Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2004/2626(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0176/2005

Debatten :

PV 08/03/2005 - 6

Stemmingen :

PV 10/03/2005 - 7.4

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0073

Aangenomen teksten
PDF 133kWORD 49k
Donderdag 10 maart 2005 - Straatsburg
Follow-up van de vierde werreldvrouwenconferentie - Het actieplatform van Beijing (Beijing +10)
P6_TA(2005)0073B6-0178/2005

Resolutie van het Europees Parlement over de follow-up van de vierde wereldvrouwenconferentie - Het actieplatform van Beijing (Beijing +10)

Het Europees Parlement,

–   gezien de viering op 8 maart 2005 van de internationale vrouwendag,

–   gelet op het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie van 21 december 1965,

–   gelet op het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) van 18 december 1979,

–   gelet op het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984,

–   gezien de verklaring en het actieplatform voor gelijkheid, ontwikkeling en vrede die op de Vierde Wereldvrouwenconferentie in Beijing op 15 september 1995 zijn aangenomen,

–   onder verwijzing naar zijn resoluties van 15 juni 1995(1) en 21 september 1995(2) over deze conferentie,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 juli 1996 over de follow-up van de Internationale Conferentie van Cairo over bevolking en ontwikkeling(3),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 2 december 1996 betreffende de evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan het besluitvormingsproces(4),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 september 1997(5) over de mededeling van de Commissie betreffende integratie van de gelijke kansen voor vrouwen en mannen in alle communautaire beleidsvormen en acties - "mainstreaming",

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 19 mei 2000(6) over de mededeling van de Commissie over nieuwe maatregelen ter bestrijding van de vrouwenhandel,

–   gelet op Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (rassengelijkheidsrichtlijn)(7),

–   onder verwijzing naar zijn standpunten van 17 november 1999(8) en 9 maart 2004(9) over de vaststelling van communautaire actieprogrammas (DAPHNE I en DAPHNE II, resp. 2000-2003 en 2004-2008) betreffende preventieve maatregelen ter bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen,

–   onder verwijzing naar zijn resoluties van 20 september 2001 over gelijk loon voor werk van gelijke waarde(10) en over de vertegenwoordiging van vrouwen bij de sociale partners van de Europese Unie(11) van 25 september 2002,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2004 over de combinatie van beroeps- en gezinsleven(12),

–   gezien de resultaten van de 49ste vergadering van de VN-commissie over de positie van de vrouw op 4 maart 2005,

–   gezien de ernstige incidenten die op 6 maart 2005 in Istanboel hebben plaatsgevonden tijdens een betoging in verband met de internationale vrouwendag,

–   gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat, hoewel vrouwen meer dan de helft van de bevolking en het electoraat in de Europese Unie uitmaken, zij nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in economische, sociale en politieke besluitvormingsorganen in de hele Unie, en dat met name in sommige lidstaten het aantal vrouwelijke parlementsleden onder het mondiale gemiddelde van 15,6% ligt,

B.   overwegende dat de rechten van vrouwen nog altijd met voeten worden getreden in de hele wereld, hoewel zij een integrerend, onvervreemdbaar en ondeelbaar onderdeel van de universele rechten van de mens uitmaken, en dat de schendingen een bijzonder schokkend karakter hebben in door oorlog verscheurde gebieden waar vrouwen het slachtoffer zijn van verkrachting, gedwongen zwangerschap en seksuele uitbuiting,

C.   overwegende dat seksuele uitbuiting niet is afgenomen en dat volgens schattingen in de Europese Unie ieder jaar honderdduizenden vrouwen en kinderen uit derde landen het slachtoffer worden van mensenhandel,

D.   overwegende dat genitale verminking, een in EU-landen niet onbekend verschijnsel, nog steeds op grote schaal wereldwijd plaatsvindt (volgens de WGO zijn in de hele wereld ieder jaar 2 miljoen vrouwen het slachtoffer van deze praktijken),

E.   overwegende dat 'empowerment' van vrouwen een cruciale factor is voor het uitroeien van armoede en noodzakelijk voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de strategie van Lissabon en het bereiken van het doel dat tegen 2010 60% van de vrouwen aan het arbeidsproces deelnemen,

