Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0043(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0376/2007

Ingediende teksten :

A6-0376/2007

Debatten :

PV 12/11/2007 - 18
CRE 12/11/2007 - 18

Stemmingen :

PV 13/11/2007 - 5.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0502

Aangenomen teksten
PDF 339kWORD 99k
Dinsdag 13 november 2007 - Straatsburg
Statuten voor het Voorzieningsagentschap van Euratom *
P6_TA(2007)0502A6-0376/2007

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 november 2007 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van statuten voor het Voorzieningsagentschap van Euratom (COM(2007)0119 – C6-0131/2007 – 2007/0043(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0119),

–   gelet op artikel 54, lid 2 van het Euratom­Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0131/2007),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A6-0376/2007),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   is van mening dat de uitgaven voor het Voorzieningsagentschap die ten laste komen van de begroting van de Europese Unie verenigbaar moeten zijn met het toepasselijke plafond van het nieuwe meerjarig financieel kader, alsook met de bepalingen van punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) (IIA);

3.   herinnert eraan dat het advies van de Begrotingscommissie geen afbreuk doet aan het resultaat van de procedure zoals vastgelegd in punt 47 van het IIA, die van toepassing is op de oprichting van het Voorzieningsagentschap van Euratom;

4.   verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 119, tweede alinea van het Euratom-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

