Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Wit-Rusland in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 19 maart 2006
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Wit-Rusland, met name zijn resolutie van 10 maart 2005 over Wit-Rusland(1), zijn resolutie van 7 juli 2005 over de politieke situatie en de onafhankelijkheid van de media in Wit-Rusland(2) en zijn resolutie van 29 september 2005 over Wit-Rusland(3),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 5 juli 2001 over Wit-Rusland(4), die werd aangenomen met het oog op de presidentsverkiezingen van 2001, de verslagen van de parlementaire trojka, samengesteld uit leden van het Europees Parlement en de Parlementaire Vergaderingen van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 16 oktober 2000 over de politieke situatie in Wit-Rusland in het licht van de parlementaire verkiezingen van 15 oktober en van 4 oktober 2001 over de presidentsverkiezingen van 2001, en naar de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 26 januari 2006 over de situatie in Wit-Rusland op de vooravond van de presidentsverkiezingen,
– gezien de toekenning van de Sacharov-prijs voor de vrijheid van denken aan de Wit-Russische Journalistenvereniging in december 2004,
– gezien de conclusies van de Raad over Wit-Rusland na zijn bijeenkomst op 30 januari 2006 en gezien de verklaring van de Europese Unie en de Verenigde Staten op 3 februari 2006 over hun betrekkingen met Wit-Rusland,
– gezien het verslag van het Office for Democratic Institutions and Human Rights van de OVSE van 31 januari 2006 inzake de behoeften voor het goede verloop van de verkiezingen,
– gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,
A. overwegende dat op 19 maart 2006 in Wit-Rusland presidentsverkiezingen plaatsvinden,
B. overwegende dat de presidents- en parlementaire verkiezingen in Wit-Rusland van 2000, 2001 en 2004 volgens de Europese Unie, de Raad van Europa en de OVSE niet voldeden aan de internationale normen,
C. overwegende dat de Wit-Russische autoriteiten het campagne voeren door de onafhankelijke kandidaten belemmeren, bijvoorbeeld door een buitengewoon korte campagneperiode, buitengewoon lage financiële vergoedingen voor kandidaten, buitengewoon beperkte toegang tot de openbare en particuliere media en afhankelijkheid van de plaatselijke autoriteiten bij het kiezen van zalen voor bijeenkomsten met kiezers, terwijl de zittende president vrijwel onbeperkte toegang tot de media geniet,
D. overwegende dat de vertegenwoordigers van de oppositie vrijwel uitgesloten worden van deelname aan kiescommissies,
E. overwegende dat een aantal vooraanstaande oppositieleiders is opgesloten na processen op basis van twijfelachtige beschuldigingen, waarbij het verkiezingsproces wordt verstoord en het misbruik van het rechtsstelsel in Wit-Rusland voor politieke doeleinden en het gebrek aan een onafhankelijke rechterlijke macht in het land worden bevestigd,
F. overwegende dat de Wit-Russische autoriteiten nieuwe regels in het leven hebben geroepen die beperkingen aan de vrijheid van reizen opleggen zowel voor Wit-Russische burgers in het buitenland als voor buitenlandse bezoekers in Wit-Rusland,
G. overwegende dat de Wit-Russische autoriteiten een campagne hebben gelanceerd die sommige democratische landen die de Wit-Russische oppositie steunen, beschuldigen van destabilisatie van de politieke situatie in het land en van het ronselen van spionnen,
H. overwegende dat het uiterst ongerust is over het arrest van 20 december 2005 van de hoogste economische rechtbank in Wit-Rusland om zijn aanvankelijk arrest te herroepen en opnieuw harde straffen tegen het Wit-Russische Helsinki-comité (BHC) uit te spreken, o.a. boetes en achterstallige belastingen die elke verdere activiteit onmogelijk maken, en nieuwe dreigementen met gerechtelijke vervolging aan het adres van de voorzitster en de hoofdboekhouder van het BHC,
I. overwegende dat Wit-Rusland alsmaar sterker politiek geïsoleerd raakt en het enige Europese land is waarmee de Europese Unie -minstens- nog geen partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten,
J. overwegende dat de situatie met betrekking tot de onafhankelijkheid van de media en de vrijheid van meningsuiting in Wit-Rusland verder is verslechterd, waardoor de inwoners van Wit-Rusland niet de informatie kunnen krijgen die zij nodig hebben om vrij hun politieke mening te vormen en een democratische keuze te maken bij de aanstaande verkiezingen,
