Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2076(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0106/2007

Ingediende teksten :

A6-0106/2007

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.33
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0135

Aangenomen teksten
PDF 266kWORD 50k
Dinsdag 24 april 2007 - Straatsburg
Kwijting 2005: Afdeling VII, Comité van de Regio's
P6_TA(2007)0135A6-0106/2007
Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2005, Afdeling VII – Comité van de Regio's (C6-0470/2006 - 2006/2076(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2005(1),

–   gezien de definitieve jaarrekeningen van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2005 - Deel I (C6-0470/2006)(2),

–   gezien het Jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2005 en de speciale verslagen van de Rekenkamer, tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen(3),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag (4),

–   gelet op artikel 272, lid 10 en de artikelen 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0106/2007),

1.   verleent de secretaris-generaal van het Comité van de Regio's kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Comité van de regio's voor het begrotingsjaar 2005;

2.   formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, de Europese Ombudsman en de Europees toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 60 van 8.3.2005.
(2) PB C 264 van 31.10.2006, blz. 1.
(3) PB C 263 van 31.10.2006, blz. 1.
(4) PB C 263 van 31.10.2006, blz. 10.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).


2.Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2007 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2005, Afdeling VII – Comité van de Regio's (C6-0470/2006 – 2006/2076(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2005(1),

–   gezien de definitieve jaarrekeningen van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2005 - Deel I (C6-0470/2006)(2),

–   gezien het Jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2005 en de speciale verslagen van de Rekenkamer, tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen(3),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag (4),

–   gelet op artikel 272, lid 10 en de artikelen 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0106/2007),

1.   merkt op dat het Comité van de Regio's (CvdR) in 2005 beschikte over vastleggingskredieten met een totale waarde van 69 570 456,32 EUR, met een benuttingspercentage van 96,65%;

2.   constateert dat de financiële overzichten van het CvdR na de invoering van het boekhoudstelsel op transactiebasis op 1 januari 2005 een positief economisch resultaat laten zien van 4 050 062,65 EUR, en identieke bedragen voor activa en passiva (118 221 197,95 EUR);

3.   wijst op de opmerking van de Rekenkamer in paragraaf 10.18 van haar Jaarverslag over 2005 dat naar aanleiding van de DAS-controle 2004 van de Rekenkamer en twee interne controles de administratie van het CvdR enkele personen aan wie salaris met aanpassingscoëfficiënten werd overgemaakt verzocht aanvullende bewijsstukken over te leggen en diverse overmakingen die niet vóór mei 2004 op regelmatige wijze waren verricht en/of waarvoor de begunstigden geen toereikend bewijs hadden overgelegd, werden stopgezet; in 2005 heeft de administratie volgens het verslag van de Rekenkamer geen te veel betaalde bedragen ingevorderd, hoewel artikel 85 van het Statuut bepaalt dat "een onverschuldigd betaald bedrag wordt teruggevorderd, indien de bevoordeelde kennis droeg van de onregelmatigheid van de betaling of indien deze onregelmatigheid zo voor de hand lag dat de bevoordeelde daarvan kennis had moeten dragen"; wijst op het in het verslag van de Rekenkamer opgenomen antwoord van het CvdR dat de door de secretaris-generaal opgedragen interne audit inzake de overmaking van salarissen pas in februari 2006 werd afgerond en dat de Administratie nu doende is met de invordering van te veel betaalde bedragen; dit betreft een beperkt aantal ambtenaren;

4.   wijst er op dat de interne controleur van het CvdR in haar verslag aan de kwijtingsautoriteit van 18 mei 2006 met betrekking tot in 2005 uitgevoerde controles (op grond van artikel 86, lid 4 van het financieel reglement) het volgende opmerkte:

   - de desbetreffende overmakingen van salarissen vonden plaats op basis van voorschriften die op meerdere wijzen konden worden geïnterpreteerd naar gelang van de taalversie en de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving,
   - met betrekking tot de scheiding van initiërende en controlerende functies werden tekortkomingen vastgesteld, alsmede mogelijke conflicten van belangen in verband met de grootte van de instelling,
   - de normen voor de controle-omgeving werden als onvoldoende aangemerkt om de regelmatigheid van deze verrichtingen te kunnen waarborgen;

