Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2122(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0041/2009

Ingediende teksten :

A6-0041/2009

Debatten :

PV 24/03/2009 - 3
CRE 24/03/2009 - 3

Stemmingen :

PV 24/03/2009 - 4.21
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0166

Aangenomen teksten
PDF 158kWORD 68k
Dinsdag 24 maart 2009 - Straatsburg
Een Europees initiatief voor de ontwikkeling van microkrediet ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid
P6_TA(2009)0166A6-0041/2009
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 24 maart 2009 met aanbevelingen aan de Commissie over een Europees initiatief voor de ontwikkeling van microkrediet ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid (2008/2122(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie van 20 december 2007 inzake een Europees initiatief voor de ontwikkeling van microkrediet ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid (COM(2007)0708),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 11 juli 2007 over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010) − Witboek(1), en met name artikel 35 daarvan,

–   gezien Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen(2),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 20 juli 2005 getiteld "Gemeenschappelijke acties voor groei en werkgelegenheid: het communautair Lissabon-programma" (COM(2005)0330),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 5 juli 2005 getiteld "Cohesiebeleid ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid: Communautaire Strategische Richtlijnen 2007-2013" (COM(2005)0299),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2007getiteld "Uitvoering van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid door de lidstaten en de regio's in het kader van het cohesiebeleid, 2007-2013" (COM(2007)0798),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2007 getiteld "Voorstel voor een communautair Lissabonprogramma voor de periode 2008-2010" (COM(2007)0804),

–   gezien Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013)(3),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 25 juni 2008 getiteld "Denk eerst klein − een 'Small Business Act' voor Europa" (COM(2008)0394),

–   gezien Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking)(4) en het voorstel van de Commissie van 1 oktober 2008 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer (COM(2008)0602),

–   gezien Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(5),

–   gezien Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun(6),

–   gezien Verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector(7),

–   gezien Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten(8),

–   gezien Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten(9),

–   gezien zijn verklaring van 8 mei 2008 over microkrediet(10),

–   gelet op artikel 192, tweede alinea, van het EG-Verdrag,

–   gelet op de artikelen 39 en 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie juridische zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6-0041/2009),

A.   overwegende dat de Commissie een microkrediet momenteel definieert als een lening van 25 000 EUR of minder en overwegende dat een micro-onderneming krachtens Aanbeveling 2003/361/EG een onderneming is waar minder dan 10 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 2 miljoen EUR niet overschrijdt; overwegende dat deze definities niet voor alle nationale markten relevant lijken te zijn en niet toelaten een duidelijk onderscheid te maken tussen microkredieten en microleningen aan micro-ondernemingen, microkredieten voor niet-bankabele leners en microkredieten voor bankabele micro-ondernemingen,

B.   overwegende dat vaak wordt verwezen naar de moeilijke toegang tot adequate financieringsvormen als een belangrijk obstakel voor ondernemerschap, en overwegende dat er een aanzienlijke potentiële vraag is naar microkrediet in de Europese Unie, waaraan momenteel niet wordt voldaan,

C.   overwegende dat de Commissie geen gevolg heeft gegeven aan het eerdere verzoek van het Parlement in zijn resolutie van 11 juli 2007 om een actieplan op te stellen voor microfinanciering, om verschillende beleidsmaatregelen te coördineren en om optimaal gebruik te maken van de beste praktijken in de Europese Unie en in derde landen,

D.   overwegende dat het Parlement in 2008 voor het tweede jaar op rij in de begroting een begrotingslijn heeft goedgekeurd voor een pilootproject "Bevordering van een gunstiger omgeving voor microkrediet in Europa" en overwegende dat, hoewel in de bovengenoemde mededeling van de Commissie van 20 december 2007 niet naar deze kredieten wordt verwezen, ze nuttig kunnen worden bestemd voor de vorming van eigen kapitaal dat als start-kapitaal kan dienen,

