Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2223(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0076/2008

Ingediende teksten :

A6-0076/2008

Debatten :

PV 21/04/2008 - 20
CRE 21/04/2008 - 20

Stemmingen :

PV 22/04/2008 - 5.5
CRE 22/04/2008 - 5.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 18/06/2008 - 6.8
CRE 18/06/2008 - 6.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0129
P6_TA(2008)0301

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 51k
Woensdag 18 juni 2008 - Straatsburg
Statuut van de Europese Ombudsman
P6_TA(2008)0301A6-0076/2008
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Resolutie van het Europees Parlement van 18 juni 2008 over de aanneming van een besluit van het Europees Parlement tot wijziging van zijn Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (2006/2223(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien het schrijven van de Europese Ombudsman aan zijn Voorzitter d.d. 11 juli 2006,

–   gezien het schrijven van zijn Voorzitter aan de Commissie constitutionele zaken d.d. 21 september 2006,

–   gelet op artikel 195, lid 4 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 107 D, lid 4 van het Euratom-Verdrag,

–   gelet op zijn Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(1), opgenomen in Bijlage X bij het Reglement van het Europees Parlement,

–   gezien het advies van de Commissie over het ontwerpbesluit tot wijziging van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom, zoals goedgekeurd op zijn zitting van 22 april 2008(2),

–   gezien de goedkeuring door de Raad van het gewijzigde ontwerpbesluit na de stemming,

–   gelet op artikel 45, lid 2 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en het advies van de Commissie verzoekschriften (A6-0076/2008),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het besluit tot wijziging van zijn Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom;

2.   verzoekt zijn Voorzitter de definitieve versie van het Besluit tot wijziging van zijn Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom, na zijn stemming van 22 april 2008 en 18 juni 2008 te publiceren in de aangenomen teksten, en deze versie, tesamen met deze resolutie, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter ervoor zorg te dragen dat zijn besluit tot wijziging van zijn Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt gepubliceerd.

(1) PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15. Besluit gewijzigd bij Besluit 2002/262/EG, EGKS, Euratom (PB L 92 van 9.4.2002, blz. 13).
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0129.


Besluit van het Europees Parlement tot wijziging van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt

HET EUROPEES PARLEMENT,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 195, lid 4,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 107 D, lid 4,

Onder verwijzing naar het door het Europees Parlement op 22 april 2008(1) aangenomen ontwerpbesluit en de op 18 juni 2008(2) aangenomen resolutie en amendementen,

Gezien het advies van de Commissie,

Met goedkeuring van de Raad(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Handvest van de grondrechten Europese Unie erkent het recht op goed bestuur als grondrecht van de Europese burgers.

(2)  Het vertrouwen van de burgers in het vermogen van de Ombudsman om vermeende gevallen van wanbestuur grondig en onpartijdig te onderzoeken is van fundamenteel belang voor een succesvolle vervulling van zijn taken.

(3)  Het is wenselijk om het statuut van de Ombudsman aan te passen teneinde iedere twijfel weg te nemen omtrent het vermogen van de Ombudsman om vermeende gevallen van wanbestuur grondig en onpartijdig te onderzoeken.

(4)  Het is wenselijk om het statuut van de Ombudsman aan te passen teneinde rekening te kunnen houden met eventuele wijzigingen van de wettelijke bepalingen of ontwikkelingen in de rechtspraak inzake interventies van organen, bureaus en agentschappen van de Europese Unie in procedures voor het Hof van Justitie.

(5)  Het is wenselijk om het statuut van de Ombudsman aan te passen teneinde rekening te kunnen houden met de wijzigingen die in de afgelopen jaren zijn ingevoerd met betrekking tot de rol van de Europese instellingen en organen bij de bestrijding van fraude ten koste van de financiële belangen van de Europese Unie, met name met de oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), teneinde de Ombudsman in staat te stellen aan die instellingen en organen informatie door te geven die onder hun bevoegdheid valt.

(6)  Het is wenselijk om stappen te ondernemen om de Ombudsman in de gelegenheid te stellen zijn samenwerking met soortgelijke instellingen op nationaal en internationaal niveau evenals met nationale en internationale instellingen, die een bredere taakstelling – bijvoorbeeld op het gebied van de bescherming van de mensenrechten – kunnen hebben dan die van de Europese Ombudsman, uit te bouwen, aangezien een dergelijke samenwerking een positieve bijdrage kan leveren tot de verbetering van de doeltreffendheid van zijn optreden.

(7)  Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal is in 2002 komen te vervallen.

