Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0134(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0163/2007

Ingediende teksten :

A6-0163/2007

Debatten :

PV 06/06/2007 - 20
CRE 06/06/2007 - 20

Stemmingen :

PV 07/06/2007 - 5.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0231

Aangenomen teksten
PDF 315kWORD 67k
Donderdag 7 juni 2007 - Brussel
Kabeljauwbestanden in de Oostzee *
P6_TA(2007)0231A6-0163/2007

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 7 juni 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren (COM(2006)0411 – C6-0281/2006 – 2006/0134(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2006)0411)(1),

–   gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0281/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0163/2007),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.   verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.   wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging 1
(1)  Blijkens recent wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) is het kabeljauwbestand in de ICES-deelsectoren 25 tot en met 32 van de Oostzee afgenomen tot niveaus waarop het lijdt onder een verminderde voortplantingscapaciteit, en wordt dit bestand op niet-duurzame wijze bevist.
(1)  Blijkens recent wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) is het kabeljauwbestand in de ICES-deelsectoren 25 tot en met 32 van de Oostzee afgenomen tot niveaus buiten biologisch veilige grenzen, waarop het lijdt onder een verminderde voortplantingscapaciteit, en wordt dit bestand op niet-duurzame wijze bevist.
Amendement 2
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  Een voldoende krachtig en duurzaam meerjarenplan voor het beheer van de kabeljauwvisserij, gebaseerd op het voorzorgsbeginsel, schept de mogelijkheid voor invoering van een permanente, duurzame visserij op een veel grotere schaal dan nu het geval is.
Amendement 3
Overweging 3
(3)  Maatregelen moeten worden genomen om te komen tot een meerjarenplan voor het beheer van de visserij op de kabeljauwbestanden in de Oostzee.
(3)  De Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee (IBSFC) heeft in 2003 een meerjarenbeheersplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee goedgekeurd.
Amendement 4
Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis)  De verdeling van de Oostzee in een westelijk (ICES-deelsectoren 22, 23 en 24) en een oostelijk bestand (ICES-deelsectoren 25 tot en met 32) wordt bepaald door het feit dat het om afzonderlijke ecosystemen gaat met totaal verschillende eigenschappen.
Amendement 5
Overweging 3 ter (nieuw)
(3 ter)  Volgens de laatste informatie van de ICES, wordt 35-45% van de kabeljauw die in het oostelijk deel van de Oostzee aan land gebracht wordt, illegaal gevangen.
Amendement 6
Overweging 3 quater (nieuw)
(3 quater) In het Internationaal Actieplan van de FAO betreffende de IUU (illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde vangsten) werd vastgesteld: "De staten moeten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat hun importeurs, verschepers, kopers, consumenten, leveranciers van apparatuur, bankiers, verzekeraars, andere dienstverleners en het publiek goed geïnformeerd zijn over de schadelijke gevolgen van het zaken doen met schepen waarvan is vastgesteld dat zij zich bezig houden met illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde vangsten";
Amendement 7
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Volgens artikel 5, lid 1 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad bij voorrang herstelplannen vaststellen voor de bevissing van bestanden die zich buiten biologisch veilige grenzen bevinden.
Amendement 8
Artikel 7
In afwijking van artikel 6 kan de Raad, indien hij dat passend acht, een TAC vaststellen die kleiner is dan de TAC die voortvloeit uit de toepassing van artikel 6.
In afwijking van artikel 6 kan de Raad, indien hij dat passend acht, een andere TAC vaststellen dan de TAC die voortvloeit uit de toepassing van artikel 6.
Amendement 9
Artikel 8, titel
Procedure voor de vaststelling van de perioden waarin mag worden gevist met vistuig met een maaswijdte van 90 mm of meer of met geankerde beugen
Procedure voor de vaststelling van de perioden waarin op kabeljauw mag worden gevist met vistuig met een maaswijdte van 90 mm of meer
Amendement 10
Artikel 8, lid 1, inleidende formule
1.  De visserij met trawlnetten, Deense zegens of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 90 mm of meer, met kieuwnetten, warnetten of schakelnetten met een maaswijdte van 90 mm of meer of met geankerde beugen is verboden:
1.  De visserij met trawlnetten, Deense zegens of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 90 mm of meer, met kieuwnetten, warnetten of schakelnetten met een maaswijdte van 90 mm of meer is verboden:
Amendement 11
Artikel 8, lid 3
3.  Wanneer de visserijsterftecoëfficiënt voor één van de betrokken kabeljauwbestanden door het WTECV is geschat op ten minste 10% boven de in artikel 4 bepaalde minimale visserijsterftecoëfficiënt, wordt het totale aantal dagen waarop de visserij met het in lid 1 genoemde vistuig is toegestaan, met 10% verlaagd ten opzichte van het totale aantal dagen waarop die visserij in het lopende jaar is toegestaan.
3.  Wanneer de visserijsterftecoëfficiënt voor één van de betrokken kabeljauwbestanden door het WTECV is geschat op ten minste 10% boven de in artikel 4 bepaalde minimale visserijsterftecoëfficiënt, wordt het totale aantal dagen waarop de visserij met het in lid 1 genoemde vistuig is toegestaan, met 8% verlaagd ten opzichte van het totale aantal dagen waarop die visserij in het lopende jaar is toegestaan.
Amendement 12
Artikel 8, lid 6 bis (nieuw)
6 bis.  In afwijking van de regels voor minimummaten van kabeljauw bij aanvoer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2187/2005 bedraagt voor kabeljauw in de deelsectoren 22 tot en met 32 de minimummaat bij aanvoer 40 cm.
Amendement 13
Artikel 12, lid 1
