Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2154(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0098/2007

Ingediende teksten :

A6-0098/2007

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.12

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0114

Aangenomen teksten
PDF 246kWORD 111k
Dinsdag 24 april 2007 - Straatsburg
Kwijting 2005: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden
P6_TA(2007)0114A6-0098/2007
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0387/2006 – 2006/2154(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005(1),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van de Stichting(2),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 – C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3), en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5), en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6-0098/2007),

1.   verleent de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2005;

2.   formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 37.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 80.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1111/2005 (PB L 184 van 15.7.2005, blz. 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


2.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0387/2006 – 2006/2154(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005(1),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van de Stichting(2),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 – C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3), en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5), en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6-0098/2007),

1.   neemt kennis van de bedragen waarmee de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor de begrotingsjaren 2004 en 2005 worden afgesloten:

Ontvangsten en uitgaven voor de begrotingsjaren 2004 en 2005 (in 1 000 EUR)

 

2005

2004

Ontvangsten

 

 

Subsidies Commissie

18 800

18 000

Diverse ontvangsten

5

5

Ontvangsten uit geleverde diensten

158

81

Totaal ontvangsten (a)

18 963

18 086

Uitgaven

 

 

Personeel - Titel I van de begroting

 

 

Betalingen

8 814

8 606

Overgedragen kredieten

157

132

 

 

 

Administratie - Titel II van de begroting

 

 

Betalingen

875

1 267

Overgedragen kredieten

507

489

 

 

 

Beleidsactiviteiten - Titel III van de begroting

 

 

Betalingen

4 967

5 056

Overgedragen kredieten

3 809

2 522

Totaal uitgaven (b)

19 130

18 072

Resultaat begrotingsjaar (a - b)

-167

14

Overgedragen saldo van het vorige begrotingsjaar

-1 224

-1 296

Overgedragen en geannuleerde kredieten

71

34

Voor heraanwending bestemde niet-gebruikte bedragen van het vorige begrotingsjaar

0

18

PHARE - geïnde ontvangsten

260

0

PHARE - te innen ontvangsten

0

0

PHARE - uitgaven

-145

0

Overige aanpassingen

0

10

Wisselkoersverschillen

0

-4

Saldo begrotingsjaar

-1 205

-1 224

Bron: Gegevens van de stichting. Deze tabel is een samenvatting van de gegevens in de jaarrekening van de stichting.

2.   gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 37.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 80.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1111/2005 (PB L 184 van 15.7.2005, blz. 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2007 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0387/2006 – 2006/2154(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005(1),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van de Stichting(2),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 – C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3), en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5), en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6-0098/2007),

A.   overwegende dat de Rekenkamer heeft verklaard redelijke zekerheid verkregen te hebben dat de jaarrekening van het per 31 december 2005 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn,

B.   overwegende dat het Parlement de directeur op 27 april 2006 kwijting heeft verleend voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2004(6) en dat het in de resolutie behorende bij het kwijtingsbesluit onder andere

   - nota neemt van de bevindingen van de Rekenkamer dat 37% van de naar 2005 overgedragen kredieten betrekking had op verbintenissen die in december 2004 waren aangegaan en dat de meeste van die verbintenissen betrekking hadden op contracten voor in 2005 uit te voeren studies;
   - de Stichting herinnert aan het beginsel van de eenjarigheid van de begroting en haar dringend verzoekt dit beginsel na te leven om een correcte en transparante uitvoering van de door de begrotingsautoriteit vastgestelde begrotingen mogelijk te maken;

Algemene punten die van toepassing zijn op de meerderheid van EU-agentschappen die individuele kwijting vereisen

1.   meent dat het voortdurend toenemende aantal communautaire agentschappen en de activiteiten van enkele ervan slecht lijken te passen in een algemeen beleidskader en dat de taken van bepaalde agentschappen niet altijd een afspiegeling vormen van de werkelijke behoeften van de Europese Unie noch van de verwachtingen van haar burgers; constateert dat de agentschappen in het algemeen niet altijd een goed imago en een goede pers hebben;

