Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0356/2008

Debatten :

PV 10/07/2008 - 11.2
CRE 10/07/2008 - 11.2

Stemmingen :

PV 10/07/2008 - 13.2
CRE 10/07/2008 - 13.2

Aangenomen teksten :


Aangenomen teksten
PDF 122kWORD 42k
Donderdag 10 juli 2008 - Straatsburg
Situatie in Bangladesh
P6_TA(2008)0367RC-B6-0356/2008

Resolutie van het Europees Parlement van 10 juli 2008 over de situatie in Bangladesh

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Bangladesh, met name zijn resoluties van 16 november 2006(1) en 6 september 2007(2),

–   gezien de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Volksrepubliek Bangladesh inzake partnerschap en ontwikkeling(3),

–   gezien de noodtoestand die de overgangsregering van Bangladesh op 11 januari 2007 heeft afgekondigd,

–   gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de EU en Bangladesh reeds lang goede betrekkingen onderhouden, onder andere door de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling,

B.   overwegende dat de overgangsregering van Bangladesh, naar aanleiding van het geweld in de aanloop naar de verkiezingen, op 11 januari 2007 de noodtoestand heeft afgekondigd en kort daarna noodregelgeving heeft aangenomen, waardoor het leger en paramilitaire groepen dezelfde arrestatiebevoegdheden kregen als de politie; overwegende dat de EU-verkiezingswaarnemingsmissie haar activiteiten dan op 22 januari 2007 heeft opgeschort,

C.   overwegende dat de afkondiging van noodregelgeving vergezeld ging van de opschorting van een reeks burgerrechten die gewaarborgd worden door de Grondwet van Bangladesh,

D.   overwegende dat de opschorting van deze rechten geleid heeft tot een alarmerend aantal vonnissen van de beroepskamer van het Hooggerechtshof met ernstige implicaties voor individuele rechten en de rechtsstaat,

E.   overwegende dat op 11 juni 2008 een nieuwe verordening inzake terrorismebestrijding is goedgekeurd zonder parlementaire invloed, waardoor fundamentele vrijheden worden geschonden alsmede het recht op een eerlijk proces, en waardoor de definitie van "terroristische activiteiten" zeer is opgerekt zodat diefstal en geweldpleging jegens individuen er ook nu onder vallen; overwegende dat mensenrechtenorganisaties en organisaties van advocaten bevreesd zijn dat de verordening zal worden gebruikt voor politieke vervolging,

F.   overwegende dat volgens internationale mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch en Amnesty International het aantal mensen dat, sinds de afkondiging van de noodtoestand 18 maanden geleden, naar verluidt is gearresteerd is gestegen tot ver over de 300 000 van wie de meesten later weer zijn vrijgelaten; overwegende dat het recht om op borgtocht vrijgelaten te worden door de noodregelgeving wordt beperkt wat het gevangenisstelsel ernstig onder druk zou kunnen zetten i.v.m. de aanhoudende golf van arrestaties,

G.   overwegende dat een groot aantal gearresteerden naar verluidt ernstig gefolterd is en dat er volgens Odhikar, de Bengaalse mensenrechtenorganisatie, steeds vaker mensen zonder enige vorm van proces worden geëxecuteerd,

H.   overwegende dat het aanhoudend heeft verzocht om een moratorium voor de doodstraf, in alle landen en onder alle omstandigheden,

I.   overwegende de recente opheffing van het verbod op politieke activiteiten en de overeenkomst om onderhandelingen te starten over in december 2008 te houden nationale verkiezingen tussen de regering en de Awami League en dat ook andere partijen worden verzocht aan dit onderhandelingsproces deel te nemen,

J.   overwegende dat tijdens de nieuwe golf van arrestaties, sinds 28 mei 2008, meer dan 12 000 mensen zijn gearresteerd, met inbegrip van mensen die op plaatselijk niveau politiek actief zijn; overwegende dat de regering suggesties dat het hierbij om politieke arrestaties ging van de hand heeft gewezen en heeft evenwel aangevoerd dat het een geplande actie is om criminelen op te pakken,

K.   overwegende dat de overgangsregering, zich beroepend op de noodzaak van een volledig kiesregister, tot dusverre niet is ingegaan op de oproep van politieke partijen, organisaties van het maatschappelijk middenveld, om voorbereidingen te treffen voor het op korte termijn houden van nationale verkiezingen en blijft vasthouden aan de uiterste termijn die is vastgesteld voor de derde week van december 2008,

L.   overwegende dat de barre levensomstandigheden van de Bengaalse bevolking in het algemeen verergerd worden door het feit dat de prijzen voor basisvoedsel zoals rijst in de afgelopen maanden met een derde of meer gestegen zijn en in ogenschouw nemend dat vóór de prijsexplosie een groot deel van de bevolking al meer dan 60% van zijn besteedbaar inkomen uitgaf aan voedsel,

M.   overwegende dat een gekozen regering het verhelpen van de effecten van de klimaatverandering gemakkelijker zou maken; overwegende dat een kwart van het grondgebied van Bangladesh permanent onder water dreigt te komen staan door het stijgende niveau van het zeewater in de Golf van Bengalen; overwegende dat klimaatwetenschappers waarschuwen dat Bangladesh in 2050 opgescheept zal zitten met 20 tot 25 miljoen klimaatvluchtelingen,

1.   dringt er bij de regering van Bangladesh op aan de noodtoestand op te heffen als belangrijkste stap ter voorbereiding van de volgende parlementsverkiezingen in het land zodat de verkiezingen van de plaatselijke raden in augustus 2008 plaats kan vinden;

2.   dringt er bij de regering van Bangladesh op aan ervoor te zorgen dat de verordening inzake terrorismebestrijding voldoet aan de internationaal erkende rechtsnormen inzake terrorismebestrijding, als aanbevolen door de speciale VN-rapporteur voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme;

3.   dringt er bij de regering van Bangladesh op aan de doodstraf af te schaffen;

4.   dringt er bij de regering van Bangladesh op aan onmiddellijk een einde te maken aan de recente golf van arrestaties en de intimidatie van politieke tegenstanders of journalisten tijdens de noodtoestand en is ernstig bezorgd over meldingen van folteringen door de autoriteiten; dringt er bij de regering op aan ervoor te zorgen dat de fundamentele rechten van alle gevangenen worden gewaarborgd en dat de aangeklaagden een eerlijk proces krijgen; dringt er bij de autoriteiten op aan de duizenden gevangenen ofwel aan te klagen op grond van deugdelijk bewijs ofwel vrij te laten;

5.   feliciteert de regering van Bangladesh omdat zij voormalige oorlogsmisdadigers heeft uitgesloten van deelname aan de verkiezingen en dringt er bij de regering van Bangladesh op aan om, deze positieve lijn doortrekkend, een onafhankelijke onderzoekscommissie op te richten zodat een begin gemaakt kan worden met de berechting van oorlogsmisdadigers;

6.   feliciteert de overgangsregering met de vooruitgang die geboekt is bij de voorbereiding van parlementsverkiezingen en met de wezenlijke vooruitgang bij de hervorming van de kiesprocedure en de opstelling van een nauwkeurig kiesregister door de autoriteiten; dringt er bij de regering op aan ervoor te zorgen dat leden van de Bengaalse etnische en religieuze minderheden in alle vrijheid hun stem kunnen uitbrengen; dringt aan op persvrijheid in de periode voorafgaand aan de verkiezingen in Bangladesh;

7.   is verheugd dat de voormalige premier, Sheikh Hasina, op humanitaire gronden is vrijgelaten;

8.   dringt er bij de Raad en de Commissie op aan een pro-actievere rol te spelen en er bij de regering van Bangladesh op aan te dringen de noodtoestand op korte termijn in zijn geheel op te heffen, alsmede alle regelgeving die tijdens de noodtoestand is goedgekeurd;

9.   dringt aan op eerlijke en vrije verkiezingen, overeenkomstig internationale normen, waaraan alle partijen kunnen deelnemen; verzoekt de EU-verkiezingswaarnemingsmissie haar activiteiten opnieuw te beginnen zodra dit haalbaar en opportuun is; dringt er bij de delegaties van de EU-lidstaten en de delegatie van de Commissie in Bangladesh op aan de mensenrechtensituatie en de politieke situatie in Bangladesh nauwlettend in het oog te houden;

10.   dringt er op aan dat gewapende troepen niet langer worden ingezet in het politieke proces;

11.   dringt er bij de regering van Bangladesh op aan alle geledingen van de samenleving, milieuorganisaties en NGO's, journalisten en wetenschappers zoveel mogelijk te mobiliseren om het land voor te bereiden op de komende, door de klimaatverandering geïnduceerde rampen en is van mening dat de noodtoestand een ernstig obstakel is voor de verwezenlijking van deze doelstelling;

12.   is van mening dat de G8-Top een enorme verantwoordelijkheid draagt waar het gaat om het vermijden van verdere versnelling van de klimaatverandering en een toename van het aantal rampen die de levens van miljoenen inwoners van Bangladesh en elders bedreigen door effectieve en vérstrekkende maatregelen te treffen om de CO2-uitstoot terug te dringen;

13.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, alsmede aan de lidstaten van de Zuidasiatische Overeenkomst inzake Regionale Samenwerking en de regering van Bangladesh.

(1) PB C 314 E van 21.12.2006, blz. 377.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0385.
(3) PB L 118 van 27.4.2001, blz. 48.

Juridische mededeling - Privacybeleid