Inspanningen die de lidstaten in 2005 hebben geleverd om tot een duurzaam evenwicht tussen vangstcapaciteit en vangstmogelijkheden te komen
122k
45k
Resolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over de inspanningen die de lidstaten in 2005 hebben geleverd om tot een duurzaam evenwicht tussen vangstcapaciteit en vangstmogelijkheden te komen (2007/2108(INI))
– gezien het jaarlijks verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de inspanningen die de lidstaten in 2005 hebben geleverd om tot een duurzaam evenwicht tussen vangstcapaciteit en vangstmogelijkheden te komen (COM(2006)0872),
– gezien Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid(1),
– gezien Verordening (EG) nr. 1438/2003 van de Commissie van 12 augustus 2003 tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van het gemeenschappelijk vlootbeleid als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad(2),
– gezien het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2007)0196),
– gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over een beleid om in de Europese visserij ongewenste bijvangsten te verminderen en de teruggooi uit te bannen (COM(2007)0136),
– gezien de mededeling van de Commissie betreffende op rechten gebaseerde beheersinstrumenten in de visserijsector (COM(2007)0073),
– gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de verbetering van de vangstcapaciteits- en visserijinspanningsindicatoren in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2007)0039),
– gezien de slotverklaring van de wereldtop over duurzame ontwikkeling, gehouden in Johannesburg van 26 augustus tot 4 september 2002,
– gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij (A6-0297/2007),
A. overwegende dat de bescherming en instandhouding van de mariene rijkdommen en de exploitatie ervan overeenkomstig de beginselen van duurzame ontwikkeling een van de centrale elementen van het gemeenschappelijk visserijbeleid dienen te vormen,
B. overwegende dat de duurzaamheid van de visbestanden van essentieel belang is om op lange termijn de visserijactiviteit en de levensvatbaarheid van de visserijsector te waarborgen,
C. overwegende dat de overcapaciteit van de communautaire vloot in relatie tot de beschikbare bestanden sinds het begin van de jaren '80 een van de factoren van aanhoudende zorg is voor de levensvatbaarheid van de visbestanden,
D. overwegende dat de slotverklaring van de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling een op het ecosysteem gebaseerde analyse van de exploitatie van de visbestanden beoogt, dat daarin wordt voorgesteld een einde te maken aan destructieve visserijmethoden en dat erop wordt aangedrongen bij de exploitatie van de visbestanden het voorzorgsbeginsel te hanteren,
E. overwegende dat deze top zich ten doel heeft gesteld in 2015 tot herstel van de visbestanden te komen voor soorten die met uitsterven worden bedreigd en ervoor te zorgen dat alle visbestanden op die datum een exploitatieniveau hebben bereikt dat overeenkomt met de maximale duurzame opbrengst,
F. overwegende dat de Europese Unie de afgelopen jaren verschillende programma's inzake herstel en beheer van de overbeviste bestanden (heek, kabeljauw, tong, paling en langoustine) heeft goedgekeurd en dat deze naar verwachting in de toekomst moeten worden uitgebreid tot andere soorten met een commerciële waarde,
G. overwegende dat ondanks de vooruitgang die is geboekt sinds de invoering in 1983 van het eerste oriëntatieprogramma voor de vissersvloot, dat tot doel had de vermindering van de capaciteit en het motorvermogen met het oog op de aanpassing van de vloot aan de bestaande visbestanden, geen rekening is gehouden met de specifieke kenmerken van de nationale vloten en visserijsectoren en dat dit doel niet is bereikt door sommige lidstaten waarvan enkele de visserijinspanning zelfs hebben vergroot,
H. overwegende dat milieuvriendelijke visserijmethoden moeten worden bevorderd in combinatie met wetenschappelijk onderzoek op visserijgebied, middels beter en selectiever vistuig en via een verbod op vistuig waarmee de mariene ecosystemen worden vernietigd,
I. overwegende dat de door de lidstaten toegezonden gegevens ondanks het verstrijken van de jaren nog altijd niet homogeen zijn, hetgeen een vergelijkende analyse van de vloot bemoeilijkt of vrijwel onmogelijk maakt,
J. overwegende dat veel lidstaten gegevens voor het gegevensbestand over de vissersvloot met aanzienlijke vertraging hebben toegezonden en dat enkele lidstaten er niet in zijn geslaagd om deze binnen de in de communautaire wetgeving vastgestelde termijn toe te zenden,
K. overwegende dat voor een goed beheer van de visbestanden overeenkomstig het voorzorgsbeginsel en het beginsel van duurzame ontwikkeling een versterking van de bestaande controlemechanismen vereist is, zodat de vlaggenstaat en de kuststaat waar de vaartuigen actief zijn op elk moment in real time kunnen vaststellen waar de vaartuigen zich bevinden en welke visserijactiviteiten worden ontplooid,
L. overwegende dat de dialoog en de deelname van de beroepssector aan alle maatregelen die worden genomen om de vloot aan te passen aan de visbestanden onontbeerlijke voorwaarden zijn voor de doeltreffendheid van deze maatregelen,
M. overwegende dat de vissers en hun vertegenwoordigende organisaties moeten deelnemen aan het vaststellen van maatregelen inzake bescherming van het mariene milieu en herstel van de visbestanden,
N. overwegende dat de regionale adviesraden voor de visserij doeltreffende organen zijn voor samenwerking en dialoog tussen de verschillende belangen die in de visserijsector een rol spelen (milieu, natuurbehoud, beroepsbeoefenaren uit o.a. de sectoren productie, verwerking en aquacultuur), mits er een nauwe relatie bestaat tussen het geografisch gebied en de problematiek die door deze raden wordt geanalyseerd,
O. overwegende dat de visserijsector in de insulaire en ultraperifere regio's van de Europese Unie een specifieke problematiek kent die wordt gekenmerkt door mariene leefgebieden die gezien hun karakter speciale bescherming verdienen alsook door het bestaan van een vloot voor de kleinschalige kustvisserij die opereert onder moeilijke omstandigheden die voortvloeien uit de morfologie van het continentale plat en de locatie van de visbestanden op volle zee, zodat speciale voorwaarden vereist zijn om de veiligheid van de vaartuigen en de visserijactiviteiten te waarborgen,
1. complimenteert de Commissie met het jaarverslag over de inspanningen die de lidstaten in 2005 hebben geleverd om tot een duurzaam evenwicht tussen vangstcapaciteit en vangstmogelijkheden te komen, aangezien het verslag ondanks de problemen als gevolg van de uiteenlopende door de lidstaten verstrekte gegevens een samenvatting bevat van de ontwikkeling van de nationale vloten die een analyse van de ontwikkeling van deze vloten mogelijk maakt;
2. wijst nogmaals op de noodzaak om de maatregelen ter bescherming van het mariene milieu en het herstel van de visbestanden op een meer algemene manier te benaderen en met name aandacht te besteden aan bepaalde factoren die een grote invloed hebben op het mariene milieu en de situatie van de visbestanden (zoals vervuiling aan de kust en op volle zee, afvalwater van industrie en landbouw, baggerwerken in mariene gronden of maritiem vervoer) als aanvulling op de bestaande beheermethodes; acht op dit vlak een communautair initiatief van prioritair belang;
3. neemt ter kennis dat sprake is van een geleidelijke vermindering van de capaciteit en het totale motorvermogen van de vloot (ongeveer 2% per jaar) zonder dat het exploitatieniveau van de visbestanden is gedaald, vanwege de technische verbeteringen aan de vaartuigen die de mogelijkheden qua rendement en visserijinspanning van de bescheiden vermindering neutraliseren of overtreffen;
4. acht het onaanvaardbaar dat de lidstaten hun verplichtingen inzake het verzamelen en verzenden van de gegevens over de aanpassing van de visserijcapaciteit aan de visbestanden niet nakomen en verzoekt de Commissie deze vorm van niet-nakoming, net als bij de verplichtingen van de vissers inzake hun vangstgegevens, als een ernstige fout te beschouwen en deze derhalve te bestraffen;
5. onderstreept dat bij het afstemmen van de nationale vissersvloten op de bestaande visbestanden rekening dient te worden gehouden met de reeds verminderde visserijinspanning - met name de mate waarin de meerjarige oriëntatieprogramma's worden nageleefd;
6. herinnert eraan dat alle maatregelen inzake aanpassing aan de nationale vloten en herstel van de visbestanden in overleg met de vissers moeten worden genomen op basis van wetenschappelijk onderzoek op visserijgebied;
7. dringt er bij de Commissie op aan voorstellen voor richtsnoeren in te dienen die ervoor zorgen dat de lidstaten geharmoniseerde gegevens verstrekken op grond waarvan vergelijkende analyses van de ontwikkeling van de verschillende nationale vloten kunnen worden gemaakt en elke lidstaat over gedetailleerde informatie beschikt over het niveau van de vangsten van de vaartuigen die in zijn kustwateren actief zijn;
8. wijst erop dat gezien de realiteit en de momenteel vóórtdurende overcapaciteit het zinvol is kritisch te kijken naar het nut van de huidige regelingen inzake de aanpassing van de communautaire vloot aan de vangstmogelijkheden, waarbij in het kader van het beleid inzake de instandhouding van de visbestanden en het visserijbeheer plaats wordt ingeruimd voor andere, efficiëntere systemen die op zich kunnen leiden tot capaciteitsbeperkingen die de in de communautaire wetgeving vastgestelde beperkingen zelfs overtreffen;
