Resolutie van het Europees Parlement over de toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag in 2005 - kernwapens in Noord-Korea en Iran
Het Europees Parlement,
– gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,
A. onder verwijzing naar zijn vroegere resoluties over nucleaire ontwapening en met name zijn resolutie van 26 februari 2004(1) over de bijeenkomst van het voorbereidend comité voor de Toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag in 2005,
B. onderstrepende dat in het concept van de Europese veiligheidsstrategie en de strategie van de EU inzake massavernietigingswapens, zoals goedgekeurd door de uitgebreide Unie, de nadruk wordt gelegd op het belang van nucleaire non-proliferatie en ontwapening,
C. erkennende dat alle lidstaten van de EU partij zijn bij het Non-proliferatieverdrag (NPV) en dat twee lidstaten van de EU kernwapenstaten zijn in de zin van het NPV,
D. overwegende dat de door de secretaris-generaal van de VN ingestelde werkgroep op hoog niveau inzake dreigingen, uitdagingen en veranderingen heeft verklaard dat de situatie, indien het non-proliferatiestelsel verder wordt uitgehold, onomkeerbaar dreigt te worden, proliferatiegolf als resultaat,
1. bekrachtigt zijn standpunt dat het NPV van vitaal belang is voor de preventie van de proliferatie van kernwapens en voor de nucleaire ontwapening;
2. herinnert eraan dat het uiteindelijke doel van de EU en het NPV erin bestaat kernwapens volledig uit te bannen en verwacht dat de officiële en niet-officiële kernwapenstaten zich actief met deze kwestie bezighouden en verdere vooruitgang boeken in de richting van de vermindering en afschaffing van kernwapens;
3. verzoekt de EU en haar lidstaten - in een geest van "doeltreffend multilateralisme" en solidariteit, en ter uitvoering van de strategie van de EU tegen de proliferatie van massavernietigingswapens - tijdens de NPV-toetsingsconferentie in 2005 één front te vormen en een positieve bijdrage aan de gesprekken te leveren; dringt erop aan dat in hun verklaringen bijzondere aandacht wordt besteed aan nieuwe initiatieven op het gebied van nucleaire ontwapening en de revitalisering van de VN-ontwapeningsconferentie;
4. verzoekt de Raad en de lidstaten hun gemeenschappelijke verklaring verder uit te werken krachtens dewelke het NPV behouden moet blijven en - ter ondersteuning van het gemeenschappelijk standpunt van de Unie betreffende de universalisering en versterking van multilaterale overeenkomsten op het gebied van de non-proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor - een verklaring af te leggen over het gemeenschappelijk standpunt van de EU en de strategie van de EU tijdens de toetsingsconferentie;
5. doet een beroep op de Raad en de lidstaten om te werken aan de doelmatige tenuitvoerlegging van punt 15.3 van de sectie getiteld "Artikel VI en 8 tot 12 preambulaire paragrafen" van het slotdocument van de NPV-toetsingsconferentie van 2000 om tot een verdrag te komen waarin de productie van alle wapens met splijtstof daadwerkelijk wordt uitgebannen;
6. verzoekt de EU met haar internationale partners, o.a. de NAVO, samen te werken bij de ontwikkeling en bevordering van de beginselen om terroristen of hen die deze onderdak bieden, te weerhouden van toegang tot massavernietigingswapens en -materiaal; verzoekt de verdragspartners de verplichtingen na te komen die zijn vastgelegd in Resolutie 1540 (2004) van de VN-veiligheidsraad over niet-gouvernementele actoren en de proliferatie van kernwapens;
7. verzoekt de Raad en de Commissie een programma op te zetten ter voorkoming van mondiale verspreiding van materiaal, technologie en kennis met betrekking tot kernwapens;
8. doet een beroep op alle landen en in het bijzonder op landen die beschikken over kernwapens, om landen die zouden kunnen proberen kernwapens of ander materiaal voor kernontploffingen te bemachtigen niet te helpen of aan te moedigen, met name landen die het NPV niet hebben ondertekend;