BESLUIT:

Artikel 1

Wijzigingen van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom wordt als volgt gewijzigd:

1.  In visum 1 worden de woorden "artikel 20 D, lid 4 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal" geschrapt;

2.  Overweging 3 wordt vervangen door:"

Overwegende dat de ombudsman, die ook op eigen initiatief kan optreden, moet kunnen beschikken over alle elementen die voor de uitoefening van zijn ambt nodig zijn; dat de communautaire instellingen en organen de ombudsman daartoe desgewenst de door hem verlangde inlichtingen dienen te verstrekken, onverminderd de plicht die op de ombudsman rust om die gegevens niet te verspreiden; dat de toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001(4), onderworpen moet zijn aan naleving van de veiligheidsregels van de desbetreffende communautaire instellingen of organen; dat de instellingen of organen die de hiervoor bedoelde gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken zoals vermeld in de eerste alinea van artikel 3, lid 2, de ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte dienen te stellen; dat de ombudsman voor de tenuitvoerlegging van regels bedoeld in eerste alinea van artikel 3, lid 2, met de desbetreffende instellingen of organen overeenstemming dient te bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens en documenten en andere informatie die valt onder de verplichting inzake beroepsgeheim; dat wanneer de ombudsman de gevraagde bijstand niet wordt verleend, hij hiervan melding maakt aan het Europees Parlement, dat passende stappen dient te ondernemen;

"

3.  In artikel 1, eerste lid, worden de woorden ", artikel 20 D, lid 4 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal " geschrapt;

4.  Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:"

2.  "2. De communautaire instellingen en organen zijn gehouden de gevraagde inlichtingen aan de ombudsman te verstrekken en hem inzage te verlenen van de desbetreffende stukken. Toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001, is onderworpen aan naleving van de veiligheidsregels van de desbetreffende communautaire instellingen of organen.

De instellingen of organen die de in de eerste alinea bedoelde gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken, stellen de ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte.

Voor de tenuitvoerlegging van de in de eerste alinea bedoelde regels, dient de ombudsman met de desbetreffende instellingen of organen overeenstemming te bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens of documenten en andere informatie die valt onder de verplichting inzake beroepsgeheim.

De instellingen of organen geven alleen na voorafgaande toestemming van de betrokken lidstaat inzage van documenten van een lidstaat die op grond van een wettelijke bepaling of enig ander voorschrift geheim zijn.

Zij geven geen inzage van andere documenten van een lidstaat dan nadat zij de betrokken lidstaat daarvan in kennis hebben gesteld.

In geen van beide gevallen mag de ombudsman, overeenkomstig artikel 4, de inhoud van deze documenten bekendmaken.

De ambtenaren en andere personeelsleden van de communautaire instellingen en organen dienen te getuigen als de ombudsman hun daarom verzoekt; zij blijven gebonden door de toepasselijke bepalingen van het Statuut van de ambtenaren, met name door hun verplichting inzake beroepsgeheim.

"

5.  Artikel 4 wordt vervangen door:"

Artikel 4

1.  De ombudsman en zijn personeel - op wie artikel 287 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en artikel 194 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn - mogen de gegevens en documenten waarvan zij bij hun onderzoek kennis hebben genomen niet verspreiden. Zij zijn met name gehouden gerubriceerde gegevens of aan de ombudsman verstrekte documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 en documenten die vallen onder de communautaire wetgeving ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens, evenals gegevens die de indiener van de klacht of andere betrokken personen schade zouden kunnen berokkenen, niet te verspreiden, zulks onverminderd lid 2.

2.  Indien hij in het kader van een onderzoek kennis heeft genomen van feiten die zijns inziens onder het strafrecht vallen, brengt de ombudsman via de Permanente Vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese Gemeenschappen de terzake bevoegde nationale autoriteiten en, voor zover de zaak onder de bevoegdheden daarvan valt, de bevoegde communautaire instellingen, organen of diensten die belast zijn met fraudebestrijding hiervan onverwijld op de hoogte; in voorkomend geval stelt de ombudsman de communautaire instelling of het communautaire orgaan waartoe de betrokken ambtenaar of het betrokken personeelslid behoort hiervan ook op de hoogte. Deze instelling of dit orgaan kan dan eventueel artikel 18, tweede alinea van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen toepassen. De ombudsman kan ook de betrokken communautaire instellingen of organen op de hoogte brengen van feiten die ongeoorloofd gedrag van een van hun ambtenaren of personeelsleden aan het licht brengen.

"

6.  Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:"

Artikel 4 bis

De ombudsman en zijn personeel behandelen verzoeken om toegang van het publiek tot documenten - andere dan die bedoeld in artikel 4, lid 1 - overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

"

7.  Artikel 5 wordt vervangen door:"

Artikel 5

1.  Indien zulks de doeltreffendheid van zijn onderzoek kan vergroten en de rechten en belangen van degenen die klachten bij hem indienen beter kan beschermen, kan de ombudsman, met eerbiediging van de nationale wetgeving die van toepassing is, samenwerken met soortgelijke functionarissen die in bepaalde lidstaten fungeren. De ombudsman kan langs die weg geen documenten opeisen die op grond van artikel 3 niet voor hem toegankelijk zijn.

2.  Binnen de grenzen van zijn functie als vastgesteld in artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en artikel 107 D van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie kan de ombudsman op dezelfde voorwaarden samenwerken met de voor het bevorderen en beschermen van de grondrechten bevoegde instellingen en organen van de lidstaten, waarbij doublures moeten worden voorkomen.

"

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking 14 dagen na zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

(1) Nog niet gepubliceerd in het PB.
(2) Nog niet gepubliceerd in het PB.
(3) Besluit van de Raad van 12 juni 2008.
(4) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement en de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).";

Juridische mededeling - Privacybeleid