Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2003/0256(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0352/2006

Ingediende teksten :

A6-0352/2006

Debatten :

PV 11/12/2006 - 14
CRE 11/12/2006 - 14

Stemmingen :

PV 13/12/2006 - 8.1
CRE 13/12/2006 - 8.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0552

Aangenomen teksten
PDF 3470kWORD 3735k
Woensdag 13 december 2006 - Straatsburg
Europees Agentschap voor chemische stoffen ***II
P6_TA(2006)0552A6-0352/2006
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (7524/8/2006 – C6-0267/2006 – 2003/0256(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (7524/8/2006 – C6-0267/2006)(1),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2003)0644)(3),

–   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0352/2006),

–   gezien de aan deze wetgevingsresolutie gehechte verklaringen van de Commissie, die samen met het wetgevingsbesluit zullen bekendgemaakt worden in het Publicatieblad,

1.   hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 276 E van 14.11.2006, blz. 1.
(2) PB C 280 E van 18.11.2006, blz. 303.
(3) Nog niet in het PB gepubliceerd.


P6_TC2-COD(2003)0256

Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 13 december 2006 met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. …/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in tweede lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Verordening (EG) nr. 1907/2006.)


BIJLAGE

Verklaring van de Commissie betreffende alternatieve methoden:

De ontwikkeling van computerondersteunde, in vitro en andere methodieken – met inbegrip van de verfijning van bestaande methoden – die een onderdeel vormt van de strategie van de Gemeenschap ter bevordering van alternatieve testmethoden, is reeds decennialang een prioriteit. Tussen 1999 en 2002 (vijfde Kaderprogramma) heeft de EU 43 onderzoekprojecten gesteund voor een totaalbedrag van 65 miljoen euro. Een aantal van deze projecten loopt nog steeds. Via het huidige Kaderprogramma voor wetenschappelijk onderzoek (zesde Kaderprogramma: 2003-2006) investeert de Europese Unie meer dan 90 miljoen euro in de ontwikkeling van robuuste en doeltreffende proefdiervrije testmethoden die aan de eisen van internationale validatie voldoen.

Deze onderzoekactiviteiten zullen in het komende zevende Kaderprogramma (2007-2013) worden voortgezet door middel van gecoördineerde activiteiten inzake alternatieve methoden en strategieën voor veiligheidsbeproeving, met name van farmaceutische producten (onder het thema Gezondheid) en in de industrie toegepaste chemische stoffen (onder het thema Milieu). Er is onderzocht welke methoden de grootste bijdrage kunnen leveren tot het verminderen van het aantal dierproeven in het kader van REACH, rekening houdend met de tijd die nodig is om de proeven te ontwikkelen en met de relevante registratietermijnen in REACH. Dientengevolge behelst het zevende Kaderprogramma onder meer de ontwikkeling van methoden die rechtstreeks kunnen bijdragen tot een vermindering van het aantal proefdieren dat in het kader van REACH wordt gebruikt. Via initiatieven zoals het Europees Partnerschap voor alternatieven voor dierproeven, dat op 7 november 2005 door de Commissarissen Potocnik en Verheugen samen met het bedrijfsleven op de rails is gezet, wordt gestreefd naar participatie van de belanghebbende partijen. Dankzij een doeltreffende bundeling van de ervaring, deskundigheid en middelen van de Commissie en het bedrijfsleven is een gemeenschappelijk, gecoördineerd en sectoroverschrijdend partnerschap op EU-niveau tot stand gebracht dat meer resultaat zal sorteren dan de van oudsher gefragmenteerde initiatieven op dit gebied.

De validatie van alternatieve testmethoden vormt sedert 1991 een prioriteit voor de Commissie. Zij heeft daartoe het Europees Centrum voor de validatie van alternatieve methoden (ECVAM) in het leven geroepen. Het betreft een speciale afdeling van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek die als taak heeft de validatie van alternatieve testmethoden op EU-niveau te coördineren en de ontwikkeling, validatie en internationale erkenning van alternatieve testmethoden te bevorderen. De Commissie zal doorgaan met het valideren van passende methoden en de toepassing van gevalideerde methoden in het kader van de Gemeenschapswetgeving in overweging nemen. In de context van de Gemeenschapswetgeving inzake chemische stoffen wordt momenteel van dergelijke passende methoden gebruik gemaakt bij de aanpassing van bijlage V van Richtlijn 67/548/EEG. De Commissie erkent het belang van een zo snel mogelijke acceptatie van dergelijke methoden voor regelgevingsdoeleinden en zij heeft in bijlage V van Richtlijn 67/548/EEG een aantal gevalideerde alternatieve testmethoden vastgesteld nog vóór deze internationaal waren erkend. Het is voor de Commissie een zaak van prioritair belang dat de regelgeving inzake proeven in het kader van de REACH-verordening wordt aangepast zo spoedig mogelijk nadat passende gevalideerde methoden beschikbaar komen.

De Commissie zal haar activiteiten in internationale fora voortzetten, met name in de OESO, waar zij een bijdrage levert aan de totstandkoming van nieuwe normen voor tests met bijzondere aandacht voor de bovengenoemde recentelijk gevalideerde methoden.

