Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2012(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0156/2007

Ingediende teksten :

A6-0156/2007

Debatten :

PV 09/05/2007 - 22

Stemmingen :

PV 10/05/2007 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0182

Aangenomen teksten
PDF 119kWORD 43k
Donderdag 10 mei 2007 - Brussel
Gevolgen voor de volksgezondheid van het vliegtuigongeluk in Groenland
P6_TA(2007)0182A6-0156/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 10 mei 2007 over de gevolgen die het vliegtuigongeluk dat in 1968 heeft plaatsgevonden bij Thule heeft voor de volksgezondheid (Verzoekschrift 720/2002) (2006/2012(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien verzoekschrift nr. 720/2002,

–   gelet op artikel 21 van het EG-Verdrag uit hoofde waarvan iedere burger van de Unie het recht heeft overeenkomstig artikel 194 van hetzelfde Verdrag een verzoekschrift te richten tot het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 107-c van het Euratom-Verdrag en op artikel 194 van het EG-Verdrag die stellen dat iedere burger van de Unie, alsmede iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat het recht heeft om individueel of tezamen met andere burgers of personen een verzoekschrift tot het Europees Parlement te richten betreffende een onderwerp dat tot de werkterreinen van de Gemeenschap behoort en dat hem of haar rechtstreeks aangaat,

–   gelet op richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren(1),

–   gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 12 april 2005 en 9 maart 2006 in de zaken C-61/03 en C-65/04, beide Commissie tegen Verenigd Koninkrijk,

–   gelet op artikel 192, lid 1 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A6-0156/2007),

A.   overwegende de ernstige problemen die indiener aan de orde stelt en het levensbelang van de doelstelling de volksgezondheid en het milieu te beschermen tegen de gevaren in verband met kernenergie, zoals wordt erkend door het Hof van Justitie,

B.   overwegende dat in het verzoekschrift wordt onthuld dat werknemers en andere burgers zijn bestraald door buitengewoon gevaarlijk plutonium van wapenkwaliteit, nadat een Amerikaanse B-52 met kernwapens aan boord in 1968 bij Thule op Groenland was neergestort,

C.   overwegende dat tal van overlevenden van Thule ten gevolge van onvoldoende medische begeleiding zijn overleden aan stralingsgerelateerde ziekten en dat mensen die thans nog in leven zijn deze dodelijke ziekten kunnen oplopen,

D.   overwegende dat controle van de gezondheid van overlevenden van Thule vroegtijdige ontdekking van stralingsziekten en de behandeling daarvan zou vergemakkelijken,

E.   overwegende dat de Deense regering het voornemen te kennen heeft gegeven een zo groot mogelijke openheid te bevorderen over de "schoonmaak"-operatie na het vliegtuigongeluk van Thule,

F.   overwegende dat de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 2, letter b van het Euratom-Verdrag "uniforme veiligheidsnormen [moet] vaststellen voor de gezondheidsbescherming van de bevolking en de werknemers en ervoor waken dat deze worden toegepast,"

G.   overwegende dat het Hof van Justitie van oordeel is dat het hoofdstuk "Bescherming van de gezondheid van het Euratom-Verdrag" een samenhangend geheel [vormt], waarbij de Commissie nogal ruime bevoegdheden worden toegekend met het oog op de bescherming van de bevolking en het milieu tegen de gevaren van radioactieve besmetting "(2); overwegende dat het Hof deze bepalingen eveneens ruim interpreteert ter waarborging van " een coherente en doeltreffende gezondheidsbescherming van de bevolking tegen de gevaren van ioniserende straling, ongeacht de bron van die straling"(3),

H.   overwegende dat de Commissie en het Koninkrijk Denemarken consequent hebben geweigerd te erkennen dat het Euratom-Verdrag en de in het kader daarvan aangenomen afgeleide wetgeving van toepassing zijn op de gevolgen van het vliegtuigongeluk bij Thule,

1.   stelt vast dat nieuwe bepalingen van de Gemeenschapswetgeving overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie in beginsel van toepassing zijn op toekomstige gevolgen van situaties die zich hebben voorgedaan voordat de nieuwe bepaling van kracht wordt;

2.   komt tot de slotsom dat het Euratom-Verdrag onmiddellijk van toepassing was in en bindend was voor het Koninkrijk Denemarken vanaf de datum van toetreding, waardoor het van toepassing was op de toekomstige gevolgen van situaties die zich hebben voorgedaan voordat het Koninkrijk Denemarken is toegetreden tot de Gemeenschap;

