Resolutie van het Europees Parlement over Saoedi-Arabië
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn vroegere resolutie van 18 januari 1996(1) over Saoedi-Arabië en zijn resoluties over de jaarlijkse bijeenkomsten van de commissie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties in Genève (2000-2005),
– gezien het werkbezoek van een aantal leden van zijn delegatie voor de betrekkingen met de Golfstaten (inclusief Jemen) van 7 tot 12 februari 2005 aan Saoedi-Arabië,
– gezien het feit dat Saoedi-Arabië in oktober 2004 het VN-Verdrag tot uitbanning van alle vormen van discriminatie van de vrouw (CEDAW) geratificeerd heeft, en meer in het bijzonder gezien artikel 7 van dit verdrag over het politiek en openbaar leven,
– gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de allereerste gemeenteraadsverkiezingen die in Saoedi-Arabië ooit gehouden worden, op 10 februari 2005 in Riad begonnen zijn en tot 21 april 2005 blijven lopen en dat ze in de geschiedenis van Saoedi-Arabië de eerste verkiezingsprocedure vormen waar het land in zijn geheel aan deelneemt,
B. overwegende dat de helft van de leden van de gemeenteraden verkozen wordt, terwijl de andere helft nog altijd aangesteld wordt door de koning,
C. overwegende dat vrouwen van de verkiezingen uitgesloten zijn, hoewel de kieswet duidelijk is over hun deelname, aangezien de wet in het Arabisch het woord "burger" gebruikt, dat zowel op man als vrouw betrekking heeft, om aan te geven wie er zijn stem kan uitbrengen,
D. overwegende dat meerdere Saoedi-Arabische overheden verklaard hebben dat vrouwen in de toekomst stemrecht zullen hebben,
E. overwegende dat vrouwen in Saoedi-Arabië nog altijd geconfronteerd worden met een groot aantal vormen van discriminatie in het privé- en openbaarleven,
F. sterk bezorgd over de omstandigheden waaronder migrerende werknemers, vooral vrouwen, moeten leven, die als dienstpersoneel in huishoudens werken,
1. verheugt zich over de allereerste verkiezingsprocedure van nationale omvang die in Saoedi-Arabië ooit gehouden is, die door een delegatie van het Europees Parlement als getuige bijgewoond wordt en die het als een stap vooruit in de richting van sociale en politieke hervormingen beschouwt, maar betreurt ten zeerste dat vrouwen niet aan de verkiezingen mogen deelnemen;
2. herinnert de autoriteiten aan hun verplichtingen krachtens CEDAW, dat door de Saoedi-Arabische staat ondertekend is, betuigt zijn solidariteit met de Saoedische burgers die uitkijken naar deelname van alle burgers aan de verkiezingsprocedures, en roept de autoriteiten op om alle nodige maatregelen te treffen om een einde te maken aan segregatie en discriminatie van de vrouw en de deelname van de vrouw aan de politieke besluitvorming geleidelijk aan uit te breiden, op voet van gelijkheid met de man, en om vrouwen in de mogelijkheid te stellen om openbare ambten te bekleden en op alle bestuursniveaus alle openbare functies te vervullen;
3. roept de Saoudi-Arabische regering ertoe op de beperkingen voor vrouwen op te heffen wat betreft de vrijheid van beweging -inclusief het verbod om een auto te besturen - werkgelegenheidskansen, rechtspersoonlijkheid en vertegenwoordiging in rechtsaangelegenheden;
4. herhaalt zijn oproep voor de afschaffing van de doodstraf en vraagt met onmiddellijke ingang een moratorium op de voltrekking van de doodstraf in Saoedi-Arabië, waar in 2004 volgens Amnesty International 31 terechtstellingen uitgevoerd zijn;
5. vraagt de autoriteiten om stappen te ondernemen om de arbeidsvoorwaarden en behandeling van migrerende werknemers, vooral vrouwen, te verbeteren;
6. betreurt dat er in Saoedi-Arabië nog altijd geen godsdienstvrijheid heerst, maar spoort de overheid aan om zich te blijven inspannen voor meer matiging en grotere verdraagzaamheid tegenover godsdienstige verscheidenheid;
7. benadrukt dat het van belang is om in te gaan tegen terreur en fundamentalisme onder vrijwaring van de fundamentele rechten van de mens en de burgerlijke vrijheden, en wil zich met dat uitgangspunt uitspreken voor de versterking van de betrekkingen tussen de Europese Unie en Saoedi-Arabië;
8. wenst meer in het bijzonder dat de Europese Unie en Saoedi-Arabië elkaars inspanningen om tot een bevredigende oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict te komen, ondersteunen;
9. vraagt de Raad en de Commissie om die onderwerpen ter sprake te brengen op de eerstvolgende gezamenlijke raadsvergadering en ministeriële bijeenkomst van de Europese Unie en de Raad voor samenwerking tussen de Golfstaten
10. dringt er bij de instellingen van de Europese Unie op aan om hun aanwezigheid in het gebied uit te breiden en de werkrelaties met Saoedi-Arabië te versterken door meer middelen vrij te maken voor de delegatie in Riad en op korte termijn een bezoek van de Europese commissaris voor buitenlandse zaken en/of de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid aan het Saoedisch Koninkrijk te organiseren;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VN-hoge commissaris voor de rechten van de mens, Z.K.H. Kroonprins Abdoellah Ibn Abdoel Aziz, de regering van Saoedi-Arabië en de secretaris-generaal van het Centrum voor de nationale dialoog in Saoedi-Arabië.