9. verzoekt de Commissie de nodige initiatieven te nemen met het oog op de mogelijke overgang van een regeling inzake het beheer van de vloten die is gebaseerd op de beperking van het tonnage en het motorvermogen van de vaartuigen naar een regeling waarmee de visserijinspanning kan worden gecontroleerd middels beheer per geografisch visserijgebied en technische maatregelen die geschikt zijn voor een duurzaam beheer van de visbestanden;
10. verzoekt de Commissie met voorstellen te komen ter verbetering van de veiligheid van de vaartuigen voor de kleinschalige kustvisserij en de ambachtelijke visserij in de Europese Unie, met als doel de omvang en het vermogen van de motoren te vergroten en de vaartuigen te renoveren met het oog op de verbetering van de hygiëne en de veiligheid aan boord, zonder dat dit leidt tot een toename van de visserijinspanning;
11. verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor de instelling van een specifieke regionale adviesraad voor de ultraperifere regio's van de Europese Unie;
12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Resolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 (11707/2007 – C6-0232/2007 – 2007/2162(BUD))
– gelet op artikel 272 van het EG-Verdrag en artikel 177 van het Euratom-Verdrag,
– gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(1), en met name op de artikelen 37 en 38 daarvan,
– gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, definitief vastgesteld op 14 december 2006(2),
– gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(3),
– gezien het voorontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, ingediend door de Commissie op 21 juni 2007 (COM(2007)0340),
– gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007, opgesteld door de Raad op 13 juli 2007 (11707/2007 – C6-0232/2007),
– gelet op artikel 69 en Bijlage IV van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A6-0300/2007),
A. overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007 voorziet in wijzigingen in de structuur van de begroting als gevolg van de herziening van de ramingen van de traditionele eigen middelen (douanerechten, landbouwrechten en suikerheffingen), de BTW- en de BNI-grondslag, de verdiscontering van de Britse correcties en de financiering daarvan, die leiden tot een gewijzigde verdeling van de eigenmiddelenbijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting, de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds voor externe maatregelen alsook de gevolgen van wijzigingen in het Financieel Reglement aan de ontvangstenkant,
B. overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007 ten doel heeft deze begrotingsmiddelen formeel op te nemen in de begroting voor 2007,
1. neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007;
2. keurt het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2007 ongewijzigd goed;
3. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (COM(2006)0852 – C6-0012/2007 – 2006/0278(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0852),
– gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 71 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0012/2007),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0253/2007),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 5 september 2007 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2008/…/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land
(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in eerste lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Richtlijn 2008/.../EG.)
Voor menselijke voeding bestemde verduurzaamde melk (wijziging van Richtlijn 2001/114/EG) *
193k
30k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2001/114/EG inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde, geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde verduurzaamde melk (COM(2007)0058 – C6-0083/2007 – 2007/0025(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0058),
– gelet op artikel 37 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0083/2007),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0282/2007),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/1999) *
299k
47k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (COM(2007)0058 – C6-0084/2007 –2007/0026 (CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0058),
– gelet op artikel 37 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0084/2007),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0283/2007),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendementen van het Parlement
Amendement 1 OVERWEGING 4
(4) Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 wordt steun voor de particuliere opslag van room verstrekt als marktondersteuningsmaatregel. Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van die verordening mag bovendien steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder worden verstrekt. Aangezien beide steunmaatregelen in de praktijk al lang niet meer worden gebruikt, zelfs in situaties waarin sprake was van een ernstig gebrek aan evenwicht op de markten voor melkvet en –eiwitten, kunnen de twee maatregelen als achterhaald worden beschouwd en moeten ze worden afgeschaft.
(4) Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 wordt steun voor de particuliere opslag van room verstrekt als marktondersteuningsmaatregel. Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van die verordening mag bovendien steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder worden verstrekt.
Amendement 2 OVERWEGING 8 BIS (nieuw)
(8 bis)Budgettaire besparingen die de standaardisering oplevert, moeten ten goede komen aan de melksector. Er wordt een melkfondsherstructureringsprogramma opgericht om de hervormingsmaatregelen in de melksector te begeleiden en te ondersteunen. Het melkfonds-herstructureringsprogramma heeft onder meer de volgende doelen: ondersteuning van het herstructureringsproces bij melkproducenten en -verwerkers, die te maken hebben met een toenemende liberalisering van de markt; versterking van maatregelen ter bevordering van de afzet en inzake voorlichting op voedingsgebied (promotional activities) voor de melksector; handhaving en modernisering van de melkproductie onder moeilijke omstandigheden in berggebieden; versterking van de schoolmelkregeling.
Amendement 3 ARTIKEL 1, PUNT 2, LETTER C, PUNT I Artikel 6, lid 3, alinea 1, streepje -1 (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1255/1999)
-Room
Amendement 4 ARTIKEL 1, PUNT 3, LETTER B Artikel 7, lid 3 (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1255/1999)
b) lid 3 wordt geschrapt.
Schrappen
Amendement 5 ARTIKEL 1, PUNT 6 Artikel 14, lid 3, streepje 2 (Verordening (EG) nr. 1255/1999)
– 16,11 EUR/100 kg voor alle melk vanaf 1 augustus 2007.
– 18,15 EUR/100 kg voor alle melk vanaf 1 augustus 2007.
Amendement 6 ARTIKEL 1, PUNT 6 BIS (nieuw) Artikel 13, lid 4 bis (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1255/1999)
(6 bis)Aan artikel 14 wordt het volgende lid toegevoegd:
"4 bis. De Commissie zal een effectbeoordeling van de tenuitvoerlegging van de schoolmelkregeling voorleggen en in deze context andere opties voor de uitbreiding van het assortiment producten dat onder deze regeling valt, onderzoeken. Hierbij besteedt zij bijzondere aandacht aan nieuwe, innovatieve en gezonde producten."
Amendement 7 ARTIKEL 1, PUNT 6 TER (nieuw) Titel I, Hoofdstuk III bis (nieuw), Artikel 15 bis (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1255/1999)
(6 ter)Aan titel I wordt het volgende hoofdstuk toegevoegd:
HOOFDSTUK III bis
Melkfondsherstructureringsprogramma
Artikel 15 bis
Voor 1 januari 2008 wordt een melkfonds-herstructureringsprogramma opgezet, om de hervormingsmaatregelen in de melksector te begeleiden en te ondersteunen.
Het melkfondsherstructureringsprogramma heeft onder meer de volgende doelen:
– ondersteuning van het herstructureringsproces bij melkproducenten en -verwerkers, die te maken hebben met een toenemende liberalisering van de markt;
– versterking van maatregelen ter bevordering van de afzet en inzake voorlichting op voedingsgebied (promotional activities) voor de melksector; – handhaving en modernisering van de melkproductie onder moeilijke omstandigheden in berggebieden;
- versterking van de schoolmelkregeling.
Aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk (wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97) *
202k
41k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk (COM(2007)0058 – C6-0085/2007 –2007/0027 (CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM (2007)0058),
– gelet op artikel 37 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0085/2007),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0284/2007),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendementen van het Parlement
Amendement 1 OVERWEGING 4
(4) Om de consument duidelijkheid te verschaffen mogen dergelijke producten echter niet volle melk, halfvolle melk of magere melk worden genoemd, maar moet het vetgehalte duidelijk in procenten op de verpakking ervan worden vermeld.
(4) Om de consument duidelijkheid te verschaffen mogen dergelijke producten echter niet volle melk, halfvolle melk of magere melk worden genoemd, maar moet op de verpakking rechtstreeks samenhangend met de productaanduiding het melkvetgehalte duidelijk in procenten worden vermeld.
