Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 22 april 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen (COM(2008)0644 – C6-0373/2008 – 2008/0198(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0644),
– gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 175, lid 1, van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0373/2008),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6-0115/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 22 april 2009 met het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie║,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),
Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(3),
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bossen bieden een grote variëteit aan ecologische, economische en sociale voordelen, waaronder hout, andere bosproducten, milieudienstenen leefgebieden van lokale gemeenschappen.
(2)Het bos is een kostbaar erfgoed dat moet worden beschermd en in stand gehouden en, waar mogelijk, moet worden hersteld met het uiteindelijke doel om de biodiversiteit en het ecosysteem te bewaren, het klimaat te beschermen en de rechten van de inheemse bevolking en van plaatselijke gemeenschappen en gemeenschappen die voor hun overleven van het bos afhankelijk zijn, te waarborgen.
(3)Bossen vormen een economische hulpbron. Het gebruik van bossen zorgt voor welvaart en werkgelegenheid. Het gebruik van bossen heeft tevens een gunstig effect op het klimaat, aangezien bosproducten de plaats kunnen innemen van producten die meer energie verbruiken.
(4)Het is van groot belang − en dit niet in de laatste plaats vanwege het klimaat − dat onderleveranciers die werkzaam zijn op de Gemeenschapsmarkt, uitsluitend handelen in legaal gekapt hout. Dergelijke producten waarborgen immers dat de belangrijke rol die bossen vervullen als reservoir voor kooldioxide, niet wordt ontregeld. Verder draagt het gebruik van legaal gekapt hout als bouwmateriaal, bijvoorbeeld in houten huizen, bij tot een invanging van kooldioxide op lange termijn.
(5)Het bos en de bosbouw zijn voor een zeer groot deel verantwoordelijk voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van ontwikkelingslanden en vormen voor velen in deze landen de primaire bron van inkomsten. Om die reden is het van belang deze ontwikkeling en bron van inkomsten niet te schaden, maar juist gericht te zijn op de vraag hoe wij mee een bijdrage kunnen leveren aan een duurzamer bosgebruik in deze landen.
(6) Als gevolg van de wereldwijde, groeiende vraag naar hout en houtproducten en de tekortkomingen op institutioneel en bestuurlijk gebied die in de bosbouwsector van een aantal houtproducerende landen voorkomen, worden illegale houtkap en de daarmee samenhangende handel een steeds groter probleem.
(7)Het is duidelijk dat de druk op de natuurlijke bosbestanden en de vraag naar hout en houtproducten vaak te hoog zijn en dat de Gemeenschap haar weerslag op de bosecosystemen moet verminderen, ongeacht waar deze zich doet gevoelen.
(8) Illegale houtkap is, naast institutionele en bestuurlijke tekortkomingen in de bosbouwsector van een groot aantal houtproducerende landen, een zeer ernstig probleem van groot internationaal belang. Illegale houtkap vormt een belangrijke bedreiging voor de bossen, aangezien hij bijdraagt tot de ontbossing en de aantasting van bossen, die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor 20% van de CO2-emissies, heeft invloed op woestijn- en steppevorming, vergroot de bodemerosie, versterkt extreme weersomstandigheden en de overstromingen die daarvan het gevolg kunnen zijn, bedreigt de biodiversiteit, schaadt de woonomgeving van inheemse volkeren en ondermijnt een duurzaam bosbeheer en duurzame bosontwikkeling. Bovendien heeft illegale houtkap ook sociale, politieke en economische implicaties en ondermijnt het het streven naar goed bestuur, en vormt het een bedreiging voor lokale gemeenschappen die voor hun overleven van het bos afhankelijk zijn en voor de rechten van de inheemse bevolking.
