Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2232(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0091/2007

Ingediende teksten :

A6-0091/2007

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.35
CRE 24/04/2007 - 7.35
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0137

Aangenomen teksten
PDF 159kWORD 77k
Dinsdag 24 april 2007 - Straatsburg
Bestrijding hiv/aids in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009
P6_TA(2007)0137A6-0091/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2007 over de bestrijding van hiv/aids in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009 (2006/2232(INI))

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 juli 2006 over "AIDS: tijd om te handelen!"(1),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 november 2006 over AIDS(2),

–   gezien de conclusies van de Raad van 6 juni 2005 over de bestrijding van hiv/aids,

–   gezien de nota van het secretariaat-generaal van de Raad van 24 november 2005 over "Wereldaidsdag - Verklaring van de EU over de preventie van HIV met het oog op een aidsvrije generatie",

–   gezien de op 17 december 2004 door de Europese Raad aangenomen strategie van de EU inzake drugsbestrijding (2005-2012),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende "De bestrijding van hiv/aids in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009" (COM(2005)0654),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over "Een coherent Europees beleidskader voor externe maatregelen tegen hiv/aids, malaria en tuberculose" (COM(2004)0726),

–   gezien de mededeling van de Commissie met als titel "Europees nabuurschapsbeleid - Strategiedocument" (COM(2004)0373),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de versterking van het Europees nabuurschapsbeleid (COM(2006)0726),

–   gezien de "Verklaring van Dublin" over het aangaan van een partnerschap ter bestrijding van hiv/aids in Europa en Centraal-Azië, die is aangenomen op de in het kader van het Ierse voorzitterschap op 23-24 februari 2004 gehouden ministersconferentie over "Het neerhalen van de barrières via een partnerschap ter bestrijding van hiv/aids in Europa en Centraal-Azië",

–   gezien de zgn. "Verklaring van Vilnius" over maatregelen ter intensivering van de strijd tegen hiv/aids in de Europese Unie en de naburige landen, die is aangenomen op de op 16-17 september 2004 in Vilnius (Litouwen) gehouden conferentie van ministers en regeringsvertegenwoordigers van de Europese Unie en de naburige landen inzake "Europa en hiv/aids - Nieuwe uitdagingen, nieuwe kansen",

–   gezien de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op haar 55ste zitting van 8 september 2000 aangenomen VN-Millenniumverklaring, alsmede de millenniumontwikkelingsdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG's) van de Verenigde Naties, en met name het streven om het hiv-/aidsverspreidingsproces tegen 2015 te keren,

–   gezien de op de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN van 27 juni 2001 over hiv/aids aangenomen Beleidsverklaring inzake hiv/aids,

–   gezien de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 2 augustus 2001 aangenomen resolutie over de "beleidsverklaring inzake hiv/aids",

–   gezien de door de Algemene Vergadering van de VN van 24 maart 2006 aangenomen vervolgverklaring over de implementatie van de Beleidsverklaring inzake hiv/aids met als titel "Towards universal access: Assessment by the United Nations Programme on HIV/AIDS on scaling up HIV prevention, treatment, care and support",

–   gezien het rapport van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties d.d. 24 maart 2006 over "De beleidsverklaring inzake hiv/aids: vijf jaar later",

–   gezien de op 2 juni 2006 door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen "Politieke verklaring over hiv/aids",

–   gezien het hiv-/aidsprogramma van de WHO van 2006 met als titel "Towards Universal Access by 2010",

–   gezien het UNAIDS-rapport 2006 over de mondiale aidsepidemie,

–   gezien de UNAIDS-update inzake de aidsepidemie van december 2006,

–   gezien het in augustus 2006 verschenen halfjaarlijkse Eurohiv-rapport over 2005,

–   gezien de in februari 2006 verschenen Eurobarometer over aidspreventie,

–   gezien resolutie 1399 (2004) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, alsmede de door diezelfde vergadering in 2004 aangenomen Aanbeveling 1675 (2004) over een Europese strategie ter bevordering van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6-0091/2007),