2.   verzoekt de Commissie daarom een algemeen beleidskader voor de oprichting van nieuwe communautaire agentschappen vast te stellen, een kosten-batenanalyse voor te leggen voordat een nieuw agentschap wordt opgericht en erop toe te zien dat duplicatie van activiteiten tussen agentschappen of van taken van andere Europese organen wordt vermeden;

3.   roept de Rekenkamer op haar oordeel over de kosten-batenanalyse uit te spreken voordat het Parlement een besluit neemt;

4.   verzoekt de Commissie elke vijf jaar een studie over te leggen naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap; verzoekt alle verantwoordelijke instellingen om in geval van een negatief oordeel over de toegevoegde waarde van een agentschap de noodzakelijke stappen te zetten om het mandaat van dat agentschap te herzien of het agentschap te sluiten;

5.   betreurt, gezien het groeiende aantal regelgevende agentschappen, dat de onderhandelingen over het ontwerp van interinstitutioneel akkoord inzake een gemeenschappelijk kader voor deze agentschappen nog niet zijn afgerond en verzoekt de bevoegde diensten van de Commissie om in overleg met de Rekenkamer alles in het werk te stellen om een dergelijk akkoord zo snel mogelijk te bereiken;

6.   stelt vast dat de begrotingsverantwoordelijkheid van de Commissie nauwere banden van de agentschappen met de Commissie noodzakelijk maakt; roept de Commissie en de Raad ertoe op alle noodzakelijke stappen te ondernemen om de Commissie vóór 31 december 2007 een blokkerende minderheid te geven in de bestuursraden van de regelgevende agentschappen en daar in het geval van nieuwe agentschappen direct bij oprichting in te voorzien;

7.   verzoekt de Rekenkamer, met het oog op een beter inzicht in het gebruik van EU-fondsen door agentschappen, een aanvullend hoofdstuk in haar jaarverslag op te nemen, dat is gewijd aan alle agentschappen waarvoor kwijting is vereist in de jaarrekening van de Commissie;

8.   herinnert aan het beginsel volgens hetwelk voor alle communautaire agentschappen, gesubsidieerd of niet, kwijting door het Parlement vereist is, ook wanneer in hun oprichtingsstatuten is voorzien in een kwijtingsautoriteit;

9.   verzoekt de Rekenkamer bij alle agentschappen audits uit te voeren en daarover bij de bevoegde commissies van het Parlement, waaronder de Commissie begrotingscontrole, verslag uit te brengen;

10.   merkt op dat het aantal agentschappen voortdurend toeneemt en dat het gezien de politieke verantwoordelijkheid van de Commissie voor het functioneren van de agentschappen, die veel verder gaat dan eenvoudige logistieke ondersteuning, nog noodzakelijker is geworden dat de directoraten-generaal van de Commissie die belast zijn met de oprichting van en het toezicht op agentschappen, een gezamenlijke opstelling tegenover agentschappen ontwikkelen; is van mening dat een soortgelijke structuur als die welke door de agentschappen is gevormd voor de coördinatie met de betrokken directoraten-generaal, een pragmatische stap voorwaarts zou zijn op weg naar een gezamenlijke opstelling van de Commissie in alle zaken met betrekking tot agentschappen;

11.   verzoekt de Commissie de administratieve en technische steun aan agentschappen uit te breiden in verband met de toenemende complexiteit van communautaire administratieve regels en technische problemen;

12.   stelt vast dat een disciplinair orgaan bij alle communautaire agentschappen ontbreekt en verzoekt de Commissie de noodzakelijke maatregelen te nemen om een dergelijk mechanisme zo snel mogelijk in te voeren;