5.   verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

6.   wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

7.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Visum 1 bis (nieuw)
Gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer1, in het bijzonder punt 47 daarvan,
__________
1 PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
Amendement 2
Bijlage, artikel 1, lid 1, letter a)
a) oefent de bevoegdheden uit die het krachtens het Verdrag zijn verleend;
a) oefent de bevoegdheden uit die het krachtens het Verdrag en de afgeleide wetgeving zijn verleend;
Amendement 3
Bijlage, artikel 1, lid 1, letter b)
b) voert de andere taken uit die het door de Commissie zijn toevertrouwd.
b) voert daartoe de taken uit die het overeenkomstig artikel 52 en de daaropvolgende artikelen van het Verdrag zijn toevertrouwd.
Amendement 4
Bijlage, artikel 1, lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Om zijn doelen te bereiken voert het Agentschap de volgende specifieke taken uit, waarbij het overeenkomstig de doelstellingen van het Verdrag functioneert als energie-observatorium op het gebied van de voorziening van nucleair materiaal en nucleaire diensten:
a) toezicht houden op en analyseren van vraag en aanbod alsmede van markttrends die van invloed zijn op continuïteit in de voorziening van nucleair materiaal;
b) de lidstaten en het bedrijfsleven voorzien van periodieke marktoverzichten van de voorraden van de Europese Unie aan nucleair materiaal en de contractdekking op de lange termijn van nutsbedrijven in de Europese Unie, alsmede van periodieke risico-analyses van de markt, met als doel:
– te waarschuwen voor tekorten aan of onderbrekingen van de voorziening van nucleair materiaal in alle stadia van de productiecyclus van nucleaire brandstof (van het delven tot conversie, verrijking en productie),
– de lange-termijnvisie te waarborgen die vereist is om een kader in het leven te roepen voor investeringen in productiebedrijven en mijnbouwexploratie,
– een eerlijke concurrentie op de markt te handhaven;
c) in nauwe samenwerking met het in artikel 11 bedoelde Raadgevend Comité een hoog expertiseniveau te ontwikkelen en informatie en toekomstanalyses te produceren, met name een verslag met verwachtingen omtrent de vraag en het aanbod, een verslag over de uitvoering van het voorzieningsbeleid en periodieke overzichten in verband met markttrends, gebaseerd op relevante, gezamenlijk met het Raadgevend Comité uit te voeren analyses teneinde dit in staat te stellen richtsnoeren aan het bedrijfsleven te geven, aanbevelingen aan producenten en nutsbedrijven te formuleren en voorstellen voor regelgeving op de desbetreffende gebieden aan de Commissie te doen.
Amendement 5
Bijlage, artikel 2, lid 1
1.  Overeenkomstig artikel 54 van het Verdrag bezit het Agentschap rechtspersoonlijkheid. Het Agentschap wordt erkend als een instelling van openbaar belang en heeft geen winstoogmerken.
1.  Overeenkomstig artikel 54 van het Verdrag bezit het Agentschap rechtspersoonlijkheid. Het geniet in elke lidstaat de meest uitgebreide handelingsbevoegdheid die aan rechtspersonen op grond van de wetgeving in de desbetreffende lidstaat wordt verleend. Het Agentschap kan in het bijzonder roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en kan in rechte optreden. Het Agentschap wordt erkend als een instelling van openbaar belang en heeft geen winstoogmerken.
Amendement 6
Bijlage, artikel 2, lid 3
3.  De zetel van het Agentschap is gevestigd op een van de locaties van de Commissiediensten. De Commissie neemt in dat verband haar besluit.
3.  De zetel van het Agentschap is gevestigd op een van de locaties van de Commissiediensten. De Raad neemt op voorstel van de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, in dat verband een besluit.
Amendement 7
Bijlage, artikel 2, lid 4
4.  Het Agentschap kan op eigen initiatief alle andere maatregelen betreffende zijn interne organisatie treffen, welke ter vervulling van zijn taak zowel binnen als buiten de Gemeenschap nodig zijn.
4.  Het Agentschap kan op eigen initiatief alle andere maatregelen betreffende zijn interne organisatie treffen, welke ter vervulling van zijn taak zowel binnen als buiten de Gemeenschap nodig zijn, mits deze maatregelen geen aanzienlijke financiële gevolgen hebben. Het Agentschap stelt het Europees Parlement en de Raad (hierna "de begrotingsautoriteit") op de hoogte van elk project dat aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben voor de financiering van zijn begroting en in het bijzonder van projecten in verband met onroerend goed, zoals het huren of aankopen van gebouwen, en het stelt de Commissie hiervan in kennis.
Amendement 8
Bijlage, artikel 3, lid 1
1.  De directeur-generaal wordt door de Commissie benoemd.
1.  De directeur-generaal wordt door de Commissie benoemd na raadpleging van het Raadgevend Comité. Hij werkt voltijds voor het Agentschap en treedt niet op als agent van de Commissie.
Amendement 9
Bijlage, artikel 3, lid 3, streepjes 2 tot en met 5
– het dagelijks beheer van het Agentschap;
– het beheer van het Agentschap, zijn administratie en zijn middelen, met inbegrip van personeelszaken;
het beheer van alle middelen van het Agentschap;