A.   overwegende dat er blijkens de UNAIDS-update inzake de aidsepidemie van 2006 over de hele wereld meer dan 39,5 miljoen mensen met het aidsvirus zijn besmet, dat er in 2006 opnieuw 4,3 miljoen hiv-geïnfecteerden zijn bijgekomen, en dat 95% van de hiv-/aidsgeïnfecteerden in de ontwikkelingslanden leeft,

B.   overwegende dat uit het halfjaarlijkse Eurohiv-rapport over 2005 blijkt dat er in de periode 1998-2005 in de Europese Unie 215 510 mensen met hiv besmet zijn geraakt en dat er in de regio Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over die periode 646 142 nieuwe hiv-geïnfecteerden zijn bijgekomen,

C.   overwegende dat volgens EuroHIV bijna een vierde van alle nieuwe hiv-infecties zich voordoet bij jongeren onder de 25 jaar,

D.   overwegende dat mensen met hiv/aids worden geconfronteerd met stigmatisering en discriminatie,

E.   overwegende dat de recente vooruitgang in de behandeling van hiv/aids in combinatie met een vermindering van subsidiëring voor preventie heeft bijgedragen tot een toename van onveilig gedrag en bijgevolg tot een stijgend aantal hiv-besmettingen,

F.   overwegende dat in de Eurohiv- en UNAIDS-rapporten wordt bevestigd dat het aantal nieuwe hiv-infecties zowel in de Europese Unie als in de naburige landen nog steeds in een alarmerend tempo toeneemt en dat ervan wordt uitgegaan dat het aantal hiv-geïnfecteerden in sommige landen bijna driemaal zo hoog is als het officiële cijfer,

G.   overwegende dat ondanks de toename van het aantal hiv-besmettingen de gestadige daling van het aantal gediagnosticeerde aidsgevallen zich in 2005 heeft voortgezet, met minder dan de helft gediagnosticeerde gevallen in 2005 in vergelijking met 1998,

H.   overwegende dat een groot deel van de hiv-besmettingen onopgemerkt blijft; tevens overwegende dat veel mensen zich niet bewust zijn van hun serostatus, en deze waarschijnlijk pas zullen ontdekken wanneer ze een hiv-/aidsgerelateerde ziekte(3) oplopen,

I.   overwegende dat de besmettelijkheid van hiv aanzienlijk toeneemt als sprake is van andere seksueel overdraagbare ziekten (zoals gonorroe, chlamydia, herpes en syfilis),

J.   overwegende dat intraveneuze drugsgebruikers, mannen die sexuele betrekkingen hebben met mannen, sekswerkers en hun klanten, migranten, gedetineerden en jongeren onder de 25 jaar worden gerekend tot de groepen die het hoogste risico op hiv-besmetting lopen,

K.   overwegende dat de epidemie onder intraveneuze drugsgebruikers een van de redenen is waarom het aantal hiv-infecties zich in veel Oost-Europese landen zo snel uitbreidt,

L.   overwegende dat uit de UNAIDS-update inzake de aidsepidemie van 2006 naar voren komt dat nagenoeg driekwart van de langs heteroseksuele weg opgelopen hiv-infecties in West- en Midden-Europa zich voordoen bij migranten en immigranten,

M.   overwegende dat de prevalentie van hiv/aids bij bloeddonaties in de meeste landen van Midden- en West-Europa nog steeds beperkt is; voorts overwegende dat uit de recente cijfers voor sommige Oost-Europese landen echter een tendens in omgekeerde richting naar voren komt,

N.   overwegende dat in de verklaring van Dublin wordt erkend dat de bevordering van gelijkheid tussen vrouwen en mannen en jongens en meisjes, de eerbiediging van het recht op reproductieve en seksuele gezondheid en toegang tot seksuele voorlichting, informatie en gezondheidszorg, alsook openheid omtrent seksualiteit essentiële factoren zijn in de strijd tegen deze pandemie,

O.   overwegende dat preventieprogramma's via o.a. het onderwijs, betere beschikbaarheid van informatie en condooms, en toegang tot behandeling en rehabilitatie van drugsverslaafden alsmede tot schadebeperkingsvoorzieningen de meest effectieve instrumenten zijn voor de bestrijding van hiv/aids,

P.   overwegende dat het vrouwelijk condoom nog steeds weinig wordt gebruikt, hoewel dit het enige reeds beschikbare middel is waarover de vrouw zeggenschap heeft met het oog op de bescherming tegen ongewenste zwangerschap, hiv en andere seksueel overdraagbare infectieziekten,