K. overwegende dat de Commissie een nieuw project heeft opgezet dat bedoeld is voor steun aan democratische organisatie en vrijheid van informatie in Wit-Rusland, o.a. het opzetten van een radiozender in het Wit-Russisch en het Russisch,
L. overwegende dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft opgeroepen tot een gezamenlijke strategie met het EP en de OVSE inzake Wit-Rusland,
M. overwegende dat geen verbetering is geconstateerd in verband met het onderzoek naar "verdwenen personen", vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering en de rechten van minderheden,
N. overwegende dat verschillende internationale instellingen waarvan Wit-Rusland een volledig geaccepteerd lid is, waaronder het ODIHR van de OVSE en de Parlementaire Vergadering van de OVSE, een uitnodiging hebben ontvangen om waarnemers te sturen voor de presidentsverkiezingen, maar dat het Europees Parlement en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa - in tegenstelling tot bij de presidentsverkiezingen van 2001 - geen dergelijke uitnodiging hebben ontvangen en zelfs de mededeling hebben gekregen dat zij geen uitnodiging voor het waarnemen van de verkiezingen zullen ontvangen,
1. betreurt de aanhoudende verslechtering van de politieke situatie en de voortdurende schending van de burgerrechten en de mensenrechten bij de bevolking van Wit-Rusland; stelt met kracht de willekeurige aanvallen op de media, journalisten, oppositieleden, mensenrechtenactivisten en minderheden aan de kaak; veroordeelt het besluit van het Opperste Gerechtshof van Wit-Rusland om de Wit-Russische Unie voor jongeren en kinderen te ontbinden;
2. is ernstig bezorgd over het feit dat volgens de jongste verslagen over de omstandigheden waaronder de presidentsverkiezingen plaatsvinden, de voorbereidingen zich voltrekken tegen een achtergrond van toenemende druk op het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en oppositiepartijen, die na de verkiezingen van 2004 niet meer vertegenwoordigd zijn in het parlement van Wit-Rusland;
3. geeft uitdrukking aan zijn solidariteit met en steun aan alle Wit-Russen die streven naar een onafhankelijk, open en democratisch Wit-Rusland als rechtsstaat;
4. roept de autoriteiten van Wit-Rusland op om zich bij de voorbereiding van de presidentsverkiezingen van maart 2006, bij de registratie en de controle van de kandidaten, tijdens de campagne en tijdens de verkiezingen zelf, strikt te houden aan de internationale normen;
5. veroordeelt de onlangs aangenomen 'antirevolutiewet', die de autoriteiten o.a. in staat stelt iedereen in Wit-Rusland op te sluiten die ervan verdacht wordt mensen op te leiden die deelnemen aan betogingen of hun opleiding te financieren of informatie over de situatie in Wit-Rusland verkeerd voor te stellen of te verspreiden in het buitenland of bij een internationale organisatie; dringt er bij de bevoegde Wit-Russische autoriteiten op aan om dit besluit te herzien en deze antirevolutiewet te verwerpen;
6. benadrukt dat de presidentsverkiezingen aan de volgende criteria moeten voldoen om als vrij en democratisch te worden erkend:
-
volledige transparantie van het verkiezingsproces in al zijn aspecten, met name ten aanzien van het registratieproces van de kandidaten, de samenstelling van de kiescommissies en het tellen van de stemmen,
-
gelijke kansen voor alle kandidaten, met name ten aanzien van de toegang tot de massamedia, in het bijzonder de elektronische media, en andere mogelijkheden om hun verkiezingscampagne te organiseren,
-
afzien door alle overheids- en regeringsorganen van ieder optreden dat beschouwd zou kunnen worden als intimidatie van kandidaten, hun verwanten en hun aanhangers,
-
de garantie dat allen die betrokken zijn bij het waarnemen van de presidentsverkiezingen, in het bijzonder zij die geen banden met kandidaten hebben en diegenen die betrokken zijn bij het werven en opleiden voor deze activiteiten, geen strobreed in de weg zal worden gelegd, evenmin in hun samenwerking met internationale instellingen, wat een essentieel element vormt in de transparantie en de controleerbaarheid van het verkiezingsproces;