1.  In afwijking van artikel 6, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid houden de kapiteins van alle communautaire vaartuigen met een lengte over alles van 8 m of meer overeenkomstig artikel 6 van die verordening een logboek van hun activiteiten bij.
1.  In afwijking van artikel 6, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid houden de kapiteins van alle communautaire vaartuigen met een lengte over alles van 8 m of meer die visserijactiviteiten verrichten op grond van een speciale vergunning voor het vissen op kabeljauw in de Oostzee, welke op grond van artikel 11 van de onderhavige verordening is verleend, overeenkomstig artikel 6 van die verordening een logboek van hun activiteiten bij.
Amendement 14
Artikel 16
In afwijking van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2807/83 bedraagt de tolerantiemarge die mag worden toegepast bij de raming van de in kg uitgedrukte hoeveelheden aan boord gehouden vis waarvoor een TAC is vastgesteld, 8% van het cijfer in het logboek.
In afwijking van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2807/83 bedraagt de tolerantiemarge die mag worden toegepast bij de raming van de in kg uitgedrukte hoeveelheden aan boord gehouden vis waarvoor een TAC is vastgesteld, 10% van het cijfer in het logboek.
Voor vangsten die ongesorteerd worden aangeland, bedraagt de tolerantiemarge die bij de raming van de hoeveelheden mag worden toegepast, 8% van de totale hoeveelheid die aan boord wordt gehouden.
Voor vangsten die ongesorteerd worden aangeland, bedraagt de tolerantiemarge die bij de raming van de hoeveelheden mag worden toegepast, 10% van de totale hoeveelheid die aan boord wordt gehouden.
Amendement 15
Artikel 17, lid 2
2.  Wanneer een vissersvaartuig gebied A, gebied B of de deelsectoren 28-32 (gebied C) met meer dan 100 kg kabeljauw aan boord verlaat:
a) vaart het rechtstreeks naar een haven binnen het gebied waar het heeft gevist, en brengt het daar de vis aan land of
b) vaart het rechtstreeks naar een haven buiten het gebied waar het heeft gevist, en brengt het daar de vis aan land.
2.  Wanneer een vissersvaartuig gebied A, gebied B of de deelsectoren 28-32 (gebied C) met meer dan 100 kg kabeljauw aan boord verlaat, is de kapitein van het schip verplicht het verantwoordelijke directoraat voor de visserij onverwijld in kennis te stellen van de omvang van de vangst afkomstig uit de door het schip verlaten sector.
c)  Wanneer een vaartuig het gebied verlaat waar het heeft gevist, moeten de netten overeenkomstig de onderstaande bepalingen zijn opgeborgen zodat zij niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt:
(i) de netten, de gewichten en soortgelijk tuig moeten zijn losgemaakt van hun visborden en van hun trek- of sleepkabels en –touwen,
(ii) netten die zich op of boven het dek bevinden, moeten stevig zijn vastgemaakt aan enig deel van de bovenbouw.
Amendement 16
Artikel 20, lid 1
1.  Vissersvaartuigen die meer dan 100 kg kabeljauw aan boord hebben, mogen niet met de lossing beginnen totdat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteiten van de plaats van lossing.
1.  Vissersvaartuigen die meer dan 300 kg kabeljauw aan boord hebben, mogen niet met de lossing beginnen totdat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteiten van de plaats van lossing.
Amendement 17
Artikel 27, lid 1
1.  In het derde jaar van toepassing van deze verordening en in elk van de daaropvolgende jaren evalueert de Commissie op basis van adviezen van het WTECV en van de Regionale Adviesraad (RAR) voor de Oostzee het effect van de beheersmaatregelen op de betrokken visbestanden en op de visserijtakken die deze bestanden exploiteren.
1.  In het tweede jaar van toepassing van deze verordening en in elk van de daaropvolgende jaren evalueert de Commissie op basis van adviezen van het WTECV en van de Regionale Adviesraad (RAR) voor de Oostzee het effect van de beheersmaatregelen op de betrokken visbestanden en op de visserijtakken die deze bestanden exploiteren.
Amendement 18
Artikel 27, lid 2
2.  In het derde jaar van toepassing van deze verordening en vervolgens om de drie jaar zolang deze verordening van toepassing is, wint de Commissie een wetenschappelijk advies van het WTECV in over het tempo van voortgang in de richting van de in artikel 4 bepaalde streefwaarden. Indien uit het advies blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat de streefwaarden worden gehaald, neemt de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over de aanvullende en/of alternatieve maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de doelstellingen worden verwezenlijkt.
2.  In het tweede jaar van toepassing van deze verordening en vervolgens om de twee jaar zolang deze verordening van toepassing is, wint de Commissie een wetenschappelijk advies van het WTECV in over het tempo van voortgang in de richting van de in artikel 4 bepaalde streefwaarden. Indien uit het advies blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat de streefwaarden worden gehaald, neemt de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over de aanvullende en/of alternatieve maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de doelstellingen worden verwezenlijkt.
Amendement 19
Artikel 27 bis (nieuw)
Artikel 27 bis
Monitoring van de sociaal-economische gevolgen van de toepassing van de verordening
De Commissie heeft de verplichting een verslag op te stellen over de sociaal-economische gevolgen die de toepassing van onderhavige verordening zal hebben voor de visserijsector, daarbij in het bijzonder aandacht schenkend aan de werkgelegenheid en de economische situatie van de vissers, reders en ondernemers die bij de vangst en verwerking van kabeljauw betrokken zijn. De Commissie brengt haar verslag uit in het tweede jaar van toepassing van de onderhavige verordening en in elk volgend jaar van toepassing daarvan en legt dit vervolgens vóór 30 april van het betrokken jaar aan het Europees Parlement voor.

(1) Nog niet in het PB gepubliceerd.

Juridische mededeling - Privacybeleid