E.   overwegende dat microkrediet op verschillende vlakken verschilt van normaal krediet, met inbegrip van krediet voor kleine en middelgrote ondernemingen, overwegende dat bedrijven die normaal krediet willen meestal worden bediend door diverse soorten financiële instellingen, en overwegende dat het belangrijk is in gedachten te houden dat om er uiteindelijk naar gestreefd moet worden alle burgers in het formele financiële systeem op te nemen,

F.   overwegende dat microkrediet hogere werkingskosten met zich meebrengt, doordat de leningen kleiner zijn, er geen of onvoldoende garanties zijn en de behandelingskosten hoog zijn,

G.   overwegende dat de microkredietsector wordt gekenmerkt door vernieuwende en subjectieve elementen, zoals geen of alternatieve zekerheidseisen en niet-traditionele kredietwaardigheidsbeoordelingen, en overwegende dat microkrediet vaak niet enkel wordt verleend om winst te maken, maar eveneens de cohesie bevordert, door te trachten kansarmen (opnieuw) te integreren in de maatschappij,

H.   overwegende dat microkredieten per definitie klein zijn, hoewel hun impact sterk vergroot wordt door de mogelijkheid om ze te "recycleren" (het opnieuw verstrekken van een dergelijke lening na afbetaling), aangezien ze normaal gesproken een korte looptijd hebben; overwegende dat het doel de kredietnemers weer in de traditionele banksector te laten terugkeren in het oog moet worden gehouden,

I.   overwegende dat microkrediet kan worden aangeboden of financiering toegankelijker kan worden gemaakt door een reeks van kredietgevers, zoals informele financiële dienstverleners (goedgekeurde p2p-lening), organisaties waarvan de leden eigenaar zijn (bijvoorbeeld kredietverenigingen), niet-gouvernementele organisaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen voor onderlinge bijstand, financiële instellingen voor gemeenschapsontwikkeling, garantiebanken en -fondsen en spaar-, coöperatieve en handelsbanken, en overwegende dat samenwerking tussen deze verschillende kredietgevers voordelig kan zijn,

J.   overwegende dat er behoefte is de unieke structuur te erkennen van financiële dienstverleners zoals die in de hele Europese Unie bestaat, zoals kredietverenigingen die niet-bancaire financiële instellingen zijn, die deposito's van hun leden voor microleningen losmaken, en dat deze unieke organisaties niet a priori van relevante microkredietprogramma's zouden moeten worden uitgesloten,

K.   overwegende dat de huidige financiële crisis en de mogelijke gevolgen daarvan voor de hele economie de nadelen blootleggen van complexe financiële producten, de noodzaak aantonen van het zoeken naar wegen om de efficiëntie te vergroten en om over alle nodige kanalen te kunnen beschikken om het bedrijfsleven van kapitaal te voorzien als er minder kapitaal voorhanden is als gevolg van een liquiditeitscrisis, met name in economisch en sociaal achtergestelde regio's, en tegelijkertijd het belang benadrukken van instellingen die zich richten op plaatselijke ontwikkeling en een sterke plaatselijke binding hebben en inclusieve bankdiensten aanbieden aan alle marktdeelnemers,

L.   overwegende dat ondernemerschap moet worden aangemoedigd,

M.   overwegende dat al het mogelijke moet worden gedaan om de administratieve formaliteiten voor micro-ondernemingen tot het strikte minimum te beperken en dat de Commissie wordt gevraagd dienovereenkomstig handelen,

N.   overwegende dat plafondrentes voor leningen kredietgevers kunnen afschrikken om microkrediet te verstrekken, indien ze door dergelijke beperkingen de kosten voor de lening niet kunnen dekken,

O.   overwegende dat steun voor microkrediet een belangrijke rol moet spelen in de herziene strategie van Lissabon,

P.   overwegende dat in een niet onaanzienlijk aantal gevallen, mensen die onder het Europese cohesiebeleid aanspraak op de fondsen zouden willen maken om een klein familiebedrijf op te starten, moeilijkheden kunnen ondervinden bij het verschaffen van de vereiste cofinanciering,

Q.   overwegende dat een EU-initiatief inzake microkrediet moet worden opgestart, gericht op kansarmen die een micro-onderneming willen oprichten, zoals (langdurig) werklozen, uitkeringsgerechtigden, immigranten, etnische minderheden (zoals de Roma), personen die actief zijn in de informele economie of die in achterstandsgebieden op het platteland wonen en vrouwen,

R.   overwegende dat overheidsoptreden in de microkredietsector noodzakelijk is, hoewel zoveel mogelijk moet worden gezorgd voor de betrokkenheid van particulieren,

S.   overwegende dat reeds verschillende EU-initiatieven bestaan die elementen bevatten om microkrediet te ondersteunen, en overwegende dat een gestroomlijnde en meer gerichte aanpak, die deze initiatieven in één dispositief onderbrengt, voordelig zou zijn,

T.   overwegende dat toegang tot steun (zoals opleiding, coaching en capaciteitsopbouw) voor de oprichters van micro-ondernemingen van wezenlijk belang is, en dat opleiding verplicht zou moeten zijn voor microkredietnemers, en overwegende dat financiële voorlichting aan consumenten en verantwoordelijke kredietverstrekking belangrijke onderdelen zouden moeten zijn van het beleid van alle microkredietinstellingen (MKI's),

U.   overwegende dat de potentiële begunstigden van microkredieten gebruik moeten kunnen maken van goed juridisch advies over het afsluiten van onder meer de kredietovereenkomst, het opzetten van een bedrijf, schuldinvorderingen, het verwerven en de exploitatie van intellectuele en industriële eigendomsrechten, vooral als het betreffende microbedrijf het voornemen of de capaciteiten heeft om zaken te doen in andere lidstaten van de Europese Unie,

V.   overwegende dat de toegang tot kredietgegevens van potentiële kredietnemers de verstrekking van microkrediet zou vergemakkelijken,

W.   overwegende dat onderzoek naar en de uitwisseling van beste praktijken op het vlak van microkrediet moeten worden bevorderd, bijvoorbeeld met betrekking tot innovatieve technieken voor het verlenen, vrijwaren en het beperken van de risico's van microkredieten, en met betrekking tot de mate waarin en de doelgroepen waarop dergelijke benaderingen kunnen worden toegepast in een EU-context,

X.   overwegende dat de rol van bemiddelaars moet worden geëvalueerd om misbruiken te voorkomen, en om alternatieve wegen om geloofwaardigheid bij kredietnemers tot stand te brengen (bijvoorbeeld door middel van steungroepen van collega's) te onderzoeken,

Y.   overwegende dat een EU-kader voor niet-bancaire MKI's moet worden uitgewerkt, en de Commissie een systeem ter ondersteuning van microkredieten moet ontwikkelen dat neutraal tegenover deze verstrekkers van microkrediet staat,

Z.   overwegende dat personen die niet beschikken over een vast adres of identiteitspapieren niet moeten worden uitgesloten van het verkrijgen van microkrediet door regelgeving betreffende het voorkomen van witwaspraktijken en de financiering van terrorisme,

AA.   overwegende dat de mededingingsregels van de EU moeten worden aangepast om de obstakels voor het verlenen van microkrediet te verlagen,

AB.   overwegende dat de EU-voorschriften voor overheidsopdrachten microkredietnemers moeten steunen,

1.   verzoekt de Commissie op basis van artikel 44, artikel 47, lid 2, of artikel 95 van het EG-Verdrag één of meerdere wetgevingsvoorstellen in te dienen bij het Parlement die de hieronder geformuleerde gedetailleerde aanbevelingen bestrijken;

2.   bevestigt dat de aanbevelingen in overeenstemming zijn met het subsidiariteitsbeginsel en de grondrechten van de burger;

3.   is van oordeel dat de financiële gevolgen van het verlangde voorstel of de verlangde voorstellen, waar nodig, gedekt zouden moeten worden door communautaire begrotingstoewijzingen;

4.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de in bijlage gaande uitvoerige aanbevelingen te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 392.
(2) PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.
(3) PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15.
(4) PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.
(5) PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.
(6) PB L 379 van 28.12.2006, blz. 5.
(7) PB L 337 van 21.12.2007, blz. 35.
(8) PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.
(9) PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.
(10) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0199.