– de opstelling van de ontwerpstaten van geraamde ontvangsten en uitgaven van het Agentschap en de uitvoering van de begroting;
– de opstelling van de ontwerpstaten van geraamde ontvangsten en uitgaven van het Agentschap en de uitvoering van de begroting;
alle personeelszaken.
het uitvoeren van elke studie en elk specifiek verslag die overeenkomstig artikel 1, lid 1 bis nodig worden geacht en het doorgeven daarvan aan de Commissie, het Europees Parlement en de Raad;
het in het algemeen belang van de Gemeenschap zorgen voor de uitvoering van de in artikel 1 vermelde taken.
Amendement 10
Bijlage, artikel 3, lid 4
4.  Jaarlijks dient de directeur-generaal bij de Commissie een verslag in over de activiteiten van het Agentschap in het afgelopen jaar, alsmede een werkprogramma voor het komende jaar.
4.  Vóór de 31ste maart van elk jaar dient de directeur-generaal, na raadpleging van het Raadgevend Comité, bij de Commissie een verslag in over de activiteiten van het Agentschap in het afgelopen jaar, alsmede een werkprogramma voor het komende jaar. De directeur-generaal doet dit jaarverslag alsmede het werkprogramma toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Rekenkamer en de lidstaten, samen met het advies van het Raadgevend Comité.
Amendement 11
Bijlage, artikel 4, lid 1
1.  De directeur-generaal en het personeel van het Agentschap zijn ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die onder het personeelsstatuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen vallen, alsook onder de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Gemeenschappen met het oog op de toepassing van dit personeelsstatuut. De ambtenaren worden aangesteld en hun salaris wordt betaald door de Commissie.
1.  Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Gemeenschappen met het oog op de toepassing van dit personeelsstatuut en deze regeling zijn van toepassing op het personeel van het Agentschap.
Amendement 12
Bijlage, artikel 4, lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Het Agentschap oefent ten aanzien van zijn personeel de bevoegdheden uit van tot aanstelling bevoegd gezag.
Amendement 13
Bijlage, artikel 5, lid 5
5.  Iedere in artikel 53 van het Verdrag bedoelde handeling van het Agentschap kan door belanghebbenden aan de Commissie worden voorgelegd tot en met de tiende werkdag volgende op de datum van kennisgeving van die handeling of, indien geen kennisgeving heeft plaatsgevonden, van haar bekendmaking. Bij ontbreken van kennisgeving of bekendmaking gaat de termijn in op de dag waarop de belanghebbende kennis van de handeling heeft verkregen.
5.  Iedere in artikel 53 van het Verdrag bedoelde handeling van het Agentschap kan door belanghebbenden aan de Commissie worden voorgelegd tot en met de vijftiende werkdag volgende op de datum van kennisgeving van die handeling of, indien geen kennisgeving heeft plaatsgevonden, van haar bekendmaking. Bij ontbreken van kennisgeving of bekendmaking gaat de termijn in op de dag waarop de belanghebbende kennis van de handeling heeft verkregen.
Amendement 14
Bijlage, artikel 7, lid 3
3.  De ontvangsten van het Agentschap bestaan uit een bijdrage van de Gemeenschap, bankinteresten en de financiële opbrengst van zijn kapitaal en bankinvesteringen, en, indien nodig, uit een heffing op transacties, als bedoeld in artikel 54 van het Verdrag, en leningen.
3.  De ontvangsten van het Agentschap bestaan uit een op de algemene begroting van de Europese Unie (Afdeling Commissie) opgenomen bijdrage van de Gemeenschap, bankinteresten en de financiële opbrengst van zijn kapitaal en bankinvesteringen, en, indien nodig, uit een heffing op transacties, als bedoeld in artikel 54 van het Verdrag, en leningen. Voor de financiering van het Agentschap is de instemming vereist van de begrotingsautoriteit, zoals bedoeld in het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006.
Amendement 15
Bijlage, artikel 7, lid 4
4.  De uitgaven van het Agentschap bestaan uit de administratieve uitgaven voor het personeelsbestand en het Raadgevend Comité, alsmede uit de uitgaven ten gevolge van contracten met derde partijen.
4.  De uitgaven van het Agentschap bestaan uit het personeel, de administratieve, de huishoudelijke en de infrastructuuruitgaven, met inbegrip van de uitgaven ten gevolge van contracten met derde partijen.
Amendement 16
Bijlage, artikel 7, lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  De raming wordt door de Commissie samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie toegezonden aan de begrotingsautoriteit.
Amendement 17
Bijlage, artikel 7, lid 6
6.  Aan de hand van die raming neemt de Commissie in het voorontwerp van de algemene begroting van de Europese Unie de geraamde bedragen op die zij nodig acht voor de ten laste van de algemene begroting komende subsidie.
6.  Aan de hand van die raming neemt de Commissie in het voorontwerp van de algemene begroting van de Europese Unie de geraamde bedragen op die zij nodig acht voor de ten laste van de algemene begroting komende subsidie en legt deze voor aan de begrotingsautoriteit in overeenstemming met artikel 272 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
mendement 18
Bijlage, artikel 7, lid 7
