Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee en tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93 en (EG) nr. 973/2001 (COM(2003)0589 – C5-0480/2003 – 2003/0229(CNS))
(Raadplegingsprocedure)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2003)0589)(1),
– gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C5-0480/2003),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij (A6-0112/2005),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendementen van het Parlement
Amendement 1 OVERWEGING 6
(6) Het in deze verordening vastgestelde beheerssysteem geldt voor activiteiten in samenhang met de visserij op visbestanden in de Middellandse Zee door vaartuigen van de gemeenschap, in communautaire of internationale wateren, door vaartuigen van derde landen in visserijzones van de lidstaten, of door burgers van de Unie op volle zee.
(6) Het in deze verordening vastgestelde beheerssysteem geldt voor activiteiten in samenhang met de visserij op visbestanden in de Middellandse Zee door vaartuigen van de gemeenschap, in communautaire of internationale wateren, door vaartuigen van derde landen in visserijzones van de lidstaten, of door vaartuigen van de Unie op volle zee.
Amendement 2 OVERWEGING 23
(23) Aangezien 75% van de vangsten van zwaardvis in de Middellandse Zee voor rekening van de communautaire visserij komt, moet Verordening (EG) nr. 973/2001 van de Raad van 14 mei 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden worden gewijzigd, om een communautaire minimummaat bij aanvoer en daarmee overeenstemmende specificaties voor de beug vast te stellen. Tevens moet een vangstverbod van vier maanden worden ingesteld voor vaartuigen met de beug om de jonge zwaardvis te beschermen.
(23) Aangezien 75% van de vangsten van zwaardvis in de Middellandse Zee voor rekening van de communautaire visserij komt, moeten beheersmaatregelen worden vastgesteld. Ter waarborging van de doelmatigheid van deze maatregelen moeten de technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden worden vastgesteld door de bevoegde regionale visserijorganisaties. Hiertoe dient de Commissie bij de GFCM en de Internationale Commissie voor de instandhouding van de tonijnachtigen in de Atlantische Oceaan (ICCAT) zo spoedig mogelijk voorstellen in om voor de visserij in de Middellandse Zee een minimummaat bij aanvoer in te stellen alsmede voorschriften vast te stellen om de beug aan deze minimummaat aan te passen. Het ontbreken van een akkoord binnen een bepaalde termijn laat de bevoegdheid van de EU onverlet om in deze zin maatregelen vast te stellen, in afwachting van een definitief, multilateraal akkoord.
Amendement 3 ARTIKEL 1, LID 1, LETTER A, PUNT 2)
2) door vissersvaartuigen van de Gemeenschap in de Middellandse Zee buiten de in punt 1) bedoelde wateren;
2) door vissersvaartuigen van de Gemeenschap in de Middellandse Zee buiten de in punt 1) bedoelde wateren; en
Amendement 4 ARTIKEL 1, LID 1, LETTER A, PUNT 3)
3) door onderdanen van lidstaten, onverminderd de primaire verantwoordelijkheid van de vlaggenstaat, in de Middellandse Zee buiten de in punt 1) bedoelde wateren; en
Schrappen
Amendement 5 ARTIKEL 2, PUNT 16 BIS (nieuw)
(16 bis) "val": vistuig dat aan de bodem van de zee wordt verankerd en dient als val voor de vangst van mariene soorten. Vallen zijn mand-, ton- of kooivorming en bestaan in de regel uit een stijf of halfstijf geraamte dat met een net is overtrokken. De val heeft een of meerdere, aan de buitenkant gladde openingen ("kelen") waardoor de vis naar binnen kan zwemmen. Ze worden uitgezet met behulp van een apparaat, de zogeheten grondpees, waarvan de elementen op regelmatige afstand zijn verbonden met een naadlijn, de zogeheten grondpees.
Amendement 6 ARTIKEL 4
Het is verboden met trawlnetten, dreggen, vallen, ringzegens, bootzegens, landzegens of soortgelijke netten te vissen boven zeegrasvelden (Posidonia oceanica) of andere mariene fanerogamen.