Q.   overwegende dat Eurohiv voor Spanje en Italië over geen nationale statistieken beschikt, hoewel deze beide landen door Eurohiv tot de ernstigste besmettingshaarden worden gerekend,

R.   overwegende dat uit recente gegevens opnieuw is gebleken dat zowel de kans op nieuwe hiv-infecties als het aantal aidspatiënten per lidstaat en per naburig land verschilt, en dat dezelfde constatering opgaat voor de groepen die tot de meest kwetsbare worden gerekend,

S.   overwegende dat vrouwen thans op wereldschaal 50% van de hiv-/aidspatiënten uitmaken, maar dat hun speciale behoeften op het stuk van reproductieve gezondheid in termen van gezinsplanning, veilig bevallen en borstvoeding vaak over het hoofd worden gezien; overwegende dat het aantal met hiv besmette vrouwen en meisjes volgens UNAIDS de afgelopen twee jaar in elke regio wereldwijd is toegenomen, met aantallen die voornamelijk snel stijgen in Oost-Europa, Azië en Latijns-Amerika; voorts overwegende dat volgens de WHO vrouwen - ten gevolge van biologische factoren - bij heteroseksuele contacten waarschijnlijk gevoeliger voor besmetting met hiv zijn dan mannen,

T.   overwegende dat steeds meer vrouwen in hun privé-leven ten gevolge van onveilige heteroseksuele contacten onwetend met het hiv-virus besmet raken en aldus dragers van het virus worden, dat vervolgens aan hun kinderen kan worden doorgegeven; overwegende dat doeltreffende antwoorden op aids juist die factoren moeten aanpakken waardoor vrouwen nog steeds met risico's worden geconfronteerd en kwetsbaarder zijn, zoals het gebrek aan zelfbeschikking, geweld tegen vrouwen, vrouwenhandel, armoede en genderdiscriminatie,

U.   overwegende dat uit de laatste, in februari 2006 gepubliceerde Eurobarometer over aidspreventie blijkt dat 54% van de bevolking van de EU-25 gelooft of er zelfs van overtuigd is dat het mogelijk is om met hiv geïnfecteerd te raken door "iemand die aids heeft of drager is van het hiv-virus op de mond te kussen" en dat 42% gelooft of ervan overtuigd is dat het mogelijk is om met hiv besmet te raken door "uit een glas te drinken dat zopas is gebruikt door iemand die aids heeft of drager is van het hiv-virus",

V.   overwegende dat regeringsvertegenwoordigers uit Europa en Centraal-Azië in de "Verklaring van Dublin" hebben toegezegd op het niveau van onze staatshoofden en regeringsleiders te zullen ijveren voor een sterk en plichtsbewust leiderschap, teneinde (onze) bevolking te beschermen tegen deze bedreiging voor haar toekomst, de mensenrechten te zullen bevorderen, stigmatisering te zullen tegengaan en te zullen zorgen voor toegang tot onderwijs, informatie en dienstverlening voor alle behoeftigen en van de strijd tegen hiv/aids in Europa en Centraal-Azië een vast onderdeel te zullen maken van de agenda's voor onze regionale instellingen en organisaties,

W.   overwegende dat de ministers en regeringsvertegenwoordigers van de Europese Unie en de naburige landen met de "Verklaring van Vilnius" de in de "Verklaring van Dublin" gedane toezeggingen opnieuw hebben onderschreven; dat in deze beide verklaringen wordt aangedrongen op de behoefte aan krachtige en coherente maatregelen ter nadere uitwerking van de daarin omschreven initiatieven,

X.   overwegende dat de "Verklaring van Vilnius" expliciet gewag maakt van het gebruik van nationale financieringsinstrumenten en communautaire fondsen - met inbegrip van de structuurfondsen - met het oog op de implementatie van beleidsmaatregelen ter bestrijding van hiv/aids,

Y.   overwegende dat NGO's vaak van overheidsfinanciering afhankelijk zijn, terwijl de aanbestedingsprocedures voor met EU-geld gefinancierde programma's doorgaans gecompliceerd zijn en het EU-lidmaatschap vaak met zich meebrengt dat financiële steun voor NGO's uit andere internationale bronnen dan de EU plots opdroogt,

