alle beleidsterreinen en bij alle activiteiten van de Gemeenschap aandacht moet worden besteed aan gelijke kansen voor mannen en vrouwen, en dat deze integratie in die zin ten uitvoer is gelegd in achtereenvolgende werkzaamheden van de Commissie, zoals de Europese werkgelegenheidsstrategie, de Europese strategie voor sociale integratie, het onderzoeksbeleid, de Europese structuurfondsen, het beleid voor samenwerking en ontwikkeling en de externe betrekkingen,

F.   overwegende dat de Commissie sinds 1996 een beleid van horizontale integratie van genderaspecten en integratie van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in alle activiteiten en beleidsterreinen van de Gemeenschap voert,

G.   overwegende dat gender budgeting kan worden gedefinieerd als de toepassing van horizontale integratie van genderaspecten in de begrotingsprocedure, en als zodanig de effectbeoordeling van het overheidsbeleid inzake mannen en vrouwen accentueert, het genderperspectief in alle fasen van de begrotingsprocedure integreert en de inkomsten en uitgaven beoogt te herstructureren met het oog op grotere gelijkheid van mannen en vrouwen,

H.   overwegende dat de Commissie haar engagement heeft laten blijken door binnen het kader van haar Raadgevend Comité voor gelijke kansen een werkgroep op te zetten, die onderzoek zal doen in de lidstaten en de tenuitvoerlegging van gender budgeting in de EU-begroting en de nationale begrotingen zal bevorderen,

I.   overwegende dat de Commissie haar engagement tot uitdrukking heeft gebracht in de verklaring van commissaris Schreyer tijdens de openbare hoorzitting over gender budgeting in de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen,

J.   overwegende dat ook de Raad van Europa een werkgroep van deskundigen over gender budgeting heeft opgericht, die een voorlopig achtergronddocument heeft opgesteld,

K.   overwegende dat het Belgische voorzitterschap van de Raad in oktober 2001 samen met de OESO, de UNIFEM, het Gemenebest en de Noordse Raad van ministers een seminar over dit thema heeft gehouden,

L.   overwegende dat in een aantal lidstaten op nationaal en regionaal niveau al initiatieven op het gebied van gender budgeting zijn genomen (bijvoorbeeld in Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje), of op lokaal niveau (zoals in enkele gemeenten in Italië); dat deze initiatieven in andere delen van de wereld al een lange staat van dienst hebben (bijvoorbeeld in Australië, Canada en Zuid-Afrika) en dat in een aantal landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika in specifieke sectoren met gender budgeting wordt geëxperimenteerd,

Definitie, doelstellingen en toepassingsgebied van gender budgeting

1.   onderschrijft de definitie van gender budgeting die is voorgesteld door het informele netwerk over gender budgeting dat de Raad van Europa heeft opgezet, namelijk de toepassing van horizontale integratie van genderaspecten in de begrotingsprocedure; dit betekent dat begrotingen vanuit het oogpunt van gender moeten worden geëvalueerd, waarbij het genderperspectief op alle niveaus van de begrotingsprocedure wordt geïntegreerd en inkomsten en uitgaven worden geherstructureerd om gelijke kansen te bevorderen;

2.   onderstreept dat het niet de bedoeling van gender budgeting is om aparte begrotingen voor mannen en vrouwen op te stellen, dan wel om greep te krijgen op de overheidsbegrotingen, omdat deze niet genderneutraal zijn en zij een verschillende impact hebben op mannen en vrouwen, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenzijde; zo bezien, impliceert gender budgeting dat inkomsten en uitgaven in het kader van programma's en acties en het begrotingsbeleid moeten worden geëvalueerd en geherstructureerd om ervoor te zorgen dat de prioriteiten en behoeften van vrouwen op dezelfde voet als die van mannen in aanmerking worden genomen, met als uiteindelijk doel gelijkheid van mannen en vrouwen;

