Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2125(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0341/2007

Ingediende teksten :

A6-0341/2007

Debatten :

PV 24/10/2007 - 17
CRE 24/10/2007 - 17

Stemmingen :

PV 25/10/2007 - 7.14
CRE 25/10/2007 - 7.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0485

Aangenomen teksten
PDF 132kWORD 52k
Donderdag 25 oktober 2007 - Straatsburg
Productie van opium voor medische doeleinden in Afghanistan
P6_TA(2007)0485A6-0341/2007

Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad van 25 oktober 2007 betreffende de productie van opium voor medische doeleinden in Afghanistan (2007/2125(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de namens de ALDE-Fractie ingediende ontwerpaanbeveling over de productie van opium voor medische doeleinden in Afghanistan (B6-0187/2007),

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Afghanistan, waarvan de meest recente dateert van 18 januari 2006(1),

–   gezien het door het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) en de Wereldbank in 2006 uitgebrachte rapport over de drugsindustrie in Afghanistan,

–   gezien het in juni 2007 verschenen Jaarverslag 2007 van het UNODC,

–   gezien Resolutie 2005/25 van 22 juli 2005 van de Economische en Sociale Raad van de VN (ECOSOC) over adequate pijnbehandeling met opioïde pijnstillers, waarin de haalbaarheid van een eventueel ondersteuningsmechanisme ter facilitering van een dergelijke behandeling aan de orde wordt gesteld, ECOSOC-Resolutie 2004/40 van 21 juli 2004 over richtsnoeren voor de medicamenteuze behandeling met psychosociale ondersteuning van opiaatverslaafde personen, en ECOSOC-Resolutie 2005/26 van 22 juli 2005 over de vraag naar en levering van opiaten voor medische en wetenschappelijke doeleinden, alsmede gezien Resolutie 58.22 van 25 mei 2005 van de Algemene Vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHA) over kankerpreventie en -bestrijding, WHA-Resolutie 55.14 van 18 mei 2002 over de gewaarborgde beschikbaarheid van essentiële medicijnen, en gezien de slotaanbevelingen van de 12de Internationale Conferentie van regelgevende instanties op het gebied van geneesmiddelen, die van 3-6 april 2006 in Seoel is gehouden, waarbij de regelgevers werden opgeroepen te werken aan een betere beschikbaarheid van narcotische pijnstillers,

–   gezien de van juli 2005 daterende inspectieverslagen van zijn ad-hoc delegatie naar Afghanistan en de resultaten van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie van september 2005,

–   gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie bij de op 18 september 2005 gehouden verkiezingen voor het parlement en de provinciale raden,

–   gelet op artikel 114, lid 3 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0341/2007);

A.   overwegende dat het internationale drugsbeleid is gebaseerd op de VN-Verdragen van 1961, 1971 en 1988 en dat deze verdragen in het bijzonder de productie, verhandeling, verkoop en consumptie van een breed scala aan stoffen verbieden, tenzij deze voor medische of wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt,

B.   overwegende dat in het rapport van het UNODC met als titel "Afghanistan: Opium Survey 2006" met nadruk wordt gewezen op het feit dat de illegale teelt van opium in 2006 een recordoogst van ongeveer ca. 6 100 ton heeft opgeleverd, bijna 50% meer dan in 2004,

C.   overwegende dat het in januari 2006 door Afghanistan ingevoerde nationale drugsbestrijdingsbeleid voorziet in het terugdringen van vraag en aanbod, in de ontwikkeling van alternatieve middelen van bestaan en de versterking van overheidsinstellingen, en voorts overwegende dat het Ministerie van Drugsbestrijding, dat is ingesteld met financiële steun van de EU, de voornaamste instantie is om dat beleid uit te voeren,

D.   overwegende dat de regering van Afghanistan een comité voor de regulering van drugs heeft ingesteld, dat bestaat uit ambtenaren van de ministeries van Drugsbestrijding, Volksgezondheid en Financiën en dat het reguleren van de afgifte van vergunningen, de verkoop, de distributie, de invoer en de uitvoer van alle drugs voor legale doeleinden in het land tot taak heeft,

E.   overwegende dat de EU meer moet doen om een drastische vermindering van de opiumproductie (door deelname aan het 'Counter-Narcotics Trust Fund' en het 'Good Performance Fund') teweeg te brengen, aangezien de opiumproductie in Afghanistan volgens het jaarrapport 2007 van het UNODC over de papaverteelt in Afghanistan inmiddels een onrustbarend nieuw record heeft bereikt en in nauwelijks twee jaar tijd in omvang is verdubbeld; voorts overwegende dat Afghanistan, dat 93% van de mondiale opiatenmarkt in handen heeft, zich nagenoeg tot de exclusieve leverancier van de dodelijkste drug ter wereld heeft ontwikkeld, hoewel erop moet worden gewezen dat vanwege succesvolle regelingen ter ondersteuning van alternatieve middelen van bestaan, betere veiligheid in het noorden, evenals doeltreffende bewustmakingsprogramma's waaronder een beloningssysteem voor het behalen van goede resultaten, het aantal opiumvrije provincies inmiddels meer dan verdubbeld is, namelijk van zes in 2006 tot dertien in 2007, en dat 50% van de totale opiumoogst van Afghanistan alleen al uit de provincie Helmand afkomstig is,