F.   overwegende dat gelijke toegang tot goederen en diensten en economische onafhankelijkheid van vrouwen essentieel is voor het bereiken van gelijkheid in alle onderdelen van de samenleving,

G.   overwegende dat maatregelen voor het vergemakkelijken van het combineren van werk en privéleven een absolute voorwaarde zijn voor het bevorderen van gendergelijkheid in werkgelegenheid en sociaal leven, overeenkomstig de conclusies van de topbijeenkomsten van Barcelona en Lissabon,

H.   overwegende vrouwen uit minderheidsgroepen bijzondere aandacht verdienen,

I.   overwegende dat het internationale jaar van de VN voor projecten voor micro-kredieten, waar een groot aantal vrouwen van profiteert, door de Unie actief moet worden gestimuleerd,

J.   overwegende dat de oplopende werkloosheid in Europa de bevordering vereist van specifieke maatregelen voor het vergemakkelijken van de toegang van vrouwen tot hoogwaardige banen, omdat zij het eerst met werkloosheid te maken krijgen, en dat, hoewel vrouwen vaak beter geschoold zijn dan mannen, zij nog niet van dit voordeel kunnen profiteren,

K.   overwegende dat de salariskloof tussen mannen en vrouwen in Europa gemiddeld nog altijd 16 tot 33% bedraagt en dat op het vlak van de toepassing in de praktijk van het beginsel van gelijke beloning voor werk van gelijke waarde, dat 30 jaar geleden werd geïntroduceerd middels Richtlijn 75/117/EEG(13) inzake gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers, niet echt vooruitgang is geboekt; verder overwegende dat, in vergelijking met 6,6% mannen, 30% vrouwen in de EU een deeltijdbaan heeft, vaak gedwongen vanwege een tekort aan betaalbare kinderopvangplaatsen,

L.   overwegende dat de ervaring leert dat ten minste een derde gekozen vrouwen in alle institutionele organen het minimum is om volledig rekening te houden met de belangen van vrouwen in de samenleving en dat 50% het gerechtvaardigde doel is om paritaire democratie te bereiken, een beginsel dat in een aantal lidstaten op partij-, lokaal, nationaal en Europees niveau ingang heeft gevonden; overwegende dat een duidelijk EU-beleid inzake paritaire democratie niet bestaat,

M.   overwegende dat miljoenen vrouwen geen informatie en onderwijs ontvangen met betrekking tot hun gezondheid en geen toegang hebben tot noodzakelijke medische behandeling, informatie over of toegang tot voorbehoedsmiddelen, en dat in het bijzonder met betrekking tot seksueel overdraagbare ziekten zoals HIV/aids, een recent rapport van de Wereldbank schat dat wereldwijd 201 miljoen vrouwen geen toegang hebben tot voorbehoedsmiddelen, resulterend in 23 miljoen ongewenste zwangerschappen en een sterftecijfer onder kinderen van 1,4 miljoen,

N.   overwegende dat het Actieplatform van 1995 nadrukkelijk melding maakt van de vrijheid van beslissing en van verantwoordelijkheid met betrekking tot aan seksualiteit gerelateerde onderwerpen, volledige eerbiediging van de integriteit van het individu en gelijkheid op het gebied van seksuele betrekkingen en reproductie,

O.   overwegende dat het Luxemburgse voorzitterschap en de Commissie een stimulerende rol hebben vervuld bij de voorbereidende werkzaamheden voor en tijdens de onderhandelingen in het kader van de 49-ste zitting van de VN-Commissie inzake de status van de vrouw,

1.   is ingenomen met de verklaring van de 49-ste zitting van de VN-Commissie inzake de status van de vrouw, waarin andermaal de verklaring en het actieprogramma die in 1995 in Beijing werden aangenomen, worden bevestigd;

2.   veroordeelt met klem het geweld dat de Turkse politie in Istanboel heeft gebruikt tijdens de betoging ter gelegenheid van de internationale vrouwendag op 6 maart 2005 en verzoekt de Commissie het Parlement een diepgaand verslag over die gebeurtenissen voor te leggen;