Amendement 2 ARTIKEL 1 Artikel 3, lid 1, alinea 2 (Verordening (EG) nr. 2597/97)
"Warmtebehandelde melk die niet voldoet aan de in de eerste alinea, onder b), c) en d) vastgestelde eisen ten aanzien van het vetgehalte, mag als consumptiemelk worden beschouwd, mits het vetgehalte duidelijk en gemakkelijk leesbaar op de verpakking is aangebracht, en wel als volgt: "vetgehalte …%". Die melk mag niet worden omschreven als volle melk, halfvolle melk of magere melk. De lidstaten mogen producenten toestaan het vetgehalte als volgt weer te geven: "vetgehalte ...% ± 0,2%"."
"Warmtebehandelde melk die niet voldoet aan de in de eerste alinea, onder b), c) en d) vastgestelde eisen ten aanzien van het vetgehalte, wordt met inachtneming van de voorschriften van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame1 als consumptiemelk beschouwd, mits het vetgehalte duidelijk en gemakkelijk leesbaar rechtstreeks samenhangend met de productaanduiding op de verpakking is aangebracht, en wel als volgt: "melk …% vet". Die melk mag niet worden omschreven als volle melk, halfvolle melk of magere melk. ______________ 1PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/142/EG van de Commissie (PB L 368 van 23.12.2006, blz. 110)."
Beveiliging van de luchtvaart (vloeistoffen die aan boord van vliegtuigen worden gebracht)
109k
32k
Resolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over Verordening (EG) nr. 1546/2006 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (vloeistoffen die aan boord van vliegtuigen worden gebracht)
– gezien Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart(1),
– gezien het voorstel van de Commissie tot intrekking en vervanging van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (COM(2005)0429),
– gezien Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart(2),
– gezien Verordening (EG) nr. 1546/2006 van de Commissie van 4 oktober 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart(3) (vloeistoffen die aan boord van een vliegtuig worden gebracht),
– gezien de vragen met verzoek om mondeling antwoord B6-0004/2007, B6-0005/2007, B6-0006/2007, B6-0007/2007 en B6-0008/2007,
– gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,
1. steunt alle veiligheidsmaatregelen tegen terrorismegevaren in de luchtvaart die realistisch zijn bedoeld om het risico tot een minimum terug te brengen en die niet disproportioneel zijn;
2. wijst erop dat de controle op vloeistoffen in handbagage door X-ray-apparaten niet kan ontdekken of er explosieven in vloeistoffen verstopt zijn en verzoekt de Commissie en de lidstaten om hun inspanningen te vergroten bij de steun aan onderzoek naar effectieve middelen om explosieven in vloeistoffen te ontdekken;
3. is van mening dat Verordening (EG) nr. 1546/2006 niet uniform en consequent wordt toegepast op alle luchthavens in de Europese Unie en verzoekt deze implementatie uit te voeren;
4. constateert dat het uitvoeren van Verordening (EG) nr. 1546/2006 de luchthavens en operators voor steeds grotere kosten stelt;
5. beseft terdege de noodzaak van kwalitatief hoogstaande veiligheid, maar constateert dat de passagiers worden geconfronteerd met kosten door inbeslagname van particuliere eigendommen als gevolg van de implementatie van Verordening (EG) nr. 1546/2006;
6. erkent de aanzienlijke ongemakken en het oponthoud voor passagiers, vooral bij transit, en operators als gevolg van Verordening (EG) nr. 1546/2006;
7. maakt zich zorgen dat de door Verordening (EG) nr. 1546/2006 veroorzaakte kosten niet in verhouding staan tot de toegevoegde waarde ervan in termen van meer veiligheid;
8. verzoekt de Commissie te handelen zoals bepaald in artikel 232 van het EG-Verdrag door de letterlijke tekst te publiceren en aan de burgers ter beschikking te stellen van de verbodsbepalingen en beperkingen die op hen kunnen worden toegepast, alsmede de lijst van uitzonderingen daarop en de motieven die aan de maatregel ten grondslag liggen;
9. verzoekt de Commissie om met spoed Verordening (EG) nr. 1546/2006 (vloeistoffen die aan boord van een vliegtuig worden gebracht) te beoordelen en - indien geen verdere doorslaggevende feiten worden aangedragen - in te trekken;
10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.
– gezien de nieuwe strategie van Lissabon, waarvan een succesvolle uitvoering voor een belangrijk deel berust op een efficiënt logistiek systeem, en de conclusies van de Raad betreffende de bijdrage die de transportsector aan de realisering van de strategie van Lissabon levert,
– gezien de tussentijdse evaluatie van het Witboek transport 2001 van de Europese Commissie (COM(2006)0314), waarin een hoofdstuk is opgenomen over goederenlogistiek als een middel voor intelligente mobiliteit,
– gezien de mededeling van de Commissie inzake goederenlogistiek in Europa – sleutel tot duurzame mobiliteit (COM(2006)0336),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 14 februari 2007 betreffende de inbreng voor de voorjaarsbijeenkomst van 2007 van de Raad met betrekking tot de strategie van Lissabon(1),
– gezien de voorstellen en richtlijnen van de Commissie en de opvattingen van het Parlement ten aanzien van de Structuurfondsen, het Cohesiefonds en het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie,
– gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 9 maart 2007 over klimaatverandering,
– gezien de mededeling van de Commissie "Naar een toekomstig maritiem beleid voor de Unie: Een Europese visie op de oceanen en zeeën" (COM(2006)0275) en de resolutie van het Europees Parlement van 12 juli 2007(2) over deze mededeling,
– gezien de conclusies van de Raad van 12 december 2006 betreffende de mededeling van de Commissie inzake de goederenlogistiek in Europa,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het Europees beleid op het gebied van logistiek(3),
– gelet op artikel 45 van zijn reglement,
– gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6-0286/2007),
A. overwegende dat de maatregelen die sinds 2001 door het Europees gemeenschappelijk vervoersbeleid zijn doorgevoerd niet langer voldoende zijn om tegemoet te komen aan de nieuwe uitdagingen op economisch, sociaal en milieugebied,
B. overwegende dat de transport- en logistieke sector zich blijft ontwikkelen als een belangrijke economische tak in de dienstensector en nieuwe banen creëert,
C. overwegende dat een efficiënte en effectieve goederenlogistiek als integrerend onderdeel van het vervoerssysteem van de EU noodzakelijk is voor het economisch rendement en het concurrentievermogen, voor een optimaal gebruik van hulpbronnen, het scheppen van werkgelegenheid, de bescherming van het milieu, de bestrijding van klimaatverandering en de verbetering van veiligheid en beveiliging,
D. overwegende dat de logistieke sector van wezenlijk belang is voor de sociale, economische en territoriale samenhang en een betere integratie van de perifere gebieden en regio's in een uitgebreide EU,
1. neemt met genoegen kennis van bovengenoemde mededeling inzake goederenlogistiek in Europa en moedigt het overleg met de betrokken belanghebbenden om tot een oplossing van bestaande knelpunten te komen, aan;
2. steunt het voornemen van de Commissie om in het najaar van 2007 een actieplan voor goederenlogistiek te presenteren, dat moet dienen om logistiek op de politieke agenda te plaatsen en meer gestalte te geven door op het potentieel, de aantrekkelijkheid en het nut ervan te wijzen;
3. erkent de waarde van het verband dat de Commissie legt tussen logistiek en co-modaliteit door elke modaliteit op zich te beschouwen en in aanmerking te nemen hoe de verschillende vervoerswijzen in de logistieke ketens zijn geïntegreerd en meent dat moet worden aangemoedigd dat alle vervoerswijzen voldoen aan concurrerende en duurzame normen;
4. dringt erop aan in de nieuwe Lissabon-strategie prioriteit te geven aan het vervoer, de logistiek en de ontwikkeling van de trans-Europese netwerken en verzoekt de lidstaten om deze prioriteit op te nemen in de nationale plannen welke tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2008 zullen worden gepresenteerd;
Vereenvoudiging van de administratieve lasten
5. neemt er nota van dat logistiek in eerste instantie een zakelijke activiteit is; is echter van oordeel dat de overheid als katalysator kan dienen, in het bijzonder waar het gaat om de verbetering van het kader voor multimodaal goederenvervoer;
6. erkent het belang van dat de ontwikkeling van administratieve afhandeling aan één loket binnen de sector om de efficiency te vergroten, bureaucratische procedures te verkorten en de kosten terug te dringen;