9. is er sterk van overtuigd dat het streven naar nucleaire ontwapening aanzienlijk zal bijdragen tot de internationale veiligheid en de strategische stabiliteit en ook het risico van diefstal van plutonium of hoogverrijkt uranium door terroristen zal verkleinen; dringt erop aan dat de EU steun verleent aan het voorstel van Kofi Anan, secretaris-generaal van de VN, en Mohammed El-Baradei, directeur-generaal van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA), voor een internationaal initiatief inzake de nieuwe gevaren op nucleair gebied en de noodzaak om de nucleaire ontwapening van zowel officiële als niet-officiële kernwapenstaten te verzekeren;
10. verzoekt de EU zich tot het uiterste in te spannen voor de aanneming van een Modelverdrag inzake kernwapens dat reeds bij de VN is gedeponeerd en dat het raamwerk zou kunnen bieden voor maatregelen in het kader van een wettelijk bindend ontwapeningsproces;
11. verzoekt het Luxemburgse voorzitterschap en de Raad om een verdere concretisering door aan te geven hoe zij hun gemeenschappelijke doelstelling uit de EU-strategie inzake massavernietigingswapens denken te bereiken, namelijk "de rol van de VN-Veiligheidsraad te bevorderen en de deskundigheid waarmee het probleem van de verspreiding tegemoet kan worden getreden, te versterken" en daarbij specifiek in te gaan op de vraag hoe de staten die partij zijn bij het NPV de unieke ervaring op het gebied van verificatie en inspectie van UNMOVIC kunnen behouden, bijvoorbeeld door middel van bij toerbeurt beschikbare deskundigen;
12. verzoekt de Raad en de Commissie om een voorstel om derde landen en lidstaten die dit nog niet hebben gedaan ertoe te brengen de Aanvullende IAEA-protocollen te ondertekenen en te ratificeren;
13. verzoekt de Raad en de lidstaten om hun toezegging financiën ter beschikking te stellen ter ondersteuning van specifieke projecten onder leiding van multilaterale instellingen als het IAEA te verduidelijken en meer inhoud te geven;
14. verzoekt de EU op de NPV-toetsingsconferentie van 2005 voor te stellen dat de VN-commissie voor Ontwapening onverwijld het noodzakelijke hulporgaan voor nucleaire ontwapening opricht;
15. verzoekt de EU de nodige coördinatiemechanismen te ontwikkelen (de Monitoring Unit voor massavernietigingswapens in samenwerking met het Situatiecentrum van de EU) om ervoor te zorgen dat de inlichtingendiensten worden ingezet voor het opbouwen van solidariteit en vertrouwen tussen de lidstaten op het gebied van het beleid inzake massavernietigingswapens;
16. beklemtoont dat het belangrijk en urgent is dat het Verdrag over een algeheel verbod op kernproeven (CTBT) zonder verdere vertraging, onvoorwaardelijk en overeenkomstig de institutionele procedures wordt ondertekend en geratificeerd, zodat het zo snel mogelijk in werking kan treden; verzoekt de Raad en de Commissie met klem om in de dialoog met de partnerlanden die zulks nog niet hebben gedaan, aan te dringen op ratificatie van het CTBT en/of het NPV;
17. dringt er opnieuw bij de VS op aan een eind te maken aan de ontwikkeling van nieuwe generaties nucleaire strijdwapens ("bunkerbusters") en het CTBT te ondertekenen en te ratificeren; verzoekt de VS tevens duidelijkheid te verschaffen over de aantallen en de strategische doelen van het Amerikaanse tactische kernarsenaal op Europese bases;
18. doet een beroep op Israël, India en Pakistan om partij te worden bij het NPV;
19. steunt de door 25 Nobelprijswinnaars ondertekende oproep aan de regeringen van de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk, het VK, India, Pakistan, Israël en Noord-Korea om verdere stappen aan te moedigen en ten uitvoer te leggen om hun operationele kernwapensystemen af te bouwen, teneinde het risico op een nucleaire ramp te beperken; steunt het voorstel van de Hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU om een kernwapenvrije zone te creëren in het Midden-Oosten en vraagt om een inspanning om dit voorstel te verwezenlijken;
