Resolutie van het Europees Parlement van 25 april 2007 over het voortgangsverslag 2006 betreffende Kroatië (2006/2288(INI))
Het Europees Parlement,
– gelet op het besluit van de Raad van 3 oktober 2005 om toetredingsonderhandelingen met Kroatië te beginnen,
– gezien het voortgangsverslag 2006 over Kroatië dat de Commissie op 8 november 2006 gepubliceerd heeft (SEC(2006)1385),
– gezien de aanbevelingen van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië van 3-4 oktober 2006,
– gelet op de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 14 en 15 december 2006,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 december 2006 over de mededeling van de Commissie over de uitbreidingsstrategie en de belangrijkste uitdagingen voor 2006-2007(1),
– gezien de aanbevelingen van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië van 20-21 maart 2007,
– gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0092/2007),
A. overwegende dat Kroatië goede vorderingen is blijven maken wat betreft de politieke en economische criteria en op het gebied van het acquis, en moet worden gelukgewenst met de belangrijke stappen die het op vele terreinen heeft gezet om zijn wetgeving met het oog op de screening aan te passen,
B. overwegende dat, mits Kroatië de resterende uitdagingen aanpakt en adequate bestuurscapaciteiten ontwikkelt, de onderhandelingen gestaag moeten worden voortgezet en, zodra aan alle criteria is voldaan en de onderhandelingen zijn afgerond, te zijner tijd moeten leiden tot toetreding van Kroatië tot de Europese Unie,
C. overwegende dat Kroatië zijn uiterste best moet doen om de noodzakelijk hervormingen door te voeren zodat de onderhandelingen tijdig kunnen worden afgesloten en het Parlement zijn instemming kan verlenen vóór de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2009,
D. overwegende dat de toetredingsverwachtingen van Kroatië een regionale dimensie hebben aangezien zij een tastbaar bewijs zijn van het feit dat de toekomst van alle westelijke Balkan-landen werkelijk in de Europese Unie gelegen is, zoals de Europese Raad in zijn conclusies van Thessaloniki (2003) heeft verklaard en het Parlement in verschillende resoluties heeft bevestigd,
E. overwegende dat Kroatië de Europese aspiraties van zijn buurlanden uitdrukkelijk steunt,
F. overwegende dat vorige uitbreidingen hebben geleerd dat elk land op zijn eigen merites moet worden beoordeeld, dat de snelheid van de toetredingsonderhandelingen moet afhangen van de daadwerkelijke naleving van de criteria van Kopenhagen en dat de mate van naleving van die criteria bepalend moet zijn voor de uiteindelijke toetredingsdatum,
G. overwegende dat het Verdrag van Nice geen geschikte grondslag voor verdere uitbreiding vormt en dat daarom de kerninhoud van het Verdrag tot instelling van een grondwet voor Europa voor het einde van 2008 van kracht moet worden, om de noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor toekomstige uitbreidingen en de Unie effectiever, transparanter en democratischer te laten functioneren, hetgeen een voorwaarde voor verdere uitbreiding is; overwegende dat de Commissie en de Raad bovendien intensief moeten werken aan het scheppen van de voorafgaande voorwaarden voor uitbreiding, met name met het oog op de toetreding van Kroatië tot de EU,
H. overwegende dat het onder de verantwoordelijkheid van de Unie en niet onder die van de kandidaat-landen valt om ervoor te zorgen dat de Europese Unie over voldoende capaciteit beschikt om met succes uit te breiden,
I. overwegende dat de gezamenlijke screening in oktober 2006 naar tevredenheid is afgerond en dat de bilaterale onderhandelingen met Kroatië over specifieke aspecten van het acquis daarop kunnen aansluiten,
J. overwegende dat tot dusver met zes hoofdstukken van het acquis een aanvang is gemaakt en dat de onderhandelingen over twee hoofdstukken, wetenschap en onderzoek en onderwijs en cultuur, voorlopig zijn afgesloten,
K. overwegende dat de Commissie al gebruik heeft gemaakt van ijkpunten om de vooruitgang van de Kroatische overheid op essentiële gebieden als mededingingsbeleid, overheidsopdrachten, vrij verkeer van kapitaal, justitie, vrijheid en veiligheid en sociaal beleid en werkgelegenheid aan af te meten,