1.Het is verboden met trawlnetten, dreggen, vallen, ringzegens, bootzegens, landzegens of soortgelijke netten te vissen boven zeegrasvelden (Posidonia oceanica) of andere mariene fanerogamen, koraligene bodems en kalkwiervelden.
Amendement 7 ARTIKEL 4, LID 1 BIS (nieuw)
1 bis. Voorts wordt het gebruik van sleepnetten op diepten van meer dan 1000 meter verboden.
Amendement 8 ARTIKEL 5, LID 2
2. Op grond van deze en andere relevante informatie wijst de Raad vóór 31 december 2004 beschermde gebieden aan, en met name die gebieden die geheel of gedeeltelijk buiten de territoriale wateren van de lidstaten vallen, en geeft hij aan welke visserijactiviteiten in die gebieden zijn verboden of toegestaan.
2. Op grond van deze en andere relevante informatie wijst de Raad vóór 31 december 2005 beschermde gebieden aan, en met name die gebieden die geheel of gedeeltelijk buiten de territoriale wateren van de lidstaten vallen, en geeft hij aan welke visserijactiviteiten in die gebieden zijn verboden of toegestaan.
Amendement 9 ARTIKEL 6, LID 1
1. De lidstaten wijzen vóór 31 december 2004 binnen hun territoriale wateren verdere beschermde gebieden aan waarin visserijactiviteiten kunnen worden verboden of beperkt, teneinde de levende aquatische rijkdommen in stand te houden en te beheren of de staat van de instandhouding van mariene ecosystemen te verbeteren. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten nemen een besluit inzake de vistuigen die in die beschermde gebieden mogen worden gebruikt alsmede inzake de passende technische voorschriften, die niet minder stringent mogen zijn dan de communautaire wetgeving.
1. De lidstaten wijzen vóór 31 december 2005 binnen hun territoriale wateren verdere beschermde gebieden aan waarin visserijactiviteiten kunnen worden verboden of beperkt, teneinde de levende aquatische rijkdommen in stand te houden en te beheren of de staat van de instandhouding van mariene ecosystemen te verbeteren. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten nemen een besluit inzake de vistuigen die in die beschermde gebieden mogen worden gebruikt alsmede inzake de passende technische voorschriften, die niet minder stringent mogen zijn dan de communautaire wetgeving.
Amendement 10 ARTIKEL 7
De volgende stoffen en apparaten mogen niet worden gebruikt voor de visserij of aan boord worden gehouden:
a) giftige, verdovende of bijtende stoffen, b) elektriserende apparaten, c) explosieven, d) stoffen die kunnen exploderen als zij worden gemengd, e) gesleepte voorzieningen voor de visserij op rode koraal, f) pneumatische hamers of andere klopwerktuigen voor het verzamelen van op rotsen levende soorten.
1.De volgende stoffen en apparaten mogen niet worden gebruikt voor de visserij of aan boord worden gehouden:
a) giftige, verdovende of bijtende stoffen, b) elektriserende apparaten, c) explosieven, d) stoffen die kunnen exploderen als zij worden gemengd, e) gesleepte voorzieningen voor de visserij op rode koraal, f) pneumatische hamers of andere klopwerktuigen voor het verzamelen van op rotsen levende soorten.
2.Het gebruik van staande of drijvende kieuwnetten is verboden voor visserij op de volgende soorten: witte tonijn (Thunnus alalunga), gewone tonijn (Thunnus thynnus), zwaardvis (Xyphias gladius), braam (Brama brama), haaiachtigen (Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Carcharhinidae; Sphyrnidae; Isuridae; Lamnidae).
Amendement 11 ARTIKEL 8, LEDEN 1, 2, 3 en 4
1. Het is verboden sleepnetten, ringnetten of kieuwnetten voor de visserij op zeebrasem te gebruiken of aan boord te houden en te gebruiken voor visserijdoeleinden, tenzij de maaswijdte in dat deel van het net waar de mazen het kleinst zijn, in overeenstemming is met de leden 3 tot en met 6.
1. Het is verboden sleepnetten, ringnetten of kieuwnetten te gebruiken of aan boord te houden en te gebruiken voor visserijdoeleinden, tenzij de maaswijdte in dat deel van het net waar de mazen het kleinst zijn, in overeenstemming is met de leden 3 tot en met 6.
