Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2241(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0047/2006

Ingediende teksten :

A6-0047/2006

Debatten :

PV 26/04/2006 - 12
CRE 26/04/2006 - 12

Stemmingen :

PV 27/04/2006 - 5.12
CRE 27/04/2006 - 5.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0155

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 106k
Donderdag 27 april 2006 - Brussel
Een sterker partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika
P6_TA(2006)0155A6-0047/2006

Resolutie van het Europees Parlement over een sterker partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika (2005/2241(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de verklaringen die tot nog toe zijn goedgekeurd na afloop van de drie topconferenties van staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en de Caraïben en van de Europese Unie (EU), die achtereenvolgens in Rio de Janeiro (28 en 29 juni 1999), in Madrid (17 en 18 mei 2002) en in Guadalajara (28 en 29 mei 2004) zijn gehouden,

–   gezien de verklaring van Luxemburg die tijdens de op 27 mei 2005 in Luxemburg gehouden 12e ministeriële vergadering tussen de Groep van Rio en de Europese Unie is goedgekeurd,

–   gezien de strategische mededeling van de Commissie aan de Raad en aan het Europees Parlement over een sterker partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika, dat is voorgesteld in het vooruitzicht van de 4e topconferentie EU-Latijns-Amerika/Caraïben die op 12 en 13 mei 2006 te Wenen zal plaatsvinden (COM(2005)0636),

–   gezien de slotakte van de van 14 tot 16 juni 2005 te Lima gehouden 17e Interparlementaire conferentie tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 november 2001 over een globaal partnerschap en een gemeenschappelijke strategie voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika(1),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A6-0047/2006),

A.   overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie, Latijns-Amerika en de Caraïben zich tijdens de drie bovengenoemde topconferenties tot ultiem strategisch doel hebben gesteld een biregionaal partnerschap tussen de EU en Latijns-Amerika/Caraïben tot stand te brengen,

B.   overwegende dat de huidige betrekkingen ver achterblijven bij datgene wat men van een strategisch partnerschap zou mogen verwachten, zowel op het gebied van politiek en veiligheid als qua commerciële, sociale en begrotingsaspecten,

C.   overwegende dat Latijns-Amerika en de Europese Unie hun inzet voor de mensenrechten, democratie en multilateralisme delen en dat Latijns-Amerika een bevoorrechte partner is voor een Unie die zich als wereldspeler tracht te doen gelden en die in Latijns-Amerika de eerste buitenlandse investeerder, in de regio de eerste fondsenverschaffer en in talrijke landen de eerste handelspartner is, met name die van de Mercosur,

D.   overwegende dat de EU wat ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp betreft de grootste donor is van Latijns-Amerika,

E.   overwegende dat de economie van de Latijns-Amerikaanse landen volgens de gegevens van de ECLA (Economische commissie voor Latijns-Amerika/VN) drie opeenvolgende jaren van groei heeft gekend en dat hun bruto binnenlands product (BBP) in 2005 met 4,3% is gestegen,

F.   overwegende dat het BBP per inwoner in Latijns-Amerika schommelt rond de 2 800 EUR, (d.w.z. driemaal zoveel als in China), dat de recente banden tussen deze regio en Azië (met name China) en de rijkdom aan personele middelen en grondstoffen van dit continent een belangrijke markt maken voor de Unie, dat deze laatste zich ondanks de huidige scheve handelsbetrekkingen opwerpt als een essentiële partner voor de economische, industriële, wetenschappelijke en technologische ontwikkeling van Latijns-Amerika en bijdraagt aan de diversifiëring van deze regio, die eveneens nauwe banden met de Verenigde Staten onderhoudt,

G.   overwegende dat momenteel bijna 45% van de bevolking in Latijns-Amerika nog steeds in armoede leeft en met schrijnende sociale ongelijkheid, discriminatie en verwaarlozing kampt; dat vooral de inheemse bevolking en vrouwen en kinderen hiervan het eerste slachtoffer zijn, wat duidelijk niet alleen een verzwakkend effect op de democratie heeft en tot sociale versnippering leidt, maar ook de economische groei belemmert en sociale spanningen en politieke instabiliteit in de hand werkt,

H.   overwegende dat een aantal Latijns-Amerikaanse landen aanzienlijke inspanningen hebben geleverd еn erin zijn geslaagd in hun eigen gemeenschappen een aanzienlijke stap in de richting van de verwezenlijking van de Millenium Ontwikkelingsdoelstellingen (MOD's) te zetten,

I.   overwegende dat de positieve maatregelen die deze landen hebben genomen in het kader van projecten voor de bevordering van Zuid-Zuid-samenwerking en solidariteit, aanzienlijke resultaten opleveren op het gebied van volksgezondheid, onderwijs en strijd tegen invaliditeit,

J.   overwegende dat in een aantal Latijns-Amerikaanse landen in de nasleep van dictatoriale regimes verslagen over waarheid en verzoening zijn opgesteld met aanbevelingen die nog steeds ten uitvoer dienen te worden gelegd om rechtvaardigheid in te stellen als basis voor de ontwikkeling van een democratische samenleving,

K.   overwegende dat het bestuur en de sociale cohesie alleen kunnen worden verbeterd als het internationaal economisch bestel beter op de behoeften van de minst ontwikkelde landen is afgestemd,

L.   overwegende dat het derhalve hoog tijd is deze strategische relatie nieuw leven in te blazen, met name op bepaalde sleutelgebieden die de grondslag van de betrekkingen vormen, zoals het streven naar een effectief multilateralisme tussen de partners, steun voor het proces van regionale integratie en voor de sociale cohesie in Latijns-Amerika, de migraties en de verbetering van de institutionele mechanismen van het partnerschap,

M.   overwegende dat de 4e EU/Latijns-Amerika/Caraïben topconferentie die in mei 2006 in Wenen zal plaatsvinden, een onverhoopte gelegenheid biedt om dit partnerschap nieuw leven in te blazen en dat zij de Unie een nieuwe kans biedt om een algemeen, coherent en autonoom strategisch kader vast te leggen, waardoor haar betrekkingen met Latijns-Amerika op duurzame wijze kunnen worden bevorderd en vorm kunnen krijgen en haar buitenlandse optreden ten aanzien van deze zone kan worden gestructureerd,

N.   overwegende dat uit het tijdens de 15e Ibero-Amerikaanse Topconferentie (van oktober 2005 in Salamanca) opgerichte Algemeen Ibero-Amerikaans secretariaat (SEGIB), een orgaan met rechtspersoonlijkheid ter ondersteuning van de Ibero-Amerikaanse Conferentie, extra institutionele en ontwikkelingssamenwerkingssteun zal voortvloeien,

O.   overwegende dat het eveneens onontbeerlijk is de parlementaire dimensie van het strategisch partnerschap nieuw leven in te blazen en dat in dit opzicht de beste oplossing wordt geboden door in Wenen een transatlantische Europees-Latijns-Amerikaanse vergadering in het leven te roepen die deze dialoog versterkt en rationaliseert,