13.   juicht de aanzienlijke verbeteringen in de coördinatie van de EU-agentschappen toe, die hen in staat stellen terugkerende problemen aan te pakken en efficiënter samen te werken met de Commissie en het Parlement;

14.   is van opvatting dat de oprichting door diverse agentschappen van een gezamenlijke ondersteunende dienst met het oog op aanpassing van hun computersystemen voor financieel beheer aan die van de Commissie, een initiatief is dat moet worden voortgezet en uitgebreid;

15.   roept de agentschappen ertoe op de samenwerking en benchmarking met andere spelers in het veld te verbeteren; moedigt de Commissie ertoe aan de maatregelen te nemen die zij dienstig acht om de agentschappen te helpen hun imago te verbeteren en de zichtbaarheid van hun activiteiten te verhogen;

16.   roept de Commissie op een voorstel te doen voor harmonisering van de indeling van de jaarverslagen van de agentschappen en prestatie-indicatoren te ontwikkelen waarmee de doelmatigheid van de agentschappen kan worden vergeleken;

17.   verzoekt de agentschappen aan het begin van elk jaar indicatoren te overleggen waarmee hun prestaties kunnen worden gemeten;

18.   verzoekt alle agentschappen in toenemende mate SMART-doelstellingen te hanteren die moeten leiden tot een realistische planning en resultaatgericht werken;

19.   onderschrijft de opvatting van de Rekenkamer dat de Commissie ook verantwoordelijk is voor het (financiële) beheer van de agentschappen; dringt er derhalve bij de Commissie op aan toezicht te houden op de leiding van de verschillende agentschappen en deze waar nodig bij te sturen en te helpen, in het bijzonder in verband met de juiste toepassing van aanbestedingsprocedures, de transparantie van de procedures voor de aanwerving van personeel, goed financieel beheer (onderbesteding en overbudgettering) en, als belangrijkste punt, de juiste toepassing van de regels met betrekking tot het kader voor interne controle;

20.   meent dat de bijdragen van agentschappen in hun werkprogramma's in operationele en meetbare termen dienen te worden uitgedrukt en dat daarbij de nodige aandacht moet worden besteed aan de Commissienormen voor interne controle;

Specifieke punten

21.   verzoekt de Stichting meer aandacht te besteden aan de overdracht van kredieten voor aangegane verplichtingen voor administratieve uitgaven (titel II van de begroting) en beleidsactiviteiten (titel III van de begroting), die in 2005 met respectievelijk 37% en 44% hoog is gebleven;

22.   verzoekt de Commissie en de Stichting de situatie van de niet-geannuleerde kredieten nader te verklaren;

23.   verzoekt de Stichting een werkprogramma te presenteren waarin haar bijdrage in operationele en meetbare termen wordt uitgedrukt;

24.   beschouwt de Stichting als bron van belangrijke informatie voor alle EU-instellingen, voor de politieke besluitvorming en voor het publiek;

25.   spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat er in 2005 geen omvattend document is gepresenteerd met een analyse van de risico's die voortvloeien uit de financiële en operationele aspecten van de activiteiten van de Stichting, alsmede over het feit dat er geen validatie heeft plaatsgevonden van de procedures die door de ordonnateurs zijn ingevoerd om de nauwkeurigheid en volledigheid te waarborgen van de financiële gegevens die de Stichting aan de rekenplichtige heeft gezonden, behalve wat de informatica-aspecten betreft;

26.   moedigt de Stichting aan naar verdere verbetering van haar communicatiemethoden te blijven streven, om ervoor te zorgen dat de publieke opinie beter wordt geïnformeerd over de resultaten van haar studies en dat het publieke debat over deze belangrijke vraagstukken, zoals de gevolgen en oorzaken van herstructureringsmaatregelen van bedrijven, op deze manier wordt verrijkt.

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 37.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 80.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1111/2005 (PB L 184 van 15.7.2005, blz. 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 340 van 6.12.2006, blz. 69.

Juridische mededeling - Privacybeleid