3.   stelt vast dat het Euratom-Verdrag gedurende twaalf jaar vanaf de toetreding van Denemarken in 1973 tot de inwerkingtreding op 1 januari 1985 van het Verdrag houdende wijziging van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor wat Groenland betreft, van toepassing is geweest op Groenland; is van mening dat laatstgenoemde verdrag echter geen terugwerkende kracht heeft, en het koninkrijk Denemarken gebonden blijft aan bestaande wettelijke verplichtingen in verband met gebeurtenissen die zich vóór 1 januari 1985 hebben voorgedaan op het grondgebied van Groenland; dat voorts de gevolgen van het vliegtuigongeluk van 1968 voor de menselijke gezondheid niet beperkt zijn tot Groenland, daar tal van werknemers, onder wie Europese burgers, sedertdien naar Denemarken zijn verhuisd;

4.   neemt ter kennis dat het Euratom-Verdrag volgens recente jurisprudentie "niet van toepassing is op het gebruik van kernenergie voor militaire doeleinden "(4); is echter van mening dat het Hof van Justitie zijn beperkende interpretatie van het toepassingsgebied van het Euratom-Verdrag duidelijk koppelde aan de noodzaak de wezenlijke belangen van de lidstaten inzake landsverdediging te beschermen;

5.   wijst er met klem op dat voornoemde beperking van het toepassingsgebied van het Euratom-Verdrag niet mag worden ingezet om te voorkomen dat de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid wordt toegepast als het militaire doel waarvan gewag wordt gemaakt een derde staat betreft, als de kernenergie wordt gebruikt in weerwil van een internationale overeenkomst en als het enige geloofwaardige verband met het defensiebelang van een lidstaat eruit bestaat dat het radioactieve materiaal op het grondgebied van die lidstaat is vrijgekomen;

6.   stelt vast dat artikel 2, lid 3 van Richtlijn 96/29/Euratom van toepassing is op gevallen van langdurige blootstelling ten gevolge van de nawerkingen van een radiologische noodsituatie;

7.   verzoekt het Koninkrijk Denemarken in nauwe samenwerking met de instanties op Groenland en overeenkomstig artikel 38 van de richtlijn "maatregelen inzake toezicht en interventie te initiëren" met betrekking tot de aanhoudende nawerkingen van het vliegtuigongeluk bij Thule en overeenkomstig artikel 53 van bedoelde richtlijn over te gaan tot "invoering van een bewakingssysteem voor de blootstelling en uitvoering van passende interventies, rekening houdend met de reële kenmerken van de situatie";

8.   verzoekt de lidstaten waar gevaarlijke activiteiten worden uitgevoerd die verborgen negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van betrokkenen, daar grondrechten onlosmakelijk deel vormen van de algemene beginselen van de Gemeenschapswetgeving en gelet op de positieve verplichtingen uit hoofde van de artikelen 2 en 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ervoor te zorgen dat er een doelmatige en toegankelijke procedure wordt ingevoerd waardoor deze personen in staat worden gesteld alle desbetreffende en noodzakelijke informatie te vragen;

9.   verzoekt de lidstaten onverwijld Richtlijn 96/29/Euratom ten uitvoer te leggen en toe te passen en verzoekt de Commissie iedere niet-naleving van deze verplichtingen krachtig te vervolgen;

10.   betwijfelt of het Koninkrijk Denemarken in verband met het vliegtuigongeluk bij Thule en de nawerkingen daarvan ten volle heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 96/29/Euratom;

11.   geeft kennis van zijn grote verontrusting over de lacune die er momenteel bestaat in de bescherming van de volksgezondheid met betrekking tot het gebruik van kernenergie voor militaire doelen;

12.   verzoekt de Commissie om een voorstel waarin de essentiële gevolgen worden aangepakt die het gebruik van kernenergie voor militaire doelen kan hebben voor gezondheid en milieu, zodat deze leemte kan worden aangevuld;

13.   is van mening dat de centrale bepalingen van het Euratom-Verdrag sinds de inwerkingtreding niet ingrijpend zijn gewijzigd en dienen te worden geactualiseerd;

14.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en aan de regering en het parlement van het Koninkrijk Denemarken.

(1) PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1.
(2) Zaak 187/87 Saarland [1988] Jurispr. 5013, paragraaf 11.
(3) Zaak C-70/88 Parlement tegen Raad [1991] Jurispr. I-4529, paragraaf 14.
(4) Zaak C-61/03 Commissie Verenigd Koninkrijk [2005] ECR I-2477, "Jason Reactor", paragraaf 44.

Juridische mededeling - Privacybeleid