P.   overwegende dat er in de begroting voldoende middelen moeten worden uitgetrokken ter financiering van de prioriteiten die uit een hernieuwd biregionaal partnerschap voortvloeien,

1.   uit zijn voldoening over het feit dat de Commissie 10 jaar na haar eerste mededeling en aan de vooravond van de Topconferentie van staatshoofden en regeringsleiders EU-Latijns-Amerika/Caraïben in Wenen een nieuwe strategische mededeling heeft gedaan, die het mogelijk maakt in kaart te brengen welke uitdagingen en unieke mogelijkheden uit de tenuitvoerlegging van een echt biregionaal partnerschap zouden voortvloeien;

2.   is ingenomen met het opbouwende interinstitutionele klimaat dat door deze beslissing van de huidige Commissie ontstaat, die aldus blijk geeft van een politiek bewustzijn, een slagvaardigheid en een gezag die in dit stadium absoluut onontbeerlijk zijn; is haar erkentelijk voor de kwaliteit en ernst van de uitstekende technische voorbereidingen die aan de basis van deze mededeling liggen;

3.   geeft zijn steun aan het Oostenrijkse voorzitterschap, dat niet heeft geaarzeld de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika/Caraïben nauwer aan te halen door de 4e topconferentie een belangrijke plaats in zijn programma toe te kennen;

4.   herhaalt het voornemen van het Parlement om zelf een constructieve rol te spelen door de Commissie en het huidige voorzitterschap te ondersteunen en zijn uiterste best te doen om van de volgende topconferentie van Wenen voor alle partners een echt succes te maken;

5.   steunt de rol van het SEGIB als organisator van de Ibero-Amerikaanse topconferenties en beveelt de oprichting aan van een flexibel mechanisme om de topconferenties EU-Latijns-Amerika/Caraïben voor te bereiden en op te volgen, waaronder de deelname van het Voorzitterschap van de Raad, de Commissie, de Groep van hoge functionarissen en het SEGIB, om de synergieën die door de diverse betrokken partners zijn geschapen, aan te wenden en te coördineren en de verdubbeling van middelen te voorkomen;

Het biregionaal strategisch partnerschap in een omvattend perspectief

6.   herhaalt de absolute noodzaak van een allesomvattende strategische visie voor het partnerschap, zodat het niet bij geïsoleerde voorstellen of acties blijft, maar op termijn een heus politiek, sociaal, cultureel, milieu- en veiligheidspartnerschap tot stand wordt gebracht, alsmede een Europees-Latijns-Amerikaanse globale interregionale associatiezone op middellange termijn en een echt partnerschap op sociaal gebied en op het gebied van kennis en het gezamenlijk streven naar duurzame ontwikkeling;

7.   schaart zich achter de doelstellingen en argumenten die door de Commissie naar voren zijn gebracht om de betrekkingen aan te halen, maar betreurt dat de uiteindelijke doelstellingen van haar voorstellen en aanbevelingen niet concreter zijn uitgevallen, in de richting die in de vorige paragraaf is uitgewerkt;

8.   steunt de voorstellen van de Commissie tot een intensievere en meer doelgerichte politieke dialoog, maar herhaalt zijn wens dat de versterking van het partnerschap op het gebied van politiek en veiligheid daarenboven gestoeld moet zijn op een Europees-Latijns-Amerikaans handvest voor vrede en veiligheid; in navolging van het Handvest van de Verenigde Naties zou dat handvest vaste vorm kunnen geven aan de politieke, strategische en veiligheidsvoorstellen van gezamenlijk belang voor de twee regio's; een dergelijke versterking moet tot slot ook gestoeld zijn op de werkzaamheden van een biregionaal centrum voor conflictpreventie en op nieuwe institutionele mechanismen, te weten op:

   a) de oprichting van een transatlantische Europees-Latijns-Amerikaanse vergadering, bestaande uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van het Europees Parlement enerzijds en van het Latijns-Amerikaans parlement (Parlatino), het Midden-Amerikaans Parlement (Parlacen), het Andesparlement (Parlandino) en de Gemengde Parlementaire Commissies EU-Mexico en EU-Chili anderzijds;
   b) de oprichting van een permanent Europees-Latijns-Amerikaans secretariaat, dat zich tussen de topconferenties met de werkzaamheden van het partnerschap zou bezighouden;
   c) de actualisering van de politieke ministeriële dialoog, met inbegrip van het organiseren van regelmatige vergaderingen van de ministers van Defensie, Justitie, Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken, Milieu, Ontwikkeling, enz.;
   d) het systematisch streven naar een Europees-Latijns-Amerikaanse consensus binnen de verschillende internationale organisaties, in het kader van de internationale onderhandelingen en vooral binnen de VN en de Wereldhandelsorganisatie;
   e) de institutionalisering van een regelmatige biregionale dialoog tussen lokale en regionale overheden onder auspiciën van het Comité van de regio's;
   f) de institutionalisering van een regelmatige biregionale dialoog tussen ondernemers uit de twee regio's en de nodige deelname van de vakverenigingen en het maatschappelijk middenveld aan de follow-up van akkoorden;

9.   spreekt zijn steun uit voor de aanbeveling van de Commissie om de politieke dialoog op de behoeften van de verschillende biregionale, subregionale of bilaterale gesprekspartners af te stemmen en een beperkt aantal thema's uit te kiezen, waaronder de hervorming van de VN en de instandhouding van de vrede; acht het verder noodzakelijk de dialoog uit te breiden met andere thema's van gezamenlijk belang, zoals de eerbiediging van de mensenrechten, democratisch bestuur en de strijd tegen armoede, terrorisme en drugshandel, evenals sectorale dialogen over sociale cohesie, over de milieuaspecten van duurzame ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid en de rechten van werknemers en over de migratiestromen en niet te vergeten de uitwisselingen van personeel;

10.   schaart zich achter het voorstel van de Commissie om een politieke dialoog op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheer in de nieuwe politieke agenda op te nemen, maar stelt voor deze dialoog uit te breiden naar alle kwesties betreffende het Europese veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) en concreet op te bouwen rond het Europees-Latijns-Amerikaanse handvest voor vrede en veiligheid en de werkzaamheden van een in Latijns-Amerika op te richten biregionaal centrum voor conflictpreventie, in de wetenschap dat dit het beste middel zou zijn om ervaringen met elkaar uit te wisselen en de inspanningen van de landen en de betrokken regionale instanties te steunen alsook te coördineren, in het bijzonder de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de Groep van Rio;

11.   meent dat, indien er vertraging optreedt bij het bereiken van een akkoord over bovengenoemd Europees/Latijns-Amerikaans handvest voor vrede en veiligheid (zoals reeds met soortgelijke initiatieven in andere geografische gebieden is gebeurd), ervoor moet worden gezorgd dat de andere maatregelen en doelstellingen binnen het versterkte partnerschap door het uitblijven van dat akkoord niet worden opgehouden;

