Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2187(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0316/2005

Ingediende teksten :

A6-0316/2005

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/11/2005 - 9
PV 15/11/2005 - 9.10

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0426

Aangenomen teksten
PDF 111kWORD 34k
Dinsdag 15 november 2005 - Straatsburg
Mogelijke inbreuk op het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen door een lidstaat
P6_TA(2005)0426A6-0316/2005

Resolutie van het Europees Parlement over een mogelijke inbreuk op het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen door een lidstaat (2005/2187(INI))

Het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 10 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965, alsmede op artikel 6, lid 2 van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen van 20 september 1976,

–   gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 12 mei 1964 en 10 juli 1986(1),

–   gezien de door Jean-Charles Marchiani ingediende verzoeken om verdediging van zijn immuniteit ten overstaan van de Franse rechterlijke instanties,

–   onder verwijzing naar zijn besluit van 5 juli 2005(2), waarin het besloten heeft de immuniteit van Jean-Charles Marchiani te verdedigen,

–   gelet op artikel 121, lid 2 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0316/2005),

A.   overwegende dat het Franse Hof van Cassatie in zijn arrest nr. 1784 van 16 maart 2005 op grond van de overweging dat geen enkele wets- of verdragsbepaling, noch enig constitutioneel beginsel, tot de conclusie leidt dat artikel 100-7, eerste alinea van het Franse Wetboek van Strafvordering van toepassing is op leden van het Europees Parlement, heeft nagelaten artikel 10 van bovengenoemd Protocol toe te passen, waardoor een lid van het Europees Parlement met de Franse nationaliteit de bescherming onthouden bleef van artikel 100-7, eerste alinea van het Franse Wetboek van Strafvordering die nationale parlementsleden wel genieten,

B.   overwegende dat het Europees Parlement in zijn reeds aangehaalde besluit van 5 juli 2005 verzocht heeft om vernietiging of herroeping van bovenvermeld arrest van 16 maart 2005, en in ieder geval om stopzetting van alle eventuele feitelijke en juridische gevolgen daarvan,

C.   overwegende dat de minister van Justitie van de Franse Republiek als reactie op mededelingen van het Europees Parlement waarin werd gewezen op de reeds aangehaalde besluit van 5 juli 2005 verklaard heeft dat het arrest van het Hof van Cassatie kracht van gewijsde heeft, en dat dan ook geen enkel rechtsmiddel meer bestaat om het te doen vernietigen of herroepen, zoals in de resolutie wordt gevraagd,

D.   overwegende dat het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen deel uitmaakt van het primaire Gemeenschapsrecht,

E.   overwegende dat de weigering van de bevoegde Franse rechtbank artikel 100-7, eerste alinea van het Franse Wetboek van Strafvordering toe te passen op een lid van het Europees Parlement met de Franse nationaliteit een niet-nakoming van het primaire Gemeenschapsrecht vormt,

F.   overwegende dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie resulteert dat lidstaten verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor een besluit van een nationale rechterlijke instantie(3),

G.   overwegende dat het de taak is van de Commissie, als hoedster de Verdragen, de procedure waarin in artikel 226 van het EG-Verdrag is voorzien, in te leiden,

1.   besluit de Commissie te verzoeken de procedure waarin in artikel 226 van het EG-Verdrag is voorzien tegen de Franse Republiek in te leiden wegens niet-nakoming van het primaire Gemeenschapsrecht;

2.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie onverwijld te doen toekomen aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de Franse Republiek.

(1) Zaak 101/63, Wagner/Fohrmann en Krier, Jurisprudentie 1964, blz. 383, en zaak 149/85, Wybot/Faure e.a., Jurisprudentie 1986, blz. 2391.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0269.
(3) Zaak C-224/01 Köbler, Jurisprudentie 2003, blz. I-10239.

Juridische mededeling - Privacybeleid