3.   verzoekt de lidstaten van de VN die dit nog niet gedaan hebben het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van de vrouw te ratificeren;

4.   herinnert eraan dat de rechten van de vrouw een integrerend, onvervreemdbaar en ondeelbaar onderdeel uitmaken van de universele rechten van de mens en is van mening dat het bevorderen van de rechten van de vrouw een fundamentele voorwaarde is voor het tot stand brengen van ware democratie; en dat alle denkbare middelen moeten worden ingezet om schendingen van vrouwenrechten, ook in de Unie, te voorkomen;

5.   verzoekt de lidstaten wetgeving aan te nemen, of bestaande wetten daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, om een eind te maken aan de genitale verminking op hun grondgebied en betrokken derde landen te helpen in samenwerking met de plaatselijke NGO's programma's op te zetten ter bestrijding van deze praktijken;

6.   roept de lidstaten waarvan bekend is dat er sterilisatie zonder instemming plaatsvindt op, politieactiviteiten te coördineren en een eind te maken aan deze gang van zaken,

7.   veroordeelt gedwongen huwelijken en dringt er bij de lidstaten en bij de Commissie als coördinatrice op aan, de nodige stappen te ondernemen om de daders te straffen, zelfs als gedwongen huwelijken buiten het grondgebied van de Unie worden gesloten door personen die in de Unie woonachtig zijn;

8.   onderstreept dat de situatie van vrouwen in de EU sinds 1995 niet daadwerkelijk is verbeterd, ongeacht de implementatie en toepassing van bestaande wetgeving, zoals Richtlijn 75/117/EEG(14) en Richtlijn 76/207/EEG(15) betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces en de beroepsopleiding; vindt dat de Commissie erop moet toezien dat vrouwen in de nieuwe lidstaten volledig profiteren van het acquis inzake vrouwenrechten en stelt een pan-Europese campagne voor met betrekking tot dit acquis, om vrouwen meer bewust te maken van hun rechten;

9.   verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in werk en beroep (nieuwe versie) (COM(2004)0279) als een belangrijke stap in de richting van meer zekerheid en duidelijkheid op het vlak van gendergelijkheid;

10.   verwelkomt de goedkeuring van Richtlijn 2004/113/EG(16) tot toepassing van het beginsel van gelijke behandeling tussen mannen en vrouwen bij de toegang tot en het leveren van goederen en diensten, en is van mening dat deze richtlijn een belangrijk instrument is voor gendergelijkheid, maar betreurt dat niet genoeg vooruitgang is geboekt in de richting van het volledig afschaffen van het gebruik van gender als een discriminerende factor bij het vaststellen van premies en verstrekkingen op het gebied van verzekeringen en daaraan gerelateerde activiteiten;

11.   erkent dat er enkele positieve maatregelen zijn genomen in verband met geweld tegen vrouwen, maar onderstreept het gebrek aan echte politieke wil om huiselijk geweld tegen vrouwen, sekstoerisme en vrouwenhandel aan te pakken en uit te roeien en wettelijke maatregelen te nemen, zoals het asielrecht voor slachtoffers;

12.   verzoekt de Commissie derhalve 2006 uit te roepen tot het Jaar tegen Geweld jegens Vrouwen; en verzoekt de Commissie verder Roemenië, Bulgarije, Turkije en aangrenzende landen volledig bij de voorbereidingen en alle manifestaties, programma's en projecten in het kader van het jaar tegen geweld jegens vrouwen te betrekken;

13.   erkent dat de gezondheidssituatie van vrouwen in de EU het voorbije decennium aanzienlijk is verbeterd, maar wijst erop dat er nog altijd een groot aantal factoren is dat gendergelijkheid in verband met gezondheid in de weg staat; verzoekt dan ook dat, wanneer Europese programma's worden vastgesteld, rekening wordt gehouden met verschillende patronen van de gezondheid van vrouwen en dat bijzondere aandacht gaat naar reproductieve gezondheid;

14.   dringt er bij de lidstaten en de Commissie met klem op aan de genderdimensie prioriteit toe te kennen in wereldconferenties van de VN, zoals Caïro +10 en de Wereldtop over sociale ontwikkeling in 2005, rekening houdende met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de VN;