12.   meent dat de taak van het biregionale centrum voor conflictpreventie bestaat uit het snel opsporen van oorzaken van mogelijk geweld en gewapende conflicten, zodat die conflicten of hun mogelijke escalatie vroegtijdig kunnen worden voorkomen;

13.   spreekt opnieuw de overtuiging uit dat een dialoog tussen de twee regio's de weg vrijmaakt voor het aanpakken van een gemeenschappelijke uitdaging, het multilateralisme in de wereldpolitiek versterkt en schraagt en tegelijkertijd het politieke gewicht van Latijns-Amerika in internationale fora en organisaties doet toenemen;

14.   spreekt opnieuw de overtuiging uit dat de interne stabiliteit van talrijke Latijns-Amerikaanse partners ondanks alles schatplichtig blijft aan de hervorming van het staatsapparaat  en inzonderheid aan de modernisering van de vertegenwoordigingsstructuren, de instellingen en de politieke partijen - aan de integratie van onder meer inheemse bevolkingsgroepen in besluitvormingsprocedures en aan de versterking van het democratisch bestuur;

15.   dankt de Commissie omdat zij de oprichting van de transatlantische Europees-Latijns-Amerikaanse vergadering uitdrukkelijk heeft gesteund, omdat deze de versterking van het democratisch bestuur en van de parlementaire dimensie van het partnerschap mogelijk zal maken; verzoekt de 4e topconferentie zich in de slotakte of het engagement van Wenen, conform het voorstel van de Europees-Latijns-Amerikaanse integratieparlementen, uitdrukkelijk uit te spreken vóór de oprichting van deze instantie, die moet worden samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van het Europees Parlement enerzijds en van het van het Parlatino, het Parlacen, het Parlandino, de Gezamenlijke Parlementaire Commissie van Mercosur en de Gemengde Parlementaire Commissies EU-Mexico en EU-Chili anderzijds;

16.   stelt voor de transatlantische Europees-Latijns-Amerikaanse vergadering (EUROLAT) aan te wijzen als parlementair orgaan van het strategisch partnerschap en deze vergadering de hierna genoemde bevoegdheden van consultatieve en evolutieve aard toe te kennen:

   a) parlementair forum voor debat over en controle van kwesties betreffende het strategisch partnerschap en steun voor de versterking en ontwikkeling hiervan;
   b) follow-up en parlementaire controle van kwesties betreffende bestaande associatieovereenkomsten of overeenkomsten waarover wordt onderhandeld of die worden herzien, in nauwe samenwerking met de gemengde parlementaire commissies waarin genoemde akkoorden voorzien;
   c) goedkeuring van resoluties, aanbevelingen en akten voor de Topconferenties EU-Latijns-Amerika/Caraïben en voor verschillende gezamenlijke ministeriële organen, met inbegrip van de Groep van Rio en het proces van San José;

17.   verzoekt met name de Latijns-Amerikaanse partners zich concreet in te zetten voor de versterking van de rechtstreekse legitimiteit van alle parlementen van regionale integratie door de verkiezing door algemeen kiesrecht van de leden van deze parlementen opnieuw zo snel mogelijk op gang te brengen;

18.   stelt voor de rol van de lokale en regionale overheden te versterken bij de bevordering van openbare gedecentraliseerde samenwerkingsinitiatieven die op de gewone mensen gericht zijn en zijn bedoeld om hun welzijn te verhogen; stelt ook voor de instrumenten te versterken die bedoeld zijn om voort te bouwen op de ervaring die dankzij de tot dusver ondernomen biregionale contacten en uitwisselingen werd verworven;

19.   spreekt opnieuw de wens uit dat het maatschappelijk middenveld (NGO's, ondernemingen, verenigingen, universiteiten, vakbonden, enz.) de rol krijgt die het toebehoort, teneinde ervoor te zorgen dat de hele samenleving meer aan de follow-up van de activiteiten deelneemt en van de voordelen van een sterker partnerschap profiteert;

20.   acht het voor de goede werking van het partnerschap onontbeerlijk dat een Forum van Europees-Latijns-Amerikaanse ondernemers, samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen en de kleine, middelgrote en grote Europees-Latijns-Amerikaanse ondernemingen, commerciële uitwisselingen stimuleert en alle soorten investeringen in de twee regio's aanmoedigt;

21.   herhaalt zijn voorstel voor de instelling van een Europees-Latijns-Amerikaanse globale interregionale associatiezone op middellange termijn, die uit twee fasen zou bestaan:

   a) afsluiting in Wenen van de onderhandelingen over de associatieovereenkomst tussen de EU en de Mercosur, start van onderhandelingen voor twee associatieovereenkomsten tussen de Andesgemeenschap (CAN) en Midden-Amerika, de effectieve toepassing van het nieuwe algemene preferentiestelsel (SPG+) op alle betrokken partijen met een optimale benutting van alle voordelen van dien tot bovengenoemde overeenkomsten van kracht worden, en uitdieping van de bestaande overeenkomsten tussen de EU en Mexico en de EU en Chili, teneinde alle mogelijkheden ervan te onderzoeken;
   b) komen tot een Globale interregionale partnerschapsovereenkomst tegen 2010, die een juridische basis zou leggen en zou zorgen voor een volledige geografische dekking van de verschillende onderdelen van het biregionaal partnerschap en als uiteindelijke doelstelling de bilaterale en preferentiële, geleidelijke en wederzijdse vrijmaking van de handel in alle soorten goederen en diensten, behalve diensten van algemeen belang, tussen de twee regio's zou hebben, overeenkomstig de regels van de WTO;

22.   staat achter de aanbevelingen van de Commissie om een klimaat te scheppen dat gunstig is voor uitwisselingen tussen en investeringen in de twee regio's dankzij de versterking van het commerciële multilaterale systeem van de WTO, de uitdieping van de huidige overeenkomsten met Mexico en Chili, de sluiting van associatie- en vrijhandelsovereenkomsten met de Mercosur, de Andesgemeenschap (CAN), Midden-Amerika en de Caraïben, de toekenning van toegangsfaciliteiten tot de Europese markt voor de Latijns-Amerikaanse export in de vorm van preferentiële douanerechten en franchises van douanerechten in het kader van SPG+ (algemeen preferentiestelsel);

23.   meent dat de afsluiting van akkoorden tussen de Europese Unie en de Mercosur en de aanvang van onderhandelingen met de CAN en Midden-Amerika op de komende Topconferentie van Wenen deze topconferentie beter zullen doen slagen en een grote stimulans zullen zijn voor de relaties tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika;

