Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0160/2007

Debatten :

PV 26/04/2007 - 14.3
CRE 26/04/2007 - 14.3

Stemmingen :

PV 26/04/2007 - 15.2

Aangenomen teksten :


Aangenomen teksten
PDF 121kWORD 43k
Donderdag 26 april 2007 - Straatsburg
Situatie van de mensenrechten op de Filippijnen
P6_TA(2007)0171RC-B6-0160/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 26 april 2007 over de situatie van de mensenrechten op de Filippijnen

Het Europees Parlement,

–   gezien het verslag van de onafhankelijke commissie voor onderzoek naar moorden op journalisten en activisten, welke wordt voorgezeten door rechter Jose Melo (de Commissie-Melo), die op 22 februari 2007 in vrijheid werd gesteld,

–   gezien het voorlopige verslag van Philip Alston, speciale rapporteur van de Verenigde Naties inzake extrajudiciële, parate en arbitraire executies,

–   gezien de verklaring die Martin Scheinin, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor bevordering en bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden bij gelijktijdige bestrijding van het terrorisme, op 12 maart 2007 heeft afgelegd,

–   gezien de beloften die de Filippijnse regering aan de internationale gemeenschap gedaan heeft voorafgaande aan de verkiezing van dit land tot lid van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties,

–   gezien het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing van 1984, dat op 18 juni 1986 door de Filippijnen werd geratificeerd, en het eerste en tweede facultatieve protocol daarbij die de mogelijkheid openen voor respectievelijk individuele klachten en bezoeken aan huizen van bewaring door onafhankelijke instanties,

–   gezien het Internationaal Verdrag van de VN inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijningen van 1996,

–   gezien het feit dat er op 14 mei 2007 parlementaire en plaatselijke verkiezingen zullen plaats vinden in de Filippijnen en dat daar dan een observatiemissie van de EU actief zal zijn,

–   gezien de gezamenlijke verklaring van de covoorzitters van de 16e ministervergadering EU-ASEAN van 15 maart 2007,

–   gezien de Azië-Europa-vergadering (ASEM) van ministers van Buitenlandse Zaken, die op 28 en 29 mei 2007 te Hamburg zal plaatsvinden,

–   gezien de verklaring van het Raadsvoorzitterschap namens de Europese Unie van 26 juni 2006 over de volledige afschaffing van de doodstraf op de Filippijnen,

–   gezien het landenstrategiedocument (CSP) van de Europese Commissie en het nationale indicatieve programma (NIP) 2005-2006 voor de Filippijnen,

–   gezien zijn eerdere resoluties over de Filippijnen,

–   gezien artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat in de afgelopen jaren het aantal politiek gemotiveerde moorden in de Filippijnen een dramatische groei heeft vertoond en dat de situatie van de rechten van de mens in dit land aanleiding geeft tot ernstige ongerustheid,

B.   overwegende dat de lokale mensenrechtenorganisatie Karapatan sinds 2001 180 gevallen van gedwongen verdwijningen en ruim 800 moorden heeft geregistreerd, die meestal werden uitgevoerd door ongeïdentificeerde gewapende personen,

C.   overwegende dat de meeste van deze gedode personen, waaronder militanten van oppositiepartijen, kerkfunctionarissen, leiders van plaatselijke gemeenschappen, boeren, journalisten, advocaten, mensenrechtenactivisten, vakbondsfunctionarissen, of eenvoudigweg personen die getuige waren van extra-judiciële executies, door vertegenwoordigers van de regering werden beschuldigd te behoren tot organisaties die als dekmantel fungeren voor illegale gewapende groeperingen en "terroristsiche organisaties",

D.   overwegende dat de president van de Filippijnen, Gloria Macapagal-Arroyo, de Commissie-Melo heeft benoemd om het probleem te onderzoeken en dat zij op nationaal niveau een task force van de politie (Task Force Usig) heeft ingesteld om een voortvarend onderzoek te doen naar de moorden, ten einde over te gaan tot vervolging van de daders,

E.   overwegende dat de bevindingen van de Commissie-Melo, evenals de resultaten van het onderzoek van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties inzake extra-judiciële, parate en arbitraire executies, erop lijken te wijzen dat de strijdkrachten van de Filippijnen (AFP) bij deze politieke moorden betrokken is en dat deze aanvallen slechts zelden leiden tot aanklachten, arrestaties of vervolging van de daders,

F.   overwegende dat de aanbevelingen van de Commissie-Melo onder meer omvatten: oprichting van een onafhankelijk civiel onderzoeksagentschap met de bevoegdheid om arrestatiebevelen te geven en arrestaties te verrichten; opleiding van openbare aanklagers; oprichting van bijzondere rechtbanken om dit soort zaken te behandelen; opvoering van het programma ter bescherming van getuigen; opvoering van de onderzoekscapaciteiten van de politie en betere richtsnoeren en training voor de veiligheidskrachten,

G.   overwegende dat president Arroyo, gevolg gevend aan de aanbevelingen van de Commissie-Melo, een zespuntenplan heeft opgesteld om een eind te maken aan de extrajudiciële executies, in het kader waarvan een bevel aan het Ministerie van Justitie is verstrekt om de reikwijdte van het programma ter bescherming van getuigen te verruimen, een verzoek aan het opperste gerechtshof wordt gericht om speciale rechtbanken in te stellen ter berechting van personen die beschuldigd worden van moorden met een politieke of ideologische achtergrond, dat de AFP een nieuw document hebben uitgevaardigd over de verantwoordelijkheid bij bevelen, dat het ministerie van Justitie en het ministerie van Nationale Defensie hun activiteiten met die van de onafhankelijke Mensenrechtencommissie-Melo coördineren en dat er een opdracht is verstrekt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken om een officieel verzoek te richten tot de Europese Unie, Spanje, Finland en Zweden om onderzoekers te zenden die deze commissie kunnen bijstaan,