3.   benadrukt dat overheden door begrotingsbeleid vast te stellen en uit te voeren specifieke politieke beslissingen nemen die de samenleving en de economie raken; overheidsbegrotingen zijn niet alleen maar financiële en economische instrumenten, ze zijn het basiskader waarbinnen het model van sociaal-economische ontwikkeling wordt gevormd, criteria voor inkomensherverdeling worden vastgesteld en politieke prioriteiten worden gesteld;

4.   herinnert eraan dat gender budgeting-strategieën in een bredere macro-economische context ten uitvoer moeten worden gelegd, die de ontwikkeling van mensen en menselijk kapitaal versterkt; volgens de beginselen en doelstellingen die tijdens de Europese Raad van Lissabon in 2000 zijn vastgelegd, moeten sociale ontwikkeling en zelfontplooiing worden bevorderd als langetermijninvesteringen in het kader van het Europese beleid voor werkgelegenheid en economische groei, teneinde een concurrerende Europese kenniseconomie te creëren;

5.   onderstreept dat een succesvolle invoering van gender budgeting politiek engagement voor gelijkheid van mannen en vrouwen vereist; dat betekent dat alle instellingen die zich met beleidsvorming bezighouden, politieke en institutionele vertegenwoordiging van vrouwen op alle niveaus moeten bevorderen, een ruimere inbreng van vrouwen in alle besluitvormingsprocedures moeten steunen, zowel in de publieke als in de particuliere sector en het bewustzijn en de betrokkenheid van het publiek bij gelijke kansen en de ontwikkeling van menselijk potentieel moeten ontwikkelen;

6.   benadrukt dat macro-economisch beleid kan bijdragen tot het verkleinen of vergroten van de kloof tussen de geslachten in termen van economische middelen en macht, onderwijs, beroepsopleiding en gezondheid; door gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en beleid in het kader van gender budgeting uit te voeren, verwezenlijken overheidsbegrotingen tevens belangrijke beleidsdoelstellingen, zoals:

   - gelijkheid: een billijk en evenwichtig begrotingsbeleid gericht op het terugdringen van ongelijkheden en het bevorderen van gelijke kansen volgens de verschillende rollen van mannen en vrouwen in economie en samenleving,
   - efficiëntie: een efficiënter gebruik van middelen, doeltreffender overheidsdiensten van hogere kwaliteit met oog voor de uiteenlopende behoeften van mannen en vrouwen,
   - transparantie: een beter inzicht in overheidsinkomsten en -uitgaven door de burgers en dus grotere transparantie en betere verantwoording door nationale en plaatselijke overheden;

Instrumenten en methoden voor gender budgeting

7.   pleit nogmaals voor grotere efficiëntie bij overheidsuitgaven, zowel op het niveau van de EU als van de lidstaten, en voor een betere werking van de interne markt; wijst nogmaals op de noodzaak om de werkgelegenheid te bevorderen, als bedongen tijdens de Europese Raad van Lissabon, om het genderaspect in alle beleidsmaatregelen meer aandacht te schenken en om de deelname van vrouwen aan de besluitvorming te vergroten; in dit opzicht kan gender budgeting het instrument zijn om deze doelstellingen beter te bereiken en tegelijkertijd de financiële baten en lasten voor de burgers evenwichtiger te verdelen;

8.   preciseert dat het opstellen van een overheidsbegroting vanuit een genderperspectief het volgende betekent:

