Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Ethiopië
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn vroegere resoluties, met name de op 7 juli 2005 aangenomen resolutie over de situatie van de mensenrechten in Ethiopië(1),
– gezien de voorafgaande verklaringen van 17 mei 2005 en 25 augustus 2005 door de waarnemingszending van de EU over de verkiezingen in Ethiopië (EU EOM),
– gezien de eindverklaring van 15 september 2005 door de waarneming van het Carter Center over de nationale verkiezingen van 2005 in Ethiopië,
– gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de eerste werkelijke verkiezing in Ethiopië plaats heeft gehad op 15 mei 2005 en dat de periode hiervóór gekenmerkt werd door een vreedzaam klimaat en dat de verkiezingen ondanks enkele onregelmatigheden zonder confrontaties van betekenis tussen regering en oppositiepartijen zijn verlopen,
B. overwegende dat de meer dan 90% van de Ethiopische kiezers die hun stem hebben uitgebracht, blijk hebben gegeven van hun geloof in de democratie en hun krachtige wil hun grondrechten uit te oefenen,
C. overwegende dat in de bovenvermelde voorafgaande verklaringen van de EU EOM in Ethiopië wordt vastgesteld dat er zich, ondanks de buitengewoon grote deelname van de Ethiopische kiezers, ernstige onregelmatigheden hebben voorgedaan en dat op vele fundamentele punten de democratische normen voor de organisatie van verkiezingen niet werden nageleefd,
D. overwegende dat de Europese Unie zich op 29 augustus 2005 via een verklaring van 29 augustus 2005 van het Brits voorzitterschap achter de bevindingen van de EU EOM heeft geschaard,
E. overwegende dat het Carter Centre in bovenvermelde eindverklaring tot dezelfde conclusies komt als de EU EOM,
F. overwegende dat de oppositie de resultaten van de verkiezingen van 15 mei 2005 blijft aanvechten,
G. overwegende dat de heersende partij het zittende parlement heeft gebruikt om een wijziging door te drukken waardoor een absolute meerderheid vereist is voor de indiening van een agenda, met het gevolg dat de oppositie het recht wordt ontnomen een agenda of wetsontwerp voor te stellen ter discussie in het volgende parlement,
H. bezorgd over de antidemocratische handelwijze die tijdens de eerste gewone bijeenkomst van het nieuwe parlement is gebleken, waar aan leden van de oppositie die hun plaats wilden innemen, het recht werd ontzegd om hun standpunt uit te drukken,
I. bezorgd over het eerste besluit van het nieuwe parlement, waarbij de immuniteit werd opgeheven van verkozen leden die besloten hadden niet aan de vergadering deel te nemen zolang niet aan hun allereerste vereisten was tegemoetgekomen, evenals over een ander besluit, waarbij het mandaat van het stadsbestuur van Addis Abeba werd verlengd, onder miskenning van de stem van de bevolking van de stad, die zich unaniem voor de oppositie had uitgesproken,
J. overwegende dat de op 2 oktober 2005 tussen de regering en de twee grootste oppositiepartijen geopende onderhandelingen afgebroken werden, zulks ten gevolge van de weigering van de regerende partij om in te stemmen met minimale gedragsregels wat meerpartijendemocratie en eerbiediging van de oppositie betreft,
K. overwegende dat de oppositiepartijen verklaard hebben dat zij willen werken in het kader van de grondwet, zonder gebruik te maken van geweld,
L. overwegende dat de regering de oppositie ervan beschuldigt een staatsgreep te beramen en is overgegaan tot de arrestatie van een groot aantal leidinggevende personen uit de oppositie,
M. overwegende dat de oppositie haar oproep tot een algemene staking alsook haar oproep tot een, door de regering verboden, massabetoging heeft ingetrokken wegens het gevaar voor gewelddadige confrontaties, waardoor zij blijk heeft gegeven van haar verantwoordelijkheidsgevoel,
N. overwegende dat er tijdens de betogingen van juni 2005, toen de verkiezingsuitslagen werden aangevochten, door het ingrijpen van de veiligheidstroepen ten minste 42 doden zijn gevallen en duizenden personen zijn gearresteerd,
O. overwegende dat het klimaat van bedreigingen en intimidatie is blijven voortduren tijdens het hele proces van onderzoek en aanvechting van bepaalde verkiezingsresultaten,