7. neemt met genoegen kennis van het voornemen van de Commissie om de details en de toegevoegde waarde te bestuderen van een op te stellen model voor een gestandaardiseerd vervoersdocument als EU-model voor al het goederenvervoer, ongeacht de vervoerswijze; is evenwel van mening dat een dergelijk document de transportondernemingen duidelijke rechtszekerheid moet bieden en het grote aantal bestaande vervoersdocumenten moet vervangen;
8. verzoekt de Commissie om haar inspanningen om de procedures voor de kustvaart te vereenvoudigen en het concept van maritieme snelwegen meer operationeel te maken, op te voeren; pleit eveneens voor aanvullende voorstellen voor binnenlandse waterwegen op grond van het NAIADES-initiatief; roept op tot de aanstelling in de nabije toekomst van een Europese coördinator die zich moet bezighouden met maritieme snelwegen, die behoren tot de prioritaire projecten voor trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T);
9. ondersteunt de discussie die de Commissie is gestart naar aanleiding van haar Groenboek met de titel "Naar een toekomstig maritiem beleid voor de Unie: Een Europese visie op de oceanen en zeeën" (COM(2006)0275) met betrekking tot een toekomstige "Gemeenschappelijke Europese Maritieme ruimte" en verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen waarin intracommunautaire kustvaart op de middellange termijn niet langer zal worden behandeld als internationaal transport;
Intelligente vervoerssystemen
10. realiseert zich het belang op het gebied van logistiek van geavanceerde informatie- en communicatiesystemen en de ontwikkeling van "intelligent vervoer", met name dankzij Galileo en andere initiatieven van de EU, zoals het Europees luchtverkeerscontrolesysteem (SESAR), het Europees beheersysteem voor spoorvervoer (ERTMS), het riviereninformatiesysteem (RIS), en SafeSeaNet, en van innovatieve voertuigvolgsystemen (tracking and tracing);
11. benadrukt het belang van intelligente vervoerssystemen (intelligent transport systems, (ITS)) om de efficiency van alle vervoerswijzen te vergroten en is van mening dat het gebruik van deze systemen als een zaak van hoge prioriteit binnen de EU moet worden aangemoedigd, waarbij bijzondere aandacht moet worden geschonken aan hun volledige interoperabiliteit en gelijke toegankelijkheid, vooral voor het midden- en kleinbedrijf, moet worden gewaarborgd;
12. onderstreept het belang van de ontwikkeling van e-freight als middel om administratieve procedures te beperken, procedures te versnellen en mogelijkheden te bieden om het aantal in te vullen formulieren te rationaliseren en te beperken, met name voor grensoverschrijdend goederenvervoer;
13. wijst erop dat, teneinde de intelligente vervoerssystemen op EU-niveau volledig operationeel te maken, grotere compatibiliteit en interoperabiliteit tussen oude en nieuwe systemen van essentieel belang is;
14. erkent dat de ontwikkeling van intelligente vervoerssystemen op een juiste manier moet worden gefinancierd en door passende opleidingsprogramma's dient te worden ondersteund, waarbij er speciaal op dient te worden gelet dat het midden- en kleinbedrijf van een volledige toegang verzekerd is;
Infrastructuur en investeringsbeleid
15. betreurt de effecten van het standpunt van de Raad ten aanzien van de bekostiging van trans-Europese vervoersnetwerken op de ontwikkeling van de goederenlogistiek in de EU; verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten dringend om de gelegenheid die door het debat van 2008-2009 over de financiering van het EU-beleid geboden wordt te benutten teneinde te komen tot een definitieve oplossing van het voortdurende probleem van onderfinanciering van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, in het bijzonder waar het gaat om projecten voor trans-Europese vervoersnetwerken en intelligente vervoerssystemen; stelt voor dat bij toekomstige besluiten over de financiering van trans-Europese vervoersnetwerken rekening wordt gehouden met de toegevoegde waarde van de logistieke component;
16. wenst dat de ernstige nog resterende knelpunten voor een vrij verkeer van personen, goederen en diensten die het gevolg zijn van de chronische tekortkomingen van de routes door de grote grensoverschrijdende bergmassieven, zoals in de Alpen en de centrale Pyreneeën, zo spoedig mogelijk worden weggenomen door de noodzakelijke communautaire infrastructuur (laaggelegen spoortunnels) aan te leggen die echte en in modale termen duurzamere alternatieven biedt voor de weinige bestaande corridors, die volledig verstopt zijn;
17. dringt er bij de Commissie op aan om, teneinde de revitalisatie van de Europese spoorwegen te stimuleren en daarmee de capaciteit voor goederenvervoer van deze spoorwegen te verbeteren, een speciaal spoorwegstelsel te ontwerpen en te ontwikkelen en initiatieven te ontplooien om een dergelijk stelsel in het leven te roepen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan grensoverschrijdende corridors en aan de ontwikkeling van intermodale knooppunten; doet eveneens een beroep op alle lidstaten om een dergelijk initiatief op nationaal niveau te ondersteunen;
18. wijst op de dringende noodzaak co-modale infrastructuur te ontwikkelen en perrons en overslagfaciliteiten aan te leggen, in het bijzonder tussen binnenlandse waterwegen en spoorwegen, alsmede inlandterminals in het achterland om een Europees binnenlands logistiek systeem te ontwikkelen; is ook van mening dat de verbindingen tussen spoorwegen en luchthavens dringend uitgebreid moeten worden om de capaciteit en het concurrentievermogen van de luchtvaartsector te handhaven, zowel met betrekking tot vluchten binnen de Gemeenschap als tot langeafstandsvluchten buiten de EU, met name ten aanzien van het vrachtvervoer;
19. verzoekt de Commissie om als onderdeel van het actieplan bij het financieren van logistiek te waarborgen dat de beste praktijk wordt verbreid, zoals initiatieven voor het gebruik van gecombineerde privé- en overheidsfinanciering, of van de mogelijkheden die worden geboden door de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees investeringsfonds (EIF) en structuurinstrumenten; verzoekt de Commissie te trachten om oplossingen die thans worden ontwikkeld voor middellange- en langetermijnprojecten van de EU, zoals Galileo, ook naar andere infrastructurele projecten uit te breiden;
Opleiding en de aantrekkelijkheid van beroepen in de logistieke sector
20. neemt er met genoegen kennis van dat de Commissie opleiding, waaronder training gedurende het gehele leven, als een prioriteit beschouwt en steunt het voorstel om op vrijwillige basis te komen tot gemeenschappelijk opleidingsnormen en benchmarks, en de wederzijdse erkenning van vaardigheden, kennis en competenties van alle werknemers die in transport en logistiek werkzaam zijn;
21. stelt met nadruk dat het huidige gebrek aan gekwalificeerd logistiek personeel dat op alle niveaus en in alle sectoren heerst, kan worden opgeheven door passende scholing aan te bieden en dienovereenkomstig de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten;
Stedelijk vervoer
22. steunt het voornemen van de Commissie om een Groenboek voor het stedelijk vervoer vast te stellen en verzoekt om de opname hierin van een hoofdstuk over stedelijke logistiek met een bijzondere nadruk op de verspreiding van de beste praktijk;
Standaardisering
23. verzoekt de Europese standaardisatie-instituten met klem te helpen bij het opstellen van technische standaarden voor de verschillende vervoerstypen en waarin dat gepast en mogelijk is, het intermodale aspect van logistiek volledig te integreren in hun werk, daarbij rekening houdende met de mening van alle betrokken partijen;
24. verlangt dat de Commissie een diepgaande studie voorbereidt naar de geschiktheid van verschillende standaards voor gewichten en afmetingen in de goederentransportsector in het licht van technologische veranderingen en de huidige omstandigheden, en wel na uitputtend overleg met alle betrokken partijen;
25. staat erop dat het actieplan voor goederenlogistiek een verbetering van innovatieve logistiek, co-modaliteit en een veiligere en duurzame mobiliteit ondersteunt; stelt voor dat de Commissie vrachtwagens van 60 ton alleen toelaat op bepaalde wegen op verzoek van en binnen een lidstaat; is van mening dat bij de beoordeling van deze verzoeken met name moet worden gekeken naar factoren zoals de bestaande infrastructuur en veiligheid;