F.   overwegende dat volgens schattingen van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds nagenoeg 40% van het BBP van Afghanistan opiumgerelateerd is en dat het UNODC ervan uitgaat dat zo'n 3,3 miljoen mensen (op een bevolking van ruim 31 miljoen) werkzaam zijn in de opiumsector en daarmee per familie een jaarinkomen van 1 965 USD verdienen,

G.   overwegende dat de waarde af-boerderij van de opiumoogst in 2007 1 miljard USD bedroeg, hetgeen overeenkomt met 13% van het legale BBP van Afghanistan van 7,5 miljard USD, en overwegende dat de totale potentiële waarde van de inkomsten uit de opiumoogst van het land in 2007 voor boeren, eigenaren van laboratoria en Afghaanse drugshandelaren uitkwam op een bedrag van 3,1 miljard USD, hetgeen overeenkomt met bijna de helft van het legale BBP van het land, oftewel 32 % van de totale economie met inbegrip van de opiumsector,

H.   overwegende dat Afghaanse boeren voornamelijk uit financiële motieven overgaan tot de teelt van opiumhoudende gewassen en dat de geautoriseerde productie van opiaten - wil zij economisch aantrekkelijk worden - een hoger inkomen zal moeten opleveren dan de opbrengst van illegaal geproduceerde opiaten,

I.   overwegende dat de Europese Unie nog steeds het meest bijdraagt aan de inspanningen om het opiumaanbod terug te dringen door middel van projecten ter bevordering van alternatieve manieren om in het levensonderhoud te voorzien - die overigens ook hoognodig zijn ter aanvulling van het nationale dieet - als vervanging voor illegale gewassen,

J.   overwegende dat de Commissie blijkens het door landenstrategiedocument (2007-2013) van de EG voor Afghanistan onderkent dat de uitbreiding van de opiumeconomie en het risico dat de staat in handen komt van de drugsmaffia een ernstige bedreiging vormen voor de ontwikkeling, de staatsopbouw en de veiligheid in Afghanistan,

K.   overwegende dat er concrete aanwijzingen zijn dat de handel in illegale verdovende middelen voor opstandelingen, krijgsheren, de Taliban en terroristische groeperingen de voornaamste financieringsbron is,

L.   overwegende dat de Senlis Council, een internationale denktank voor veiligheid en ontwikkeling, op 25 juni 2007 een uitgebreid technisch dossier heeft gepresenteerd waarin wordt beschreven hoe een op dorpsniveau opgezet "papaver voor medicijnen"-project in Afghanistan tot een succes zou kunnen uitgroeien, met dien verstande dat een geïntegreerd sociaal controlesysteem, productie van Afghaanse medicijnen op dorpsniveau, verplichte economische diversificatie en algemene plattelandsontwikkeling hiervan deel zouden uitmaken,

M.   overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) signaleert dat er 10 landen zijn waar 80% van de legaal verkrijgbare opiaten in de wereld gebruikt wordt en dat van de overige 180 landen de meeste ontwikkelingslanden zijn, waar 80% van de wereldbevolking leeft; voorts overwegende dat het Internationaal Comité van toezicht op verdovende middelen (INCB) de internationale gemeenschap heeft opgeroepen om het voorschrijven van pijnstillers te bevorderen, vooral in arme landen, aangezien in meer dan 150 landen - waar bijna niemand die een dergelijke behandeling nodig heeft daadwerkelijk wordt behandeld - sprake is van ernstige onderbehandeling, en dat er daarnaast nog eens 30 andere landen zijn waar onderbehandeling een nog wijder verbreid probleem is of waarover geen gegevens beschikbaar zijn,

N.   overwegende dat artikel 23 van het VN-Verdrag van 1961 de voorwaarden vastlegt voor de teelt, productie en distributie van opium onder toezicht van een regeringsbureau, en erop wijzend dat de Afghaanse regering aan deze voorwaarden moet voldoen, met name waar het gaat om de zuidelijke provincies van het land, waar de opiumteelt buitensporig groot is;

O.   overwegende dat het INCB heeft geconstateerd dat er op wereldniveau een overschot aan opiumhoudende producten voor geneeskundige doeleinden bestaat, hoewel daarbij geen rekening is gehouden met de potentiële vraag,

P.   overwegende dat het rapport van het INCB stelt dat er op de wereldmarkt een overaanbod van opiaten is,

Q.   overwegende dat de Afghaanse Grondwet bepaalt dat de staat alle soorten van teelt en de smokkel van verdovende middelen dient te voorkomen en dat de Afghaanse wet op de drugsbestrijding van 2005 voorziet in de eventuele productie onder licentie en de distributie van gecontroleerde stoffen in Afghanistan,