2. De maaswijdte wordt vastgesteld volgens de procedures van Verordening (EG) nr. 129/2003.
2. De maaswijdte wordt vastgesteld volgens de procedures van Verordening (EG) nr. 129/2003.
3. Voor andere sleepnetten dan die bedoeld in lid 4, is de minimummaaswijdte:
3. Voor andere sleepnetten dan die bedoeld in lid 4, is de minimummaaswijdte:
1) tot en met 31 december 2005: 40 mm;
1) tot en met 31 december 2006: 40 mm;
2) met ingang van 1 januari 2006: 50 mm;
2) met ingang van 1 januari 2007 wordt bovengenoemd net vervangen door een net met vierkante mazen met een maaswijdte van 40 mm in de kuil of, op een met redenen omkleed verzoek van de reder, door een net met ruitvormige mazen van 50 mm. Visserijvaartuigen mogen in verband daarmee slechts één van deze beide netsoorten gebruiken of aan boord hebben en opteren hetzij voor het net met vierkante mazen van 40 mm in de kuil, hetzij voor een net met ruitvormige mazen van 50 mm..
3) met ingang van 1 januari 2009: 60 mm.
De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad uiterlijk 30 juni 2010 een verslag in over de uitvoering van dit lid en stelt op basis hiervan desgewenst aanpassingen voor.
4. Voor pelagische trawls voor de visserij op sardine en ansjovis is, wanneer deze soorten na sortering ten minste 85% van de vangst in levend gewicht uitmaken, de minimummaaswijdte 20 mm.
4. Voor pelagische trawls voor de visserij op sardine en ansjovis is, wanneer deze soorten na sortering ten minste 80% van de vangst in levend gewicht uitmaken, de minimummaaswijdte 20 mm.
Amendement 12 ARTIKEL 9, LID 1
1. Voor vissersvaartuigen die beuglijnen gebruiken en een hoeveelheid zeebrasem (Pagellus bogaraveo) aanvoeren of aan boord hebben die na sortering meer dan 20% van de vangst in levend gewicht uitmaakt, is het verboden beuglijnen met haken van minder dan 5 cm lang en minder dan 2,5 cm breed te gebruiken of aan boord te houden.
1. Voor vissersvaartuigen die beuglijnen gebruiken en een hoeveelheid zeebrasem (Pagellus bogaraveo) aanvoeren of aan boord hebben die na sortering meer dan 20% van de vangst in levend gewicht uitmaakt, is het verboden beuglijnen met haken van minder dan 3,95 cm lang en minder dan 1,65 cm breed te gebruiken of aan boord te houden.
Amendement 13 ARTIKEL 12
1. Het is verboden binnen 3 zeemijl uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand van de kust wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 m, gesleept vistuig te gebruiken.
In afwijking van de eerste alinea is het gebruik van hydraulische dreggen toegestaan tussen 1,5 en 3 zeemijl uit de kust, ongeacht de diepte van het water, op voorwaarde dat andere soorten dan schelpdieren niet meer dan 10 % van het totale gewicht van de vangst uitmaken.
1. Het is verboden binnen 3 zeemijl uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand van de kust wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 m, gesleept vistuig te gebruiken.
In afwijking van de eerste alinea is het gebruik van hydraulische dreggen toegestaan tussen 0,5 en 3 zeemijl uit de kust, ongeacht de diepte van het water, op voorwaarde dat andere soorten dan schelpdieren niet meer dan 10 % van het totale gewicht van de vangst uitmaken.
2. Het is verboden binnen 1,5 zeemijl uit de kust trawlnetten en hydraulische dreggen te gebruiken.
2. Het is verboden binnen 1,5 zeemijl uit de kust trawlnetten en binnen 0,5 zeemijl uit de kust hydraulische dreggen te gebruiken.
3. Het is verboden binnen 0,5 zeemijl uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand van de kust wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 meter, ringzegens te gebruiken
3. Het is verboden binnen 300 meter uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand van de kust wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 meter, ringzegens te gebruiken
4. Het is verboden binnen 1 zeemijl van de grenzen van een overeenkomstig de artikelen 5 en 6 vastgesteld beschermd gebied gesleepte vistuigen, ringzegens en andere ringnetten te gebruiken.
5. Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie voor een bepaald gebied toestaan af te wijken van hetgeen is bepaald in lid 1 en lid 3, wanneer een dergelijke afwijking gerechtvaardigd is door bijzondere geografische beperkingenof wanneer de betrokken vormen van visserij zeer selectief zijn en een verwaarloosbaar effect hebben op het mariene milieu, op voorwaarde dat voor deze vormen van visserij een beheersplan als bedoeld in artikel 17 is opgesteld. De lidstaten motiveren die afwijking met actuele wetenschappelijke en technische informatie.
5. Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie voor een bepaald gebied toestaan af te wijken van hetgeen is bepaald in lid 1 en lid 3, wanneer een dergelijke afwijking gerechtvaardigd is door bijzondere geografische obstakels, zoals de afmetingen van kustplatforms, wanneer de betrokken vormen van visserij zeer selectief zijn, een verwaarloosbaar effect hebben op het mariene milieu, en hiermee een klein aantal vaartuigen is gemoeid, op voorwaarde dat voor deze vormen van visserij een beheersplan als bedoeld in artikel 17 is opgesteld. De lidstaten motiveren die afwijking met actuele wetenschappelijke en technische informatie. Elke visserijmethode echter die in overeenstemming met de geldende communautaire wetgeving, zoals vervat in Verordening (EG) 1626/94, gewijzigd bij Verordening (EG) 2550/2000, inclusief de hierin opgenomen uitzonderingsregelingen, wordt beoefend op een afstand uit de kust die korter is dan bepaald in de leden 1 en 2, mag worden voortgezet tot 31 december 2006, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en op grond van wetenschappelijke gegevens anders besluit.
Amendement 14 ARTIKEL 14, LID 1
1. In afwijking van artikel 13 is het met toestemming en onder gezag van de lidstaat waar deze activiteiten plaatsvinden, toegestaan ondermaatse mariene organismen ten behoeve van het kunstmatig uitzetten en overbrengen van deze organismen te vangen, aan boord te houden, over te laden, aan te voeren, over te dragen, op te slaan, te verkopen, uit te stallen of te koop aan te bieden.
1. In afwijking van artikel 13 is het met toestemming en onder gezag van de lidstaat waar deze activiteiten plaatsvinden, toegestaan levende ondermaatse mariene organismen ten behoeve van het kunstmatig uitzetten en overbrengen van deze organismen te vangen, aan boord te houden, over te laden, aan te voeren, over te dragen, op te slaan, te verkopen, uit te stallen of te koop aan te bieden.
Amendement 15 ARTIKEL 14, LID 3 BIS (nieuw)
(3 bis) De introductie, het uitzetten of aanvullen van allochtone soorten is verboden.
Amendement 16 ARTIKEL 15, LID 1
1. Voor de sportvisserij is het gebruik van sleepnetten, ringnetten, ringzegens, dreggen, kieuwnetten, schakels en beuglijnen voor de visserij op over grote afstanden trekkende soorten verboden.
1. Voor de sportvisserij is het gebruik van sleepnetten, ringnetten, ringzegens, dreggen, kieuwnetten, schakels, grondbeugen en beuglijnen voor de visserij op over grote afstanden trekkende soorten verboden.
Amendement 17 ARTIKEL 15, LID 3, ALINEA 1 BIS (nieuw)
Bij wijze van uitzondering kan echter toestemming worden verleend voor het op de markt brengen van vis die in het kader van wedstrijden is gevangen, mits de opbrengst van de verkoop naar goede doelen gaat.
Amendement 18 ARTIKEL 17, LID 1
1. De lidstaten stellen vóór 31 december 2004 beheersplannen vast voor de visserij met bootzegens, landzegens, ringnetten en dreggen binnen hun territoriale wateren. Artikel 6, lid 2, lid 3 en lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn van toepassing voor deze beheersplannen.
1. De lidstaten stellen vóór 31 december 2005 beheersplannen vast voor de visserij met bootzegens, landzegens, ringnetten en dreggen binnen hun territoriale wateren. Artikel 6, lid 2, lid 3 en lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn van toepassing voor deze beheersplannen.