20. spreekt andermaal zijn steun uit voor de door de burgemeesters van Hiroshima en Nagasaki geïnitieerde internationale campagne van burgemeesters voor nucleaire ontwapening en beveelt de internationale gemeenschap aan passende aandacht te geven aan het campagneproject "Visie 2020", waarin wordt gepleit voor een stapsgewijze ontmanteling van alle kernwapens;
21. is verheugd over het feit dat in de meest recente overeenkomsten van de EU met derde landen en actieplannen clausules zijn opgenomen inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens; wijst erop dat dergelijke maatregelen door alle partnerlanden van de EU zonder uitzondering ten uitvoer moeten worden gelegd;
22. onderstreept dat het voorkomen van bedreigingen voor de veiligheid van een land de inzet van de gehele internationale gemeenschap vereist; wijst op de noodzaak van sterkere regionale en multilaterale veiligheidsstructuren in het Midden-Oosten, het Indiase subcontinent en Noordoost-Azië om de druk in de richting van tot nucleaire proliferatie weg te nemen en de stopzetting van kernwapenprogramma's te bewerkstelligen;
23. dringt erop aan alle politieke en diplomatieke middelen in te zetten om te zorgen voor het vreedzaam bijleggen van de geschillen in verband met verspreiding van kernwapens;
Iran
24. stelt met verontrusting vast dat Hassan Rowhani, secretaris van de Iraanse nationale veiligheidsraad, op 27 februari 2005 nogmaals heeft verklaard dat Teheran geen afstand zou doen van het op grond van het NPV bestaande "recht" uranium te verrijken en verzoekt de Iraanse autoriteiten geen verwarrende en elkaar tegensprekende verklaringen meer af te leggen;
25. stelt vast dat Rusland en Iran op 27 februari 2005 een overeenkomst inzake kernbrandstofvoorziening ondertekenden waarmee voor Iran de weg wordt geëffend volgend jaar zijn eerste kernreactor in Bushehr op te starten en waarin Teheran wordt verplicht alle afgewerkte kernbrandstof naar Rusland terug te zenden,
26. verzoekt de Raad het initiatief te nemen van de regering van de Russische Federatie waarborgen te krijgen dat de overeenkomst die zij onlangs met Iran heeft gesloten over de leverantie van splijtbaar materiaal uitsluitend bestemd is voor civiel gebruik, en te zorgen voor steun aan de diplomatieke activiteiten van de EU; gaat ervan uit dat het IAEA de overdracht van brandstof tussen Rusland en Iran scherp in het oog houdt;
27. is verheugd over de verklaring van eind januari 2005 van Mohammed El-Baradei, directeur-generaal van de IAEA, over het verbeterde inzicht dat de nucleaire veiligheidsinspecteurs van het agentschap de afgelopen 15 maanden hebben verworven in de aard en de omvang van het kernprogramma van Iran;
28. bekrachtigt zijn volledige steun voor het Akkoord van Parijs van 15 november 2004 waarin Iran zich ertoe heeft verplicht zijn uraniumverrijkingsprogramma op te schorten, alsmede voor de benadering van drie EU-landen om een dialoog met de Iraanse autoriteiten te voeren teneinde te zorgen voor een vreedzame en diplomatieke oplossing voor de nucleaire kwesties die in het land spelen, en dringt aan op objectieve waarborgen van de Iraanse regering ten aanzien van de niet-militaire aard van haar kernprogramma;
29. verzoekt Iran opnieuw te bevestigen dat het zich gebonden voelt door het NPV en zijn besluit tot opschorting van de verrijking van uranium van permanente aard zal maken om zo een duurzaam vertrouwen in het vreedzame karakter van de bedoelingen van dit land te scheppen en de weg vrij te maken voor een vruchtbaar partnerschap tussen de EU en Iran; wijst er met klem op dat de onderhandelingen over een handels- en samenwerkingsovereenkomst moeten worden gekoppeld aan een bevredigende oplossing van het kernwapenprobleem en van vertrouwenwekkende controlemaatregelen;