7.  In het kader van de begrotingsprocedure, verleent de begrotingsautoriteit toestemming voor de kredieten voor de subsidie aan het Agentschap en stelt zij de personeelsformatie van het Agentschap vast, die afzonderlijk wordt opgenomen in de personeelsformatie van de Commissie.
7.  In het kader van de begrotingsprocedure, verleent de begrotingsautoriteit toestemming voor de kredieten voor de subsidie aan het Agentschap en stelt zij de personeelsformatie van het Agentschap vast, die afzonderlijk wordt gepubliceerd in de algemene begroting van de Europese Unie.
Amendement 19
Bijlage, artikel 7, lid 9
9.  Een wijziging van de personeelsformatie of van de begroting van het Agentschap is het voorwerp van een gewijzigde begroting die wordt vastgesteld overeenkomstig dezelfde procedure als voor de initiële begroting. Wijzigingen van de personeelsformatie worden voorgelegd aan de begrotingsautoriteit. De gewijzigde begrotingen worden ter informatie toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
9.  Een wijziging van de personeelsformatie of van de begroting van het Agentschap is het voorwerp van een gewijzigde begroting die wordt goedgekeurd overeenkomstig de procedure zoals vastgelegd in de leden 5 tot en met 8.
mendement 20
Bijlage, artikel 8, lid 10
10.  Het voor het Agentschap geldende Financieel Reglement wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 183 van het Verdrag.
10.  Het voor het Agentschap geldende Financieel Reglement wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 183 van het Verdrag. Dit moet in overeenstemming zijn met het bepaalde in Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen1, tenzij specifiek noodzakelijk voor het functioneren van het Agentschap en met voorafgaande instemming van de Commissie.
_________
1 PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
Amendement 21
Bijlage, artikel 10, lid 1, alinea 2
De bepalingen betreffende deze heffing worden nader omschreven in een tenuitvoerleggingsbesluit.
De Commissie bepaalt na raadpleging van de Raad het percentage van de heffing en de voorwaarden waarop deze wordt geheven. De Commissie handelt naar aanleiding van een voorstel van de directeur-generaal, die het advies inwint van het in artikel 11 bedoelde Raadgevend Comité. De bepalingen betreffende de in de praktijk voor deze heffing te volgen regelingen worden nader omschreven in een tenuitvoerleggingsbesluit.
Amendement 22
Bijlage, artikel 11, lid 1, alinea 1
1.  Het Raadgevend Comité (hierna "het comité") bestaat uit één lid per lidstaat zonder splijtstofcyclusactiviteiten en twee leden per lidstaat mét splijtstofcyclusactiviteiten. Een lidstaat kan echter verkiezen niet deel te nemen aan de werkzaamheden van het comité. Elke lidstaat kan een plaatsvervangend lid hebben dat naast het gewone lid kan deelnemen aan de vergaderingen van het comité, maar niet mag stemmen als ook het gewone lid aanwezig is. Als een lid aftreedt of niet meer in staat is zijn/haar taken te vervullen, wordt een opvolger aangesteld voor de resterende termijn van het mandaat.
1.  Het Raadgevend Comité (hierna "het comité") bestaat uit één lid per lidstaat waarin geen splijtstofcyclusactiviteiten plaatsvinden en twee leden per lidstaat waarin wel splijtstofcyclusactiviteiten plaatsvinden. Het heeft één extra lid voor elke lidstaat waarin splijtstofcyclusactiviteiten plaatsvinden en die voor meer dan 300 000 EUR op het kapitaal van het Agentschap heeft gestort. Een lidstaat kan echter verkiezen niet deel te nemen aan de werkzaamheden van het comité. Elke lidstaat kan een plaatsvervangend lid hebben dat kan deelnemen aan de vergaderingen van het comité als het gewone lid verhinderd is. Als een lid aftreedt of niet meer in staat is zijn/haar taken te vervullen, wordt een opvolger aangesteld voor de resterende termijn van het mandaat.
Amendement 23
Bijlage, artikel 11, lid 1, alinea 2
De comitéleden en hun plaatsvervangers worden benoemd door hun respectieve lidstaten op basis van hun relevante ervaring en deskundigheid op het gebied van de splijtstofcyclus of de opwekking van kernenergie. De ambtstermijn bedraagt drie jaar. Deze ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd.
De comitéleden en hun plaatsvervangers worden benoemd door hun respectieve lidstaten op basis van hun relevante ervaring en deskundigheid op het gebied van de splijtstofcyclus of de opwekking van kernenergie. De ambtstermijn bedraagt drie jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.
Amendement 24
Bijlage, artikel 12, lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Het comité kan twee leden als adviseurs van de personen met uitvoerende bevoegdheden benoemen. De personen met uitvoerende bevoegdheden en hun adviseurs vormen het Bureau van het comité en hebben tot taak alle noodzakelijke betrekkingen namens het comité te onderhouden. Het Bureau functioneert als schakel tussen de comitéleden en de directeur-generaal van het Agentschap en coördineert de activiteiten van het comité, met name in verband met de voorbereiding, vaststelling en evaluatie van zijn verslagen en de verspreiding van zijn expertise.
Amendement 25
Bijlage, artikel 12, lid 2