L. overwegende dat de inspanningen die Kroatië zich getroost om aan de toetredingscriteria te voldoen geschraagd moeten worden en vergezeld moeten gaan van effectieve uitvoeringsmaatregelen en adequate monitoringmechanismen,
M. overwegende dat een ingrijpende hervorming van het openbaar bestuur, het gerechtelijk apparaat en de politie essentieel en een noodzakelijke voorwaarde is om aan de normen voor toetreding tot de EU te kunnen voldoen,
N. overwegende dat een grondige en objectieve analyse van de recente geschiedenis van de regio, een ware verzoening tussen de verschillende volkeren en de totstandbrenging van goed nabuurschap een essentiële bijdrage kunnen leveren aan een werkelijk Europees integratieproces,
O. overwegende dat vervolging van oorlogsmisdaden en reïntegratie van vluchtelingen en ontheemden wezenlijke onderdelen van het verzoeningsproces zijn,
1. stelt vast dat Kroatië reeds aanzienlijke stappen voorwaarts heeft gemaakt op weg naar toetreding tot de EU;
2. is van mening dat, overeenkomstig de mededeling van de Commissie over de uitbreidingsstrategie en de belangrijkste uitdagingen voor 2006-2007 (COM(2006)0649), Kroatië nog steeds aan de politieke criteria voor toetreding voldoet en kan worden beschouwd als een markteconomie die functioneert en in staat zal zijn om de druk van de concurrentie en marktkrachten in de Unie op de middellange termijn de baas te blijven, mits het standvastig zijn hervormingsprogramma uitvoert om de belangrijkste resterende zwakke punten uit de weg te ruimen;
3. complimenteert de Kroatische autoriteiten met de snelle vooruitgang die tot dusver met de toetredingsonderhandelingen is geboekt, met name door de totstandbrenging van essentiële wetgeving op cruciale gebieden als het openbaar bestuur, het functioneren van de rechtbanken en het beleid voor corruptiebestrijding;
4. steunt de regering en oppositie bij hun pogingen om ondanks de aanstaande verkiezingen noodzakelijke, maar soms moeilijke besluiten te nemen, met name op het gebied van mededinging en staatssteun, en wijst erop dat die besluiten uiteindelijk aan alle Kroaten ten goede zullen komen;
5. verzoekt de Kroatische regering om haar capaciteit op te voeren om wetten die uit het acquis communautaire in nationaal recht zijn omgezet op alle gebieden ten uitvoer te leggen, met name op milieugebied;
6. dringt er in dit opzicht bij de Kroatische autoriteiten op aan om naar behoren rekening te houden met de zorgen die bij de lokale gemeenschappen en de publieke opinie zijn gerezen over controversiële industriële projecten die het milieu of de volksgezondheid kunnen bedreigen, en verzoekt hen een duidelijke en transparante procedure op te stellen waarmee alle belanghebbenden, en niet alleen de investeerders, kunnen worden geïnformeerd en geraadpleegd;
7. verzoekt de Kroatische regering in dit verband de internationale documenten zoals het Verdrag van Aarhus ten volle te eerbiedigen en ten uitvoer te leggen en uiteindelijk het Kyoto-protocol te ratificeren in overeenstemming met de meest recente EU-milieustrategieën;
8. is bezorgd over de verflauwende steun voor toetreding onder de Kroatische bevolking en is er verheugd over dat regering en oppositie hun krachten bundelen om de burgers uit te leggen dat toetreding economische, sociale en culturele voordelen zal brengen; verzoekt de Commissie haar eigen voorlichtingsactiviteiten waar het de bovengenoemde voordelen betreft, op te voeren;
9. onderstreept dat met spoed daadwerkelijk uitvoering moet worden gegeven aan de reeds goedgekeurde hervormingen teneinde Kroatië verder te moderniseren en daardoor de democratie en de sociale markteconomie verder te versterken en te consolideren; maakt in dat verband de volgende opmerkingen:
a)
wijst erop dat de bepalingen in de nieuwe ambtenarenwet die moeten zorgen voor transparantie en objectiviteit bij aanstelling en beoordeling, pas na de volgende verkiezingen van kracht worden; wijst er verder op dat dit besluit de indruk van vertraging op dit belangrijke terrein zou kunnen wekken en daarom de opvatting zou kunnen versterken dat de vastbeslotenheid van de regering om het ambtenarenapparaat te hervormen niet onverdeeld oprecht is, hoewel de beëindiging van de politieke invloed op het ambtenarenapparaat voor de huidige regering van het allergrootste belang is;