   - vaststellen hoe de verschillende burgers profijt hebben van overheidsuitgaven en bijdragen aan overheidsinkomsten; de nadruk leggen op het verschil tussen mannen en vrouwen door kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en maatstaven te gebruiken,
   - de uiteenlopende gevolgen van het begrotingsbeleid en van de herverdeling van middelen voor mannen en vrouwen (in termen van geld, diensten, tijd, sociale activiteiten en gezinszorg/sociale reproductie) evalueren,
   - de genderimpact van publieke interventies in alle sectoren analyseren en stap voor stap gender budgeting invoeren op alle beleidsterreinen, zoals onderwijs, welzijn en sociale diensten, gezondheidszorg, acties en maatregelen ten behoeve van werkgelegenheid, vervoer, huisvesting enz.,
   - een begrotingsprocedure ten uitvoer leggen die van onderaf wordt opgebouwd en bevorderen dat alle burgers (mannen en vrouwen) en andere actoren (verenigingen en NGO's) daarbij betrokken zijn en eraan deelnemen, met het doel uiteenlopende specifieke behoeften te identificeren en daar met passend beleid en maatregelen op te reageren,
   - nagaan of de toewijzing van middelen op passende en rechtvaardige wijze aansluit op de verschillende behoeften en verlangens van mannen en vrouwen,
   - erop toezien dat genderanalyses en de evaluatie van genderimpact serieus in aanmerking worden genomen in alle fasen van de begrotingsprocedure, zoals planning, vaststelling, uitvoering, toezicht en evaluatie,
   - overheidsbegrotingen benutten om zinvolle politieke prioriteiten vast te stellen en specifieke instrumenten, mechanismen en acties te identificeren om gelijkheid tussen mannen en vrouwen door overheidsbeleid te realiseren,
   - prioriteiten opnieuw definiëren en overheidsmiddelen opnieuw toewijzen zonder automatisch het totaalbedrag van een overheidsbegroting te verhogen,
   - de doeltreffendheid en doelmatigheid van overheidsuitgaven nagaan en daarvan verantwoording afleggen ten opzichte van de vastgestelde prioriteiten en toezeggingen, in algemene termen, en meer specifiek de inachtneming van gelijke kansen voor mannen en vrouwen bij de herverdeling van openbare middelen en diensten;

9.   benadrukt dat strategieën voor gender budgeting een interdepartementale coördinatie vergen tussen de ministeries voor de begroting, van economische zaken en van financiën enerzijds en de ministeries en/of departementen en organisaties voor gelijke kansen anderzijds, waarbij alle sectoriële bestuurders en ambtenaren moeten worden betrokken die deelnemen aan de opstelling van de begroting, om te bereiken dat het genderperspectief wordt meegenomen bij het bepalen van de inkomsten en uitgaven voor alle beleidsterreinen waarin de begroting voorziet;

10.   benadrukt dat gender budgeting-strategieën gebaseerd zijn op complexe en gediversifieerde methoden die doelen, instrumenten, acties en maatregelen omvatten die genderspecifiek zijn en samenhangen met de tenuitvoerleggingscontext; dat betekent dat gender budgeting-methodologie sociaal-economische ongelijkheden tussen mannen en vrouwen moet aanpakken naar gelang de verschillende situaties op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau, om passende maatregelen te kunnen nemen en gelijkheid tussen de seksen te verwezenlijken;

11.   verzoekt de Commissie en de lidstaten om voor alle beleidsterreinen genderspecifieke gegevens uit te werken en verder te verfijnen;

Doelstellingen

12.   verzoekt de lidstaten de impact van macro-economische en economische hervormingen op mannen en vrouwen en de tenuitvoerlegging van strategieën, mechanismen en maatregelen ter correctie van genderongelijkheden op sleutelgebieden in het oog te houden en te analyseren, met het doel om een breder economisch en sociaal kader te creëren waarin gender budgeting daadwerkelijk kan worden ingevoerd;

13.   vraagt de Commissie behulpzaam te zijn bij de oprichting van een Europees netwerk van instellingen die zich met gender budgeting bezighouden en van deskundigen/managers op dit gebied, met name vrouwen, dat aansluiting kan krijgen met het netwerk van parlementscommissies voor gelijke kansen; dat net kan bijdragen aan de ontwikkeling en verbreiding van kennis inzake methoden, processen en mechanismen rond gender budgeting, aan de uitwisseling van beste praktijken en positieve ervaringen, en aan het verschaffen aan regeringen, parlementen en begrotingsautoriteiten van een kader van beproefde acties en strategieën, door middel waarvan de nagestreefde gelijkheid tussen mannen en vrouwen kan worden geïntegreerd in alle beleidsterreinen, programma's en acties op de begroting;