2.  De ambtstermijn van de voorzitter en vice-voorzitters bedraagt drie jaar. Bedoelde ambtstermijn is niet-hernieuwbaar en het voorzitterschap wordt afwisselend opgenomen door vertegenwoordigers van de verschillende geledingen van de sector. Het mandaat van de voorzitter en de vice-voorzitters wordt automatisch beëindigd als zijn/haar ambtstermijn afloopt zonder hernieuwing.
2.  De ambtstermijn van de voorzitter, vice-voorzitters en de twee adviseurs van de personen met uitvoerende bevoegdheden bedraagt drie jaar. Bedoelde ambtstermijn is eenmaal hernieuwbaar en het voorzitterschap wordt afwisselend opgenomen door vertegenwoordigers van de verschillende geledingen van de sector. Het mandaat van de voorzitter, de vice-voorzitters en de adviseurs van de personen met uitvoerende bevoegdheden wordt automatisch beëindigd als zijn/haar ambtstermijn afloopt zonder hernieuwing.
Amendement 26
Bijlage, artikel 13, lid 1
1.  Het comité vergemakkelijkt door adviezen en voorlichting de goede vervulling van de taak van het Agentschap. Het vormt een verbindingsorgaan tussen het Agentschap enerzijds en de producenten en gebruikers van de nucleaire industrie anderzijds.
1.  Het comité vergemakkelijkt door adviezen, analyses en voorlichting de goede vervulling van de taak van het Agentschap. Het zorgt met name voor de opstelling van de in artikel 1 (1 bis) bedoelde verslagen, overzichten en studies. Het vormt een verbindingsorgaan tussen het Agentschap enerzijds en de producenten en gebruikers van de nucleaire industrie anderzijds.
Amendement 27
Bijlage, artikel 13, lid 2
2.  Het comité kan worden geraadpleegd over alle vraagstukken welke tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren, hetzij mondeling op de vergaderingen van het comité, hetzij schriftelijk tussen die vergaderingen in. Het comité kan tevens adviezen over deze vraagstukken uitbrengen op initiatief van ten minste een derde van zijn leden.
2.  Het comité kan worden geraadpleegd over alle vraagstukken welke tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren, hetzij mondeling op de vergaderingen van het comité, hetzij schriftelijk tussen die vergaderingen in. Het comité wordt met name geraadpleegd wanneer dit besluit daarin uitdrukkelijk voorziet. Het comité kan tevens adviezen over deze vraagstukken uitbrengen op initiatief van ten minste een derde van zijn leden.
Amendement 28
Bijlage, artikel 13, lid 3, letter c)
c) de wijze van vaststelling van de heffing op transacties ter bestrijding van de bedrijfskosten van het Agentschap (artikel 54, alinea 5, van het Verdrag);
c) de wijze van vaststelling van de heffing op transacties ter bestrijding van de bedrijfskosten van het Agentschap (artikel 54, alinea 5, van het Verdrag) en het percentage daarvan;
Amendement 29
Bijlage, artikel 13, lid 3, letter c bis) (nieuw)
c bis) de criteria voor het opnemen van leningen, zoals bedoeld in artikel 6, lid 3;
Amendement 30
Bijlage, artikel 13, lid 3, letter c ter) (nieuw)
c ter) de criteria ter omschrijving van de prijsmanipulaties die in artikel 68 van het Verdrag worden verboden;
Amendement 31
Bijlage, artikel 13, lid 3, letter d bis) (nieuw)
d bis) het bijhouden van de "Financiële administratie van de bijzondere splijtstoffen", zoals bedoeld in artikel 88 van het Verdrag;
Amendement 32
Bijlage, artikel 13, lid 3, letter e)
e) het Financieel Reglement voor de jaarbegroting van het Agentschap, de rekeningen, het marktverslag en het werkprogramma;
e) het Financieel Reglement voor de jaarbegroting van het Agentschap en de afzonderlijke staat van ontvangsten en uitgaven van het Agentschap, zoals bedoeld in artikel 171, lid 2 van het Verdrag;
Amendement 33
Bijlage, artikel 13, lid 3, letter e bis) (nieuw)
e bis) het jaarverslag en het werkprogramma.
Amendement 34
Bijlage, artikel 14, lid 1, inleidende formule
1.  Het comité vergadert op de zetel van het Agentschap:
1.  De voorzitter roept het comité voor een vergadering op de zetel van het Agentschap bijeen:
Amendement 35
Bijlage, artikel 14, lid 1, letter a)
a) normaliter twee keer per jaar;
a) normaliter twee keer per jaar en telkens de voorzitter dit noodzakelijk acht;
Amendement 36
Bijlage, artikel 14, lid 6
6.  Het secretariaat van het comité wordt verzorgd door het Agentschap.
6.  Het secretariaat van het comité wordt verzorgd door het Agentschap. Het secretariaat stelt in samenwerking met de voorzitter de agenda ter goedkeuring van het Comité op, zendt alle relevante documenten ten minste 15 werkdagen vóór de vergaderdatum aan de leden van het Comité en stelt de notulen van de vergaderingen van het Comité en die van het Bureau.
Amendement 37
Bijlage, artikel 14, lid 7
7.  De reiskosten van een comitélid komen ten laste van het Agentschap.
7.  De reiskosten van een comitélid per lidstaat komen ten laste van het Agentschap.
Amendement 38
Bijlage, Slotbepalingen en artikel 15
Slotbepalingen
Schrappen
Artikel 15 - Handelingsbevoegdheid van het Agentschap
In elke lidstaat geniet het Agentschap de meest uitgebreide handelingsbevoegdheid die aan rechtspersonen op grond van de wetgeving in de desbetreffende lidstaat wordt verleend. Het Agentschap kan in het bijzonder roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en kan in rechte optreden.

(1) PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid