Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2179(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0010/2009

Ingediende teksten :

A6-0010/2009

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/02/2009 - 7.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0068

Aangenomen teksten
PDF 117kWORD 40k
Donderdag 19 februari 2009 - Brussel
Deelname van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector
P6_TA(2009)0068A6-0010/2009

Resolutie van het Europees Parlement van 19 februari 2009 over deelname van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector (2008/2179(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien resolutie (92) 70 van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 15 december 1992 tot oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector en resolutie (97) 4 van 20 maart 1997 tot bevestiging van het voortbestaan van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector, alsmede het daarbij gevoegde statuut van het Waarnemingscentrum,

–   gezien resolutie (2000) 7 van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 21 september 2000 over wijzigingen van het Statuut van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector,

–   gezien Besluit nr. 1999/784/EG van de Raad van 22 november 1999 betreffende deelneming van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector(1),

–   gezien Besluit 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende de uitvoering van een programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (MEDIA 2007)(2),

–   gezien het verslag van de Commissie van 10 januari 2007 over de tenuitvoerlegging van Besluit 1999/784/EG van de Raad van 22 november 1999 als gewijzigd bij Besluit 2239/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende deelneming van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector (COM(2006)0835),

–   gezien Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn Audiovisuele mediadiensten)(3),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A6-0010/2009),

A.   overwegende dat de audiovisuele sector een belangrijke bijdrage levert aan de Europese creatieve en kenniseconomie en een centrale rol speelt bij de bevordering van culturele verscheidenheid en pluralisme in de Europese Unie,

B.   overwegende dat de convergentie van diensten van de informatiemaatschappij en mediadiensten, netwerken en apparaten zorgt voor nieuwe uitdagingen op het vlak van de aanpassing van het bestaande rechtskader met zijn rechten en verplichtingen op vele terreinen, en een breed scala aan kansen biedt,

C.   overwegende dat de transparantie en beschikbaarheid van betrouwbare en vergelijkbare informatie inzake de Europese audiovisuele markt kunnen bijdragen aan het vergroten van het concurrentievermogen van met name kmo's, door het inzicht in het potentieel van de sector te verbeteren, en de gebruikers voordeel kunnen bieden,

D.   overwegende dat het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector (het Waarnemingscentrum) op deze wijze bijdraagt aan het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector door gedetailleerde informatie over de audiovisuele sector te verzamelen en te verspreiden,

E.   overwegende dat het Waarnemingscentrum een breed scala aan producten biedt, waaronder online diensten, publicaties en databanken, hetgeen van groot belang is gebleken voor zowel de sector als voor beleidsmakers op nationaal en Gemeenschapsniveau,

F.   overwegende dat maatregelen van de Gemeenschap ter ondersteuning van de audiovisuele sector zullen bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van de strategie van Lissabon,

1.   wijst erop dat het Waarnemingscentrum de enige pan-Europese organisatie voor openbare dienstverlening is die gericht is op het verzamelen en verspreiden van informatie over de Europese audiovisuele sector en een belangrijke rol speelt door gedetailleerde informatie over de sector te leveren aan zowel openbare als particuliere organen op dit terrein;

2.   benadrukt dat de convergentie van diensten van de informatiemaatschappij en mediadiensten, netwerken en apparaten nieuwe uitdagingen oplevert voor onderzoek inzake de audiovisuele sector, hetgeen moet worden weerspiegeld in de werkzaamheden van het Waarnemingscentrum;

3.   wijst er nogmaals op dat multimedia en nieuwe technologieën een steeds grotere rol zullen spelen in de audiovisuele sector en dat het Waarnemingscentrum te zijner tijd zijn capaciteit om deze nieuwe ontwikkelingen te volgen moet versterken, om een belangrijke rol voor de sector te kunnen blijven spelen;

4.   benadrukt dat het Waarnemingscentrum de middelen moet krijgen die nodig zijn voor het verwezenlijken van zijn doelstellingen, daarbij op doeltreffende wijze op de hoogte blijvend van nieuwe ontwikkelingen op multimediagebied en nieuwe technologieën;