5.   wijst er op dat de vastgestelde tekortkomingen met betrekking tot overmakingen van salaris met aanpassingscoëfficiënten niet zodanig van aard waren dat de gemachtigd ordonnateur het noodzakelijk achtte een voorbehoud of een opmerking te maken in zijn aan het verslag over de activiteiten van het CvdR gehechte verklaring;

6.   wijst er op dat de secretaris-generaal van het CvdR direct nadat hij van dit probleem kennis had genomen de toenmalige interne controleur heeft verzocht haar werkzaamheden met betrekking tot gewogen salarisovermakingen voort te zetten;

7.   wijst er op dat de secretaris-generaal van het CvdR toen hij van deze zaak in kennis werd gesteld een striktere interpretatie van de desbetreffende voorschriften van het recentelijk gewijzigde Statuut heeft vastgesteld en heeft opgedragen om ten onrechte uitbetaald geachte bedragen terug te vorderen; wijst er op dat enkele ambtenaren die bedragen hebben moeten terugbetalen de interpretatie van de secretaris-generaal van het CvdR van de desbetreffende voorschriften bestrijden en deze zaak bij het Hof van Justitie aanhangig hebben gemaakt;

8.   steunt de secretaris-generaal bij zijn voornemen om een administratief onderzoek in te stellen en verwacht dat hij een disciplinaire procedure begint op basis van het OLAF-verslag over de betrokken personeelsleden; vraagt om strenge vervolging van alle gevallen waarin frauduleus gedrag kan worden aangetoond;

9.   wijst er met bezorgdheid op dat het niet mogelijk is geweest alle vacatures te vervullen vanuit de reservelijsten die zijn opgesteld na vergelijkende onderzoeken van het EPSO; vraagt het CvdR om te onderzoeken wat de redenen zijn voor het tekort aan gekwalificeerde kandidaten en om de bevoegde commissie hierover te informeren;

10.   wijst er in verband met paragraaf 8 van zijn kwijtingsresolutie van 27 april 2006 over de renovatie van de gebouwen Beliard I en II(6) op dat in 2006 twee externe adviesbureaus een gunstig certificaat van overeenstemming hebben afgegeven waarin wordt verklaard dat de bouwwerkzaamheden overeenkomstig de specificatie waren uitgevoerd; geeft aan dat de Rekenkamer binnenkort een speciaal verslag zal publiceren over de uitgaven van EU-instellingen aan gebouwen in het algemeen;

11.   wijst er op dat de administratieve samenwerking tussen het CvdR en het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor beide gunstig en in financieel opzicht voordelig voor de Europese belastingbetaler zou moeten zijn; dringt er op aan dat elke nieuwe structuur die wordt opgericht voor administratieve samenwerking tussen de beide comités in financieel en organisatorisch opzicht voordelen dient te bieden; verlangt dat beide comités de administratieve samenwerking op een passende wijze voort weten te zetten;

12.   brengt in herinnering dat het CvdR en het EESC via hun gezamenlijke diensten een aantal gemeenschappelijke activiteiten beheren (vertalingen, repro, gebouwen, beveiliging, bibliotheek, inkoop, catering, bodes, medische diensten, auto's en chauffeurs, IT enz.) en dat hun samenwerkingsovereenkomst recentelijk met 6 maanden werd verlengd (met een optie voor nog eens 6 maanden) in afwachting van een besluit over voortzetting van deze samenwerking in de toekomst;

13.   verzoekt het CvdR en het EESC, gezien de grote verschillen tussen de uitkomsten van de verslagen van de gezamenlijke diensten en de twee externe controleurs van het CvdR om op basis van passende benchmarks - indien noodzakelijk met ondersteuning van de Rekenkamer - een gezamenlijk onderzoek uit te voeren naar de exacte kosten, voordelen en besparingen die met samenwerking mogelijk zijn en om de resultaten van dat onderzoek uiterlijk op 31 oktober 2007 aan de bevoegde commissie te zenden.

(1) PB L 60 van 8.3.2005.
(2) PB C 264 van 31.10.2006, blz. 1.
(3) PB C 263 van 31.10.2006, blz. 1.
(4) PB C 263 van 31.10.2006, blz. 10.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(6) PB L 340 van 6.12.2006, blz. 44.

Juridische mededeling - Privacybeleid