15.   herinnert eraan dat onderwijs en opleiding essentieel zijn voor het bereiken van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, en onderstreept de noodzaak van levenslang leren en beroepsopleiding voor het bevorderen van de gelijke toegang van vrouwen tot hoogwaardige banen en alle niveaus van het beroepsleven; wijst er in dit verband op dat tweederde van de 860 miljoen analfabeten vrouwen zijn;

16.   roept de Raad op om op voorstel van de Commissie zijn goedkeuring te hechten aan genderspecifieke indicatoren gerelateerd aan de 'feminisering' van armoede, teneinde te komen tot een onderling beter afgestemd beleid inzake sociale bescherming en erop toe te zien dat in het ontwikkelingsbeleid van de Unie de bestrijding van de 'feminisering' van de armoede de hoogste prioriteit krijgt;

17.   herhaalt dat een quotum van 40% moet worden gehaald wat de participatie van vrouwen betreft op bemiddelings-, vredeshandhavings-, conflictpreventie- en aan noodhulp gerelateerde posten, inclusief fact finding- en waarnemersmissies van de EU en de lidstaten;

18.   herinnert aan het belang van het individuele recht van vrijheid van meningsuiting, maar onderstreept de rol van de media, de reclame en het internet bij het vormen van waarden en genderstereotypen, en zou derhalve verheugd zijn over een debat met gebruikers en regelgevende autoriteiten over hun rol bij het vinden van het juiste evenwicht tussen vrijheid van meningsuiting en het recht op menselijke waardigheid; met name waar het gaat om media en reclame-uitingen die bekeken kunnen worden door kinderen;

19.   roept de Commissie en de Raad op maatregelen voor te stellen voor het verbeteren van de toegang van vrouwen tot de economische, sociale en politieke besluitvorming en beklemtoont het belang van toepassing van gendermainstreaming in alle Europese beleidsmaatregelen;

20.   roept de Commissie en de Raad op ervoor te zorgen dat bij alle programma's en activiteiten die met geld van EU-begrotingen worden gefinancierd, met name bij de Structuurfondsen, met ingang van 2006 aan genderbudgettering wordt gedaan;

21.   roept politieke partijen op zowel het nationale als het Europese niveau op hun partijstructuren en -procedures opnieuw te bekijken om alle directe en indirecte belemmeringen voor de participatie van vrouwen weg te nemen en adequate strategieën te ontwikkelen om te komen tot een beter evenwicht tussen mannen en vrouwen in gekozen fora, waaronder positieve maatregelen zoals quota's;

22.   roept de Commissie op een voorstel te doen voor een follow-upstrategie met betrekking tot de door de verschillende EU-voorzitterschappen uitgewerkte indicatoren;

23.   verwelkomt de hervormingen van de wetgeving in Turkije, maar herhaalt zijn bezorgdheid over het feit dat vrouwen nog altijd het slachtoffer worden van eerwraak en geweld en herhaalt derhalve zijn oproep aan de Commissie en de Raad de samenwerking met de Turkse autoriteiten voort te zetten en de situatie van de vrouwenrechten in Turkije nauw te blijven volgen;

24.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de secretaris-generaal van de VN.

(1) PB C 166 van 3.7.1995, blz. 92.
(2) PB C 269 van 16.10.1995, blz. 146.
(3) PB C 211 van 22.7.1996, blz. 31.
(4) PB L 319 van 10.12.1996, blz. 11.
(5) PB C 304 van 6.10.1997, blz. 50.
(6) PB C 59 van 23.2.2001, blz. 307.
(7) PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.
(8) PB C 189 van 7.7.2000, blz. 69.
(9) PB C 102 E van 28.4.2004, blz. 159.
(10) PB C 77 E van 28.3.2002, blz. 134.
(11) PB C 273 E van 14.11.2003, blz. 169.
(12) PB C 102 E van 28.4.2004, blz. 492.
(13) PB L 45 van 19.2.1975, blz. 19.
(14) PB L 45 van 19.2.1975, blz. 19.
(15) PB L 39 van 14.2.1976, blz. 40.
(16) PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37.

Juridische mededeling - Privacybeleid