(9)Het doel van deze verordening is een halt toe te roepen aan de handel in illegaal gekapt hout en houtproducten in de EU, en een bijdrage te leveren aan het stoppen van ontbossing en aantasting van bossen en de daarmee verbonden emissie van koolstofdioxide en het wereldwijde verlies aan biodiversiteit, en moet duurzame economische groei, duurzame humane ontwikkeling en inachtneming van het leefklimaat van inheemse en lokale volkeren bevorderen. Deze verordening moet bijdragen aan de nakoming van verplichtingen en toezeggingen, ondermeer opgenomen in het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD) van 1992; de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) van 1973; de internationale overeenkomsten inzake tropisch hout (ITTA) van 1983, 1994 en 2006; het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) uit 2002; het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming van 1994; de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992; de Verklaring van Johannesburg en het bijbehorende implementatieplan, goedgekeurd op de Wereldtop over duurzame ontwikkeling op 4 september 2002; de actievoorstellen van het Intergouvernementeel Panel van de VN inzake bossen zoals goedgekeurd door de bijzondere zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (UNGASS) van 1997, en van het Intergouvernementeel Bossenforum van de VN; de juridisch niet-bindende beginselverklaring inzake een mondiale consensus aangaande het beheer, het behoud en duurzame ontwikkeling van alle soorten bossen van 1992, van de conferentie over milieu en ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCED); Agenda 21, aangenomen door de UNCED in juni 1992; de UNGASS-resolutie over het "Programma voor de verdere tenuitvoerlegging van Agenda 21", van 1997; de Millenniumverklaring van 2000; het Wereldnatuurhandvest van 1982; de verklaring van de conferentie van de Verenigde Naties over het menselijk leefmilieu van 1972; het actieplan voor het menselijk leefmilieu van 1972, resolutie 4/2 van het Intergouvernementeel Bossenforum van de Verenigde Naties; het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk milieu in Europa van 1979; het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van corruptie (UNCAC), van 2003.
(10)In Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002, tot vaststelling van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap(4) worden volgende prioritaire acties vastgesteld: bestudering van de mogelijkheden om actieve maatregelen te nemen ter voorkoming en bestrijding van de handel in illegaal gekapt hout, en continuering van de actieve deelname van de Gemeenschap en de lidstaten in de uitvoering van de mondiale en regionale resoluties en overeenkomsten over kwesties die verband houden met bossen.
(11) In de Mededeling van de Commissie van 21 mei 2003, getiteld "Wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT), voorstel voor een EU-actie-plan(5), is een pakket maatregelen voorgesteld ter ondersteuning van de internationale inspanningen om het probleem van de illegale houtkap en de daarmee samenhangende handel uit de wereld te helpen en een bijdrage te leveren aan de ruimere doelstelling van duurzaam bosbeheer.
(12) De Raad en het Europees Parlement hebben erkend dat de Gemeenschap moet bijdragen aan de wereldwijde inspanningen om het probleem van de illegale houtkap aan te pakken en duurzame legale houtkap te bevorderen in het kader van duurzame ontwikkeling, duurzaam bosbeheer en armoedevermindering, alsook sociale gelijkheid en nationale soevereiniteit, en zij hebben die mededeling derhalve verwelkomd.
(13) In overeenstemming met het doel van die mededeling, namelijk ervoor zorgen dat alleen houtproducten die overeenkomstig de nationale wetgeving van het producerende land zijn geproduceerd, de Gemeenschap binnen kunnen komen, heeft de Gemeenschap met houtproducerende landen (partnerlanden) onderhandeld over vrijwillige partnerschapsovereenkomsten (Voluntary Partnership Agreements – VPA's) die de partijen wettelijk verplichten een vergunningenstelsel in te voeren en de handel in hout en houtproducten waarop die VPA's betrekking hebben, te reguleren.
(14)In het kader van bilaterale besprekingen moet de Gemeenschap voorts belangrijke houtverbruikende landen zoals de VS, China, Rusland en Japan ertoe aansporen om het probleem van de illegale houtkap te bespreken, geharmoniseerde en adequate verplichtingen voor de marktdeelnemers op hun eigen houtmarkt vast te stellen en een onafhankelijk wereldwijd alarmsysteem en register voor illegale houtkap in te stellen, dat bijvoorbeeld uit Interpol en een bevoegde instantie van de VN bestaat en dat over de recentste satellietopsporingstechnologie beschikt.
(15)Marktdeelnemers in landen met bossen die van internationaal ecologisch belang zijn, moeten een bijzondere verantwoordelijkheid hebben voor duurzame houtontginning.
(16) Gezien de schaal en de urgentie van het probleem, moet de bestrijding van de illegale houtkap en de daarmee samenhangende handel actief worden gesteund, moet de schade die de Gemeenschap aan de bosecosystemen toebrengt, worden verminderd, moet het VPA-initiatief worden aangevuld en versterkt, en moet een grotere synergie tot stand worden gebracht tussen beleid dat erop gericht is armoede te bestrijden en de bossen in stand te houden en beleid dat streeft naar een hoog niveau van milieubescherming, onder meer door de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit te bestrijden.