Veiligheid
26. neemt er nota van dat transportveiligheid een onderwerp is dat de Commissie voornemens is in haar actieplan aan te pakken; staat erop dat de acties die worden genomen waarborgen bieden voor het hoogste veiligheidsniveau en dat daarbij de positie van de EU op internationaal niveau wordt versterkt; benadrukt echter tegelijkertijd dat gezorgd moet worden voor een evenwichtige relatie tussen veiligheidsprocedures en het vrije verkeer van goederen, een punt dat ook door de Commissie aan de orde is gesteld;
27. wijst erop dat de beveiliging van ladingen in het goederenvervoer tegen diefstal, roof en kaping waarschijnlijk niet afdoende wordt gewaarborgd door het Actieplan; staat erop dat er stappen worden genomen om georganiseerde misdaad te bestrijden, in het bijzonder in grensgebieden en in internationaal goederenvervoer waarbij derde landen betrokken zijn;
Planning
28. verzoekt de lidstaten om binnen het algemene kader van het actieplan van de EU nationale actieplannen voor goederenlogistiek op te stellen;
29. steunt het voorstel van de Commissie om werkgroepen in het leven te roepen die knelpunten moeten aanpakken, maar beklemtoont dat deze activiteit niet beperkt mag blijven tot een onderzoek naar de afzonderlijke vormen van transport en niet mag worden uitgevoerd zonder een alomvattend overzicht; benadrukt in dit verband dat beheersstategieën voor het stimuleren van betere benutting van de vlootcapaciteit en een soepeler functioneren van de infrastructuur aanzienlijke voordelen kunnen bieden voor duurzame goederenlogistiek;
30. verzoekt om nauwe en permanente samenwerking op nationaal en Europees niveau tussen alle belanghebbenden in de sector van transport en logistiek om onder meer de bestaande knelpunten praktisch weg te nemen;
31. verzoekt de Commissie de toekomstige uitdagingen en mogelijke oplossingen voor de problemen in verband met goederenlogistiek in Europa te bespreken in een jaarlijks Europees logistiekforum;
Statistieken
32. verzoekt de Commissie de grootst mogelijke spoed te betrachten bij de ontwikkeling van een actuele en efficiënte statistische database voor de logistiek binnen de EU die zich beperkt tot zinvolle en essentiële gegevens en geen onnodige inspanningen vereist van de betrokken ondernemingen en er hierbij zorg voor te dragen dat er geen extra rapportageverplichtingen worden opgelegd aan het Europese bedrijfsleven;
33. verzoekt in het bijzonder om vooruitgang bij het vaststellen van een gemeenschappelijk stelsel van meeteenheden en van een gemeenschappelijke terminologie voor statistische doeleinden in de lidstaten, en om het bijeenbrengen van meer informatie over containerbewegingen;
34. benadrukt het belang van het vrije verkeer van goederen binnen de Gemeenschap en roept de Commissie daarom op haar inspanningen te intensiveren om een deugdelijke tenuitvoerlegging en naleving van de bestaande en richtlijnen te stimuleren;
35. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
– gezien Beschikking 2003/8/EG van de Commissie van 23 december 2002 tot uitvoering van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk,
– gezien het verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de EURES-activiteiten in de periode 2004-2005: "Naar één Europese arbeidsmarkt: de bijdrage van EURES", ingediend overeenkomstig artikel 19, lid 3 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 (COM(2007)0116),
– gezien de vraag met verzoek om mondeling antwoord B6-0136/2007 aan de Commissie over de bijdrage van EURES tot een eengemaakte Europese arbeidsmarkt,
– gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,
A. overwegende dat geografische en beroepsmobiliteit cruciale factoren zijn voor het welslagen van de herziene Lissabon-strategie, en dat in Beschikking 2005/600/EG van de Raad van 12 juli 2005 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten onderstreept wordt dat mobiliteit van het grootste belang is om meer mensen in staat te stellen beter werk te vinden, en wordt opgeroepen tot het wegnemen van "beletsels voor trans-Europese mobiliteit voor werknemers in het kader van de Verdragen"; overwegende dat sommige lidstaten de geografische mobiliteit van bepaalde EU-burgers nog steeds beperken, hoewel het vrije verkeer van werknemers een fundamenteel beginsel van de Gemeenschap is,
B. overwegende dat de verhoging van de kredieten voor EURES (European Employment Services) met 2 000 000 EUR in de begroting 2007 bestemd was voor de verdere ontwikkeling en de werking van het EURES-netwerk, en dat het Europees jaar van de mobiliteit van werknemers in 2006 tot een aanzienlijke stijging van het aantal bezoekers van het EURES-netwerk-portaal voor beroepsmobiliteit heeft geleid,
1. meent dat EURES moet uitgroeien tot een belangrijk communicatieplatform voor de Europese arbeidsmarkt, een centraal aanspreekpunt voor geografische en beroepsmobiliteit van werknemers, dat erop gericht is de bestaande hinderpalen (met name in beroepsgerelateerde socialezekerheidskwesties) uit de weg te ruimen, alle werknemers te informeren over hun individuele rechten, met name op het stuk van gelijke behandeling, het EURES-adviesnetwerk zowel kwantitatief als kwalitatief verder uit te bouwen, de toegang tot werkaanbiedingen voor seizoenarbeid of tijdelijke arbeid in andere lidstaten dan het land van herkomst te verbeteren, en de inhoud van de EURES-portaalsite uit te breiden tot informatie over werkaanbiedingen om tegemoet te komen aan de behoeften van onderdanen van derde landen, met name die welke onder het nabuurschapsbeleid van de EU vallen;
2. meent dat de Commissie de geografische en beroepsmobiliteit van werknemers via de verhoogde begrotingslijn voor het EURES-netwerk verder moet bevorderen, door projecten te ondersteunen op het gebied van grensoverschrijdende aanwerving en partnerschappen tussen "oude" en "nieuwe" lidstaten, alsmede tussen "nieuwe" lidstaten onderling;
3. constateert dat het Europees Jaar van de mobiliteit van werknemers tot een aanzienlijke toename van de vraag naar EURES-diensten heeft geleid, met name wat betreft verzoeken om informatie van mobiele werknemers en kandidaten voor mobiliteit; prijst het werk van diegenen die aan het EURES-netwerk meewerken, zoals de EURES-adviseurs, de sociale partners en de regionale en plaatselijke organisaties; verwacht dat als gevolg van de toegenomen zichtbaarheid van het EURES-netwerk in de context van het Europees Jaar en de succesvolle organisatie van Europese banenmarkten, in de toekomst soortgelijke initiatieven zullen worden hernomen;
4. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade
148k
69k
Resolutie van het Europees Parlement van 5 september 2007 over een EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade (2007/2005(INI))
– gezien de mededeling van de Commissie over een EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade (COM(2006)0625),
– gezien Aanbeveling 2001/458/EG van de Raad van 5 juni 2001 betreffende alcoholgebruik door jongeren, in het bijzonder kinderen en adolescenten(1),
– gezien de conclusies van de Raad van 5 juni 2001 inzake een strategie van de Gemeenschap ter beperking van aan alcohol gerelateerde schade(2),
– gezien Aanbeveling 2004/345/EG van de Commissie van 6 april 2004 inzake handhaving op het gebied van verkeersveiligheid(3),
– gezien de verklaring inzake jonge mensen en alcohol, aangenomen op Europese ministeriële conferentie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) inzake jonge mensen en alcohol, Stockholm, 19-21 februari 2001,
– gelet op diverse arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (zaak Franzén (C-189/95), zaak Heinonen (C-394/97), zaak Gourmet (C-405/98), en de zaken Loi Evin (C-262/02 en C-429/02),
– gelet op de resolutie van de WHO van 25 mei 2005 over volksgezondheidsproblemen die worden veroorzaakt door schadelijk gebruik van alcohol (WHA 58.26),
– gezien doelstelling 12 van het Health-beleidskader van de WHO 21 van 1999 en het in 1999 aangenomen Europese Actieplan Alcohol 2000-2005 van de WHO,
– gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0303/2007),
A. overwegende dat de terminologie die wordt gebruikt bij het bespreken van aan alcohol gerelateerde schade gebaseerd moet zijn op officiële terminologie zoals vastgelegd door de WHO om meerduidige bewoordingen en betekenissen te vermijden,
