Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B5-0076/2004

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2004 - 7.6

Aangenomen teksten :

P5_TA(2004)0095

Aangenomen teksten
PDF 131kWORD 32k
Donderdag 12 februari 2004 - Straatsburg
Crisis in de staalsector
P5_TA(2004)0095RC-B5-0076/2004

Resolutie van het Europees Parlement over de crisis in de staalsector (AST/Thyssen Krupp)

Het Europees Parlement,

–   gelet op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met name op de bepalingen betreffende de sociale rechten, evenals op het bepaalde in het EG-Verdrag, in het bijzonder in artikel 136 volgens hetwelk de lidstaten zich bevordering van de werkgelegenheid, verbetering van de levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, een adequate sociale bescherming en sociale dialoog om een duurzaam hoog werkgelegenheidsniveau mogelijk te maken, en de bestrijding van uitsluiting ten doel stellen,

-   gelet op de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000,

-   gelet op Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998(1) waarin nauwkeurige procedures zijn vastgelegd inzake voorlichting, kennisgeving en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers bij collectieve ontslagen teneinde zodat deze ontslagen te voorkomen en te beperken en met het oog op begeleidende sociale maatregelen, zodat eventueel door ontslag getroffen werknemers kunnen worden omgeschoold en worden herplaatst in de productiecyclus,

-   gelet op Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 (2)tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap,

-   gezien het feit dat de Europese staalindustrie heeft geleden onder het besluit van de Verenigde Staten om uitzonderlijke invoertarieven op staal te heffen, met name vanuit de EU,

-   gelet op zijn eerdere resoluties over de staalsector, de herstructureringen en de fusies van ondernemingen,

-   gelet op het aanhoudend verlies van arbeidsplaatsen in de staalsector,

-   gelet op artikel 37, paragraaf 4, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de teleurstellende economische prestaties van de Europese economie in 2003 voltooiing van de Lissabon-agenda nog noodzakelijker maken; dat deze situatie nog wordt verergerd door de moeilijke taak van de uitbreiding en de onzekerheden van het internationale economische klimaat,

B.   bezorgd over het feit dat Europa achterop raakt bij de hoogwaardige technologische productie die in de afgelopen jaren werd beschouwd als een model van technologische kennis en dan ook moet worden beschermd,

C.   overwegende dat Europese Unie er belang bij heeft de voorwaarden te scheppen voor het behoud van een industrie die werkgelegenheid biedt aan grote delen van de werkende bevolking in de uitgebreide Unie,

D.   overwegende dat nagedacht dient te worden over de initiatieven die de Europese Unie op middellange en lange termijn moet nemen voor het scheppen van gunstige voorwaarden ter bescherming van de industriële belangen van Europa in een vrije markt,

E.   overwegende dat enorme publieke investeringen zijn gedaan ten gunste van AST Thyssen Krupp, ook met kredieten uit de Structuurfondsen van doelstelling 2 en uit het Europees Sociaal Fonds, ter ontwikkeling van lokale systemen, infrastructuur en gespecialiseerde opleidingen,

F.   overwegende dat de betrokken werknemers, hun vakbonden, de bevolking en de vertegenwoordigers van de plaatselijke autoriteiten zich mobiliseren ,

1.   is verheugd over de eerste op initiatief van alle sociale en institutionele partijen bereikte resultaten, waardoor concrete mogelijkheden zijn ontstaan voor onderhandelingen over de toekomst van de onderneming;

2.   betuigt zijn solidariteit met de betrokken werknemers en hun gezinnen;

3.   acht het noodzakelijk dat het behoud van een sterke en moderne staalsector met een duurzaam en werkgelegenheid scheppend karakter in de Europese Unie wordt gewaarborgd;

4.   verzoekt de Commissie in het kader van de WHO en de OESO vastberaden op te treden ten einde ervoor te zorgen dat op de wereldmarkt voor staal gemeenschappelijke concurrentievoorschriften worden toegepast; is ingenomen met de inspanningen van commissaris Pascal Lamy tijdens het staalconflict met de VS en geeft uiting aan zijn bezorgdheid over het verlies van marktaandeel van de Italiaanse en de Europese staalproductie;

5.   wijst de Commissie erop dat het sedert het aflopen van het EGKS-Verdrag aan haar is om zich met de economische en sociale gevolgen van de ontwikkelingen in de Europese staalindustrie bezig te houden;

6.   verzoekt de Commissie en de lidstaten vastberadener op te treden tegen de industriële herstructureringen en de sociale gevolgen ervan; is van oordeel dat in het kader van alle van overheidswege verstrekte subsidies, met inbegrip van de Structuurfondsen, afspraken dienen te worden gemaakt over werkgelegenheid, lokale ontwikkeling en investeringen ter modernisering van de productie;

7.   dringt aan op concrete bescherming van de belangen van werknemers en Europese ondernemingen, die de kans moeten hebben te opereren binnen de internationale markten, en niet te lijden mogen hebben onder enigerlei dumpingpraktijken; dringt voorts aan op de naleving en daadwerkelijke toepassing van de Europese regelgeving inzake de sociale dialoog en correct gedrag binnen ondernemingen;

8.   dringt er bij de Commissie en de nationale regeringen op aan financiële vooruitzichten voor te leggen over de besteding van communautaire gelden in de komende jaren, en voorts een analyse te presenteren van te stellen prioriteiten opdat ontwikkelings- en werkgelegenheidsdoeleinden met elkaar kunnen worden verenigd;

9.   verzoekt met name de Commissie om bij de presentatie van het derde verslag over de sociale en economische cohesie op 18 februari 2004, helderheid te verschaffen over haar voornemens in verband met de groei van de Europese industrie, met name de staalsector, in het kader van het nieuwe cohesiebeleid dat op 1 januari 2007 van start gaat;

10.   is van mening dat Europa gunstige voorwaarden moet scheppen voor het bedrijfsleven en met name de geavanceerde en hoogwaardige technologieën, beklemtoont voorts dat investeringen in onderzoek en ontwikkeling, met bijdragen uit EU-fondsen via het Zesde Kaderprogramma, kunnen worden besteed ter ontwikkeling van nieuwe materialen, ontwerpen en processen die de traditionele industriële sectoren een nieuw gezicht kunnen geven;

11.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de WHO, de OESO, alsmede aan de sociale partners.

(1) PB L 225 van 12.8.1998, blz.16.
(2) PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.

Juridische mededeling - Privacybeleid