Het regelgevingskader waarbinnen testmethoden worden gebruikt, is even belangrijk als de methoden zelf. Van meet af aan vormde de minimalisering van het proefdiergebruik een kernelement van de REACH-benadering, en de Commissie heeft zich consequent ingespannen om dit aspect van het voorstel te verbeteren. Dit blijkt uit een aantal substantiële wijzigingen die in de loop van het proces zijn doorgevoerd, zoals de toevoeging van een preregistratiefase naar aanleiding van reacties op het Witboek van 2001 en de instemming met één enkele preregistratietermijn zoals voorgesteld in het advies van het Parlement in eerste lezing alsook in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De zorg voor minimalisering van het proefdiergebruik spreekt ook uit specifieke juridische bepalingen, met name betreffende de aansporing om stoffen te groeperen, de evaluatie van voorstellen voor tests en de uitbreiding van conclusies tot verwante stoffen. Belangrijke werkzaamheden met het oog op de vermindering van het proefdiergebruik vinden thans plaats in de RIP's (REACH Implementation Projects) door de ontwikkeling van slimme beproevingsstrategieën. De Commissie heeft zich ertoe verbonden deze werkzaamheden na de aanneming van REACH voort te zetten. De ontwikkeling en handhaving van de richtsnoeren en de via het Agentschap verlopende procedures, bijvoorbeeld, biedt nog meer mogelijkheden om tegemoet te komen aan de bezorgdheid over dierproeven.

De Commissie zal met de relevante aspecten ook rekening houden bij de toetsing van Richtlijn 86/609/EEG, met name ten aanzien van de manieren waarop overeenkomstig het principe van de "drie V's" de ontwikkeling, validatie en acceptatie voor regelgevingsdoeleinden van alternatieve methoden nog meer kunnen worden bevorderd.

Verklaring van de Commissie over tabaksadditieven in de context van de onderhandelingen over REACH en in verband met de amendementen van het Europees ParlementP over tabaksadditieven

Bestanddelen van tabaksproducten vallen net als alle andere chemische stoffen onder de REACH-verordening. Als zodanig zullen ze moeten worden geregistreerd en zullen ze onderworpen zijn aan beoordeling, beperking of autorisatie uit hoofde van de REACH-regeling. Sommige van de effecten van deze stoffen in verbrande vorm dienen aan de orde te komen in een eventueel vereiste chemische veiligheidsbeoordeling.

Zodra de REACH-regeling operationeel is, zal de in het kader van REACH beschikbaar gekomen informatie over tabaksbestanddelen moeten worden samengevat en in acht genomen om beter te kunnen profiteren van de synergie met de lopende werkzaamheden in de context van Richtlijn 2001/37/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten.

In de context van Richtlijn 2001/37/EG dient de Commissie te bevorderen:

   de ontwikkeling en toepassing van een geharmoniseerd rapportageformaat voor tabaksbestanddelen teneinde te voldoen aan een eerste vereiste voor de systematische beoordeling van tabaksbestanddelen. Dit zou in een latere fase kunnen leiden tot het creëren van een Europese databank voor tabaksbestanddelen en de effecten daarvan;
   de beoordeling van tests op toxicologische en verslavende effecten, bezien vanuit het standpunt van de volksgezondheid;
   samenwerking van onafhankelijke tabakslaboratoria binnen de EU teneinde te komen tot een operationele basis voor een gezamenlijke analyse en beoordeling van tabaksbestanddelen en/of de uitstoot van rook door de lidstaten en vervolgens een afweging over de vorm van een mogelijk voorstel voor een gemeenschappelijke lijst van bestanddelen.

De Commissie zal tevens:

   deelnemen aan de ontwikkeling van richtsnoeren voor het testen en meten van de bestanddelen en uitstoot van tabaksproducten in de context van het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC), en
   de cofinanciering overwegen van onderzoek naar de toxiciteit van en met name de verslaving door tabaksbestanddelen en/of de uitstoot van rook in de context van het kaderprogramma voor onderzoek.

Bij de volgende herziening van Richtlijn 2001/37/EG, die zal worden gebaseerd op het verslag over de uitvoering daarvan dat voor eind 2007 op stapel staat, zal de Commissie overwegen het kader voor de beoordeling van tabaksbestanddelen in het licht van de opgedane ervaring en de effectbeoordelingen voor verschillende opties verder te ontwikkelen.

De bewijslast voor de effecten op de gezondheid van de bestanddelen en de uitstoot van tabaksproducten dient volledig bij de industrie te berusten en zij dient verantwoordelijk te zijn voor de financiering van de ontwikkeling, validering en uitvoering van de benodigde tests op toxicologische en verslavende effecten. Dit proces moet onder leiding van de instanties voor de volksgezondheid staan om ervoor te zorgen dat volksgezondheidsaspecten in alle ontwikkelde methodologieën afdoende aan de orde komen.

Op basis van het in de vorige alinea neergelegde beginsel ten aanzien van de rol van de industrie bij de financiering van de tests zal de Commissie onderzoeken wat de concrete mogelijkheden zijn om voldoende personele en financiële middelen te mobiliseren voor de financiering van een substantieel werkprogramma voor de beoordeling van bestanddelen en de uitstoot van rook teneinde de resultaten vanuit het perspectief van de gezondheid afdoende te kunnen beoordelen.

De Commissie is zich ervan bewust dat de ontwikkeling en validering van methodologieën en de beoordeling van stoffen een veeleisende taak vormen en dat de uitvoering daarvan enkele jaren in beslag zal nemen.

Juridische mededeling - Privacybeleid