R.   ervan overtuigd dat de bevordering en versterking van vrede en veiligheid in Afghanistan met zich meebrengt dat de internationale presentie moet worden aangevuld met meer civiele samenwerking, teneinde de sociaal-politieke ontwikkeling en de economische vooruitgang te bevorderen en de lokale bevolking voor zich te winnen,

S.   eens te meer wijzend op de extreem hoge kosten en ernstige tekortkomingen in termen van effectiviteit die zijn verbonden aan een drugsbestrijdingsstrategie waar bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van maatregelen om alternatieve middelen van bestaan te verschaffen geen rekening wordt gehouden met de regionale, maatschappelijke en economische verscheidenheid van het Afghaanse platteland en die zich uitsluitend richt op verdelging,

T.   overwegende dat het proces van institutionele opbouw, democratisering en vestiging van de rechtsstaat, de instelling van een eerlijk rechtssysteem en eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden alleen kan worden bevorderd door middel van beleidsmaatregelen waarbij geen gewelddadige oplossingen - zoals gedwongen verdelging van gewassen - worden opgelegd voor wat op zich geen gewelddadige praktijken zijn,

U.   overwegende dat bij de bestrijding van de drugsteelt in Afghanistan een naar locatie gedifferentieerde aanpak moet worden toegepast, dat tegen boeren gerichte drugsbestrijdingsacties zorgvuldig moeten worden beperkt tot gebieden waar het mogelijk is met legale middelen een bestaan op te bouwen (plaatsen waar grond en water beter toegankelijk zijn, waar er markten in de buurt zijn en waar er meer grond per hoofd van de bevolking beschikbaar is), en tevens overwegende dat programma's om alternatieve middelen van bestaan te verschaffen voornamelijk gericht moeten zijn op de armste gebieden met beperkte natuurlijke rijkdommen, die hoe dan ook het meest van opium afhankelijk zijn,

V.   overwegende dat er in het landenstrategiedocument voor de periode 2007-2013 de nodige nadruk wordt gelegd op plattelandsontwikkeling en een behoorlijk bestuur, maar dat het accent meer moet komen te liggen op hervorming van de Afghaanse ministeries die belast zijn met bestrijding van de productie van verdovende middelen, met name het ministerie van Binnenlandse Zaken,

1.   beveelt de Raad het volgende aan:

   a) zich in het kader van geïntegreerde ontwikkelingsprogramma's te verzetten tegen fumigatie als middel om de papaverteelt in Afghanistan uit te roeien;
   b) binnen het kader van de met geld van de Europese Unie gesubsidieerde programma's ter beperking van het illegale aanbod een coherent plan en een strategie uit te werken en aan de Afghaanse regering voor te leggen dat gericht is op beperking van de drugsproductie in Afghanistan door verbetering van het bestuur en bestrijding van de corruptie op het hoogste niveau bij de Afghaanse overheid (waarbij vooral de aandacht moet uitgaan naar het ministerie van Binnenlandse Zaken), met gebruikmaking van de bestaande internationale rechtsinstrumenten, gerichte actie tegen de voornaamste illegale handelaren ter plekke, verbetering van de plattelandsontwikkeling in het algemeen, met name in de armste gebieden en in gebieden waar nog niet op grote schaal opium wordt verbouwd, zorgvuldig en selectief handmatig rooien en bestudering van de mogelijkheid tot het opzetten van proefprojecten voor kleinschalige areaalomschakeling van delen van de huidige illegale papaverteelt op de productie van legale pijnstillers op opiumbasis, waarbij deze productie moet worden onderworpen aan een strikte controle ter plaatse, aangevuld met het toezicht op de productie van een internationale instantie zoals UNDCP, die moet voorkomen dat de productie wordt afgeleid naar andere illegale markten, bijvoorbeeld voor heroïne;
   c) zijn steun aan te bieden bij het bespreken van de mogelijkheden en de haalbaarheid van een wetenschappelijk proefproject "Papaver voor medicijnen", waarbij verder wordt onderzocht in hoeverre het afgeven van vergunningen kan bijdragen aan het lenigen van de armoede, de diversificatie van de plattelandseconomie, de algemene ontwikkeling en de verhoging van de veiligheid en op welke manier het project een succesvol onderdeel kan worden van de multilaterale inspanningen ten behoeve van Afghanistan, en waarbij er een regeling wordt getroffen om regio's uit te sluiten waar de recent bereikte resultaten met het instellen van de rechtsstaat en de daaropvolgende verwijdering of beperking van de teelt makkelijk gevaar kunnen lopen;

2.   verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Islamitische Republiek Afghanistan.

(1) PB C 287 E van 24.11.2006, blz. 176.

Juridische mededeling - Privacybeleid