BIJLAGE

BIJLAGE BIJ DE RESOLUTIE: GEDETAILLEERDE AANBEVELINGEN BETREFFENDE DE INHOUD VAN HET(DE) VERLANGDE VOORSTEL(LEN)

1.  Aanbeveling 1: bewustmaking op het vlak van microkrediet

Het Europees Parlement is van mening dat het(de) goed te keuren wetgevingsbesluit(en) tot doel moet(en) hebben regels vast te leggen voor het volgende:

(a)  De Commissie moet ervoor zorgen dat het concept "microkrediet" wordt opgenomen in de relevante statistieken en de regelgeving betreffende financiële instellingen. Bij de statistieken over microkrediet moet rekening worden gehouden met het BBP per inwoner in de lidstaten en moet een onderscheid worden gemaakt tussen zelfstandige of familieondernemingen en ondernemingen met werknemers van buiten de familie, om de eerste categorie positief te kunnen discrimineren.

(b)  De Commissie moet de lidstaten verzoeken de statistische presentatie van microkredieten te standaariseren, inclusief de verzameling en analyse van gegevens, uitgesplitst volgens geslacht, leeftijd en etnische afkomst.

(c)  De Commissie moet een communicatiestrategie uitwerken teneinde zelfstandige beroepsactiviteiten te bevorderen als een alternatief voor arbeid in loondienst, en meer bepaald als een manier voor kansarme doelgroepen om te ontsnappen aan werkloosheid.

(d)  De Commissie moet de lidstaten verzoeken fiscale stimuleringsmaatregelen in te voeren voor de betrokkenheid van particulieren in de microkredietsector.

(e)  De Commissie moet de lidstaten vragen de toepassing van plafondrentes voor leningen aan consumenten te beperken; de lidstaten moeten echter de mogelijkheid hebben een mechanisme toe te passen waardoor extreem hoge rentepercentages kunnen worden uitgesloten.

(f)  De Commissie moet, in het licht van de recente kredietcrisis, de voor- en nadelen analyseren van formules waarbij direct microkrediet wordt verstrekt in vergelijking met geëffectiseerde kredietfaciliteiten.

(g)  De Commissie moet de lidstaten specifiek verplichten hun inspanningen en resultaten met betrekking tot microkrediet te analyseren en er verslag over uit te brengen in hun jaarverslagen over hun nationale hervormingsprogramma's in verband met de geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid van de herziene strategie van Lissabon. De Commissie moet microkrediet op een expliciete manier behandelen in haar jaarlijkse voortgangsverslag.

2.  Aanbeveling 2: EU-financiering

Het Europees Parlement is van mening dat het(de) goed te keuren wetgevingsbesluit(en) tot doel moet(en) hebben regels vast te leggen voor het volgende:

(a)  De Commissie moet voorzien in de (co-)financiering van projecten met betrekking tot het hiernavolgende, mits dergelijke financiering specifiek gericht is op de bevordering van de beschikbaarheid van microkrediet voor alle personen en ondernemingen die geen directe toegang tot krediet hebben, welke normaal gesproken door de lidstaten, binnen hun jurisdictie, worden gedefinieerd als kansarme doelgroepen (zoals de Roma, immigranten, personen die in achterstandsgebieden op het platteland wonen, mensen die zich in onzekere werkomstandigheden bevinden en vrouwen):

