Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0370/2005

Debatten :

PV 08/06/2005 - 12

Stemmingen :

PV 09/06/2005 - 9.11

Aangenomen teksten :


Aangenomen teksten
PDF 120kWORD 41k
Donderdag 9 juni 2005 - Straatsburg
Situatie in Oezbekistan
P6_TA(2005)0239RC-B6-0370/2005

Resolutie van het Europees Parlement over Oezbekistan

Het Europees Parlement,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst(1) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, die in werking trad op 1 juli 1999,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie van de mensenrechten en de democratie in Oezbekistan en de Centraal-Aziatische landen,

–   gezien de conclusies van de zesde bijeenkomst van de samenwerkingsraad EU-Oezbekistan, die plaatsvond op 1 februari 2005 in Brussel,

–   gezien de conclusies van de vergadering van de Raad van 23/24 mei 2005 met betrekking tot de recente gebeurtenissen in Oezbekistan, en in het bijzonder de gebeurtenissen in en rond de stad Andizjan in Oost-Oezbekistan,

–   gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Louise Arbour, waarin werd verzocht om een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de oorzaken en de omstandigheden van de incidenten die hebben plaatsgevonden in de Oost-Oezbeekse stad Andizjan,

–   gezien de verklaring van 20 mei 2005 van de fungerend voorzitter van de OVSE over de situatie in Oezbekistan,

–   gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat volgens ooggetuigen meerdere honderden mensen zijn gedood op 13 mei 2005 in de Oost-Oezbeekse stad Andizjan, toen regeringstroepen het vuur openden op betogers die protesteerden tegen de opsluiting van 23 plaatselijke zakenmensen,

B.   overwegende dat de Oezbeekse president Islam Karimov islamitische groeperingen verantwoordelijk heeft gesteld voor het geweld, heeft ontkend dat de veiligheidstroepen het vuur hebben geopend op ongewapende burgers en heeft gezegd dat er slechts 169 doden zijn gevallen, voor het merendeel "islamitische extremistische terroristen",

C.   overwegende dat tezelfdertijd meer dan 500 mensen uit Oezbekistan zijn gevlucht en onderdak hebben gevonden in het Barash-kamp in Kirgizië, aan de oever van de grensrivier tussen Oezbekistan en Kirgizië,

D.   overwegende dat veel mensen tijdens en na de gebeurtenissen in Andizjan zijn gearresteerd en nog steeds vastzitten,

E.   overwegende dat de bewoners van Andizjan nog steeds bang zijn voor represailles van de regering omdat zij zich over de gebeurtenissen hebben uitgesproken, en dat de stad grotendeels gesloten blijft voor journalisten en voorvechters van de mensenrechten, terwijl de regering de Oezbeekse media aanwijzingen heeft gegeven over de wijze van berichtgeving over de gewelddadigheden en de toegang naar een steeds groter aantal websites van buitenlandse media heeft geblokkeerd,

F.   uiterst bezorgd over de voortdurende verdwijningen van gewonden uit ziekenhuizen en de willekeurige arrestaties, opsluitingen en fysieke aanvallen op mensenrechtenactivisten die het blinde gebruik van geweld tegen burgers aan de kaak hebben gesteld en hiernaar onderzoek hebben verricht,

G.   overwegende dat de Verenigde Naties, hierin o.a. gesteund door de Raad van de Europese Unie, de OVSE en de NAVO, dringend heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken en omstandigheden van de gebeurtenissen in Andizjan; dat een dergelijk onderzoek absoluut noodzakelijk is om licht te werpen op de gebeurtenissen en te beoordelen hoe een en ander het best kan worden aangepakt in het belang van de stabiliteit van de regio, en dat er pijnlijk genoeg steun voor de actie van de regering kwam van de zijde van de Russische Federatie en China,

H.   overwegende dat de Oezbeekse autoriteiten tot nog toe hebben geweigerd gehoor te geven aan deze oproep tot een internationaal, onafhankelijk onderzoek en zelfs alle contacten met vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap om het opzetten van een dergelijk onderzoek te bespreken, hebben geweigerd,

I.   overwegende dat de Oezbeekse regering een lange traditie heeft van foltering, mishandeling en ernstige schendingen van de mensenrechten jegens gevangenen en van repressief optreden tegen mensenrechtenactivisten en politieke tegenstanders,

J.   onder erkenning van de rol die door Oezbekistan wordt gespeeld bij de bestrijding van het internationale terrorisme, maar met nadruk wijzend op de wezenlijke noodzaak om deze strijd met wettige middelen te voeren zonder dat daarbij de gehele samenleving wordt onderdrukt en mensenrechten worden veronachtzaamd,

K.   overwegende dat de Oezbeekse autoriteiten vaak beweren dat tegenstanders van de regeringspolitiek religieuze extremisten uit de Ferghana-vallei zijn die de regering omver willen werpen en een islamitisch kalifaat in Centraal-Azië willen stichten, terwijl de Oezbeekse samenleving juist grotendeels een seculier karakter heeft en het religieuze extremisme waarvan wel sprake is, veeleer wordt aangewakkerd door sociale ongerechtigheid,

L.   overwegende dat de leiders van verscheidene mensenrechtengroeperingen in Oezbekistan hebben gemeld dat de massamoord in Andizjan werd gevolgd door brede repressieve maatregelen tegen mensenrechtenactivisten, leden van oppositiepartijen en anderszins politiek actieve Oezbeekse burgers, en dat zij het slachtoffer zijn geworden van arrestaties en fysiek geweld door het Oezbeekse regime,

