Resolutie van het Europees Parlement over de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité "Ontwikkelingslanden, internationale handel en duurzame ontwikkeling: de rol van het schema van algemene preferenties (SAP) van de Gemeenschap voor de periode 2006/2015" (COM(2004)0461)
Het Europees Parlement,
– gelet op de mededeling van de Commissie (COM(2004)0461),
– gelet op Verordening (EG) nr. 2501/2001 van de Raad van 10 december 2001 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004(1),
– gelet op Verordening (EG) nr. 2211/2003 van de Raad van 15 december 2003 houdende verlenging tot en met 31 december 2005 alsmede wijziging van Verordening (EG) nr. 2501/2001(2),
– gezien zijn standpunt van 29 november 2001 over een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004(3),
– gezien zijn standpunt van 4 december 2003 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende verlenging tot 31 december 2005 alsmede wijziging van Verordening (EG) nr. 2501/2001 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004(4),
– gezien de mededeling van de Commissie "Naar een krachtige cultuur van raadpleging en dialoog - Voorstel inzake algemene beginselen en minimumnormen voor raadpleging van de betrokken partijen door de Commissie" (COM(2002)0704),
– gezien de op 14 november 2001 op de Vierde Ministersconferentie van de WTO aangenomen Verklaring van Doha,
– gezien het resultaat van de Wereldtop over duurzame ontwikkeling die van 26 augustus tot 4 september 2002 in Johannesburg (Zuid-Afrika) werd gehouden,
– gezien de consensus van Monterrey (Mexico) op de Internationale Conferentie over ontwikkelingsfinanciering die van 18 tot 22 maart 2002 werd gehouden,
– gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,
A. overwegende dat het schema van algemene preferenties (SAP) sinds de invoering ervan in 1971 een van de belangrijkste ontwikkelingsinstrumenten van het ontwikkelingsbeleid en van het handelsbeleid van de Europese Unie is,
B. overwegende dat in de mededeling van de Commissie voor een periode van tien jaar nieuwe richtsnoeren voor het SAP worden vastgesteld op basis waarvan een aantal verordeningen met een looptijd van drie jaar zullen worden opgesteld,
C. overwegende dat wijzigingen in het huidige SAP-stelsel rechtstreeks van invloed zullen zijn op een groot aantal betrokken partijen en in sommige gevallen negatieve gevolgen voor hen zullen hebben,
D. overwegende dat de Europese Unie zich ertoe heeft verplicht om bij alle belangrijke politieke initiatieven vooraf effectbeoordelingen inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, maar zulks nog niet heeft gedaan in het geval van het voorgestelde hervormde SAP-schema,
E. overwegende dat het SAP-benuttingspercentage, dat wordt omschreven als de omvang van de feitelijk voor tariefpreferenties in aanmerking komende invoer als percentage van het totale krachtens het SAP in aanmerking komende invoervolume, de afgelopen jaren tot niet meer dan 52,5% in 2002 is gestegen, waarin verbetering moet komen, vooral in de ACS-landen,
F. overwegende dat de WTO-beroepsinstantie inzake India in zijn uitspraak over het schema van algemene preferenties van de EG op 7 april 2004 heeft verklaard dat de ontwikkelde landen verschillende tarieven mogen vaststellen voor producten uit verschillende begunstigde landen van het SAP, op voorwaarde dat een dergelijke behandeling in overeenstemming is met de overige voorwaarden van de machtigingsclausule en aldus non-discriminatie waarborgt tegen landen met dezelfde ontwikkeling en financiële en handelsbehoeften waaraan de voordelen ten goede moeten komen,
G. overwegende dat het SAP het meest uitgebreide preferentiesysteem is van alle door de ontwikkelde landen aangeboden stelsels en dat deze toonaangevende positie in de komende jaren bovendien zal worden geconsolideerd met de toetreding van de tien nieuwe lidstaten,
1. verwelkomt de in de Mededeling uiteengezette doelstellingen en steunt de vastberadenheid van de Commissie om het huidige schema van algemene preferenties te verbeteren door middel van het vereenvoudigen, stabiliseren en verduidelijken van de regels, het concentreren van de preferenties op die ontwikkelingslanden die de preferenties het meest nodig hebben en het versterken van de component duurzame ontwikkeling;
2. wijst erop dat de Commissie, teneinde de door haar geformuleerde doelstellingen te verwezenlijken, voorstellen doet voor een diepgaande hervorming van het huidige SAP-schema, zoals, onder andere, het reduceren van het aantal regelingen van vijf naar drie, het invoeren van een nieuw graduatiemechanisme gebaseerd op marktaandeelcriteria en het vereenvoudigen van de oorsprongsregels;
3. betreurt dat deze belangrijke Mededeling, die nieuwe richtsnoeren voor het SAP voor een periode van tien jaar vaststelt, niet spreekt over enige voorafgaandelijke grondige evaluatie van de werking en invloed van het huidige schema en verzoekt de Commissie om besluitvormers doorwrochte informatie te verschaffen over zowel de noodzaak van de hervorming, als het potentieel voor verbetering;
4. betreurt het feit dat de Mededeling van de Commissie niet het resultaat is van gedegen raadpleging van belanghebbenden en niet tijdig genoeg is gepresenteerd om inhoudelijk zinvol overleg te organiseren in afwachting van het voorstel voor een volgende verordening;
5. herinnert eraan dat douanerechten geleidelijk naar een historisch dieptepunt zijn gedaald en dat er, in het verlengde van de WTO-onderhandelingen over de ontwikkelingsagenda van Doha, naar verwachting verdere tariefreducties zullen volgen; is van mening dat het nieuwe SAP-schema rekening moet houden met de gevolgen van deze reducties voor met name de minst ontwikkelde landen (MOL);