B. overwegende dat het probleem van gevaarlijk en schadelijk alcoholgebruik, met name bij jongeren, evident is op Europees niveau en dat dergelijk gebruik het menselijk organisme beschadigt, in het bijzonder bij kinderen en jonge mensen, en sterfgevallen veroorzaakt door hiermee verband houdende ziekten en ongevallen alsmede door sociale problemen en criminaliteit, terwijl het ook de Europese economie grote schade berokkent, en overwegende dat de noodzaak om een op bewijzen gebaseerd alcoholbeleid ten uitvoer te leggen momenteel een prioriteit is voor alle lidstaten,
C. overwegende dat gevaarlijk en schadelijk gebruik van alcohol een belangrijke gezondheidsdeterminant is en een bedreiging voor de volksgezondheid, die verantwoordelijk is voor diverse vormen van gezondheids- en maatschappelijke schade,
D. overwegende dat in artikel 152 van het EG-Verdrag de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de Europese Gemeenschap wordt neergelegd om problemen inzake volksgezondheid aan te pakken in aanvulling op nationaal optreden op dat vlak; overwegende dat inspanningen op EU-niveau om goede praktijken vast te stellen en te verspreiden, die op dit gebied positieve resultaten hebben opgeleverd, een belangrijke aanvulling vormen op de nationale beleidsmaatregelen; overwegende dat een beschouwing van effectieve nationale actieplannen zou kunnen worden gebruikt als basis voor soortgelijke maatregelen in andere lidstaten, en synergieën zou kunnen creëren op nationaal niveau,
E. overwegende dat economische en sociale factoren (stress op het werk, overmatige werkdruk, werkloosheid, onzekere arbeidspositie, enz.) een belangrijke rol kunnen spelen bij gevaarlijk alcoholgebruik en bij het ontwikkelen van een afhankelijkheid van alcohol,
F. overwegende dat de lidstaten verschillende strategieën toepassen om alcoholmisbruik te voorkomen en/of aan alcohol gerelateerde gezondheidsproblemen te verminderen,
G. overwegende dat de Europese Gemeenschap algemene doelstellingen dient te formuleren voor het ombuigen van de schadelijke effecten van gevaarlijk en schadelijk alcoholgebruik in de lidstaten en in nauwe samenwerking met de lidstaten maatregelen kan nemen ter voorkoming van aan alcohol gerelateerde schade die zowel de drinkers als derden treft, waaronder schadelijke effecten op de gezondheid, zoals FAS (Foetal Alcohol Syndrom), FASD (Foetal Alcohol Spectrum Disorders), leveraandoeningen, kanker, verhoogde bloeddruk, hartaanvallen en verkeers- en bedrijfsongevallen, maar ook sociale schade, zoals geweld binnen de relatie of het gezin, kinderverwaarlozing, werkloosheid, armoede, maatschappelijk stigma en sociale uitsluiting,
H. overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen herhaaldelijk heeft bevestigd dat de bestrijding van aan alcohol gerelateerde schade een belangrijke en gegronde doelstelling voor de volksgezondheid is,
I. overwegende dat, hoewel hetzelfde verontrustende drinkpatroon onder jongeren in de verschillende lidstaten wordt vastgesteld, de drinkgewoonten en -tradities variëren in de verschillende delen van de Europese Unie, een gegeven waarmee rekening moet worden gehouden bij het formuleren van een Europese aanpak van aan alcohol gerelateerde problemen, om elke lidstaat de mogelijkheid te bieden zijn aanpak af te stemmen op de problemen en op de aard van de aan alcohol gerelateerde schade; overwegende dat een enkel, uniform alcoholbeleid voor alle lidstaten niet mogelijk is, overwegende dat er nog altijd een aantal grensoverschrijdende kwesties bestaan op het gebied van alcoholbeleid die het de afzonderlijke lidstaten op nationaal niveau steeds moeilijker maken; overwegende dat er daarom behoefte is aan gecoördineerd handelen op EU-niveau; overwegende dat de Commissie er bij de lidstaten op aan moet dringen dat zij een effectief en ambitieus beleid voeren ter bestrijding van riskante en schadelijke alcoholconsumptie en dat zij hierbij de lidstaten optimaal moeten steunen;
J. overwegende dat politieke maatregelen op nationaal of EU-niveau nooit in de plaats kunnen komen voor de verantwoordelijkheid voor gematigd alcoholgebruik, die uiteindelijk bij het individu en het gezin ligt,
K. overwegende dat richtsnoeren voor consumptie met weinig risico zouden kunnen worden aangegeven door middel van Europese campagnes gericht op de bevolking en aangepast aan de specifieke omstandigheden in de lidstaten, en dat er krachtige gerichte maatregelen zouden moeten worden genomen om schadelijk en gevaarlijk alcoholgebruik te voorkomen in het verkeer en op het werk; overwegende dat er eveneens maatregelen moeten worden genomen om alcoholconsumptie door minderjarigen en zwangere vrouwen te voorkomen,
L. overwegende dat de maatschappij een groot deel van de kosten van gevaarlijk en schadelijk alcoholgebruik betaalt; overwegende dat iedereen daarom zou profiteren van een efficiënte vermindering van de aan alcohol gerelateerde schade; overwegende dat het dus redelijk is om bepaalde beperkingen te stellen aan de toegang tot alcoholische dranken,
M. overwegende dat gezondheidsclaims in het geheel niet toegestaan zijn op alcoholische dranken en voedingsclaims slechts in uitzonderlijke gevallen, zoals is bepaald in Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en van de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen(4),
N. overwegende dat alcoholgebruik de opname van diverse voedingsstoffen aanzienlijk beïnvloedt; overwegende dat alcoholgebruik van invloed is op de werking van diverse geneesmiddelen als gevolg van de wisselwerking die ertussen bestaat,
O. overwegende dat de schadelijke effecten van alcoholconsumptie op de lever uitgebreid zijn aangetoond, evenals de nadelige gevolgen voor het centrale en perifere zenuwstelsel, en dat dit in toenemende mate het geval is in de vergrijzende samenleving van vandaag,
1. verwelkomt de aanpak die de Commissie heeft gekozen in haar mededeling over alcoholmisbruik en de schadelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid; doet echter een oproep aan de Commissie om, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, ambitieuze en algemene doelstellingen voor de lidstaten te formuleren om het gevaarlijk en schadelijk alcoholgebruik terug te dringen; roept de lidstaten op in het bijzonder aandacht te besteden aan kwetsbare sociale groepen, zoals kinderen, jonge mensen en zwangere vrouwen, en de problemen van alcoholmisbruik door jonge mensen en werknemers alsmede rijden onder invloed aan te pakken door middel van informatie- en bewustmakingscampagnes en, waar van toepassing, controle op de naleving van de bestaande nationale wetten;
2. erkent dat alcoholgebruik kan worden gezien als een onderdeel van het cultureel erfgoed en de levensstijl van Europa; erkent daarnaast dat lage alcoholconsumptie, dat wil zeggen 10 gram per dag volgens het Europese Actieplan Alcohol 2000-2005 van de WHO onder bepaalde omstandigheden kan helpen om hart- en vaatziekten en ischemie bij sommige personen van middelbare leeftijd te voorkomen; erkent dat de meerderheid van de alcoholgebruikers weliswaar met mate consumeert, maar dat misbruik een significant gedragspatroon is;
3. wijst erop dat alcoholmisbruik voorkomt in alle sociale groepen en wordt veroorzaakt door een groot aantal verschillende factoren, wat betekent dat een brede aanpak ter bestrijding van dit probleem essentieel is;
4. erkent dat op gedegen wetenschappelijke evaluatie gebaseerde interventies noodzakelijk zijn om gevaarlijk en schadelijk alcoholgebruik effectief te verminderen; is van mening dat, waar alcohol een van de belangrijkste gezondheidsfactoren is, het van groot belang is gegevens uit de gehele Europese Unie te verzamelen, vooral gegevens over het verband tussen alcoholpercentages en verkeersongelukken, alcohol en leverkwalen en alcohol en neuropsychologische stoornissen, syndromen en ziektes; verzoekt daarom de lidstaten en alle belanghebbenden meer middelen te besteden aan het verzamelen van gegevens, de verbetering van de informatie-efficiëntie, alsmede aan preventiecampagnes en -programma's;
5. wijst erop dat de meest urgente problemen op het gebied van alcoholmisbruik betrekking hebben op de effecten van alcohol op jonge mensen, die gevoeliger zijn voor lichamelijke en emotionele schade en voor sociaal leed dat het gevolg is van hun eigen drankgebruik of dat van anderen;
6. maakt zich zorgen om het toenemende alcoholgebruik onder minderjarigen en jongeren en constateert een zorgwekkende trend onder deze jongeren om op steeds jongere leeftijd te beginnen met drinken en, gezien hun grotere bereidheid risico's te nemen, zich bezig te houden met gevaarlijke vormen van gedrag zoals binge-drinking en andere vormen van gevaarlijk alcoholmisbruik, gecombineerd gebruik van alcohol en drugs en rijden onder invloed van alcohol en drugs;