Amendement 19 ARTIKEL 17, LID 5, LETTER D BIS (nieuw)
(d bis) financiële ondersteuning ingeval van biologische rustperiodes.
Amendement 20 ARTIKEL 22 Artikel 4 bis (Verordening (EG) nr. 973/2001)
Artikel 4 bis Beperking van het gebruik van bepaalde typen vaartuigen en vistuigen In Verordening (EG) nr. 973/2001 wordt het volgende artikel 4 bis ingevoegd: "Artikel 4 bis 1.Het gebruik van bodemnetten en geankerde drijfnetten is in de Middellandse Zee verboden voor de visserij op de volgende soorten: witte tonijn (Thunnus alalunga), blauwvintonijn (Thunnus thynnus), zwaardvis (Xiphias gladius), braam (Brama brama), haaien (Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Carcharhinidae; Sphyrnidae; Isuridae; Lamnidae). 2.Voor elk vissersvaartuig in de Middellandse Zee dat beuglijnen gebruikt en een hoeveelheid zwaardvis (Xiphias gladius) aanvoert of aan boord heeft die na sortering meer dan 20% van de vangst in levend gewicht uitmaakt, is het verboden beuglijnen met haken van minder dan 10 cm lang en minder dan 4,5 cm breed te gebruiken of aan boord te houden. 3.In de Middellandse Zee is de visserij met pelagische beuglijnen elk jaar van 1 oktober tot en met 31 januari verboden voor de volgende soorten: witte tonijn (Thunnus alalunga), blauwvintonijn (Thunnus thynnus), Zwaardvis (Xiphias gladius) en haaien (Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Carcharhinidae; Sphyrnidae; Isuridae; Lamnidae). 4.Met het oog op de toepassing van lid 2 geldt het volgende: a) de totale lengte van de haak is de maximale totale lengte van de schacht vanaf het uiteinde van de haak dat dient voor het vastmaken van de lijn en gewoonlijk de vorm heeft van een oog, tot en met de punt van de kromming; b) de breedte van de haak is de grootste horizontale afstand vanaf het buitenste gedeelte van de schacht tot en met het buitenste gedeelte van de weerhaak.".
Schrappen
Amendement 21 ARTIKEL 23 Bijlage IV, gedeelte betreffende zwaardvis (Verordening (EG) nr. 973/2001)
Artikel 23 Minimummaat In bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 973/2001 wordt het gedeelte betreffende zwaardvis vervangen door: "zwaardvis (Xiphias gladius) in de Atlantische Oceaan: 25 kg of 125 cm (onderkaak); zwaardvis (Xiphias gladius) in de Middellandse Zee: 110 cm (onderkaak) of 16 kg levend gewicht (gewicht van de gehele vis vóórdat deze wordt verwerkt of delen ervan worden verwijderd) of 14 kg ontkieuwd en gegromd gewicht (het gewicht nadat de kieuwen en de ingewanden zijn verwijderd)(1). (1) De in artikel 7, lid 1, tweede alinea, bedoelde tolerantiewaarde van 15% geldt niet voor zwaardvis in de Middellandse Zee".
Schrappen
Amendement 22 ARTIKEL 23 bis (nieuw)
Artikel 23 bis De Raad neemt uiterlijk 31 maart 2006 op voorstel van de Commissie een besluit over technische maatregelen ter bescherming van jonge zwaardvis in de Middellandse Zee.
Amendement 23 BIJLAGE II, AFDELING 1, "DREGGEN"
Dreggen mogen maximaal 4 m breed zijn, behalve dreggen voor de sponsvisserij (gagava).
Dreggen mogen maximaal 3 m breed zijn, behalve dreggen voor de sponsvisserij (gagava).
Amendement 24 BIJLAGE II, AFDELING 3, STREEPJE 3
Het is verboden meer dan 5 000 m schakel, geankerd kieuwnet of geankerd drijvend kieuwnet per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten.
