Resolutie van het Europees Parlement van 20 juni 2007 over de werkzaamheden van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU in 2006 (2007/2021(INI))
Het Europees Parlement,
‐ gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (Overeenkomst van Cotonou)(1),
‐ gelet op het Reglement van orde van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU (PPV) zoals vastgesteld op 3 april 2003(2), laatstelijk gewijzigd te Bridgetown (Barbados) op 23 november 2006,
‐ gelet op Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking(3),
‐ gelet op de resoluties die in 2006 zijn aangenomen door de PPV ACS-EU inzake:
"De stand van de onderhandelingen over de economische partnerschapsovereenkomsten"(12),
‐ gelet op artikel 45 van zijn Reglement van orde,
‐ gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A6-0208/2007),
A. overwegende dat in Wenen en Bridgetown (in juni en november 2006 tijdens respectievelijk de 11de en 12de vergadering) discussies zijn gevoerd over de stand van de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten, in aanwezigheid van de heer Peter Mandelson, het met handel belaste lid van de Commissie, en van mevrouw Billie Miller, minister van Buitenlandse zaken en Buitenlandse handel van Barbados,
B. overwegende dat het Parlement en de Raad de reeds aangehaalde verordening tot instelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking hebben vastgesteld, waarin wordt voorzien in thematische programma's die ook van toepassing zijn op de ACS-landen en in een programma van begeleidende maatregelen voor de ACS-landen die het suikerprotocol hebben ondertekend,
C. overwegende dat de kwesties van migratie en mensenhandel steeds belangrijker als kwesties van algemeen belang in het kader van de Overeenkomst van Cotonou worden,
D. overwegende dat het bureau van de PPV heeft besloten in 2006 de volgende informatie- en studiemissies uit te voeren:
-
naar Mauritanië in februari - politieke overgang en voorbereiding van de verkiezingen,
-
naar Swaziland en Mauritius in april - hervorming van het suikerregime,
-
naar Kenia in mei - humanitaire gevolgen van de droogte,
-
naar Togo in mei - politieke situatie, met name toepassing van artikel 96 van de partnerschapsovereenkomst,
-
naar Ethiopië in oktober - politieke situatie na de verkiezingen,
-
naar Malta en Spanje (Tenerife) in november - situatie van uit de ACS-landen afkomstige migranten,
-
naar de Democratische Republiek Congo (DRC) in november - waarneming bij verkiezingen,
E. overwegende dat de herziening van de Overeenkomst van Cotonou, waarmee Europese instellingen hebben ingestemd, de grondslag vormt voor een intensievere en doelmatiger samenwerking tussen de EU en de ACS-landen,
F. overwegende dat de informatie- en studiemissie naar Malta en Spanje over de situatie van uit de ACS-landen afkomstige migranten, waarbij voor het eerst parlementariërs uit de landen van herkomst en uit de Europese landen samenwerkten, buitengewone weerklank hebben gevonden,
G. overwegende dat het conflict in Darfoer (Sudan) en de ernstige en herhaalde schendingen van de mensenrechten die daar plaatsvinden blijven voortduren en verwijzend naar de noodzaak van doelmatige humanitaire hulp,
H. overwegende dat de DRC, die reeds tientallen jaren lang door conflicten wordt verscheurd, nu een weg van opbouw lijkt te zijn ingeslagen dankzij de inzet van partijen uit Congo zelf en de internationale gemeenschap,
I. overwegende dat de Eritrese autoriteiten hebben geweigerd om een informatiemissie van het Bureau van de PPV naar Eritrea toe te staan,
J. overwegende dat een urgentieresolutie over de situatie in Oost-Afrika na een gescheiden stemming is verworpen,
K. overwegende dat door het Pan-Afrikaans Parlement werk wordt verricht en dat de betrekkingen tussen het Europees Parlement en het Pan-Afrikaans Parlement zijn geformaliseerd,
L. overwegende dat de situatie in Zimbabwe aanzienlijk is verslechterd,
M. overwegende het besluit van het ACS-secretariaat om een onderzoek in te stellen naar zijn interne organisatie,
N. overwegende dat het Oostenrijkse voorzitterschap van de EU en de regering van Barbados een uitstekende bijdrage aan de elfde en twaalfde vergadering hebben geleverd,
O. overwegende dat steeds meer niet-gouvernementele actoren aan de vergaderingen van de PPV deelnemen,
1. is verheugd over het feit dat de PPV in 2006 het podium vormde voor een open, democratische en diepgaande dialoog over de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten tussen de EU en subregio's van de ACS; is eveneens verheugd over de goedkeuring in Bridgetown van een urgentieresolutie over de stand van de onderhandelingen over de economische partnerschapsovereenkomsten, waarin door de vertegenwoordigers van de EU en de ACS-landen bezorgdheid wordt geuit over het mogelijk negatieve effect van deze overeenkomsten op de algemene doelstelling van duurzame ontwikkeling voor de ACS-landen;