Z.   overwegende dat niet alle lidstaten in dezelfde mate toegang hebben tot medische behandeling en geneesmiddelen en er in veel lidstaten - met name in de nieuwe - ongelijkheid bestaat als het gaat om de beschikbaarheid van fondsen en middelen,

AA.   overwegende dat de lidstaten steun nodig hebben voor het opzetten van programma's die testen, de opleiding van hulpverleners en de levenslange follow-up en ondersteuning van mensen met aids bevorderen, vooral omdat medicatie een leven lang duurt en vaak bijwerkingen veroorzaakt en het niet goed naleven van de gebruiksspecificatie van de hiv-medicatie, wanneer deze eenmaal is begonnen, kan leiden tot resistentie van de hiv-stammen,

AB.   overwegende dat de felle concurrentie van via de eerstelijnszorg verstrekte antiretrovirale generische geneesmiddelen de laatste jaren heeft bijgedragen tot een prijsreductie van nagenoeg 99%, namelijk van 10 000 tot circa 130 USD per patiënt per jaar, maar dat de prijzen van tweedelijnsgeneesmiddelen die de betrokken patiënten nodig hebben naarmate zich een natuurlijke resistentie ontwikkelt, nog steeds hoog zijn, doorgaans als gevolg van hogere octrooibarrières in de belangrijkste producerende landen van generische geneesmiddelen,

AC.   overwegende dat er voor hiv geen vaccin bestaat, dat er nog steeds onderzoek wordt gedaan naar microbiciden en andere innovatieve nieuwe geneesmiddelen,

AD.   overwegende dat thans, vijf jaar na de verklaring van Doha, waarin werd vastgesteld dat elke lidstaat van de WTO het recht heeft om dwanglicenties te verlenen en de vrijheid heeft om de gronden voor het verlenen van deze licenties vast te stellen, de WHO de waarschuwing doet uitgaan dat 74% van de medicijnen tegen aids nog steeds door een octrooi geschermd zijn,

AE.   overwegende dat de WHO ervan uitgaat dat 10% van alle nieuwe hiv-infecties in de wereld gerelateerd zijn aan intraveneus drugsgebruik, en dat minder dan 5% van de intraveneuze drugsgebruikers in de wereld toegang hebben tot effectieve hiv-preventie, behandeling en verzorging,

AF.   overwegende dat tuberculose het ontwikkelingsproces van hiv tot aids versnelt, en dat 90% van de hiv-seropositieve patiënten binnen enkele maanden nadat zij symptomen van actieve tuberculose ontwikkelen door gebrek aan adequate behandeling aan tuberculose overlijden, met als gevolg dat naar schatting een derde van de aidsdoden toe te schrijven is aan tbc,

1.   is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de bestrijding van hiv/aids in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009, en spreekt zijn steun uit voor de daarin voorgestelde maatregelen en initiatieven;

2.   wijst er eens te meer op dat elk menselijk wezen recht heeft op gezondheidsvoorlichting, juiste informatie, ziektepreventie, gezondheidszorg, medische verzorging en toegang tot geneesmiddelen;

3.   verzoekt de Commissie de meest recente beschikbare gegevens over nieuwe hiv-infecties aan een nadere analyse te onderwerpen om te bepalen welke landen en bevolkingsgroepen het meest onder deze epidemie te lijden hebben en de respectieve lidstaten van haar bevindingen in kennis te stellen;

4.   roept de Commissie op, aan de hand van de door de lidstaten verschafte nationale gegevens, precies aan te geven welke groepen in elke samenleving het meest kwetsbaar zijn en een complete lijst van de bewuste groepen op te maken, zodat de Commissie en de lidstaten zich tot hen kunnen richten en hen daadwerkelijk kunnen bereiken, onder inachtneming van de specifieke kenmerken van elk land, en hen informatie kunnen verschaffen over hoe zij zichzelf en hun partners kunnen beschermen;

5.   is ernstig verontrust over het snel groeiende aantal gevallen van meervoudig resistente stammen van hiv/aids en van meervoudig resistente of volledig resistente tbc-stammen; roept de Commissie op hierover aparte statistieken bij te houden, op zoek te gaan naar optimale preventiepraktijken en deze uit te wisselen;