24.   herinnert in dit opzicht aan het feit dat door de overigens povere resultaten van de ministerconferentie in Hongkong de "WTO-voorwaarde" van het huidige onderhandelingsmandaat met de Mercosur is vervallen, evenals van toekomstige onderhandelingsmandaten voor de CAN en Midden-Amerika; onderstreept dat de sluiting van een akkoord met de Mercosur, met daarin een hoofdstuk over de landbouw die op de in Hongkong overeengekomen kalender voor 2013 is afgestemd, alsmede een voorziening voor in onderling overleg overeengekomen overgangsperioden, in de huidige situatie daarentegen beslist nog een reële mogelijkheid is;

25.   spreekt de wens uit dat in de onderhandelingsmandaten van de nieuwe associatieovereenkomsten met de Andes- en Midden-Amerikaanse gemeenschappen elk soort clausule wordt geschrapt die de sluiting ervan ondergeschikt maakt aan de afsluiting van de onderhandelingen van de cyclus van de WTO, met dien verstande dat definitief een volledige compatibiliteit moet worden gewaarborgd tussen de vrijhandelszone die tussen de partijen zal worden opgericht en de bepalingen van de WTO; verzoekt de Commissie en de Raad het Parlement over de onderhandelingsrichtsnoeren te raadplegen voordat deze ter definitieve goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd;

26.   raadt aan de bilaterale en interregionale overeenkomsten die reeds bestaan of waarover nog wordt onderhandeld, in te passen in een globaal en multilateraal perspectief dat de regionale integratie en de binnenlandse handel bevordert, zodanig dat de bepalingen die zij bevatten te zijner tijd in de hier voorgestelde globale biregionale partnerschapsovereenkomst kunnen worden geïntegreerd;

27.   herhaalt zijn overtuiging dat naast de economische en handelsaspecten van de toekomstige overeenkomsten ook de nadruk moet worden gelegd op het kwalitatieve belang van de politieke, sociale en culturele onderdelen die zij bevatten, alsmede op de aspecten in verband met de migratiestromen en de duurzame ontwikkeling; acht het in dit opzicht van fundamenteel belang initiatieven te nemen die een goede balans tussen vrijhandel en sociale cohesie moeten waarborgen;

28.   raadt de Topconferentie aan ervoor te zorgen dat bij het aanhalen van de betrekkingen tussen de twee regio's in het transnationale bedrijfsklimaat rekening wordt gehouden met de gevoeligheden die in bepaalde gebieden en sectoren door bepaalde praktijken kunnen ontstaan en moreel verantwoorde investeringen aan te moedigen;

29.   schaart zich achter het voorstel van de Commissie om in de context van een versterkt strategisch partnerschap EU-Latijns-Amerika/Caraïben alle betrekkingen op te nemen die de Caraïben hebben aangeknoopt met de Europese Unie en hun partners van Midden- en Zuid-Amerika in het kader van de overeenkomsten van Lomé en vervolgens Cotonou, in het bijzonder via het Cariforum (associatie van Caraïbische staten), het lidmaatschap van de Caricom (gemeenschappelijke markt van de Caraïben) tot de Groep van Rio en zelfs hun deelname aan de Topconferenties EU-Latijns-Amerika/Caraïben; moedigt de Commissie aan om deze weg verder te verkennen in haar volgende mededeling over dit thema;

30.   hecht zeer veel belang aan de voorstellen van de Commissie ter stimulering van de rol van toonaangevende Europese sectoren bij de ontwikkeling van Latijns-Amerika en de Caraïben via kaderprogramma's voor technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling, met name door het "Programme @LIS", op het gebied van de informatiemaatschappij, en door het navigatiesysteem Galileo te stimuleren, dat de veiligheid op zee en in de lucht zeer ten goede zal komen;

31.   herhaalt zijn voorstellen voor de instelling van een echt partnerschap voor sociale aangelegenheden en op het gebied van kennis en het streven naar een duurzame ontwikkeling, via acties en instrumenten als:

   de lancering van een daadkrachtig en vrijgevig ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, gericht op het gezamenlijk engagement om de MOD tegen 2015 te behalen;
   de doelbewuste en geleidelijke openstelling van de markten van de EU overeenkomstig de doelstellingen in de associatieovereenkomsten;
   de oprichting van het biregionaal solidariteitsfonds en van een "Latijns-Amerikafaciliteit";
   de goedkeuring van een specifiek wetgevend kader voor een gedifferentieerde samenwerking van de Unie met Latijns-Amerika;
   de openstelling van de programma's van de EU inzake beroepsopleidingen, onderwijs, cultuur, gezondheid en migratie voor de Latijns-Amerikaanse landen;
   de stimulering van programma's voor wetenschappelijke en technische samenwerking en voor de uitwisseling van wetenschappers, ingenieurs en studenten;
   de steun aan programma's voor institutionele en fiscale hervorming;
   het verlenen van financiële steun voor de oprichting van een Instituut voor de biodiversiteit in de Andes waartoe tijdens de 17e Interparlementaire conferentie tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika is opgeroepen;
   het bevorderen van regionale markten en projecten inzake eerlijke handel;
   de toekenning van begrotingsmiddelen in verband met de uitgesproken ambities;
  

acht het, in verband met dit laatste punt, van fundamenteel belang dat de Commissie in haar toekomstige begrotingsvoorstellen ambitieuze maatregelen voorstelt die het Parlement er niet systematisch toe verplichten de aanvankelijke ontwerpbegroting naar boven bij te stellen en de degens met de Raad te kruisen;

32.   acht het onontbeerlijk een nieuwe en gulle impuls te geven aan het EU-samenwerkingsbeleid voor ontwikkeling en bijstand ten gunste van Latijns-Amerika en de strijd tegen armoede en sociale ongelijkheid een centrale plaats te geven in dit beleid, beklemtoont het belang om het accent op de ontwikkeling van fiscaal beleid en de bevordering van de sociale cohesie te leggen en tegelijkertijd resolute acties te ondernemen op de gebieden van basisonderwijs en gezondheid (als sleutelelementen voor het bereiken van de millenniumdoelstellingen), met name voor kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen, etnische minderheden en inheemse groepen;

33.   beklemtoont dat het samenwerkingsbeleid voor ontwikkeling en bijstand een doelgerichte aanpak moet vertonen die rekening houdt met de diverse economische en sociale omstandigheden en het ontwikkelingsniveau van de landen in Latijns-Amerika; meent echter dat het van cruciaal belang is om de landen met een modaal inkomen in de regio bij de bestrijding van de armoede, de bevordering van de sociale cohesie en het behalen van de millenniumdoelstellingen te ondersteunen met alle beschikbare middelen, waaronder economische samenwerking op gebieden van gemeenschappelijk belang;

34.   onderschrijft dat hulp op de behoeften van de betrokken landen moet worden afgestemd; merkt echter op dat bepaalde voorgestelde actieterreinen voor samenwerking voor donors veel meer prioriteit hebben dan voor begunstigden, zoals op het gebied van migratie, terrorismebestrijding en de strijd tegen illegale drugs; staat erop dat samenwerking op dergelijke vlakken niet ten koste gaat van op armoedebestrijding gerichte maatregelen;