30. verzoekt de Raad en de Commissie met de Iraanse autoriteiten onderhandelingen aan te gaan over de overdracht van technologie en kennis, alsmede over financiële steun voor hernieuwbare energiebronnen;
31. doet een beroep op het Iraanse parlement om het ratificatieproces van het aanvullende protocol bij het NPV af te ronden;
32. doet een beroep op de Amerikaanse regering om de diplomatieke aanpak van de EU ter oplossing van het vraagstuk volledig te ondersteunen; is van oordeel dat dit vraagstuk van essentieel belang is voor een hernieuwde transatlantische agenda en is verheugd over de recente Amerikaanse verklaring dienaangaande, en over eerdere verzekeringen dat zij niet tot een militair optreden tegen Iran zal overgaan;
Noord-Korea
33. is ernstig verontrust over het feit dat Noord-Korea op 10 februari 2005 heeft verklaard kernwapens te bezitten en zijn deelname aan het zespartijenoverleg over zijn kernprogramma voor onbepaalde tijd heeft opgeschort;
34. neemt nota van de verklaring van Noord-Korea dat het land uiteindelijk streeft naar een kernvrij Koreaans schiereiland en dringt erop aan dat het land zijn verplichtingen krachtens het NPV nakomt en dat de regering en andere betrokken partijen concrete stappen nemen met het oog op onderhandelingen en het kiezen van een constructieve benadering;
35. dringt er bij Noord-Korea op aan zich opnieuw aan te sluiten bij het NPV, terug te komen op zijn besluit niet meer deel te nemen aan het zespartijenoverleg en de hervatting mogelijk te maken van de onderhandelingen om een vreedzame oplossing voor de crisis op het Koreaanse schiereiland te kunnen vinden;
36. dringt er bij Noord-Korea en de VS op aan een spoedige oplossing van de huidige crisis mogelijk te maken, in eerste instantie door de VS te laten aanbieden de levering van zware stookolie te hervatten in ruil voor een verifieerbare stillegging van de centrale in Yongbyon teneinde een verdere verslechtering van de huidige situatie te voorkomen;
37. verzoekt de Raad om opnieuw te overwegen aan Zuid-Korea 4 miljoen EUR te betalen ter dekking van de kosten van de opschorting van de Organisatie voor energieontwikkeling op het Koreaanse schiereiland, gezien de belangrijke rol die dit initiatief de laatste tijd heeft gespeeld, en aangezien dat het vermoedelijk kan worden ingezet voor de levering van conventionele energie in de toekomst;
38. is van oordeel dat de EU hernieuwde inspanningen moet ondersteunen om Noord-Korea in staat te stellen af te zien van het verdere gebruik van kernenergie in ruil voor gegarandeerde energieleveringen;
39. verzoekt de Raad en de Commissie financiële steun aan te bieden voor de levering van zware stookolie om tegemoet te komen aan de behoefte van Noord-Korea aan primaire energie, en verzoekt de Commissie en de Raad om de noodzakelijke contacten te leggen voor deelname van de EU aan een toekomstig zespartijenoverleg en daarbij duidelijk te maken dat de Europese Unie ten aanzien van het Koreaanse schiereiland het principe "No Say, No Pay" huldigt;
40. beseft dat de beweringen dat Noord-Korea over een hoogverrijkt-uraniumprogramma zou beschikken en uranium aan Libië zou hebben geleverd in de huidige crisis centraal staan; wijst er echter op dat deze beweringen niet door bewijzen worden gestaafd en dringt aan op een openbare hoorzitting in het Europees Parlement om deze beweringen te evalueren;
o o o
41. verzoekt de Raad en de Commissie het Europees Parlement te zijner tijd een voortgangsverslag over de bereikte resultaten van de NPV-toetsingsconferentie 2005 voor te leggen;
42. beveelt de deelneming aan van een officiële delegatie van het Parlement aan de NPV-toetsingsconferentie;
43. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan het voorzitterschap van de Raad, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de regeringen en parlementen van Iran en Noord-Korea en alle landen die partij zijn bij het NPV en het IAEA.