P. overwegende dat Ethiopië de Overeenkomst van Cotonou heeft ondertekend, in artikel 9 waarvan is verankerd dat eerbiediging van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden een wezenlijk bestanddeel vormt van de samenwerking tussen ACS en EU,
1. drukt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat de op 2 oktober 2005 geopende dialoog tussen de regering en de oppositie door de regerende partij werd afgebroken, en dringt er bij alle partijen op aan dat zij die dialoog onverwijld weer opnemen en alles in het werk stellen opdat de meerpartijendemocratie operationeel kan worden;
2. is ingenomen met de cruciale rol die is vervuld door het hoofd van de Commissiedelegatie in Ethiopië en het voorzitterschap van de Raad via zijn Britse ambassadeur, in samenwerking met andere internationale diplomaten, in de totstandkoming van de politieke gesprekken;
3. zou zich verheugen over een uitnodiging van het Ethiopische parlement aangaande een missie van het Europees Parlement om Ethiopië te bezoeken teneinde na te gaan hoe het vermogen van het nieuwe parlement op te bouwen en een antwoord te geven op de uitdagingen van de meerpartijendemocratie;
4. verwelkomt de toezegging van de oppositie om binnen het constitutioneel kader te werken en zich te onthouden van geweld;
5. vraagt de regering dat zij ook de fundamentele beginselen van de grondwet eerbiedigt, met name de fundamentele vrijheden en de mensenrechten;
6. verzoekt de Ethiopische regering erop toe te zien dat de oppositie toegang heeft tot de media, zoals in de aanloop naar de verkiezingen op 15 mei 2005 het geval was;
7. is ernstig verontrust over de pogingen van de regering het democratische proces om te keren, o.m. door de invoering van een verplichte absolute meerderheid om in het volgende parlement agenda's voor te stellen, waardoor de winst van de oppositie zijn betekenis verliest;
8. verwelkomt het feit dat de oppositie haar oproep tot een massabetoging op 2 oktober 2005 heeft ingetrokken, die, aangezien ze door de regering verboden was, tot een ernstige confrontatie had kunnen leiden;
9. vraagt alle politieke partijen te werken aan een politieke oplossing die de democratische rechten van het parlement bekrachtigt;
10. 10 vraagt dat een eind wordt gemaakt aan de vervolging en de intimidatie van de vertegenwoordigers van de oppositiepartijen en dat degenen die momenteel nog in de gevangenis zitten, onverwijld in vrijheid worden gesteld;
11. verzoekt de Ethiopische regering erop toe te zien dat de arrestanten niet worden mishandeld, dat zij bezoek kunnen ontvangen van hun gezin en dat zij zich medisch kunnen laten behandelen;
12. verzoekt de Ethiopische autoriteiten alle politieke gevangenen binnen 48 uur na hun initiële detentie voor te leiden zoals de Ethiopische wet voorschrijft, of hen onverwijld op vrije voeten te stellen;
13. vraagt de regering en de vertegenwoordigers van de politieke partijen tot overeenstemming te komen over de inhoud van een gedragscode voor de vrije en onafhankelijke werking van de media;
14. verzoekt de EU en de internationale gemeenschap waakzaam te blijven, met name met betrekking tot de eerbiediging van de internationale mensenrechtenbeginselen, en het Ethiopische democratiseringsproces te blijven ondersteunen;
15. vraagt de Commissie dat zij het humanitair beleid van de Europese Unie ten aanzien van Ethiopië voortzet en indien nodig intensifieert en dat zij de niet-humanitaire hulp afstemt op de vooruitgang die in het democratiseringsproces wordt geboekt;
16. verzoekt zijn Voorzitter in een brief aan de voorzitter van het Ethiopische parlement uitdrukking te geven aan de ernstige bezorgdheid van het Europees Parlement over het feit dat oppositieleden wordt geweigerd het woord te nemen, over het besluit tot opheffing van de immuniteit van alle verkozen oppositieleden die hun plaats niet hebben ingenomen, evenals over het besluit om het mandaat van het stadsbestuur te verlengen, met miskenning van de verkiezingsuitslagen, en aan te dringen op de onverwijlde intrekking van deze maatregelen, aangezien zij indruisen tegen de minimale democratische normen en politieke spanningen en het wantrouwen alleen maar opdrijven;
17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Ethiopische regering, de voorzitter van het Ethiopische parlement, de voorzitter van het Pan-Afrikaanse parlement, de oppositiepartijen en de Afrikaanse Unie.