35.   wijst erop dat armoede en hongersnood complexe problemen zijn met tal van aspecten en dat alle landen samen voor de bestrijding van deze problemen verantwoordelijk zijn; dringt er ook bij de regeringen op aan om directe maatregelen te treffen om deze op te lossen door programma's voor werkgelegenheid en inkomensverwerving te intensiveren en aldus de duurzame economische groei te ondersteunen, die kunnen leiden tot een sociale zekerheid met doeltreffender stelsels en met pensioenen die zekerder en hoger zijn;

36.   onderstreept de noodzaak van nauwere samenwerking met de Latijns-Amerikaanse landen die niet alleen in hun eigen gemeenschappen vooruitgang hebben geboekt met de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen, maar die daarnaast ook een voortrekkersrol spelen bij het tot stand brengen van een nauwe Zuid-Zuid-samenwerking en onderlinge steun;

37.   wijst erop dat die begrotingssteun het meest doeltreffend is als deze op specifieke sectoren gericht is; dringt erop aan dat aan minimumvoorwaarden voor het beheer van openbare financiële middelen moet zijn voldaan voordat enige begrotingssteun wordt verleend, en dat er altijd begeleidende maatregelen moeten zijn;

38.   uit zijn waardering voor het voorstel van de Commissie dat voorrang geeft aan de bouw van een "gezamenlijke ruimte voor hoger onderwijs van de EU en Latijns-Amerika/Caraïben", maar vindt de doelstelling om in de periode 2007-2013 slechts circa 4 000 studenten en docenten uit Latijns-Amerika aan de universiteiten van Europa op te nemen, te bescheiden; benadrukt dat de culturele en politieke modellen van een dergelijke uitgestrekte regio hier alleen baat bij hebben als dit aantal ten minste wordt verdrievoudigd; benadrukt dat ook bijzondere aandacht moet worden besteed aan het basisonderwijs, zodat ook aan de behoeften van de armste lagen van de Latijns-Amerikaanse maatschappij kan worden voldaan;

39.   spreekt zonder voorbehoud zijn steun uit voor de voorstellen van de Commissie om de overdracht van kennis en goede praktijken inzake culturele samenwerking tussen alle belanghebbende partners op te voeren, en elk jaar rond 9 mei in alle landen van Latijns-Amerika een "Europese week" te organiseren, waarbij de activiteiten van zijn delegaties als uitgangspunt dienen en nauw met de ambassades van de lidstaten wordt samengewerkt;

40.   acht het onontbeerlijk aanvullende maatregelen te treffen om de wederzijdse kennis te verdiepen, vooral door de website van de Commissie en de Spaans- en Portugeestalige informatie daarop te verbeteren, door op deze site fora en elektronische nieuwsbrieven te plaatsen en door meer daadkrachtige steun te verlenen aan die centra en organisaties die zich met de studie van de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika bezighouden (OREAL, CELARE, het Waarnemingscentrum voor gedecentraliseerde samenwerking van de EU-Latijns-Amerika, het Instituut voor Ibero-Amerikaanse en Portugese studies, enz.) of die in belangrijke mate kunnen meehelpen de mensen bewust te maken van zaken die in de twee regio's spelen (het Forum van Biarritz, het Goethe-instituut, het Cervantes-instituut, de Carolina-stichting, de British Council, de Alliance française, enz.);

41.   stelt ter bevordering van de dialoog tussen de partners voor, een Europees-Latijns-Amerikaanse stichting met een publiek-privaat karakter op te richten die in het verlengde ligt van bestaande stichtingen voor andere geografische zones (met name in Azië of in het Middellandse-Zeegebied); verzoekt de Commissie een concreet voorstel uit te werken om dit idee vaste vorm te geven;

42.   meent dat het delegatienetwerk van de Commissie beslist een van de meeste effectieve en best geïnformeerde externe diensten ter wereld is en acht het dan ook onontbeerlijk de informatiemogelijkheden van dit netwerk substantieel te verbeteren, zodat de al eerder genoemde wederzijdse kennis kan worden versterkt; zegt toe zijn best te doen om ervoor te zorgen dat de parlementaire diplomatie als aanvullende instrument een grotere rol gaat spelen, door een beroep te doen op zijn netwerk van vaste en tijdelijke parlementaire delegaties en eveneens door interparlementaire conferenties; stelt voor binnen de belangrijkste delegaties van de Commissie in de regio parlementaire contactgroepen in het leven te roepen, bestaande uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement;

43.   herinnert eraan dat de aanhoudende groei van de productie van, de handel in en het gebruik van drugs, in het bijzonder cocaïne, op wereldschaal en in Europa zelf, alsmede de hieruit voortvloeiende toename van de georganiseerde misdaad, illegale wapenhandel, corruptie en witwassen van geld alle Latijns-Amerikaanse partners ernstige schade berokkenen en dat een vastberaden strategie moet worden gevolgd om de rampzalige consequenties daarvan te bestrijden, meer bepaald door de teelt van alternatieve producten aan te moedigen, zonder echter de kleine telers te bestraffen die door de drugshandelaren worden uitgebuit;

44.   schaart zich volledig achter de door de Commissie geformuleerde doelstelling om Latijns-Amerika te blijven helpen bij zijn strijd tegen drugs en samen met het continent bij te dragen aan de versterking van de veiligheid en stabiliteit aan weerskanten door altijd vast te houden aan het principe van een gedeelde verantwoordelijkheid inzake de strijd tegen drugs, ongeacht het betrokken gebied of de betrokken instantie;

45.   steunt de werkzaamheden van het gezamenlijke voorzitterschap van Costa Rica en Oostenrijk binnen het mechanisme voor coördinatie en samenwerking van de Europese Unie met Latijns-Amerika en de Caraïben op het gebied van de drugsbestrijding, in een gezamenlijk streven naar versterking van zijn rol als katalysator van initiatieven, programma's en projecten ter voorkoming en beperking van drugsgebruik, drugsproductie en illegale drugshandel, uitgaande van het principe van door de twee regio's gedeelde verantwoordelijkheid;

46.   herhaalt dat het actieplan voor samenwerking met welbepaalde projecten in het kader van het mechanisme in verband met de prioriteiten van het Panama-plan en de belangrijkste elementen daarvan zo doeltreffend mogelijk moet zijn;

47.   steunt het voorstel van de Commissie om via financiële prikkels en in het kader van specifieke akkoorden met de Latijns-Amerikaanse landen een goed financieel, fiscaal en juridisch bestuur te stimuleren; roept de partnerlanden op een gedegen en doeltreffend beleid inzake democratisch bestuur, maatschappelijke kwesties, openbare financiën en belastingen te voeren teneinde de sociale cohesie te vergroten en de armoede, ongelijkheid en sociale uitsluiting terug te dringen;