14.   vraagt de Commissie, de lidstaten en de plaatselijke en regionale overheden om gender budgeting tot toepassing te brengen; wijst nogmaals op de noodzaak dat de strategie voor gender budgeting een "geparlementeerde" procedure wordt binnen het Europees Parlement en de nationale, regionale en plaatselijke parlementen of raden, met name in de toetredende landen; onderstreept in dit verband dat aan de parlementscommissies voor de vrouwenrechten hierbij een centrale rol toekomt;

15.   verzoekt de Commissie de bevindingen en beginselen in het advies van de werkgroep van het Raadgevend Comité op de EU-begroting toe te passen;

16.   verzoekt de Commissie de kennis over strategieën en methoden voor gender budgeting in alle instellingen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau te verbreiden, door een brochure over gender budgeting uit te brengen en op ruime schaal te verspreiden, die alle potentiële betrokkenen bij begrotingsprocedures en -beleid - d.w.z. instellingen, regeringen, overheidsdiensten en bestuursinstellingen, verenigingen en NGO's - een handleiding verschaft met gegevens over doelen, strategieën, mechanismen en instrumenten voor gender budgeting;

17.   vraagt de lidstaten om de toepassing en het gebruik van instrumenten en methoden voor gender budgeting te bevorderen (met genderspecifieke statistieken opgesplitst naar geslacht, indicatoren en maatstaven voor gendergelijkheid) zodat het begrotingsbeleid voor het verwerven en uitgeven van middelen de gelijkheid tussen de seksen bevordert;

18.   verzoekt de Commissie een brede voorlichtingscampagne over gender budgeting te houden voor het grote publiek, de regeringen en nationale, regionale en plaatselijke parlementen of raden, waarbij de uit te brengen brochure over gender budgeting wordt verspreid en ervaringen met de ontwikkeling en toepassing van gender budgeting worden gepubliceerd aan de hand van de resultaten van de door de Commissie ingestelde werkgroep over gender budgeting;

19.   verzoekt de Commissie binnen twee jaar een mededeling over gender budgeting te publiceren en indicatoren of maatstaven te formuleren, waarin de resultaten van de werkgroep van deskundigen over gender budgeting in aanmerking worden genomen, om een overzicht van het proces te geven en een actiestrategie op te stellen voor de EU en de lidstaten; verzoekt daarnaast bij de tenuitvoerlegging van het tweede deel van het vijfde programma voor gelijke kansen genderbudgetbeleid op te nemen onder de doelstellingen, instrumenten en mechanismen voor de kaderstrategie voor gelijkheid, na de evaluatie halverwege de looptijd die is gepland voor december 2003;

20.   gelast zijn Begrotingscommissie gender budgeting in te voeren in de procedure voor de vaststelling van de EU-begroting met het doel in de EU een begrotingsbeleid te ontwikkelen dat rekening houdt met de genderproblematiek; gelast zijn ter zake bevoegde commissie met de taak de toepassing van gender budgeting in de EU-begroting te bevorderen en in het oog te houden met betrekking tot de vaststelling, uitwerking, tenuitvoerlegging en evaluatie van alle budgettaire beleidsmaatregelen van de EU;

o
o   o

21.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de regeringen van de lidstaten.

(1) PB C 364 van 18.12.2000.
(2) http://www.unifem.org
(3) http://www.unhchr.ch/huridocda/huridoca.nsf
(4) http://www.thecommonwealth.org/gender
(5) http://www.un.org/womenwatch
(6) PB C 59 van 23.2.2001, blz. 258.
(7) PB C 65 E van 14.3.2002, blz. 43.
(8) P5_TA(2003)0150.

Juridische mededeling - Privacybeleid