b)
neemt kennis van de toezegging van de Kroatische minister van Justitie om, zoals aangekondigd, voort te gaan met de rationalisatie van het aantal rechtbanken ter verbetering van de professionaliteit en efficiëntie; wijst de minister erop dat dit proces gepaard moet gaan met de invoering van adequate procedures en criteria voor benoeming en beoordeling van de magistraten, teneinde voldoende garanties te bieden voor een professionele en onafhankelijke rechterlijke macht; is in dat verband verheugd over de instelling van een werkgroep voor de formulering van nieuwe kadercriteria voor de beoordeling van de rechters en de wijziging van de Wet op de gerechtshoven, waarmee rechters worden verplicht opgave te doen van hun bezittingen en waarin de mogelijkheid wordt ingevoerd om rechters naar overbelaste rechtbanken over te plaatsen; is ervan overtuigd dat de achterstand bij de afwerking van rechtzaken verder moet worden aangepakt door bevordering van alternatieve mechanismen voor schikking van geschillen met het doel een effectief rechtssysteem op te bouwen;
c)
prijst Kroatië ervoor dat het zijn volledige medewerking verleent aan het Internationale Straftribunaal in het voormalige Joegoslavië (ICTY); is er bezorgd over dat, zoals uit recente rechterlijke uitspraken blijkt, de daadwerkelijke vervolging van oorlogsmisdaden kan worden gedwarsboomd door vijandigheid op plaatselijk niveau, aanhoudende partijdigheid bij sommige magistraten ten nadele van niet-Kroatische ingezetenen en onvoldoende bescherming van getuigen tegen intimidatie; dringt er bij de Kroatische regering op aan dat zij de vervolging van oorlogsmisdaden actief bevordert en steunt, ongeacht de nationaliteit van de daders; is in dit verband bezorgd over bepaalde stappen van de regering, met name haar aanbod om de kosten voor de verdediginglegers op zich te nemen en haar verzoek als amicus curiae te mogen optreden in zaken die bij het ICTY in behandeling zijn;
d)
is van oordeel dat alle Kroatische instellingen en partijen de opvatting dat het ICTY een vijandelijke instelling zou zijn, moeten bestrijden en er bekendheid aan moeten geven dat het ICTY ook een rol speelt bij de vervolging van misdaden tegen Kroatische burgers;
e)
merkt op dat een passend wettelijk kader voor de bescherming van de minderheden voorhanden is en dat er aantoonbare inzet is voor de integratie van de minderheden in het politieke bestel; wijst erop dat het daarbij van belang is dat wordt gegarandeerd dat die minderheden goed vertegenwoordigd zijn in het ambtenarencorps en bij de politie en de rechterlijke macht, en dat zij gelijk worden behandeld waar het eigendomsrechten en economische kwesties betreft; dringt aan op de ontwikkeling, op alle niveaus van het staatsbestuur, van een concreet actieplan om te komen tot evenredige vertegenwoordiging van de minderheden, overeenkomstig de bepalingen van het constitutionele recht en met adequate voorzieningen voor het toezicht daarop;
f)
wijst met tevredenheid op de positieve ontwikkelingen in het proces van de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden; verzoekt de regering de terugkeer verder aan te moedigen door te zoeken naar eerlijke, effectieve en duurzame manieren om onderwerpen als huisvesting en werkgelegenheid aan te pakken, die de belangrijkste zorg van aspirant-repatrianten vormen; verzoekt de Kroatische autoriteiten te waarborgen dat alle betrokken dorpen over water en elektriciteit beschikken;
g)
is verheugd over het nieuwe vijfjarenplan van de regering voor de aanpak van de kwestie rond de huisvesting van houders van vroegere huurrechten buiten de gebieden die onder de speciale aandacht van de staat vallen; benadrukt in dit verband de noodzaak van bespoediging van de uitvoering van het nieuwe actieplan om in de urgente behoeften van de betrokkenen te voorzien;
h)