6.   dringt er bij de Commissie op aan zich te beraden over geschikte manieren om migranten- en immigrantenpopulaties in de Europese Unie te bereiken, vooral wanneer zij afkomstig zijn uit landen met hoge prevalentiecijfers, teneinde de alarmerend stijgende tendens naar steeds meer nieuwe hiv-infecties onder deze groepen te keren;

7.   spoort de lidstaten ertoe aan volledige uitvoering te geven aan Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong(4), vooral waar het het systematisch screenen van donorbloed op hiv betreft;

8.   onderstreept het belang van correcte gegevensrapportage; wijst erop dat het verzamelen van gegevens vertrouwelijk dient te zijn en moet plaatsvinden op basis van anonieme en vrijwillige tests; nodigt de lidstaten uit de kwaliteit van hun respectieve test- en rapporteringsmethoden te verbeteren;

9.   merkt op dat het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) met ingang van 2008 de volle verantwoordelijkheid krijgt voor de bewaking, verzameling en publicatie van hiv-/aidsgegevens; dringt er bij de Commissie op aan passende maatregelen te nemen om te zorgen dat de rapportage van nieuwe gegevens niet wordt onderbroken; verzoekt het ECDC bij de publicatie van rapporten met de bestaande gevoeligheden op dit terrein rekening te houden;

10.   roept Spanje en Italië op hun nationale gegevens aan het ECDC te rapporteren;

11.   dringt er bij de Commissie op aan alle beschikbare instrumenten, zoals het nabuurschapsbeleid en de instrumenten van de noordelijke dimensie, in te zetten om de kwetsbare bevolkingsgroepen in de naburige landen te bereiken, waarbij speciaal aandacht moet worden besteed aan de Russische provincie Kaliningrad;

12.   roept de Commissie op meer onderbouwde programma's op te zetten en de implementatie van preventie- en schadebeperkingsmaatregelen te bevorderen, waaronder het gebruik van condooms, drugsubstitutietherapieën, toegang tot vrijwillige tests, spuitomruilprogramma's en counseling voor leden van groepen die als kwetsbaar worden beschouwd of door hiv zijn aangetast of ermee zijn besmet, en de ontwikkeling van concrete optimale preventiepraktijken te stimuleren en deze te verspreiden en jaarlijks verslag uit te brengen over de implementatie van dergelijke maatregelen;

13.   verzoekt de Commissie en de lidstaten intensiever gebruik te maken van voorlichtingscampagnes waarbij de bevolking duidelijk wordt geïnformeerd over hiv-infecties, over de daarbij te gebruiken methoden voor preventie en vermijding van risicogedrag en over technieken om infectie met hiv te voorkomen;

14.   verzoekt de lidstaten en de Commissie om, in het licht van het feit dat vrouwen die besmet zijn met hiv vaak zijn blootgesteld aan geweldpleging door een mannelijke partner en dat vrouwen een groter risico op hiv-besmetting lopen, de maatregelen te treffen tegen geweld die zijn voorgesteld in zijn resolutie van 2 februari 2006 over de huidige situatie ten aanzien van de bestrijding van geweld tegen vrouwen en mogelijke toekomstige acties(5);

15.   verwelkomt het initiatief van de Commissie om een forum van de civiele samenleving op te richten en spoort de Commissie ertoe aan haar samenwerking met de civiele samenleving in het kader van dit forum voort te zetten en te intensiveren;

16.   spoort de lidstaten ertoe aan de mogelijkheden te onderzoeken om op nationaal niveau eveneens fora van de civiele samenleving op te richten ter verbetering van de samenwerking tussen nationale regeringen, nationale overheidsinstanties, diensten voor gezondheidszorg en lokale NGO's die actief zijn op het gebied van hiv/aids;

17.   onderstreept het belang van zowel de "Verklaring van Dublin" als de "Verklaring van Vilnius" en dringt er bij de Commissie op aan, daaraan nadere uitwerking te geven;