2. moedigt de PPV dan ook aan onafhankelijke standpunten te blijven innemen en concrete voorstellen in te dienen voor de onderhandelingen over de economische partnerschapsovereenkomsten en het proces van implementatie, om de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de nationale parlementen te optimaliseren;
3. is verheugd over de belofte die de commissaris voor ontwikkeling en humanitaire hulp tijdens de vergadering van Bridgetown heeft gedaan om nationale en regionale strategiedocumenten voor de ACS-landen (periode 2008-2013) voor te leggen voor democratische controle door de parlementen, maar betreurt dat deze actie niet mogelijk is gemaakt;
4. verzoekt de Commissie om deze toezegging zo snel mogelijk na te komen op basis van de procedure die wordt toegepast in het kader van de reeds aangehaalde verordening tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking;
5. roept de nationale parlementen van de ACS-landen op om hun regeringen en de Commissie dringend te verzoeken om, samen met de maatschappelijke organisaties, onafgebroken te worden betrokken bij de programmering, implementatie, controle en evaluatie van de nationale strategiedocumenten over samenwerking tussen de EU en hun landen (periode 2008-2013);
6. roept de nationale parlementen van de landen van de EU op om strikte parlementaire controle uit te oefenen op de organen van de uitvoerende macht met betrekking tot de programmering van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF);
7. is verheugd over het groeiende parlementaire karakter van de PPV, de groeiende betrokkenheid van de leden ervan en het onderzoek van het Europees Ontwikkelingsfonds en van de kwesties in verband met de handelsbetrekkingen tussen de ACS-landen en de EU, alsmede van de implementatie van de overeenkomst van Cotonou;
8. stelt met tevredenheid vast dat de PPV heeft besloten om te gaan werken aan kwesties op het gebied van migratie, die bij uitstel kwesties van gemeenschappelijk belang vormen, met name door:
‐
het organiseren van een workshop tijdens de vergadering van Wenen,
‐
het zenden van een informatie- en studiemissie naar de ontvangende landen Malta en Spanje in 2006 en het zenden van een vergelijkbare missie naar Senegal in april 2007,
‐
het besluit om een rapport door de Commissie sociale zaken en milieu te laten opstellen over de migratie van geschoolde werknemers en de gevolgen daarvan voor de nationale ontwikkeling,
‐
het besluit om over migratiekwesties een rapport te laten opstellen door de ondervoorzitters die in het bureau belast zijn met de mensenrechten;
9. moedigt de PPV aan om de discussie voort te zetten en concrete voorstellen te doen over migratiekwesties en haar bijdrage aan oplossingen voor de ontwikkeling van de landen van herkomst en voor de strijd tegen mensenhandel;
10. is verheugd over het aannemen van een resolutie over de situatie in Sudan tijdens de vergadering van Wenen, waarin een duidelijk standpunt wordt ingenomen over de verantwoordelijkheid voor het conflict in de regio Darfoer; roept de internationale gemeenschap op om met spoed en actiever in overleg met de Afrikaanse Unie te werken aan beëindiging van het conflict, het lijden van de burgerbevolking en de humanitaire ramp; verzoekt de internationale gemeenschap ervoor te zorgen dat een multinationale legermacht daadwerkelijk wordt ontplooid, zoals opgedragen door de Veiligheidsraad (in het bijzonder in Resolutie 1706 van 31 augustus 2006); stelt vast de regering van Sudan heeft ingestemd met de ontplooiing van een multinationale vredeshandhavingsmacht, zoals opgedragen in het reeds aangehaalde mandaat van de Veiligheidsraad, en hoopt dat hiermee een eerste stap wordt gezet naar concrete vooruitgang in het vredesproces in de regio Darfoer;
11. betreurt het gebruik van een gescheiden stemming, die heeft geleid tot verwerping van de resolutie over Oost-Afrika tijdens de vergadering van Bridgetown, ondanks het feit dat een meerderheid van de PPV voor deze resolutie was;
12. moedigt alle partijen aan om het gebruik van gescheiden stemmingen te voorkomen om een gevoel van solidariteit en cohesie binnen de PPV te bevorderen;
13. verzoekt de Eritrese autoriteiten dringend om de informatiemissie, zoals ingesteld en meerdere keren bekrachtigd door het bureau van de PPV, mogelijk te maken;
14. verzoekt de PPV om de dialoog met het Pan-Afrikaans Parlement voort te zetten en te verdiepen, met name op het gebied van vrede en veiligheid;
