Resolutie van het Europees Parlement van 24 mei 2007 over het geval "Radio Caracas TV" inVenezuela
Het Europees Parlement,
– gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,
A. overwegende dat het pluralisme in de media en vrijheid van meningsuiting een onmisbare pijler van de democratie vormen,
B. overwegende dat de vrijheid van de media van het allergrootste belang is voor de democratie en de inachtneming van de fundamentele vrijheden, gezien de fundamentele rol die zij speelt bij het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en van ideeën, en bij het leveren van een bijdrage aan een doeltreffende participatie van mensen in democratische processen,
C. overwegende dat de niet-verlenging van de zendvergunning van de particuliere audiovisuele groep Radio Caracas Televisión (RCTV), die op 27 mei 2007 afloopt, deze mediagroep, waarbij 3000 personen werkzaam zijn, mogelijk in haar bestaan bedreigt,
D. overwegende dat door het niet-verlengen van de zendvergunning van deze audiovisuele mediaorganisatie, een van de oudste en belangrijkste van Venezuela, een groot deel van het publiek wordt beroofd van een pluralistische informatievoorziening, en dat een en ander in strijd is met het recht van de pers om zijn rol als tegenkracht te spelen,
E. overwegende dat de president van Venezuela, Hugo Chávez, heeft aangekondigd de zendvergunning van RCTV, niet te zullen verlengen, en overwegende dat deze vergunning op 27 mei 2007 afloopt,
F. overwegende dat RCTV, gezien de verklaringen van de regering van Venezuela, de enige mediaorganisatie is die door deze maatregel van niet-verlenging van een vergunning wordt getroffen,
G. overwegende dat de artikelen 57 en 58 van de grondwet van Venezuela de vrijheid van meningsuiting, communicatie en informatie waarborgen,
H. overwegende dat Venezuela het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het Amerikaanse Verdrag inzake de rechten van de mens heeft ondertekend,
I. overwegende dat het Hooggerechtshof van Venezuela, waarbij RCTV beroep heeft aangetekend, zich niet heeft gehouden aan de wettelijke termijn om tot een uitspraak te komen,
J. overwegende dat de feiten waarvan de directie van RCTV wordt beschuldigd onderwerp moeten zijn van een gewone gerechtelijke procedure, wanneer de autoriteiten dat noodzakelijk achten,
K. overwegende dat met dit besluit, dat op 28 december 2006 door het staatshoofd zelf openbaar is gemaakt, een alarmerend precedent is geschapen met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting in dit land,
1. wijst de regering van Venezuela erop dat het land zich moet houden aan en moet zorgen voor de naleving van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van opinie en de vrijheid van pers, waartoe het gehouden is door haar eigen Grondwet, het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Amerikaanse Verdrag inzake de rechten van de mens waarvan het land ondertekenaar is;
2. verzoekt de regering van Venezuela in naam van het beginsel van onpartijdigheid van de staat, waarborgen te bieden voor een gelijke rechtsbehandeling van alle media, publiek en privaat, los van elke politieke of ideologische overweging;
3. roept op tot dialoog tussen de regering en de particuliere media van Venezuela, maar betreurt ten zeerste dat er aan de zijde van de autoriteiten van Venezuela in het algemeen en met name in het geval van RCTV geen enkele bereidheid tot dialoog bestaat;
4. verzoekt derhalve dat de delegaties en de bevoegde commissies van het Europees Parlement dit vraagstuk ter behandeling voorgelegd krijgen;
5. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, het Mercosur-Parlement en de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela.