Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2600(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0309/2008

Ingediende teksten :

B6-0309/2008

Debatten :

PV 17/06/2008 - 14
CRE 17/06/2008 - 14

Stemmingen :

PV 19/06/2008 - 5.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0307

Aangenomen teksten
PDF 176kWORD 41k
Donderdag 19 juni 2008 - Straatsburg
Import van karkassen van pluimvee
P6_TA(2008)0307B6-0309/2008

Resolutie van het Europees Parlement van 19 juni 2008 over de import van karkassen van pluimvee

Het Europees Parlement,

–   gezien Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong(1),

–   gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale GMO-verordening)(2),

–   gezien Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers(3),

–   gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn(4),

–   gezien Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater(5),

–   gezien Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk(6),

–   gezien het besluit van het College van commissarissen d.d. 28 mei 2008 tot goedkeuring van een ontwerpverordening die Verordening (EG) nr. 853/2004 wijzigt teneinde het gebruik van bepaalde antibacteriële stoffen voor de behandeling van voor menselijk verbruik bestemde pluimveekarkassen toe te laten,

–   gezien de evaluatie van het mogelijke effect van vier stoffen voor antibacteriële behandeling op de toename van de bacteriële resistentie, aangenomen door de wetenschapsgroep inzake biologische risico's (BIOHAZ) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 6 maart 2008 op verzoek van het DG Gezondheid en consumenten van de Commissie,

–   gezien de mondelinge vraag van zijn Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid aan de Europese Commissie, die op 28 mei 2008 behandeld is,

–   gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat het voorstel van de Commissie om Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten wat betreft de handelsnormen voor vlees van pluimvee (COM(2008)0336) te wijzigen, tot doel heeft door aanpassing van de definitie van vlees van pluimvee toestemming te verlenen voor het in de handel brengen ten behoeve van menselijke consumptie van dergelijk vlees dat een antibacteriële behandeling heeft ondergaan,

B.   overwegende dat het bovengenoemde besluit van het college van commissarissen tot doel heeft toestemming te verlenen voor het gebruik van vier antibacteriële stoffen ter behandeling van pluimveekarkassen voor menselijke consumptie in de Europese Unie,

C.   overwegende dat dit voorstel van de Commissie aansluit bij een verzoek van de Verenigde Staten om in te stemmen met invoer in de Europese Unie van pluimveeproducten uit de VS die met chemische of antibacteriële stoffen zijn behandeld,

D.   overwegende dat de Verenigde Staten in het kader van de bestaande bepalingen reeds vlees van pluimvee naar de Europese Unie mogen exporteren, mits dit vlees geen antibacteriële behandeling heeft ondergaan,

E.   overwegende dat het voorzorgsbeginsel sinds 1992 uitdrukkelijk in het Verdrag is opgenomen, dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de strekking en reikwijdte van dit beginsel reeds herhaaldelijk heeft aangemerkt als één van de pijlers van het beschermingsbeleid dat de Gemeenschap op het gebied van milieu en gezondheid voert(7),

F.   overwegende dat de toelating van antimicrobiële behandeling, hetzij uitsluitend voor geïmporteerde producten hetzij ook in de EU in beide gevallen zou neerkomen op dubbele normen, daar de Europese bedrijfstak gedwongen was fors te investeren in een aanpak van de gehele voedselketen, terwijl in de VS slechts een goedkope oplossing aan het einde van de keten wordt toegepast,

G.   overwegende dat de Commissie erkent dat wetenschappelijke gegevens over de gevolgen voor milieu en gezondheid van het gebruik van de voor toestemming voorgelegde vier antibacteriële stoffen ontbreken,

H.  overwegende dat consumenten misleid zouden kunnen worden daar een chloorbehandeling het uiterlijk van het vlees kan veranderen, zodat het verser lijkt dan het is,

I.   overwegende dat het lange proces van vaststelling en verbetering van de normen en standaarden van de Gemeenschap op het gebied van voedselveiligheid en -hygiëne geleid heeft tot vermindering van het aantal infecties als gevolg van de aanwezigheid van verschillende specifieke zoönoseverwekkers in de voedselketen,

J.   overwegende dat volgens een evaluatie van het Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) het gebruik van antibacteriële stoffen in de Verenigde Staten niet geleid heeft tot een vermindering van het aantal infecties met listeria, salmonella en andere bacteriën;