6. benadrukt dat, teneinde de invloed op de speciale behoeften van ontwikkelingslanden te vergroten, de volgende SAP-verordening:
a)
preferenties moet toekennen overeenkomstig het comparatief voordeel en de exportbelangen van de ontwikkelingslanden zelf, met name rekening houdend met de meest kwetsbare sectoren van de samenleving;
b)
de preferentiële toegang moet uitbreiden tot een breed palet nieuwe producten en een groot aantal producten die momenteel als "gevoelig" zijn geclassificeerd, moet overhevelen naar de categorie "niet-gevoelig";
c)
bij de toepassing van SAP rekening moet houden met het belang van voedselsoevereiniteit en het recht van elk land zijn eigen landbouw te beschermen;
d)
moet garanderen dat het nieuwe graduatiemechanisme voor geen enkel ontwikkelingsland negatief uitpakt;
7. verzoekt de Commissie te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de preferentiële marge voor gevoelige producten te verruimen;
8. verwelkomt de algemene doelstelling van het vereenvoudigen van het graduatiemechanisme, maar wijst met zorg op het feit dat het nieuwe, door de Commissie ontwikkelde graduatiemechanisme uitsluitend gebaseerd is op marktaandeelcriteria en geen rekening houdt met ontwikkelings- en armoedeindicatoren; is van mening dat een dergelijk systeem zou kunnen leiden tot discriminatie van grote, maar arme exporteurs;
9. steunt het bevorderen van duurzame ontwikkeling als een sleutelelement van het SAP, maar houdt nadrukkelijk vast aan de fundamentele belangrijke overweging dat het voorstel voor één enkele regeling van aanvullende concessies (SAP Plus) eenvoudig, voorspelbaar én compatibel met de WTO-machtigingsclausule moet zijn, en derhalve objectieve criteria moet hanteren voor het selecteren en beoordelen van in aanmerking komende landen;
10. wijst met klem op het grote belang van het feit dat begunstigde landen, om voor SAP Plus in aanmerking te komen, de relevante internationale overeenkomsten geratificeerd moeten hebben en moeten toepassen, en dat de toekomstige verordening geloofwaardige procedures moet bevatten waarmee dit kan worden beoordeeld en waarbij het Europees Parlement en de andere betrokken partijen, b.v. sociale partners, worden ingeschakeld en waarmee onderzoek kan worden gestart ingeval van bewijzen van een tekortschietende toepassing; onderstreept dat de mate waarin de mensenrechten in de betrokken landen worden geëerbiedigd een besluitvormingscriterium moet worden;
11. stelt voor dat de verordening in de mogelijkheid zou moeten voorzien van intrekking van SAP Plus-preferenties voor bepaalde sectoren in het geval van ernstige, voortdurende schendingen van de criteria om in aanmerking te komen;
12. dringt er met klem op aan dat de Europese Unie zich verbindt tot het geven van ontwikkelingsbijstand voor de opbouw van capaciteit, teneinde ontwikkelingslanden te helpen bij het voldoen aan de criteria voor SAP Plus, omdat de vastgestelde normen anders als NTB's kunnen fungeren en een groot aantal landen de potentiële voordelen van het systeem aan zich voorbij zou kunnen zien gaan;
13. is verheugd dat in de mededeling het accent wordt gelegd op vereenvoudiging maar vestigt de aandacht op de complexe uitvoering van de voorgestelde formule ("Vrijhandelsovereenkomst-uitsluitingsclausule");
14. wijst erop dat gebleken is dat oorsprongsregels en de daaraan gerelateerde administratieve procedures een van de voornaamste redenen voor de onderbenutting van de handelspreferenties zijn, in het bijzonder in het geval van MOL;
15. is verheugd over de vastberadenheid van de Commissie om de opzet, inhoud en procedures van het systeem van oorsprongsregels te hervormen;
16. verzoekt de Commissie na te gaan wat, met name wat betreft de MOL, de voordelen zijn van de uitbreiding van gedeeltelijke regionale cumulatie van oorsprong tot interregionale cumulatie en volledige of algemene cumulatie;
17. verzoekt de Commissie vooruitgang te boeken bij de harmonisatie van de verschillende systemen van oorsprongsregels die in het kader van bestaande handelsovereenkomsten worden toegepast (bijv. SAP/EBA, FTA's, EPA's);
18. dringt erop aan dat, zoals vastgelegd in de WTO-Verklaring van Doha, de Consensus van Monterrey en in de conclusies van de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van Johannesburg, ontwikkelingslanden adequate technische bijstand moet worden verleend, vooral in verband met het eigen beleid ten aanzien van SAP Plus gericht op de opbouw van het institutioneel en bestuurlijk vermogen dat nodig is om de vruchten te kunnen plukken van internationale handels- en preferentiële regelingen;
19. verwelkomt het voorstel om het SAP om de drie jaar gedetailleerd te evalueren, rekening houdend met multilaterale onderhandelingen, en onderstreept dat een beoordeling van het effect op de belanghebbenden, met name de MOL en hun bevolking, hiervan deel moet uitmaken;
20. merkt tot slot op dat de door de Commissie genoemde doelstellingen weliswaar volledig worden gesteund, maar dat nadere opheldering nodig is over de precieze details en uitvoeringsmodaliteiten van de diverse regelingen, om het Parlement in staat te stellen met meer kennis van zaken een definitief oordeel uit te spreken;
21. verzoekt de Raad en de Commissie om, met het oog op een passende participatie door en raadpleging van het Europees Parlement, de partnerlanden en andere belanghebbenden, het overlegproces over de eerste verordening tot uitvoering van het nieuwe SAP tijdig genoeg te beginnen;
22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.