H.   overwegende dat de recente terreurbestrijdingsmaatregelen van de regering aanleiding geven tot ernstige verontrusting i.v.m. mogelijke inbreuken op de mensenrechten van de personen die op basis van deze wet worden gearresteerd,

1.   geeft uiting aan zijn ernstige verontrusting over het toenemende aantal moorden met politieke achtergrond die de afgelopen jaren in de Filippijnen hebben plaatsgevonden; doet een beroep op de autoriteiten van de Filippijnen om op grondige en transparante wijze een snel onderzoek naar deze zaken te verrichten en de verantwoordelijke personen voor de rechter te brengen;

2.   veroordeelt ten krachtigste de moord op mevrouw Siche Bustamante-Gandinao, een toegewijde mensenrechtenactiviste, die vermoord werd enkele dagen nadat zij getuigenis had afgelegd aan de speciale rapporteur van de VN inzake extra-judiciële, parate en arbitraire executies, en is verontrust over het feit dat de politie nagelaten heeft een onderzoek in te stellen naar deze belangrijke zaak;

3.   is van oordeel dat de goedkeuring van de veiligheidswet van 2007, die in juli 2007 in werking zal treden, nog tot een extra stijging van het aantal gevallen van mensenrechtenschendingen door de veiligheidkrachten zal leiden, omdat deze wet arrestatie zonder bevel mogelijk maakt, evenals arbitraire vasthouding gedurende 3 dagen; doet in dit verband een beroep op de regering van de Filippijnen om concrete beschermende maatregelen te nemen, om te voorkomen dat de toepassing van deze wet tot schendingen van de mensenrechten zal leiden;

4.   veroordeelt de aanvallen op legale oppositiegroeperingen en doet een beroep op de autoriteiten om niet langer meer beweringen te uiten als zouden vreedzame oppositiegroeperingen met illegale gewapende groeperingen samenspannen;

5.   is ingenomen met de oprichting van de Commissie-Melo en haar aanbevelingen en met de oprichting van de Task Force Usig; en beschouwt de verklaring van president Arroyo van 30 januari 2007 dat zij "mensenrechtenschendingen niet zal tolereren" als een eerste stap in de goede richting;

6.   doet een beroep op de regering van de Filippijnen om maatregelen te nemen om een einde te maken aan de systematische intimidatie van getuigen in zaken die de criminele vervolging van moorden betreffen en om zorg te dragen voor een werkelijk effectieve bescherming van de getuigen; benadrukt ook de noodzaak een einde te maken aan geweld tegen bepaalde politieke groeperingen of delen van de civil society en om normale mechanismen voor verantwoordingsplicht te herstellen teneinde ontsporingen van overheidsoptreden onder controle te houden; doet in dit verband met name een beroep op de ombudsman van de Filippijnen om serieus werk te maken van zijn constitutionele taak ten aanzien van extra-justitiële executies waarbij overheidsfunctionarissen betrokken zijn;

7.   staat positief tegenover het zespuntenplan van de regering om een eind te maken aan politieke moorden; benadrukt echter dat de regering van de Filippijnen een werkelijke inzet aan de dag moet leggen om deze moorden op te helderen en de bereidheid moet tonen om de daarvoor verantwoordelijke personen voor de rechter te brengen, ook wanneer het om vertegenwoordigers van de veiligheidsdiensten gaat; merkt op dat de meeste politie-onderzoeken tot op heden veel tekortkomingen hebben vertoond;

8.   begroet het feit dat president Arroyo op 24 juni 2006 een wet heeft ondertekend, waarbij de doodstraf in de Filippijnen werd afgeschaft (Act No. 9346 or "An Act Prohibiting the Imposition of Death Penalty in the Philippines"); doet ook een beroep op de Filippijnse autoriteiten om over te gaan tot ratificering van het onlangs goedgekeurde VN-Verdrag inzake gedwongen verdwijningen en om in dit verband de nodige uitvoeringsbepalingen goed te keuren;

9.   maakt zich zorgen dat het klimaat van straffeloosheid ondermijnend zal werken op het vertrouwen van het publiek in de rechtstaat en dat deze moorden een klimaat scheppen waarin de bevolking van de Filippijnen zich niet vrij voelt in de uitoefening van haar rechten op politieke meningsuiting en vergadering;

10.   doet een beroep op President Arroyo om onmiddellijk maatregelen te nemen om een verdere escalatie van de gewelddadigheden voorafgaande aan en tijdens de komende verkiezingen te voorkomen;

11.   doet een beroep op de regeringen van de Filippijnen om de veiligheid te garanderen van de personen die zich bezighouden met de landverdeling in het kader van het algemene landbouwhervormingsprogramma (CARP) en meer vaart te zetten achter de uitvoering van dit programma, om hiermee een van de oorzaken te verwijderen die ten grondslag ligt aan het politieke geweld;

12.   is ingenomen met de verklaring van de Commissie dat zij een bijdrage aan de inspanningen van de Filippijnse regeringen bij het onderzoek naar de extra-judiciële executies zal leveren door het zenden van een team van experts;

13.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de regeringen van de lidstaten van de ASEAN en de regering en het parlement van de Filippijnen.

Juridische mededeling - Privacybeleid