18.   dringt er bij de Commissie op aan haar inspanningen in de strijd tegen hiv/aids binnen de diverse directoraten-generaal te stroomlijnen en de respectieve administratieve processen en systemen te verbeteren teneinde de te nemen maatregelen zo effectief mogelijk te doen zijn en ze zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, te voorkomen dat er dubbele normen worden gehanteerd en optimale synergie-effecten te verkrijgen;

19.   spoort de Commissie ertoe aan politieke steun en technische assistentie te verlenen aan buurlanden die zich voornemen om, wanneer zij worden geconfronteerd met een volksgezondheidsprobleem, gebruik te maken van de door het TRIPS-akkoord geboden mogelijkheden en steun te verlenen voor het opzetten van de infrastructuur voor hiv-counseling en - tests en de verdeling en follow-up van de medicatie;

20.   betreurt het feit dat de bestaande voorschriften inzake rechtstreekse financiering van NGO's door de Gemeenschap en de regels met betrekking tot de wijze waarop deze worden betrokken bij via communautaire programma's gefinancierde projecten nog niet zijn geharmoniseerd; verzoekt de Commissie de bestaande procedures te toetsen teneinde NGO's beter toegang te verschaffen tot de verschillende vormen van communautaire financiering;

21.   wijst er nogmaals op dat het EU-lidmaatschap voor NGO's vaak de plotse stopzetting betekent van financiële steun uit andere bronnen dan de EU; dringt er derhalve bij de Commissie op aan de situatie in Bulgarije en Roemenië zo snel mogelijk in beeld te brengen en maatregelen voor te stellen om de financiële kloof te dichten;

22.   roept de Commissie op een duidelijke definitie te geven van de regels voor het gebruik van de structuur- en sociale fondsen voor hiv-/aidsgerelateerde projecten en/of programma's;

23.   spoort de Commissie ertoe aan alle binnen het zevende kaderprogramma onderzoek en ontwikkeling bestaande mogelijkheden aan te wenden met het oog op de verdere financiering en vaststelling van veelbelovende projecten op het gebied van hiv-/aidsonderzoek en voor de ontwikkeling van nieuwe innovatieve antiretrovirale geneesmiddelen, vaccins en microbiciden; doet een beroep op de Commissie om ervoor te zorgen dat onderzoek naar hiv/aids een evenwicht tussen vrouwen en mannen te zien geeft en verschillende fysiologische en biologische aspecten omvat betreffende de overdracht van virussen;

24.   constateert met voldoening dat de Commissie zich voorneemt om meer onderzoek te doen naar preventieve gedragswijzen en deze intensiever te toetsen en spoort de Commissie aan te werken aan empirisch onderbouwde, op gedrag gerichte preventieprogramma's;

25.   verzoekt de Commissie en de lidstaten meer overheidsgeld uit te trekken voor geneesmiddelenonderzoek en daaraan als voorwaarde te verbinden dat de begunstigden die dergelijke subsidies ontvangen een bepaald deel van hun eigen onderzoek aan deze ziekten wijden;

26.   dringt er bij de Commissie op aan binnen het kader van het actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid de nodige middelen te reserveren voor preventiemaatregelen ter bestrijding van hiv/aids;

27.   verzoekt de Commissie om de mogelijkheden en praktische maatregelen te bekijken en de resultaten van klinische onderzoeken te gebruiken voor de bestrijding van hiv/aids in de partnerlanden, de westelijke Balkan en Centraal-Azië volgens de procedures voor externe hulp en conform de richtsnoeren voor actie die met de betrokken landen en in de indicatieve programma's in de strategiedocumenten zijn overeengekomen;

28.   is van mening dat palliatieve zorg een belangrijke rol te vervullen heeft bij de behandeling van mensen met hiv/aids, en dringt aan op verdere uitbreiding en ontwikkeling van deze vorm van zorg in de gehele Europese Unie;

29.   verzoekt de Commissie speciaal aandacht te besteden aan de bevordering van seksuele- en reproductievegezondheidsprogramma's voor vrouwen, teneinde de steeds snellere verspreiding van de epidemie onder vrouwen tegen te gaan;