15. dringt er bij de PPV op aan een stevig gemeenschappelijk standpunt in te nemen over de teloorgang van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het economische stelsel in Zimbabwe, en erop te hameren dat het internationale reisverbod voor sleutelfiguren van het Zimbabwaanse regime volledig worden nageleefd,
16. moedigt de PPV aan om een discussie te voeren over de toekomst van de samenwerking tussen de ACS en de EU, rekening houdend met de nieuwe situatie van de oprichting van de Afrikaanse Unie - en het Pan-Afrikaans Parlement - en de versterking van de subregio's van de ACS en hun instellingen;
17. verzoekt de parlementaire vergaderingen van de subregio's binnen de ACS-groep die een dialoog met het Europees Parlement tot stand willen brengen om dat te doen in het kader van de bepalingen van artikel 19 van de Overeenkomst van Cotonou;
18. is verheugd over het besluit van het bureau van de PPV om te gaan werken aan de kwestie van de betrekkingen tussen China en Afrika en deze tot thema te maken van de politieke dialoog binnen de Vergadering;
19. moedigt de PPV aan om de rol van de Commissie voor politieke aangelegenheden te versterken, zodat het een echt forum voor preventie en beslechting van conflicten wordt in het kader van het partnerschap tussen ACS en EU en om met dat oogmerk om met dat oogmerk de discussie over urgente situaties in een bepaald land te verbreden; is verheugd over het werk dat is gedaan ter bestrijding van handvuurwapens en lichte wapens en moedigt de PPV aan te lobbyen, zodat de resolutie van 23 november 2006 een concreet vervolg krijgt;
20. neemt met tevredenheid kennis van de wens van de Commissie regionale economische ontwikkeling, financiën en handel om te gaan werken aan de kwesties van de energievoorziening en van de bijdrage van het toerisme aan de ontwikkeling;
21. benadrukt de rol van de Commissie sociale zaken en milieu met het oog op een meer verantwoorde visserij die meer aan de duurzame ontwikkeling bijdraagt, en op het bereiken van millenniumdoelstelling voor ontwikkeling 7 "toegang tot water voor allen";
22. complimenteert het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad van de EU, het Internationaal Atoomagentschap (IAEA), de gemeente Wenen en diverse betrokken organisaties voor hun bijdrage aan de elfde vergadering die in Wenen plaatsvond en met name aan de workshops over de volgende onderwerpen:
‐
Migratie en integratie,
‐
Non-proliferatie van massavernietigingswapens,
‐
Openbaar vervoer in Wenen;
23. complimenteert de regering en het parlement van Barbados en de economische en maatschappelijke actoren voor hun bijdrage aan de twaalfde vergadering in Bridgetown en met name aan de workshops over de volgende onderwerpen:
‐
Aspecten van milieubeheer ter bescherming van stroombekkens en kustecosystemen,
‐
De medewerking van de EU aan de concurrentiepositie van basisproducten van de ACS: rum en andere producten uit de ACS,
‐
de behandeling van HIV/Aids: vaststelling, berekening en vergoeding van kosten;
24. benadrukt dat met de organisatie van vergaderingen op regionaal of subregionaal niveau de actieve uitvoeringsfase moet worden ingegaan, overeenkomstig artikel 17, lid 3 van de Overeenkomst van Cotonou; verzoekt de PPV om bij het plannen van dergelijke vergaderingen uit te gaan van de binnen de ACS-groep bestaande parlementaire structuren; deze vergaderingen moeten met name worden gewijd aan de regionale samenwerking in het kader van preventie en oplossing van conflicten en aan het sluiten en uitvoeren van economische partnerschapsovereenkomsten;
25. neemt met tevredenheid kennis van de groeiende deelname van niet-gouvernementele actoren aan de vergaderingen van de PPV en van het feit dat de randactiviteiten thans een positieve aanvulling vormen;
26. herhaalt zijn steun aan het verzoek dat de PPV op haar negende vergadering in april 2005 heeft geuit om een passend gedeelte van de EOF-kredieten te gebruiken voor politieke opleidingen en voor het trainen van parlementariërs en politieke, economische en sociale leiders, in het belang van een duurzame verbetering van goed bestuur, de rechtsstaat, democratische structuren en de interactie tussen regering en oppositie in pluralistische democratieën, op basis van vrije verkiezingen; is van mening dat deze kredieten zouden moeten worden gebruikt voor het oprichten van bestuursacademies en voor de politieke vorming van parlementariërs, lokale bestuurders en mensen die hoge posities bekleden in politieke partijen en verenigingen;
27. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de ACS-Raad en de regeringen en parlementen van Oostenrijk en Barbados.
PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. Overeenkomst laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. 1/2006 van de ACS-EG-Raad van ministers (PB L 247 van 9.9.2006, blz. 22).