5.   verzoekt het Waarnemingscentrum in dit verband zijn activiteiten uit te breiden om ook aandacht te besteden aan de nieuwste uitdagingen voortvloeiend uit de convergentie van de media en nieuwe ontwikkelingen, met specifieke aandacht voor de analyse van de gevolgen van digitalisering voor de film- en audiovisuele sector in het algemeen en de analyse van online audiovisuele mediadiensten, mobiele tv en videogames;

6.   benadrukt het belang van de contacten en de coördinatie met nationale regelgevende instanties en belanghebbenden uit de audiovisuele sector, om te zorgen voor toegevoegde waarde;

7.   is ingenomen met de publicatie van het Waarnemingscentrum inzake auteursrecht en naburige rechten en stelt voor dat het Waarnemingscentrum systematisch aandacht besteedt aan deze onderwerpen en, waar mogelijk rekening houdend met het UNESCO-Verdrag inzake culturele diversiteit(4), zich ook bezig gaat houden met belasting- en arbeidsrecht in de Europese audiovisuele sector;

8.   verzoekt het Waarnemingscentrum, als deskundig orgaan, voorstellen te doen en mogelijke beleidsmaatregelen voor te stellen die kunnen dienen als grondslag voor het Europese beleid, met betrekking tot beste praktijken in de audiovisuele sector in andere delen van de wereld met gelijkaardige ontwikkelingen, zoals Azië of Noord-Amerika;

9.   verwelkomt het onderzoek van het Waarnemingscentrum naar het belang van audiovisuele werken uit derde landen op de Europese markt en beveelt aan een analyse uit te voeren met het oog op de ontwikkeling van samenwerkingsmodellen met partners uit derde landen op het gebied van de uitvoering van het UNESCO-Verdrag inzake culturele diversiteit en de richtlijn Audiovisuele mediadiensten voor wat betreft "Europese producties" krachtens artikel 1, letter n, van die richtlijn en met inbegrip van het proefproject Media International;

10.   is zich bewust van de culturele verschillen tussen de lidstaten, wat kan leiden tot verschillende manieren om schadelijk of beledigend audiovisueel materiaal, met name tegenover minderjarigen, aan te pakken, tegelijkertijd rekening houdend met de minimaal vereiste harmonisatie op het gebied van de bescherming van minderjarigen zoals vastgelegd in de richtlijn Audiovisuele mediadiensten en de maatregelen genomen in het kader van het programma Safer Internet plus, dat gericht is op het bevorderen van een veiliger gebruik van internet en nieuwe online technologieën, met name voor kinderen, en op het bestrijden van illegale inhoud en door de eindgebruiker ongewenste inhoud;

11.   verzoekt het Waarnemingscentrum in dit verband de verschillende (wettelijke) instrumenten te onderzoeken en beleidsopties te ontwikkelen;

12.   moedigt een bredere verspreiding van de publicaties van het Waarnemingscentrum aan met behulp van een intensiever communicatiebeleid, teneinde de zichtbaarheid van zijn activiteiten te vergroten;

13.   verwelkomt de geplande reorganisatie van de website van het Waarnemingscentrum, met toepassing van de nieuwste en beste normen op het gebied van multimedia en technologie, en steunt de geplande inspanningen tot verbetering van de opzet en de interactiviteit ervan, hetgeen zal leiden tot een meer informatieve website met een grotere gebruikersvriendelijkheid;

14.   wijst erop dat terwijl bepaalde onderwerpen, zoals mediageletterdheid, momenteel niet binnen het activiteitenterrein van het Waarnemingscentrum vallen, wel overwogen moet worden aandacht te besteden aan dergelijke onderwerpen;

15.   moedigt het Waarnemingscentrum aan om in samenwerking met zijn leden meer gegevens te verzamelen over de beschikbaarheid van specifieke audiovisuele diensten, zoals ondertiteling, audiobeschrijving en gebarentaal, die bedoeld zijn mensen met een handicap te ondersteunen;

16.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsmede aan de Raad van Europa en het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector.

(1) PB L 307 van 2.12.1999, blz. 61.
(2) PB L 327 van 24.11.2006, blz. 12.
(3) PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23.
(4) Verdrag uit 2005 van de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur (UNESCO) betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen.

Juridische mededeling - Privacybeleid