7. is verheugd over de uitnodiging van de Wit-Russische autoriteiten aan de OVSE/ODIHR waarnemingsmissie, maar dringt er bij de bevoegde Wit-Russische autoriteiten op aan om de OVSE/ODIHR-missie ongehinderd haar gang te laten gaan in Wit-Rusland en alle deelnemers aan deze waarnemingsmissie volledige en onbeperkte toegang te garanderen tot het land en alle aspecten van het verkiezingsproces;
8. betreurt ten zeerste dat het Europees Parlement en de Raad van Europa - in tegenstelling tot bij de presidentsverkiezingen van 2001 - geen uitnodiging hebben ontvangen om een waarnemingsmissie te sturen naar de presidentsverkiezingen en verzoekt de Wit-Russische autoriteiten beide instellingen zo spoedig mogelijk alsnog zo'n uitnodiging te sturen;
9. drukt de hoop uit dat er mogelijkheden zullen worden geschapen om het aantal internationale waarnemers met een kort mandaat te verhogen, door vertegenwoordigers van andere internationale organisaties uit te nodigen deze verkiezingen in Wit-Rusland waar te nemen;
10. verzoekt de Wit-Russische autoriteiten toe te staan dat er de dag van de verkiezingen zelf onafhankelijke opiniepeilingen worden gehouden;
11. moedigt de bevolking van Wit-Rusland aan om aan de komende presidentsverkiezingen deel te nemen; erkent het grote belang van deze verkiezingen waarvan de uitkomst van grote betekenis kan zijn voor de toekomst van Wit-Rusland en de wederopneming van het land in de internationale democratische gemeenschap;
12. beklemtoont andermaal dat de toekomstige ontwikkeling van de betrekkingen van de Unie met Wit-Rusland steeds zullen afhangen van de voortgang die wordt geboekt bij democratisering en hervorming van het land, en met name van transparante en eerlijke presidentsverkiezingen;
13. is van oordeel dat, indien de Wit-Russische autoriteiten niet in staat zijn vrije en eerlijke presidentsverkiezingen te waarborgen, de Commissie, de Raad en het Parlement verdere initiatieven moeten nemen, bijvoorbeeld uitbreiding van de lijst van personen aan wie een visum wordt geweigerd, met name voor diegenen die verantwoordelijk zijn voor vervalsingen tijdens de komende verkiezingen, of het bevriezen van de tegoeden van vertegenwoordigers van de Wit-Russische autoriteiten;
14. verzoekt de Raad en de Commissie een scherp oog te houden op de situatie in Wit-Rusland in de aanloop naar en tijdens de verkiezingen; verzoekt de Raad en de Hoge Vertegenwoordiger te overwegen een speciale vertegenwoordiger voor Wit-Rusland aan te stellen indien het respect voor democratische beginselen nog verder zou verslechteren; is ingenomen met de recente besluiten van de Commissie tot het op gang brengen en uitbreiden van onafhankelijke nieuws- en informatieprogramma's ten behoeve van de burgers van Wit-Rusland; verzoekt de Commissie een nieuwe strategie voor Wit-Rusland uit te stippelen indien de gang van zaken tijdens en na de verkiezingen niet aan de internationale democratische normen voldoet;
15. spreekt de verwachting uit dat deze strategie concrete voorstellen zal omvatten voor een flexibeler gebruik van de technische bijstand van de EU en de financiële steun aan het maatschappelijk middenveld, evenals maatregelen die gericht zijn op het herstel van de democratie in het land;
16. is ingenomen met de overdracht door de Commissie van 2 miljoen euro van TACIS naar het Europees Fonds voor mensenrechten en democratie, zodat meer ruimte en effectiviteit ontstaat in de contacten met de Wit-Russische samenleving;
17. verzoekt de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, de Parlementaire Vergadering van de OVSE en het Amerikaanse Congres samen te werken met het Europees Parlement inzake Wit-Rusland;
18. verzoekt de Raad en de Commissie de kwestie Wit-Rusland op te nemen met de Russische autoriteiten om een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid vast te stellen voor de totstandbrenging van concrete democratische veranderingen in Wit-Rusland;
19. herhaalt zijn verzoek aan de Wit-Russische autoriteiten tot onmiddellijke vrijlating van Mikhail Marynich, Mikalai Statkevich en andere politieke gevangenen; verzoekt de Raad en de Commissie aan te dringen op de vrijlating van deze gevangenen en op een transparant onderzoek naar de 'verdwijning' van oppositieleiders;
20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de regering van Wit-Rusland, het Amerikaanse Congres en de Parlementaire Vergadering van de OVSE en van de Raad van Europa.