   (i) de levering van garanties voor microkredietverleners door nationale of EU-fondsen;
   (ii) het voorzien in bedrijfsondersteunende diensten als bijkomende diensten voor microkredietnemers, door de microkredietverleners of door derden, met inbegrip van verplichte specifieke opleidingen met regelmatige evaluaties voor microkredietnemers, met de mogelijkheid dat dergelijke opleidingen kunnen worden gefinancierd uit structuurfondsen;
   (iii) onderzoek en uitwisseling van beste praktijken op operationeel gebied, bijvoorbeeld met betrekking tot alternatieve zekerheidseisen, niet-traditionele methoden voor kredietwaardigheidsbeoordeling, scoringssystemen en de rol van bemiddelaars;
   (iv) het opzetten van een website waar mogelijke ontvangers van microkredieten hun projecten kunnen presenteren aan mensen die bereid zijn geld uit te lenen om ze te ondersteunen; en tevens;
   (v) de totstandbrenging van een gegevensbank voor de hele EU met positieve en negatieve gegevens over microkredietnemers.

(b)  Om dubbel werk te voorkomen, moet de Commissie:

   (i) één enkele coördinatie-entiteit aanduiden, waar alle financieringsactiviteiten van de EU op het vlak van microkrediet worden samengebracht; en tevens
   (ii) enkel projecten (co-)financieren die kunnen worden gecombineerd met behoud van socialezekerheidsrechten, zoals werkloosheidsuitkeringen en vervangingsinkomens, op basis van een analyse van de commerciële dienstverlener, waarbij rekening moet worden gehouden met de resultaten van de onderneming en het nationale bestaansminimum.

3.  Aanbeveling 3: een geharmoniseerd EU-kader voor bancaire en niet-bancaire MKI's

Het Europees Parlement is van mening dat het(de) goed te keuren wetgevingsbesluit(en) tot doel moet(en) hebben regels vast te leggen voor het volgende:

De Commissie moet regelgeving voorstellen om te voorzien in een EU-kader voor bancaire en niet-bancaire MKI's. Het kader voor de niet-bancaire MKI's moet onder meer bestaan uit:

   (a) een duidelijke definitie van microkredietverleners, waarin is vastgelegd dat ze geen deposito's aanvaarden, en bijgevolg ook geen financiële instellingen zijn krachtens Richtlijn 2006/48/EG;
   (b) de mogelijkheid enkel kredietactiviteiten uit te voeren;
   (c) de mogelijkheid geleende kredieten door te lenen; en tevens
   (d) geharmoniseerde, op risico gebaseerde regels op het vlak van vergunningen, registratie, melding en bedrijfseconomisch toezicht.

4.  Aanbeveling 4: Richtlijn 2005/60/EG

Het Europees Parlement is van mening dat het(de) goed te keuren wetgevingsbesluit(en) tot doel moet(en) hebben regels vast te leggen voor het volgende:

De Commissie moet er, bij de herziening van Richtlijn 2005/60/EG, voor zorgen dat de bepalingen die zijn vastgelegd in die richtlijn personen die niet beschikken over een vast adres of identiteitspapieren niet belemmeren in hun toegang tot microkrediet, door een speciale uitzondering op te nemen in de bepalingen met betrekking tot "ken-uw-cliënt"-procedures.

5.  Aanbeveling 5: EG-mededingingsregels

Het Europees Parlement is van mening dat het(de) goed te keuren wetgevingsbesluit(en) tot doel moet(en) hebben regels vast te leggen voor het volgende:

(a)  De Commissie moet bij de herziening van de de minimis-regels voorzien in:

   (i) de differentiatie van de de minimis-grenzen tussen de lidstaten met betrekking tot financiële steun voor microkredietverleners;
   (ii) de afschaffing van de discriminatie van de minimis-steun toegekend aan een onderneming in de landbouwsector, indien de steun wordt toegekend in verband met microkrediet; en tevens
   (iii) een vermindering van de administratieve last indien de steun wordt toegekend in verband met microkrediet.

(b)  De Commissie moet verduidelijken dat de rol van de microkredietverleners en, indien dit van toepassing is, de overheidssteun die dergelijke instellingen ontvangen, verenigbaar zijn met de mededingingsregels van de EU.

(c)  De Commissie moet regels toepassen die de voorkeursbehandeling bij openbare aanbestedingsprocedures toelaten van goederen en diensten die worden geleverd door microkredietnemers.

Juridische mededeling - Privacybeleid