30.   moedigt de Commissie en de lidstaten nadrukkelijk aan subsidies en middelen beschikbaar te stellen ten behoeve van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van microbiciden en vrouwencondooms, die vrouwen in staat stellen zichzelf en een mannelijke partner - met of zonder diens instemming - te beschermen tegen hiv/aids, aangezien condooms nog steeds het best bekende en ruimst beschikbare beschermingsmiddel zijn tegen hiv/aids en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's), maar wel de medewerking van de mannelijke partner vereisen(6);

31.   roept de lidstaten op nationale strategieën te ontwikkelen om vrouwen en meisjes in staat te stellen zich beter tegen het risico voor hiv-besmetting te beschermen;

32.   benadrukt de noodzaak tot versterking van de synergieën tussen hiv-/aidspreventie en de programma's ter bevordering van seksuele rechten en gezondheid;

33.   verzoekt de lidstaten de seksuele en reproductieve rechten van mensen met hiv/aids te eerbiedigen;

34.   roept de lidstaten op de genderevenwichtige betrokkenheid van zowel vrouwen als mannen bij het formuleren van een antwoord op aids te bevorderen; dringt er bij hen op aan de nationale coördinerende instanties voor aids aan controles te onderwerpen;

35.   verzoekt de Commissie en de lidstaten de toegang tot hiv-geneesmiddelen mogelijk te maken voor alle getroffenen, maar vooral voor zwangere vrouwen, teneinde de overdracht van de ziekte op ongeboren kinderen te beperken;

36.   verzoekt de Commissie door te gaan met de financiële en algemene ondersteuning van de waardevolle initiatieven van het Wereldfonds ter bestrijding van aids, tuberculose en malaria; nodigt de lidstaten uit dit voorbeeld te volgen;

37.   wijst erop dat co-infectie van hiv met tbc de doodsoorzaak is bij een derde van de hiv-seropositieve patiënten; beveelt de Commissie en de lidstaten derhalve krachtig aan, dit feit onder ogen te zien en met het oog daarop programma's uit te werken en te bevorderen om deze beide infecties tegelijkertijd te bestrijden; wijst op de alarmerende verspreiding van meervoudig of volledig resistente tbc-stammen; wijst er voorts op dat naast hiv ook vaak de diagnose hepatitis en/of depressie wordt gesteld, en dringt met nadruk aan op maatregelen om dergelijke patiënten te kunnen behandelen en verzorgen;

38.   onderstreept dat moet worden gegarandeerd dat zowel nationale, regionale en plaatselijke overheden als leveranciers van gezondheidsdiensten, farmaceutische bedrijven, NGO's en maatschappelijke organisaties verantwoordelijk worden gesteld voor het verwezenlijken van de doelstellingen op het punt van universele preventie-, behandelings- en zorgvoorzieningen;

39.   is bezorgd over de hoge kosten van nieuwe en tweedelijns aidsmedicijnen; roept op tot een fundamentele discussie over de octrooiwetgeving; is van mening dat kleine aanpassingen in een product of werkzame stof alleen tot een proportionele verlenging van octrooibescherming mogen leiden;

40.   verzoekt de lidstaten te overwegen de Commissie overeenkomstig de artikelen 300 en 308 van het EG-Verdrag een qua omvang en tijd beperkt mandaat te verlenen om namens de EU met de farmaceutische industrie te onderhandelen over een akkoord waarin wordt gestreefd naar lagere prijzen voor antiretrovirale geneesmiddelen in de Europese Unie;

41.   doet een beroep op de lidstaten om een intensiever gebruik van de media en de meest geschikte distributiekanalen te bevorderen om de voorlichting van de bevolking, met name van tieners en jongeren, over hiv-besmetting, de wijze waarop hiv wordt doorgegeven, het testen op hiv en het soort gedrag dat bij de preventie helpt, te intensiveren;

42.   verzoekt de Commissie om de mogelijkheid te overwegen op het Europese jeugdportaal een onderdeel op te nemen dat aan de strijd tegen aids is gewijd, en dat ook de gegevens omvat die in de lidstaten voor voorlichting, begeleiding en zorg inzake hiv/aids ter beschikking staan;