48.   herhaalt zijn voorstellen om bovengenoemde acties te vervolledigen door concrete maatregelen bedoeld om drugshandel, georganiseerde misdaad en de handel in lichte wapens te bestrijden, door middel van nieuwe programma's voor de opleiding en uitwisseling van personeel van de gerechtelijke overheden en de politie (EuroLatinFor), evenals om de toenadering van de wetgevingen aan te moedigen teneinde deze inbreuken op doeltreffende wijze te vervolgen, met volledige eerbiediging van de soevereiniteit van de partijen (EuroLatinLex);

49.   verzoekt de Commissie om daartoe de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer op te nemen in het hoofdstuk "politieke dialoog" van de biregionale agenda;

50.   schaart zich zonder voorbehoud achter de voorstellen van de Commissie om een duurzame wederzijdse ontwikkeling te bevorderen, in het bijzonder het aanknopen van een specifieke dialoog over het onderdeel milieu, de organisatie van een vergadering van milieuministers als voorbereiding op de topconferenties van de ministers van Milieu en een grondig overleg binnen de verschillende internationale instanties, in het bijzonder over de klimaatverandering en het deugdelijk beheer van waterbronnen;

51.   verzoekt de partijen de internationale verdragen inzake het milieu, de klimaatverandering en biodiversiteit streng toe te passen;

52.   verzoekt de Commissie streng de hand te houden aan haar instrumenten ter voorkoming van de plundering van de natuurlijke hulpbronnen in Latijns-Amerika, waaronder het FLEGT-programma (wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw), om met name de invoer van illegaal hout te voorkomen;

53.   vraagt de deelnemers van de Topconferentie om gezamenlijke strategieën en nood-, alarm- en voorbereidende maatregelen te definiëren teneinde te komen tot een kleinere wederzijdse kwetsbaarheid voor natuurrampen die het resultaat zijn van de klimaatverandering in al haar vormen, waaronder vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en overstromingen waarbij in 2005 alleen al in Latijns-Amerika duizenden doden zijn gevallen en er, volgens de gegevens van de CEPAL, voor meer dan 6 miljard dollar aan schade was aangericht;

54.   dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de agenda voor sociale kwesties voorziet in debatten over een verbetering van de arbeidsomstandigheden, vooral voor landarbeiders, in overeenstemming met de door de Internationale Arbeidsorganisatie verspreide internationale arbeidsnormen, en dit te behandelen als een essentieel onderdeel van de duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika;

Biregionaal strategisch partnerschap nieuw leven inblazen op Topconferentie van Wenen

55.   raadt de Topconferentie van Wenen aan een beperkt aantal beslissende en verifieerbare engagementen aan te gaan, die de volgende vier grote pijlers van het strategisch partnerschap nieuw elan geven: gezamenlijk streven naar een effectief multilateralisme, een beslissende impuls voor het proces van regionale integratie in Latijns-Amerika, concrete engagementen op het gebied van zowel de sociale cohesie en de migratiestromen als de personeelsuitwisselingen;

A)Gezamenlijk streven naar een effectief multilateralisme

56.   herhaalt zijn overtuiging dat een waarachtig strategisch partnerschap gestoeld moet zijn op realistische doelstellingen en gezamenlijke agenda's die zijn ingegeven door de gedeelde keuze van het multilateralisme dat het buitenlandse optreden van de Europees-Latijns-Amerikaanse partners kenmerkt (Kyoto-protocol, internationaal strafhof, de strijd tegen de doodstraf en tegen het terrorisme, de fundamentele rol van het VN-systeem, enz.);

57.   is verheugd over de uitstekende mogelijkheden die zich ten gunste van gezamenlijk optreden aandienen op multilaterale fora over thema's als de hervorming van de Verenigde Naties, de follow-up van de akkoorden van de in september 2005 te New York gehouden Topconferentie "Millennium+5", de werkzaamheden van de nieuwe Commissie voor vredesopbouw en van de Raad van de mensenrechten, de kernontwapening en de non-proliferatie van wapens, de informatiemaatschappij en het beheer van internet, de nieuwe internationale financiële architectuur, met de hervorming van het IMF en de Doha-ontwikkelingsagenda van de Wereldhandelsorganisatie, of zelfs de versterking van de bevoegdheden van de VN op het gebied van humanitaire acties;

58.   herinnert er in dit opzicht aan dat voor een doeltreffend multilateralisme spelers van een continentale dimensie nodig zijn die met één stem spreken om hun waarden en belangen vastberaden te laten gelden in een geglobaliseerde wereld, en dat momenteel de rol van de twee regio's op het internationale toneel niet het politieke gewicht van alle spelers weerspiegelt; verwacht dan ook van alle partners dat zij hun binnenlandse en buitenlandse positie daadkrachtig en in onderling overleg onder de loep nemen;

59.   bevestigt nogmaals het engagement dat in Guadalajara in de geest van de Europese veiligheidsstrategie is aangegaan om de regionale organisaties te versterken, een essentieel middel om te komen tot het effectieve multilateralisme dat aan de basis ligt van het buitenlandse optreden van de Unie, haar ontstaan en haar reden van bestaan;

60.   is van oordeel dat het essentieel is het totaalbeeld van de betrekkingen niet uit het oog te verliezen teneinde de aard zelf van het strategisch partnerschap niet in gevaar brengen, noch de kracht van de processen van regionale integratie te breken of te verzwakken; beveelt verder dialoogmechanismen aan die op de situatie van de verschillende gesprekspartners zijn afgestemd zonder dat zij het voor de regionale integratie noodzakelijke totaalbeeld in gevaar brengen;

61.   brengt in dit opzicht de buitengewone mogelijkheden in herinnering die de reeds bestaande of bijna gesloten associatieovereenkomsten bieden om de betrekkingen in alle soorten en maten tussen de Unie als zodanig en haar Latijns-Amerikaanse partners aan te halen; geeft de lidstaten de bevoegdheid voorrang te geven aan hun betrekkingen met sommigen onder hen, uitsluitend in bilateraal opzicht, maar met volledige eerbiediging van het beleid en de bevoegdheden van de Unie en met de grootst mogelijke loyaliteit;

62.   acht het van fundamenteel belang dat de twee regio's actief deelnemen aan het collectieve systeem van internationale veiligheid dat rond de VN is opgebouwd;

B)Een beslissende impuls voor het proces van regionale integratie in Latijns-Amerika

63.   is verheugd over het feit dat de Europese Commissie heeft besloten de regionale integratie als prioritaire pijler te handhaven voor steun aan de ontwikkeling van de regio en schaart zich achter haar voorstellen om de processen van regionale integratie te versterken door de afsluiting, vanaf de Topconferentie van Wenen, van de onderhandelingen over de associatie- en vrijhandelsovereenkomst met de Mercosur en de onmiddellijke start van onderhandelingen voor overeenkomsten van hetzelfde type met de CAN en Midden-Amerika;