Het is verboden meer dan 6000 meter schakel, geankerd kieuwnet of geankerd drijvend kieuwnet per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten, met dien verstande dat, wanneer zich slechts één visser aan boord bevindt, deze totale lengte niet meer mag bedragen dan 2500 meter, vermeerderd met 2000 meter ingeval van een tweede visser aan boord, en nog eens 1500 meter ingeval van een derde visser aan boord.
Amendement 25 BIJLAGE II, AFDELING 6, 7 EN 8
6. Grondbeug
Het is verboden meer dan 7.000 m grondbeug per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten.
6. Grondbeug
Het is verboden meer dan 3000 vishaken per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten.
7. Korflijnen voor de visserij op diepzee-schaaldieren
Het is verboden meer dan 5 km korflijn per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten.
7. Korflijnen voor de visserij op diepzee-schaaldieren
Het is verboden meer dan 5 km korflijn per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten.
8. Drijvende beug Het is verboden meer dan 60 km drijvende beug per vaartuig aan boord te hebben of uit te zetten.
8. Drijvende beug
Per vaartuig geldt een verbod op het aan boord hebben of uitzetten van meer dan: - 2000 vishaken voor de visserij op gewone tonijn (Thunnus thynnus); - 3500 vishaken voor de visserij op zwaardvis (Xyphias gladius); - 5000 vishaken voor de visserij op witte tonijn (Thunnus alalunga).
Amendement 26 BIJLAGE III
1. Vissen
1. Vissen
Dicentrarchus labrax 25 cm
Dicentrarchus labrax 25 cm
Diplodus annularis 12 cm
Diplodus annularis 12 cm
Diplodus puntazzo 18 cm
Diplodus puntazzo 18 cm
Diplodus sargus 23 cm
Diplodus sargus 23 cm
Diplodus vulgars 18 cm
Diplodus vulgars 18 cm
Engraulis encrasicolus * 11 cm
Engraulis encrasicolus * 9 cm
Epinephelus spp. 45 cm
Epinephelus spp. 45 cm
Lithognathus mormyru 20 cm
Lithognathus mormyrus 20 cm
Merluccius merluccius 15 cm (t/m 31 december 2008) 20 cm (vanaf 1 januari 2009)
Merluccius merluccius 20 cm Tot 31 december 2006 wordt echter een tolerantiemarge toegestaan van 15 gewichtsprocenten voor heek met een lengte tussen de 15 en 20 cm. Deze tolerantiemarge geldt zowel voor elk individueel vaartuig, op volle zee of op de plaats waar de vis aan land wordt gebracht, als voor de markten waar de aan land gebrachte vis voor het eerst wordt verhandeld. Deze marge wordt voorts geëerbiedigd bij elke daaropvolgende nationale of internationale handelstransactie.
Mullus spp 11 cm
Pagellus acarne 17 cm
Pagellus bogaraveo 33 cm
Pagellus erythrinus 15 cm
Pagrus pagrus 18 cm
Polyprion americanus 45 cm
Sardina pilchardus** 13 cm
Scomber japonicus 18 cm
Scomber scombrus 18 cm
Solea vulgaris 25 cm
Sparus aurata 20 cm
Trachurus spp. 15 cm
2. Schaaldieren
Homarus gammarus 30 cm LT
Nephrops norvegicus 20 mm LC
70 mm LT Palinuridae 105 mm LC
Parapenaeus longirostris 20 mm LC
3. Tweekleppige
weekdieren Pecten jacobeus 11 cm
Mullus spp 11 cm
Pagellus acarne 17 cm
Pagellus bogaraveo 33 cm
Pagellus erythrinus 15 cm
Pagrus pagrus 18 cm
Polyprion americanus 45 cm
Sardina pilchardus** 11 cm
Scomber japonicus 18 cm
Scomber scombrus 18 cm
Solea vulgaris 20 cm
Sparus aurata 20 cm
Trachurus spp. 15 cm
2. Schaaldieren
Homarus gammarus 30 cm LT
Nephrops norvegicus 20 mm LC
70 mm LT Palinuridae 90 mm LC
Parapenaeus longirostris 20 mm LC
3. Tweekleppige
weekdieren Pecten jacobeus 10 cm Venerupis spp. 25 mm Venus spp. 25 mm