7. benadrukt dat jonge adolescenten vaak meer alcohol gaan consumeren als zij aan een universitaire studie beginnen; is van mening dat verhoogde inspanningen aan universiteiten zouden kunnen helpen het aantal personen dat veel alcohol drinkt in de toekomst te verkleinen; verzoekt daarom de lidstaten hun preventieprogramma's op dit gebied te intensiveren;
8. roept de Commissie op de concrete schadelijke gevolgen van alcoholmisbruik onder jongeren in de lidstaten te benoemen en te kwantificeren om vervolgens Europese doelstellingen voor de lidstaten te formuleren voor het terug dringen van alcoholmisbruik onder jongeren, waarbij de lidstaten zich verbinden om op Europees niveau deze schadelijke gevolgen te verminderen, rekeninghoudend met reeds geleverde inspanningen;
9. beklemtoont dat de lidstaten, onverminderd de uit de Gemeenschapswetgeving voortvloeiende verplichtingen, vrij invulling kunnen geven aan de te nemen maatregelen op nationaal niveau, maar dat de lidstaten zullen rapporteren aan de Commissie over de gemaakte voortgang in de bestrijding van alcoholmisbruik onder jongeren;
10. merkt op dat de Commissie een ondersteunende functie heeft bij het behalen van de Europese doelstellingen door de lidstaten te ondersteunen met de uitwisseling van kennis en beste praktijken tussen de lidstaten en het verrichten van Europees onderzoek naar de bestrijding van de schadelijke gevolgen van alcoholconsumptie onder jongeren;
11. roept de Commissie en de lidstaten op, in samenwerking met relevante niet-gouvernementele organisaties en economische genootschappen in de context van het naar aanleiding van een initiatief van de Commissie recentelijk opgerichte Forum Alcohol en Gezondheid, de uitwisseling van praktijken waarvan de effectiviteit is bewezen aan te moedigen, in het bijzonder met het oog op het voorkomen van alcoholmisbruik onder kinderen en jonge mensen, en de volgende maatregelen in te voeren:
i)
het lanceren van door de lidstaten en belangengroepen te voeren voorlichtingscampagnes over de risico's van schadelijk en gevaarlijk alcoholgebruik, in het bijzonder door middel van lesprogramma's op school die zijn gericht op kinderen en adolescenten, met name door hen aan te moedigen regelmatig aan sport te doen, maar ook op hun ouders om die te helpen aan alcohol gerelateerde problemen te bespreken binnen het gezin en met docenten, het idee van verantwoorde en matige consumptie door volwassenen moet eveneens al in een vroeg stadium worden overgebracht,
ii)
de toegang tot en beschikbaarheid van alcoholische dranken voor jonge mensen beperken, bijvoorbeeld door strikte toepassing van de bestaande wetgeving die verkoop van alcohol aan jonge mensen verbiedt, door verkopers en distributeurs, zoals restaurants en café's, supermarkten en andere winkels, intensiever te controleren,
iii)
de lidstaten moeten de detailhandels- en horecabranche betrekken bij het opstellen en invoeren van concrete maatregelen om te voorkomen dat alcohol en alcopops worden verkocht en geschonken aan minderjarigen,
iv)
in het bijzonder aandacht besteden aan dranken als "alcopops", die specifiek gericht zijn op jonge mensen, om ervoor te zorgen dat het alcoholische karakter duidelijk herkend kan worden door consumenten door middel van maatregelen zoals strengere etiketteringseisen voor dergelijke dranken en voorschriften voor een duidelijkere scheiding van "alcopops" en frisdranken in winkels, en dat de verkoop ervan aan jonge mensen verboden wordt; alsmede het stimuleren van hogere accijnzen op dergelijke dranken,
v)
richtsnoeren opstellen met een leeftijdsgrens voor de aankoop, de verkoop en het serveren van alcoholische dranken aan jonge mensen, die moeten worden uitgevoerd op nationaal niveau,
vi)
op Europees niveau een alcohollimiet die de 0% benadert, bevorderen voor beginnende bestuurders zoals al is voorgesteld door het Parlement in zijn resolutie van 18 januari 2007 over het Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - een herziening halverwege(5), met verdiscontering dat sommige voedingspreparaten sporen van alcohol kunnen bevatten,
vii)
meer mogelijkheden bieden om het bloedalcoholgehalte (BAG) te achterhalen en te verifiëren, ook door het gebruik van een automatische berekening op het internet en de ruime beschikbaarheid van ademanalyseapparatuur, in het bijzonder in disco's, cafés en stadions, en op autosnelwegen en wegen in het algemeen, in het bijzonder tijdens de nachtelijke uren, en ervoor zorgen dat de consument de boodschap krijgt dat drinken en rijden niet samengaan,
viii)
alle noodzakelijke maatregelen nemen om de controle op rijden onder invloed tot het maximum te verhogen,
ix)
de door de lidstaten opgelegde straffen voor rijden onder invloed verhogen, zoals een langere intrekking van het rijbewijs,
x)
lidstaten aanmoedigen te zorgen voor de beschikbaarheid van alternatief openbaar vervoer voor bestuurders die alcohol hebben genuttigd,
xi)
uitbreiding van "Bob-campagnes" ("wie rijdt, drinkt niet") via educatieve middelen stimuleren, met het oog op de gunstige invloed ervan op de verkeersveiligheid, en tegelijkertijd de passagiers herinneren aan de schadelijke effecten van gevaarlijk alcoholgebruik,
xii)
in het leven roepen van een Europese prijs voor de beste campagne tegen alcoholmisbruik gericht op scholen en jonge mensen,
xiii)
intensivering van de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten voor het tegengaan van alcoholmisbruik en tussen de landelijke politiemachten voor controle op rijden onder invloed door jonge mensen,
xiv)
stimuleren van initiatieven die moeten zorgen voor psychologische follow-up voor personen die in het ziekenhuis belanden met een acute alcoholvergiftiging;
12. roept de Commissie op de incidentie van FAS (Foetaal Alcohol Syndroom) en FASD (Foetal Alcohol Spectrum Disorders) in de lidstaten te kwantificeren om vervolgens Europese doelstellingen voor de lidstaten te formuleren voor de bestrijding van FAS en FASD, waarbij de lidstaten zich erop toeleggen het aantal gevallen van FAS en FASD terug te brengen, rekening houdend met reeds geleverde inspanningen,
13. beklemtoont dat de lidstaten, onverminderd de uit de Gemeenschapswetgeving voortvloeiende verplichtingen, vrij invulling kunnen geven aan de te nemen maatregelen op nationaal niveau, maar dat de lidstaten zullen rapporteren aan de Commissie over de geboekte voortgang in de bestrijding FAS en FASD,
14. merkt op dat de Commissie een ondersteunende functie heeft bij het behalen van de Europese doelstellingen door de lidstaten te ondersteunen met de onderlinge uitwisseling van kennis en beste praktijken en het verrichten van Europees onderzoek naar de bestrijding van FAS en FASD;
15. is van mening dat vrouwen beter geïnformeerd zouden moeten worden over de risico's van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap en over FASD (Foetal Alcohol Spectrum Disorders) in het bijzonder, om te voorkomen dat pasgeboren baby's en adolescenten worden getroffen door ziekten en ontwikkelingsstoornissen die het gevolg zijn van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap; benadrukt dat een adequate communicatie vrouwen ervan kan weerhouden tijdens of voor de zwangerschap alcohol te drinken; merkt op dat voor probleemdrinkers verdere steun tijdens de zwangerschap en controle na de geboorte noodzakelijk kunnen zijn; stelt verder voor dat klinieken voor aanstaande moeders moeten worden geschoold om potentiële gevallen van schadelijk alcoholgebruik zo vroeg mogelijk te kunnen herkennen en om deze vrouwen te helpen volledig te stoppen met het drinken van alcohol tijdens hun zwangerschap;
16. is van mening dat mannen beter geïnformeerd zouden moeten worden over het verband tussen alcoholgebruik en impotentie;
17. benadrukt dat alcoholreclame en -marketing zich niet op minderjarigen mag richten;
18. verzoekt de Commissie en de lidstaten richtsnoeren op te stellen voor reclame voor alcoholische dranken op televisie en ervoor te zorgen dat de nieuwe Richtlijn Televisie zonder grenzen, na aanneming ervan, ten uitvoer wordt gelegd; verzoekt de Commissie de audiovisuele media-aanbieders aan te moedigen in hun reglementen regels op te nemen voor het uitzenden van reclamespots voor alcoholische dranken;