M.   overwegende dat de Oezbeekse president Karimov het land al leidt sinds het in 1989 onafhankelijk werd, en dat hij en zijn regime geen enkele poging in het werk hebben gesteld om de noodzakelijke politieke, maatschappelijke en economische hervormingen door te voeren en van Oezbekistan een van de meest autocratische regimes in Centraal-Azië hebben gemaakt,

N.   overwegende dat bij het maatschappelijk middenveld in Centraal-Azië, met inbegrip van Oezbekistan, de roep steeds sterker wordt om een meer open samenleving, waarin individuele vrijheden en mensenrechten volledig in acht worden genomen, alsmede om democratische veranderingen,

O.   overwegende dat alleen sprake kan zijn van samenwerking met de EU wanneer die is gebaseerd op een werkelijk beleid ter bevordering van mensenrechten door de begunstigde partijen,

1.   spreekt zijn krachtige veroordeling uit over het buitensporige en gewelddadige optreden, zonder onderscheid des persoons, van de zijde van de Oezbeekse veiligheidstroepen en dringt er bij de Oezbeekse autoriteiten op aan om degenen die verantwoordelijk zijn voor het bloedbad in Andizjan voor het gerecht te brengen;

2.   betreurt ten zeerste het verlies aan honderden mensenlevens en betuigt zijn diepe medeleven met de mensen die hebben geleden als gevolg van het geweld door de Oezbeekse veiligheidstroepen;

3.   dringt er bij de Oezbeekse autoriteiten op aan onmiddellijk gehoor te geven aan de internationale oproepen tot een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de gebeurtenissen, en de noodzakelijke stappen te nemen om dit onderzoek mogelijk te maken;

4.   benadrukt dat de Oezbeekse regering, als zij een internationaal onderzoek blijft weigeren, zelfs haar meest essentiële verplichtingen in het kader van de in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst opgenomen mensenrechten- en democratieclausule niet nakomt;

5.   dringt er derhalve bij de Raad en de Commissie op aan om EU-steun en activiteiten in het kader van samenwerkingsprogramma's ten behoeve van Oezbekistan te laten lopen via onafhankelijke NGO's, de TACIS-democratieprogramma's te versterken en rechtstreekse steun voor overheidsorganen op te schorten zolang geen echt internationaal en onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd met volledige steun van de Oezbeekse autoriteiten, en zolang geen eind is gemaakt aan de wijdverbreide schendingen van de mensenrechten;

6.   uit zijn ernstige ongerustheid over het lot van degenen die een schuilplaats hebben gezocht aan de Kirgizische grens en dringt er bij Oezbekistan en Kirgizië op aan zich volledig te houden aan de internationale verdragen betreffende ontheemden en vluchtelingen; dringt bij de Raad en de Commissie aan op verlening van humanitaire hulp in nauwe samenwerking met de VN-agentschappen en andere internationale organisaties en dringt er bij de Oezbeekse autoriteiten op aan deze hulp onmiddellijk tot het gebied toe te laten;

7.   dringt er bij de Oezbeekse autoriteiten op aan onmiddellijk een einde te maken aan de vervolging van oppositieleiders, mensenrechtenactivisten, onafhankelijke journalisten en andere Oezbeekse burgers; verlangt dat de personen die zijn gearresteerd tijdens en na de gebeurtenissen in Andizjan onmiddellijk worden vrijgelaten;

8.   stelt zich op het standpunt dat de strijd tegen het terrorisme moet worden gevoerd onder naleving van de internationale verdragen en de OVSE-verplichtingen en dat deze strijd nooit mag worden aangevoerd als rechtvaardiging voor het uitschakelen van politieke tegenstanders, het schenden van de mensenrechten en het beperken van de burgerlijke vrijheden;

9.   dringt er bij de Amerikaanse regering op aan de onderhandelingen met de Oezbeekse regering op te schorten over een formele overeenkomst voor de lange termijn die de VS in staat zou stellen hun militaire basis in Oezbekistan te handhaven en de Oezbeekse regering aanzienlijke financiële voordelen zou bieden, alsook andere alternatieven in de regio te overwegen;

10.   onderstreept dat het van belang is de fundamentele oorzaken van de instabiliteit in de regio aan te pakken en dringt bij de Oezbeekse autoriteiten aan op interne hervormingen die van essentieel belang zijn voor de economische ontwikkeling en de totstandbrenging van democratie en stabiliteit in het land; dringt er bij de Raad en de Commissie op aan deze hervormingen daadwerkelijk te steunen in nauw overleg met andere relevante internationale actoren;

11.   verzoekt de regering van Oezbekistan met name om serieuze stappen te ondernemen op weg naar afschaffing van de doodstraf, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te versterken, de nationale mediawetgeving in overeenstemming te brengen met internationale vereisten en normen, een einde te maken aan de censuur, niet langer druk uit te oefenen op onafhankelijke journalisten en krantenuitgevers en voorwaarden te scheppen voor daadwerkelijke vrijheid van meningsuiting;

12.   dringt er bij de Oezbeekse regering op aan de registratieprocedure voor NGO's, met inbegrip van buitenlandse vertegenwoordigingen, te wijzigen en te vereenvoudigen, en wijzigingen door te voeren die erop zijn gericht de controle door overheidsinstanties en het Ministerie van Justitie op de activiteiten van NGO's te verminderen;

13.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de secretarissen-generaal van de Verenigde Naties en de OVSE, en de presidenten, de regeringen en de parlementen van Oezbekistan, Kirgizië, de Russische Federatie, de Verenigde Staten en China.

(1) PB L 229 van 31.8.1999, blz. 3.

Juridische mededeling - Privacybeleid