verzoekt de Kroatische autoriteiten andermaal de termijn te heropenen voor de erkenning van arbeidsjaren van de niet-ingezetenen die tijdens het conflict in de zogeheten Republika Srpska Krajina werkten en hen de gelegenheid te geven erkenning van hun arbeidsjaren aan te vragen; wijst de autoriteiten erop dat dit een tastbaar bewijs zou zijn van de bereidheid van Kroatië om de kloven die door het conflict ontstaan zijn te overbruggen en de verzoening in het land te bevorderen;
i)
is verheugd over de toenemende economische groei in Kroatië, die op een ambitieuze hervormingsagenda en sterke particuliere investeringen stoelt, en hoopt dat hieruit spoedig meer en betere werkgelegenheid voortvloeit;
j)
wijst de Kroatische autoriteiten er andermaal op dat een open, op concurrentie gestoelde markteconomie een fundamenteel vereiste voor EU-lidmaatschap is; dringt er daarom bij hen op aan dat er aan de hand van de afgesproken streefwaarden meer ernst en haast wordt gemaakt met de verkoop van minderheids- en meerderheidsbelangen van de staat in ondernemingen en de vermindering van staatssteun, met name in de scheepsbouw en de staalsector; is van mening dat er meer moet worden gedaan om de Kroatische markt open te stellen voor buitenlandse investeerders en dienstverleners en dezen op voet van gelijkheid met Kroatische marktdeelnemers te laten opereren; roept Kroatië op om met volledige en doelmatige gebruikmaking van bestaande procedures de aankoop van onroerend goed door EU-onderdanen toe te staan, behalve in de uitgezonderde gebieden; wijst erop dat de genoemde doelstellingen reeds onderdeel uitmaakten van de stabilisatie- en associatieovereenkomst met Kroatië;
k)
verzoekt de Kroatische regering de capaciteit van haar bestuurlijke apparaat uit te breiden zodat intensief kan worden geprofiteerd van het instrument voor de pretoetredingssteun;
10. prijst Kroatië voor de positieve voortrekkersrol die het in Zuidoost-Europa speelt en is in dit verband verheugd over de activiteiten van de Kroatische regering in haar huidige hoedanigheid van fungerend voorzitter van het Zuidoost-Europees samenwerkingsproces; verzoekt Kroatië en zijn buurlanden een definitieve regeling te treffen voor alle grenskwesties met buurlanden;
11. dringt er in het bijzonder bij de Kroatische en de Sloveense regering op aan dat zij alles in het werk stellen om overeenstemming over alle geschilpunten op het gebied van de grenzen te bereiken, rekening houdend met de reeds bereikte overeenstemming en de conlcusies van de Europese Raad van 17 en 18 juni 2004, en dat zij geen eenzijdige besluiten nemen die een akkoord zouden kunnen doorkruisen;
12. dringt erop aan dat een beroep wordt gedaan op de diensten van een derde partij wanneer bij open grensconflicten bilateraal geen oplossing met de buurlanden kan worden gevonden;
13. verzoekt de Commissie door te gaan met het ondersteunen van een op een brede basis opgebouwd waarheids- en verzoeningsproces in Kroatië en in de hele Westelijke Balkan, en daarbij zonodig andere buurlanden te betrekken; is er vast van overtuigd dat bij dit proces het maatschappelijk middenveld, politici en culturele persoonlijkheden betrokken moeten worden en dat het de grondslag moet leggen voor duurzame vrede en stabiliteit in de regio; is van mening dat deze verzoening in het bijzonder gericht moet zijn op jongeren en dat het een grondige herziening van de schoolboeken en curricula voor de geschiedenisstudie moet omvatten;
14. moedigt in dit opzicht alle pogingen van het Kroatische maatschappelijk middenveld aan om het publiek te betrekken bij debatten en het publieke bewustzijn te prikkelen over het recente verleden van de Westelijke Balkan; benadrukt dat de Kroatische niet-gouvernementele organisaties een wezenlijk en onmisbaar onderdeel vormen van een werkelijke pluralistische samenleving; verzoekt de Kroatische regering onderwijs in de recente geschiedenis, dat wederzijds begrip bevordert, te ondersteunen;
15. verzoekt de nieuwe lidstaten een actieve rol te spelen bij de inspanningen die Kroatië zich getroost op weg naar toetreding en Kroatië in staat te stellen te profiteren van hun ervaringen met hervormingen;
16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten en van de Republiek Kroatië.