43.   roept de Commissie, de lidstaten, maatschappelijke organisaties en particuliere bedrijven op programma's op te zetten of te ondersteunen en informatie- en bewustmakingscampagnes te ontwikkelen om homohaat, het stigma dat alle hiv-/aidspatiënten met zich meedragen en discriminatie van kwetsbare en met hiv besmette groepen tegen te gaan, teneinde de barrières die een rem zetten op de effectieve bestrijding van de ziekte te slechten; dringt er bij de lidstaten op aan discriminatie van mensen die leven met hiv/aids te verbieden, in het bijzonder in de dienstensector (bijvoorbeeld met betrekking tot verzekeringen, bankdiensten en gezondheidszorg);

44.   roept de Commissie en de lidstaten op om beleid en programma's te ontwikkelen ter bevordering van de sociale integratie en deelname aan het arbeidsproces van mensen die leven met hiv/aids;

45.   spoort de Commissie en de lidstaten ertoe aan het goede voorbeeld te geven bij de bevordering en financiering op Europees, nationaal en plaatselijk niveau van de toegang tot educatie op het gebied van hiv/aids - met inbegrip van counseling ter bevordering van een verantwoord seksueel gedrag en ter preventie en behandeling van seksueel overdraagbare aandoeningen - alsmede tot informatie, tests en aanverwante diensten, onder inachtneming van de beginselen van vertrouwelijkheid en geïnformeerde toestemming;

46.   roept de lidstaten op gezondheidseducatie op scholen te bevorderen teneinde meer besef bij te brengen voor veilig seksueel gedrag en dit te bevorderen;

47.   moedigt de lidstaten nadrukkelijk aan te garanderen dat alle burgers seksuele voorlichting krijgen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan respect en verantwoordelijkheid voor de partner en gelijke rechten voor homoseksuele, biseksuele en transseksuele personen, en onderstreept het belang van seksuele voorlichting op scholen;

48.   verzoekt de Commissie en de lidstaten een onderzoek in te stellen naar het kennis- en bekwaamheidsniveau van eerstelijnsgezondheidswerkers op het gebied van hiv/aids, en opleidingscursussen te organiseren voor mensen die in deze sector werkzaam zijn, teneinde de burgers op een adequate manier voor te lichten en van het probleem bewust te maken;

49.   doet een beroep op de lidstaten om volledige steun te geven aan vrouwen en mannen die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse zorg van mensen die met aids leven en/of zorgen voor hun kinderen en wezen; wijst erop dat zij een opleiding in thuiszorg moeten krijgen en dat zij beter bewust moeten worden gemaakt van de preventie van hiv/aids en de voordelen van goede behandeling en zorg voor mensen die met aids leven;

50.   dringt er bij de Commissie op aan zich te beraden over de mogelijkheden tot oprichting van publiek/private partnerschappen in de naburige landen ter bevordering van aanvullende manieren om hiv/aids te bestrijden;

51.   is ingenomen met het initiatief van het Duitse voorzitterschap om op 12-13 maart 2007 in Bremen een conferentie te organiseren over het thema "Verantwoordelijkheid en partnerschap - Samen tegen hiv/aids", alsook met het feit dat in Madrid van 24 t/m 27 oktober 2007 de XIde Europese Aidsconferentie plaatsvindt;

52.   onderstreept de cruciale rol van gemeenschappen, organisaties van lokale gemeenschappen, NGO's en mensen die zelf hiv/aids hebben bij de bestrijding van hiv/aids;

53.   stelt voor, op EU-niveau een "uitwisselingscentrum" op te richten voor het verzamelen en analyseren van optimale praktijken van alle instellingen en organisaties die actief zijn bij de bestrijding van hiv/aids; is van mening dat een dergelijk systeem tekortkomingen in de bestaande programma's zou kunnen helpen opsporen en nieuwe strategieën zou kunnen helpen formuleren;

54.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, de WHO (sectie Europa) en de regeringen van de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0321.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0526.
(3) HIV/AIDS in Europe, Raad van Europa, Commissie sociale, gezondheids- en gezinszaken, rapporteur: mevrouw Christine McCafferty, doc. 11033, 27 september 2006.
(4) PB L 33 van 8.2.2003, blz. 30.
(5) PB C 288 E van 25.11.2006, blz. 66.
(6) "Women and HIV/AIDS: Confronting the Crisis", een gezamenlijk rapport van UNAIDS/UNFPA/UNIFEM 2004:45.

Juridische mededeling - Privacybeleid