K.   overwegende dat de Raad Landbouw en Visserij het onderwerp al twee keer besproken heeft en de algemene reactie van de lidstaten op de plannen van de Commissie om de antimicrobiële behandeling van pluimveekarkassen toe te staan, negatief was,

L.   overwegende dat onderhavig voorstel van de Commissie door de leden van het permanent comité voor de voedselketen en de diergezondheid op zijn vergadering van 2 juni 2008 met 316 stemmen tegen, zonder stemmen voor, bij 29 onthoudingen verworpen is, waarmee een duidelijk signaal is afgegeven aan de vooravond van de Top EU-VS te Brdo in Slovenië,

M.   overwegende dat de Commissie verplicht is haar voorstel voor te leggen aan de Raad na de verwerping ervan door het permanent comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

1.   spreekt zijn afkeuring uit over het voorstel van de Commissie;

2.   roept de Raad op dit voorstel van de Commissie te verwerpen;

3.   is zeer beslist van mening dat deze kwestie behandeld moet worden door de Raad Landbouw en Visserij en niet door andere formaties van de Raad;

4.   wenst voordat verdere besluiten worden genomen door de Commissie geraadpleegd en volledig geïnformeerd te worden ter voorbereiding op de volgende bijeenkomst van de Transatlantische Economische Raad in oktober 2008;

5.   wijst erop dat toelating van deze vier antibacteriële stoffen ter behandeling van voor menselijke consumptie bestemde pluimveekarkassen een ernstige bedreiging vormt van de normen en standaarden van de Gemeenschap en de inspanningen en aanpassingen die de pluimveesector zich heeft getroost om het percentage bacteriële infecties in de EU omlaag te brengen, ernstig ondermijnt; onderstreept dat de toelating ook een aanzienlijke en zeer schadelijke klap zou betekenen voor het beleid van de Gemeenschap op dit terrein en voor het vertrouwen dat zij in staat is op internationaal niveau strenge normen voor voedselveiligheid en -hygiëne te handhaven;

6.   onderstreept dat de Europese pluimveesector overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving aanzienlijke investeringen heeft gedaan op dit gebied, teneinde verontreiniging door ziekteverwekkers tegen te gaan door middel van een aanpak waarbij de hele voedselketen betrokken wordt;

7.   is van mening dat de aanpak waarbij de hele voedselketen betrokken wordt, zoals deze in de Europese Unie wordt toegepast, duurzamer is waar het gaat om vermindering van de hoeveelheid ziekteverwekkers in vlees van pluimvee dan de oplossing waarbij aan het eind van de voedselketen antibacteriële stoffen worden ingezet om verontreiniging tegen te gaan;

8.   spreekt zijn verontrusting uit dat toelating van de invoer van dergelijk pluimvee kan leiden tot aantasting van de Europese normen;

9.   onderstreept dat een dergelijk voorstel niet aansluit bij de wensen van de Europese burger op het gebied van voedselveiligheid en -hygiëne, noch bij de vraag naar productiemodellen − in Europa en elders − waarbij een hoog niveau van hygiëne in de hele productie- en distributieketen gewaarborgd is; onderstreept dat hierdoor het vertrouwen van de Europese consument in de levensmiddelen die in de Europese Unie worden verkocht, dat nog kwetsbaar is na de problemen omtrent voedselveiligheid die zich de afgelopen jaren in de Europese Unie hebben voorgedaan, opnieuw dreigt te worden ondergraven;

10.   erkent dat het nodig is adequaat wetenschappelijk advies in te winnen, en daarbij rekening te houden met consumentenbescherming en -voorlichting; is van mening dat voor welke oplossing dan ook uiteindelijk wordt gekozen, deze geen concurrentieverstoringen mag veroorzaken;

11.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de EFSA.

(1) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.
(2) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
(3) PB L 325 van 12.12.2003, blz. 1.
(4) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.
(5) PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40.
(6) PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.
(7) Arrest van 23 september 2003 in zaak C-192/01, Commissie vs. Denemarken, Jurispr. 2003, blz. I-9693; arrest van 7 september 2004 in zaak C-127/02, Landelijke Vereniging tot behoud van de Waddenzee en Nederlandse Vereniging tot bescherming van vogels, Jur. 2004, blz. I-7405.

Juridische mededeling - Privacybeleid