Resolutie van het Europees Parlement over de transatlantische betrekkingen
Het Europees Parlement,
– gezien de transatlantische verklaring van 1990 over de betrekkingen tussen de EU en de VS en de nieuwe transatlantische agenda van 1995,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 22 april 2004 over het Transatlantisch Partnerschap in het perspectief van de op 25/26 juni 2004(1) in Dublin gehouden Top van de EU en de VS,
– gezien de resultaten van de op 25/26 juni 2004 in Dublin gehouden top van de EU en de VS,
– gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de betrekkingen tussen het Europese en het Amerikaanse maatschappelijk middenveld gebaseerd zijn op sterke wortels en gemeenschappelijke waarden, zoals democratie, mensenrechten, de rechtsstaat, duurzame economie en duurzame ontwikkeling,
B. beklemtonend dat de strijd tegen terrorisme alleen succesvol kan zijn indien de acties worden uitgevoerd via een versterkt transatlantisch partnerschap dat de waarden waarop het stoelt op coherente wijze in stand houdt,
C. overwegende dat de nieuwe situatie in het Midden-Oosten een serieuze kans biedt op een gemeenschappelijk initiatief in de regio gericht op de totstandbrenging van een definitieve en alomvattende regeling,
D. overwegende dat de aanslepende situatie in Guantanamo Bay spanningen teweegbrengt in de transatlantische betrekkingen, daar de EU geen vrede kan nemen met deze uit wettelijk en juridisch oogpunt onregelmatige praktijken die de meest fundamentele waarden van de rechtsstaat ondermijnen,
E. overwegende dat op de EU-VS-top in Dublin enige vooruitgang werd geboekt om het economisch partnerschap een nieuwe stimulans te geven en te versterken, onder meer stappen om vorderingen te maken op het gebied van de financiële markten en onderhandelingen met het oog op een transatlantische open-luchtvaartruimte en dat in gemeenschappelijke verklaringen aandacht is besteed aan de situatie in het brede Midden-Oosten, de strijd tegen het terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens,
F. overwegende dat de nieuwe transatlantische agenda van december 1995 dringend aan de huidige realiteit moet worden aangepast,
1. hoopt dat de tweede ambtstermijn van president Bush en de nieuwe regering zullen leiden tot een nieuw begin in de transatlantische betrekkingen EU-VS; verklaart dat de Europese Unie en vooral het Europees Parlement bereid zijn om samen te werken met het doel problemen op wereldniveau op te lossen die inspanningen op wereldniveau en een gemeenschappelijke aanpak vereisen; verwelkomt in verband hiermee het bezoek dat president Bush in februari 2005 aan de Europese instellingen zal brengen;
2. is verheugd over de vooruitgang die op de laatste EU-VS-top op 26 juni 2004 in Ierland is geboekt om het transatlantische partnerschap te versterken; ziet de bereidheid om op een heel scala van terreinen gezamenlijk op te treden als een goed teken voor de toekomst van het partnerschap, dat het besef weerspiegelt dat samenwerken te verkiezen valt boven verschillende paden te bewandelen;
3. is zich ervan bewust dat er op diverse beleidsterreinen, zoals het Internationaal Strafhof en het Protocol van Kyoto inzake klimaatregeling, tegenstellingen tussen de EU en de VS bestaan wat analyse, diagnose en aanpak betreft; is bezorgd over de mogelijk ernstige gevolgen van het groeiende begrotingstekort van de VS voor de wereldeconomie en het evenwicht van de internationale valutamarkten; roept op tot een nieuw debat over de beleidsterreinen waarop de standpunten van de EU en de VS nog altijd ver uit elkaar liggen en hoopt dat de nieuwe regering zich daadwerkelijk inspanningen zal getroosten om het EU-VS-partnerschap nieuw leven in te blazen;
4. doet een beroep op de VS de gedeelde verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de economische stabiliteit in een wereld waarin de landen steeds meer op elkaar aangewezen zijn;
5. stelt voor een transatlantische "gemeenschap van daden" op te bouwen om in de verschillende regio's en wereldwijd samen te werken en uitdagingen aan te gaan, waarbij in het bijzonder de volgende drie gemeenschappelijke acties centraal zouden moeten staan:
a)
de totstandbrenging van een vredesinitiatief in het Midden-Oosten in overleg met de regeringen en volkeren van deze regio en zodoende bijdragen tot het oplossen van de huidige conflicten, onder meer door de democratie in Palestina, Iran en Irak te bevorderen;
b)
het streven naar een veilige wereld, waarbij de volgende prioriteiten moeten gelden:
-
de strijd tegen het internationale terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens, nieuwe stappen inzake wapenbeheersing en ontwapening via onderhandelingen op multilateraal niveau binnen de VN en op bilateraal niveau,
-
de noodzaak om de oorzaken van het terrorisme aan te pakken, onder meer door het coördineren van de ontwikkelingshulp en het ondersteunen van prille democratische processen op basis van volledige eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal recht; vraagt beide partners zich actief in te zetten voor een hervorming van de VN, met name van de Veiligheidsraad en de samenstelling van dit orgaan, teneinde de VN efficiënter en verantwoordelijker te maken en deze organisatie beter in staat te stellen haar beslissingen ten uitvoer te leggen;
-
een effectieve aanpak - op basis van de door alle partijen erkende millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling - van de nieuwe mondiale, grensoverschrijdende uitdagingen, met name de bestrijding van armoede, overdraagbare ziekten en de aantasting van het milieu, in het bijzonder door de dialoog over de bescherming van het klimaat en de vervoersemissies te stimuleren; gelooft in dit verband dat de tsunami-ramp de gelegenheid biedt voor een gemeenschappelijke, gecoördineerde actie voor bijstand en hulp aan de getroffen landen parallel aan de VN, hetgeen moet worden gevolgd door een langetermijnprogramma van herstel en wederopbouw gericht op duurzame ontwikkeling van de regio;
c)
een nieuwe stimulans om het economisch partnerschap te versterken door zich te concentreren op specifieke ideeën om de transatlantische economische integratie ten volle te bevorderen, te ijveren voor een alomvattend transatlantisch luchtvaartakkoord en de dialoog over de regulering van de financiële markten te bespoedigen om tot een levenskrachtige, open transatlantische kapitaalmarkt te komen;
6. wenst dat bovengenoemde initiatieven tegen december 2005 uitmonden in een akkoord tussen de transatlantische partners om de nieuwe transatlantische agenda van 1995 te herzien en te vervangen door een transatlantisch partnerschapsakkoord dat in 2007 in werking treedt;
7. meent dat de transatlantische wetgeversdialoog volop op gang moet worden gebracht, dat er een systeem voor vroegtijdige alarmering tussen beide partners moet komen en dat de bestaande interparlementaire uitwisseling geleidelijk tot een de facto "transatlantische assemblee" moet uitgroeien;
8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten, alsook aan de president en het Congres van de Verenigde Staten van Amerika.