64.   stelt vast dat alleen al het vooruitzicht van een associatieovereenkomst met de Unie de Andeslanden en de landen van Midden-Amerika duidelijk heeft geholpen om vooruitgang te boeken met de verschillende onderdelen van de economische integratie, in het bijzonder wat de douane-unie en de douaneprocedures betreft; is ervan overtuigd dat deze vooruitgang alleen maar sneller zal gaan met de afsluiting van de aankomende overeenkomsten, die ook een tastbare en beslissende steun voor de regionale integratie van Latijns-Amerika zullen betekenen;

65.   draagt de Commissie op zorg te dragen voor een nauwgezette follow-up van eventueel nieuw toe te treden leden en van elke wijziging in de inhoud of convergentie van de verschillende subregionale integratieplannen in Latijns-Amerika; stelt dat alle wijzigingen in de vorm van de subregionale structuren in elk geval gericht moeten zijn op de bevordering van nauwere regionale integratie en niet op het ondergraven van de bestaande structuren;

66.   stelt de Topconferentie van Wenen voor een langetermijnstrategie uit te stippelen die leidt tot een globale interregionale partnerschapsovereenkomst en tot de instelling van een Europees-Latijns-Amerikaanse globale interregionale associatiezone op middellange termijn; raadt aan na de Topconferentie van Wenen een haalbaarheidsonderzoek over deze twee initiatieven te starten;

67.   herinnert in dit opzicht aan de Europese ervaring die aantoont hoe doorslaggevend de bijdrage van regionale integratie kan zijn aan de economische groei en modernisering van het productieapparaat, de ontwikkeling van de uitwisseling en opname in de internationale markten, de sociale cohesie en, uiteindelijk, de politieke stabiliteit;

68.   schaart zich achter de voorstellen van de Commissie om de territoriale integratie in Latijns-Amerika en de koppeling van de verschillende infrastructuurnetwerken te ondersteunen, met name in de sectoren energie, water, vervoer, telecommunicatie en onderzoek; nodigt meteen de Europese Investeringsbank (EIB) uit om in dit opzicht beslissende steun te geven in het kader van de "Latijns-Amerikafaciliteit" die verderop aan bod komt;

69.   verzoekt de Commissie een bredere strategie voor integratiesteun uit te werken die niet alleen beperkt blijft tot het steunen van commerciële engagementen, maar die ook op niet-commerciële aspecten gericht is, vooral als het gaat om de regionale veiligheid en het democratisch bestuur, om de stromen (arbeids)migranten, om het gezamenlijke beheer van ecosystemen en de waterreserves en tot slot om de fysieke en infrastructurele integratie;

70.   meent dat grensoverschrijdende samenwerking onontbeerlijk is voor de regionale integratieprocessen, zoals reeds in de EU is aangetoond, en beveelt daarom aan instrumenten ter ondersteuning van deze handelwijze in te stellen;

71.   verzoekt de Commissie een meerjarenprogramma voor samenwerking met het SEGIB op te starten, dat de nodige begroting ontvangt, om gebruik te maken van alle mogelijke voordelen van onderlinge samenwerking door te streven naar de samenwerking van instellingen, technische bijstand, uitwisseling en opleidingsprogramma's in verband met regionale integratie, alsmede naar beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, de voorbereiding van topconferenties en hun permanente follow-up op het terrein;

C)Concrete engagementen op het gebied van sociale cohesie

72.   spreekt zijn onvoorwaardelijke steun uit voor het voorstel van de Commissie om de doelstelling van de sociale cohesie op permanente, coherente en concrete wijze op te nemen in alle acties die samen met Latijns-Amerika worden ondernomen; benadrukt dat de Europees-Latijns-Amerikaanse partners een solidair project delen in het kader waarin de markteconomie en sociale cohesie niet tegenstrijdig, maar complementair moeten zijn; staat erop dat alle acties in dezen zich richten op het indammen van sociale ongelijkheden en de insluiting van kansarme groepen die momenteel aan de zijlijn van de maatschappij staan, waarbij de behoeften (welke dan ook) van inheemse bevolkingsgroepen extra aandacht verdienen;

73.   herinnert er in dit opzicht aan dat democratisch bestuur en sociale cohesie in Latijns-Amerika nauw met elkaar verbonden zijn, zoals door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) wordt onderstreept in zijn jaarverslag van 2004 over de democratie in Latijns-Amerika en de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten van de OAS in zijn verslag voor hetzelfde jaar;

74.   schaart zich derhalve achter de aanbevelingen van de Commissie om een specifieke dialoog over sociale cohesie te starten, bij ontwikkelingssamenwerking prioriteit te verlenen aan de sociale cohesie, een betere samenwerking met de internationale instellingen aan te moedigen, de deelname van de verschillende betrokken actoren te stimuleren en, in het bijzonder, om de twee jaar een Forum van de sociale cohesie te organiseren, dat open staat voor de overheid, het maatschappelijk middenveld, de particuliere sector en internationale organisaties om onder andere het probleem van de sterke verstedelijking en de daaruit voortvloeiende sociale problemen en veiligheidsproblemen te behandelen;

75.   verzoekt de partners gezamenlijke initiatieven te ondernemen en vaker sociale fora te houden die het bedrijfsleven, werknemers, consumenten en het maatschappelijk middenveld samenbrengen, enerzijds op het niveau van de EU en Latijns-Amerika en anderzijds op het niveau van de verschillende landen; verzoekt het Europees Economisch en Sociaal Comité om zijn activiteiten op dit gebied te intensiveren en ervaringen uit te wisselen met de Latijns-Amerikaanse partners; juicht in dit verband de positieve bijdragen van maatschappelijke fora toe, die naast de topconferenties plaatsvinden;

76.   beveelt aan dat de toenemende inkomsten uit aardolie en andere grondstoffen bij voorrang zouden worden toegewezen aan duurzame opleidings- en infrastructuurprogramma's om de concurrentiekracht en de werkgelegenheid te bevorderen;

77.   herhaalt zijn voorstel om een biregionaal solidariteitsfonds op te richten voor het beheer en de financiering van sectorale programma's die zich bezighouden met de strijd tegen sociale uitsluiting en extreme armoede, gezondheid, onderwijs en infrastructuren; dit alles in eerste instantie in de landen en regio's waar het inkomen per inwoner laag is en de sociale ongelijkheden groot zijn en vervolgens in alle landen van Latijns-Amerika;

78.   is van mening dat een bescheiden inbreng van kredieten of de hertoekenning van niet-aanvullende kredieten op de begroting van de Unie ten gunste van de regio een katalysator kan zijn om begrotingsmiddelen van andere instellingen (EIB, Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, Ontwikkelingsmaatschappij van de Andes, Midden-Amerikaanse Bank voor economische integratie, Wereldbank, enz.) en van de betrokken landen te mobiliseren, en te voorzien in een begrotingspost die groot genoeg is voor een toereikende kritieke massa die aan de oplossing van het probleem kan bijdragen;