19. verwelkomt en steunt de beloften met betrekking tot zelfregulering die bijvoorbeeld zijn gedaan door de reclamebranche en de producenten van alcoholische dranken; roept in dat verband de Commissie en de lidstaten op te controleren of deze beloften worden nageleefd en, indien dit niet het geval is, straffen op te leggen;
20. wijst erop dat de lidstaten op dit moment de mogelijkheid hebben verplichte gezondheidswaarschuwingen voor alcoholische dranken in te voeren; herinnert eraan dat vooretiketten de waarschuwing mogen bevatten dat alcohol de gezondheid en geestelijke gezondheid ernstig kan schaden, dat alcohol verslavend is en dat alcoholgebruik tijdens de zwangerschap schadelijk kan zijn voor de foetus; merkt op dat het bestaan van verschillende etiketteringseisen duidelijke gevolgen heeft voor de interne markt van de EU; dringt er bij de Commissie op aan een vergelijkende studie op te zetten over het effect en de doeltreffendheid van diverse informatie- en communicatiemiddelen, zoals etikettering en reclame, die worden gebruikt in de lidstaten om het gevaarlijk en schadelijk gebruik van alcohol te beperken, en de resultaten voor 31 december 2009 bekend te maken;
21. doet een beroep op de Commissie om initiatieven te stimuleren die gericht zijn op de uitwisseling van goede medische praktijken evenals het stimuleren van onafhankelijke en onpartijdige informatiecampagnes die zijn ontworpen om mensen bewust te maken van de risico's van schadelijk alcoholmisbruik; de campagnes zouden zich ook moeten richten op mensen die gevoelig zijn voor neuropsychologische stoornissen, syndromen en aandoeningen en personen die oud, eenzaam, alleen of geïsoleerd zijn, aangezien die eerder in de verleiding kunnen komen troost te zoeken in alcoholgebruik, waarmee ze hun conditie verder schaden en de kans op neuropsychologische stoornissen, syndromen en aandoeningen toeneemt;
22. verzoekt de Commissie tegelijkertijd de verspreiding te ondersteunen van instrumenten als AUDIT (Alcohol Use Disorders Identification Test), ontwikkeld door de WHO, die een snelle identificatie van mensen die een risico lopen mogelijk maken, al voordat deze erkennen een alcoholprobleem te hebben; beseft dat een tijdig informeel gesprek tussen huisarts en patiënt een van de meest efficiënte middelen is om patiënten te informeren over de risico's die zijn verbonden aan alcoholmisbruik en om de noodzakelijke gedragsveranderingen bij probleemdrinkers te stimuleren; roept de lidstaten op steun te geven aan opleiding van huisartsen met betrekking tot alcoholproblemen en -stoornissen, alsmede passende interventies;
23. is van mening dat de Commissie en de lidstaten de noodzakelijke maatregelen moeten nemen om de schadelijke sociale effecten van alcohol, zoals huiselijk geweld, aan te pakken; vraagt om meer sociale en psychologische steun voor gezinnen die lijden onder gevaarlijk en schadelijk gebruik van alcohol; roept op tot speciale sociale hulp aan kinderen die opgroeien in een gezin met aan alcohol gerelateerde problemen; stelt voor dat er een alarmnummer wordt ingesteld om aan alcohol gerelateerd misbruik binnen het gezin te melden;
24. is bezorgd over de hoge alcoholconsumptie van veel oudere mensen, die vaak het gevolg is van lichamelijke pijn of gevoelens van eenzaamheid of wanhoop; wijst erop dat alcoholproblemen op hoge leeftijd een belangrijke kwestie vormen die steeds ernstiger wordt als gevolg van de vergrijzing van de samenleving;
25. is van mening dat meer kennis over alcoholconsumptie en het verband daarvan met ziekteverzuim, langdurig ziekteverzuim en vervroegd uittreden noodzakelijk is; vindt het belangrijk om, met betrekking tot de arbeidswetgeving van de Gemeenschap en de lidstaten, alcoholproblemen op de werkvloer aan te pakken door de betrokken personen aan te moedigen hulp te zoeken, maar herinnert eraan dat dit altijd dient te gebeuren met inachtneming van de privacy en de rechten van het individu; dringt er bij werkgevers op aan speciale aandacht te besteden aan alcoholmisbruik op de werkvloer door preventieve voorlichtingsprogramma's te organiseren en hulp te bieden aan werknemers met alcoholproblemen;
26. is ervan overtuigd dat het verminderen van het aantal verkeersongevallen en aanverwante schade ten gevolge van alcohol (17 000 doden per jaar) een prioriteit voor de Europese Unie is;
i)
roept de Commissie derhalve op de concrete schadelijke gevolgen van rijden onder invloed in de lidstaten te benoemen en te kwantificeren om vervolgens Europese doelstellingen voor de lidstaten te formuleren voor het terugdringen van rijden onder invloed, waarbij de lidstaten zich verbinden om de schadelijke gevolgen van rijden onder invloed te verminderen, rekening houdend met reeds geleverde inspanningen,
ii)
beklemtoont dat de lidstaten, onverminderd de uit de Gemeenschapswetgeving voortvloeiende inspanningen, vrij invulling kunnen geven aan de te nemen maatregelen op nationaal niveau, maar dat de lidstaten zullen rapporteren aan de Commissie over de gemaakte voortgang in de bestrijding van de schadelijke gevolgen van het rijden onder invloed,
iii)
merkt op dat de Commissie een ondersteunende functie heeft bij het behalen van de Europese doelstellingen door de lidstaten te ondersteunen met de onderlinge uitwisseling van kennis en beste praktijken en het verrichten van Europees onderzoek naar de bestrijding van de schadelijke gevolgen van rijden onder invloed;
27. is van mening dat, om de risico's van overmatig alcoholgebruik in het verkeer beter te kunnen aanpakken, de volgende maatregelen dienen te worden genomen:
i)
stimuleren van een aanzienlijke toename van de controles van het bloedalcoholgehalte en aanpakken van de tussen de lidstaten zeer verschillende handhavingsgraad met het oog op een convergentie van de controlefrequentie en de uitwisseling van beste praktijken inzake de locatie van de controles,
ii)
stimuleren van zwaardere straffen voor rijden onder invloed, zoals langere intrekking van het rijbewijs,
iii)
stimuleren op Europees niveau van het instellen van maximaal toegestane bloedalcoholgehaltes die de 0,00% zo dicht mogelijk benaderen voor bestuurders van voertuigen waarvoor een rijbewijs categorie A of B is vereist en voor bestuurders van voertuigen waarvoor een rijbewijs van een hogere categorie is vereist en voor alle beroepschauffeurs met verdiscontering van het feit dat sommige voedingspreparaten sporen van alcohol kunnen bevatten;
28. benadrukt dat alle effectieve middelen om rijden onder invloed te voorkomen moeten worden gestimuleerd; dringt aan op de verdere ontwikkeling van alcoholsloten en andere instrumenten die rijden onder invloed mechanisch verhinderen, in het bijzonder voor beroepschauffeurs;
29. nodigt de Commissie uit onpartijdige onafhankelijke voorlichtingscampagnes te voeren en informatiecampagnes van de lidstaten in samenwerking met belangengroepen ter stimulering van verantwoorde en matige consumptie en over de negatieve effecten van alcoholmisbruik op de lichamelijke en geestelijke gezondheid en op het maatschappelijk welzijn te lanceren of ondersteunen;
30. nodigt de Commissie en de lidstaten uit meer actie te ondernemen en hun respectieve activiteiten die zijn gericht op het bestrijden van verschillende vormen van verslaving te coördineren en om voor 2010 een uitgebreid algemeen onderzoek naar gevaarlijke consumptiepatronen en verslavend gedrag en de oorzaken daarvan te presenteren;
31. dringt er bij de lidstaten op aan het probleem van illegale verkoop van alcohol en verkoop van alcohol op de zwarte markt aan te pakken, de kwaliteit van de verkochte alcohol te controleren en zelfgemaakte alcoholproducten (zoals gedistilleerde producten), die dodelijk kunnen zijn, intensiever te controleren;
32. nodigt alle belanghebbenden uit om, binnen het door de Commissie voorgestelde Forum Alcohol en Gezondheid, de invoering te stimuleren van concrete acties en programma's ter bestrijding van aan alcohol gerelateerde schade, gezien het feit dat het Forum als voornaamste doelen heeft het uitwisselen van goede praktijken, het stimuleren van bereidheid om deel te nemen aan acties, het garanderen van goede evaluatie van de acties en het toezien op de effectieve implementatie ervan; verzoekt de Commissie ook de vertegenwoordigers van het Parlement in het Forum Alcohol en Gezondheid hierbij te betrekken en jaarlijkse verslagen te presenteren over de vooruitgang die is geboekt door het Forum;
33. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.