79.   beveelt aan dat dit Fonds wordt gecoördineerd door de Commissie (of eventueel door het SEGIB), in samenwerking met de instellingen en landen die fondsen verschaffen, en dat het bovendien een "Latijns-Amerikafaciliteit" omvat, die uitsluitend een beroep doet op de financiële bijdragen van de EIB en andere betrokken instellingen; roept de financiële en Latijns-Amerikaanse instellingen op om de territoriale integratie en de koppeling van de infrastructuren in Latijns-Amerika in sectoren als energie, water, vervoer, telecommunicatie en onderzoek te steunen;

80.   verzoekt de Commissie en de Raad opnieuw bovengenoemde instellingen aan te moedigen om de oprichting van een solidariteitsfonds te stimuleren en nodigt de Topconferentie van Wenen uit het project te steunen en onverwijld een haalbaarheidsstudie over dit onderwerp op te starten;

81.   beveelt de landen van Latijns-Amerika aan om op georganiseerde wijze de koppeling van deze infrastructuren en "energieringen" te plannen en daarbij eventueel een beroep op de Europese ervaring inzake trans-Europese netwerken te doen;

82.   bevestigt opnieuw het engagement van Guadalajara ter versterking van de gedecentraliseerde aanpak die het uitgangspunt vormt van de Europese programma's voor ontwikkelingssamenwerking (URBAL, AL-INVEST, @Lis, ALFA, ALBAN); dringt er ook op aan dat de lokale en regionale overheden aangemoedigd worden om deel te nemen aan het Euro-sociaal initiatief, een regionaal programma voor sociale cohesie in Latijns-Amerika;

83.   raadt de Commissie aan steun te bieden aan de instelling van mechanismen ter correctie van wanverhoudingen en mechanismen voor sociale en territoriale cohesie in de regionale-integratieakkoorden voor Latijns-Amerika, alsmede aan maatregelen ter bestrijding van corruptie en ter verbetering van het belastingstelsel en het fiscale beleid;

84.   wijst erop dat de dialoog en de programma's voor sociale cohesie aandacht moeten schenken aan de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die duidelijk blijkt uit de arbeidsmarkt, de toegang tot het onderwijs en de deelname van vrouwen aan de besluitvorming;

85.   roept de Topconferentie van Wenen op mensenhandel en het vermoorden van en het gebruik van geweld tegen vrouwen te veroordelen en zich sterk te maken voor (de naleving van) alle nationale en internationale wetten ter zake; stelt voor om op basis van het UNICEF-model een alomvattend prioritair actieprogramma voor kinderen en tieners in Latijns-Amerika op te zetten;

86.   stelt de partnerlanden en de verschillende bilaterale en multilaterale crediteuren voor vrijgevige, creatieve manieren te bedenken om de kwestie van de schuldenlast aan te pakken; vestigt in dit verband de aandacht op tijdens Ibero-Amerikaanse topconferenties geopperde initiatieven voor het omzetten van schulden in investeringen in maatschappij en onderwijs;

D)Concrete en verifieerbare engagementen inzake migratiestromen en personeelsuitwisselingen

87.   bevestigt nogmaals de noodzaak een vernieuwend migratiebeleid tussen de partners uit te stippelen, met eerbied voor de fundamentele rechten, in overeenstemming met de geldende internationale overeenkomsten, en de menselijke waardigheid, en ter bestrijding van discriminatie, racisme en vreemdelingenhaat, zonder daarbij de soevereiniteit van de betrokken landen in het gedrang te brengen;

88.   is van mening dat migratiestromen en personeelsuitwisselingen een kernpunt vormen in de betrekkingen van de Unie met haar Latijns-Amerikaanse partners, beveelt een evenwichtige, globale en coherente benadering aan waarin het beleid inzake de bestrijding van illegale migratie is opgenomen en waarin tegelijkertijd in samenwerking met de betrokken landen de aandacht wordt gevestigd op de voordelen van legale migratie, die de vrucht is van een dialoog en loyale samenwerking, die op de situatie van elk betrokken land is afgestemd en die voldoende begrotingsmiddelen krijgt, overeenkomstig de op 15 en 16 december 2005 getrokken conclusies van de Raad van Europa van Brussel;

89.   betreurt de afwezigheid van specifieke, aan de Topconferentie gerichte voorstellen van de Commissie; stelt voor dat de Raad zo snel mogelijk specifieke prioritaire acties onderneemt in verband met Latijns-Amerika, in de lijn van de conclusies die de voornoemde Europese Raad in Brussel heeft getrokken met betrekking tot Afrika en het mediterraan gebied, op basis van de mededeling van de Commissie van 30 november 2005, getiteld "Prioritaire acties om een antwoord te bieden op de uitdagingen van de migratie: eerste follow-up van Hampton Court" (COM(2005)0621) en in het kader van het langetermijnproces dat werd gestart door het Programma van Den Haag om het hoofd te bieden aan de mogelijkheden en de uitdagingen die gepaard gaan met de migraties, en de beslissingen die tijdens de informele ontmoeting van Hampton Court zijn genomen;

90.   bevestigt nogmaals dat deze acties specifiek betrekking moeten hebben op de organisatie van de migratiestromen, door de bilaterale overeenkomsten te versterken, met inbegrip van de strijd tegen illegale migratie en de maffia die ervan profiteert en tegen de mensenhandel, vooral die waarbij kwetsbare groepen (zoals vrouwen en kinderen) betrokken zijn, op het gezamenlijk beheer van de migratiestromen, op de definitie van het beleid inzake tijdelijke migratie, op de invoering van een specifieke verblijfsvergunning voor zakenlieden, wetenschappers, onderzoekers, studenten, journalisten en vakbondsvertegenwoordigers die aan het partnerschap deelnemen, op de mobilisering van de immigratie voor de ontwikkelingsdienst van het land van oorsprong (hulp aan projecten die gedragen worden door immigranten in hun land van oorsprong, enz.), op de tenuitvoerlegging van een integratiebeleid in de onthaallanden voor de legale migranten en ten slotte op de financiering en de follow-up van de ondernomen acties;

91.   stelt de partnerlanden voor de nodige maatregelen te nemen om de buitensporige kosten voor overschrijvingen voor emigranten terug te dringen;

o
o   o

92.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten van de Europese Unie en van alle landen van Latijns-Amerika en de Caraïben, aan het Latijns-Amerikaanse Parlement, het Midden-Amerikaanse Parlement, het Andesparlement en de Gemengde Parlementaire Commissie van de Mercosur.

(1) PB C 140 E van 13.6.2002, blz. 569.

Juridische mededeling - Privacybeleid