(17)Met als uitgangspunt het beginsel van preventief optreden, dienen alle marktpartijen in de toeleveringsketen verantwoordelijkheid te nemen voor het uitbannen van illegaal gekapt hout en houtproducten op de markt.
(18) De inspanningen van de landen die met de Gemeenschap een FLEGT-VPA hebben gesloten, en de in de VPA's vervatte beginselen, met name ten aanzien van de definitie van het begrip legaal geproduceerd hout, moeten worden erkend. Ook moet rekening worden gehouden met het feit dat in het kader van het FLEGT-vergunningenstelsel alleen overeenkomstig de betrokken nationale wetgeving gekapt hout en producten daarvan naar de Gemeenschap worden uitgevoerd. Daartoe moeten de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap(6) genoemde producten van oorsprong uit de in bijlage I bij die verordening genoemde partnerlanden worden beschouwd als legaal gekapt, op voorwaarde dat zij aan die verordening en de bepalingen ter uitvoering daarvan voldoen. De in de VPA's vervatte beginselen, met name ten aanzien van de definitie van het begrip "legaal geproduceerd hout", moeten onder meer omvatten en waarborgen, duurzaam bosbeheer, instandhouding van de biodiversiteit, bescherming van lokale gemeenschappen die voor hun overleven van het bos afhankelijk zijn en van de inheemse bevolking en waarborging van de rechten van deze gemeenschappen en volkeren.
(19) Er moet rekening worden gehouden met het feit dat de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dier- en plantensoorten (CITES) van de bij die overeenkomst aangesloten partijen eist dat zij alleen een CITES-uitvoervergunning afgeven wanneer een soort die in de CITES-lijst is opgenomen, met name overeenkomstig de wetgeving van het uitvoerende land is verzameld. Daartoe moeten de houtproducten die zijn opgenomen in de lijsten in de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer(7) worden beschouwd als legaal gekapt, mits zij aan die verordening en de bepalingen ter uitvoering daarvan voldoen.
(20) Rekening houdend met de complexiteit van de onderliggende factoren en de effecten van illegale houtkap, moeten de prikkels die aanzetten tot illegaal gedrag, worden verminderd door het gedrag van de marktdeelnemers te beïnvloeden. Strengere eisen en verplichtingen en sterkere wettelijke middelen om marktdeelnemers die illegaal hout en illegale houtproducten bezitten, dan wel op de Gemeenschapsmarkt brengen of beschikbaar stellen, te bestraffen, behoren tot de meest effectieve oplossingen om marktdeelnemers ervan te weerhouden zaken te doen met illegale leveranciers.
(21) Bij gebrek aan een internationaal overeengekomen definitie van illegale houtkap, moet in de eerste plaats op grond van de wetgeving van het land waar het hout is gekapt, worden bepaald of houtkap al dan niet illegaal is. Bij de toepassing van legaliteitsnormen moet voorts rekening worden gehouden met internationale normen, zoals onder meer die van de African Timber Organisation, de Internationale Organisatie voor Tropisch Hout, het proces van Montreal inzake criteria en indicatoren voor het behoud en duurzaam beheer van bossen in gematigde en boreale streken alsmede het pan-Europese bosproces inzake criteria en indicatoren voor duurzaam bosbeheer. Dergelijke toepassing van legaliteitsnormen dient tevens bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van internationale toezeggingen, beginselen en aanbevelingen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de beperking van de klimaatverandering, het tegengaan van het verlies aan biodiversiteit, armoedevermindering, het terugdringen van woestijnvorming, en de bescherming en bevordering van de rechten van inheemse volkeren, plaatselijke gemeenschappen en gemeenschappen die voor hun overleven van het bos afhankelijk zijn. Het land waar het hout wordt gekapt moet een inventarisatie kunnen overleggen van het totaal aan legaal gekapt hout, met bijzonderheden over de boomsoorten en de maximale houtproductie.
(22) Veel houtproducten ondergaan talrijke processen voordat en nadat zij voor de eerste maal op de markt zijn gebracht. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen, hoeven alleen marktdeelnemers die hout en houtproducten voor de eerste maal op de markt brengen, en dus niet de hele distributieketen, te voldoen aan de eis om een alomvattend stelsel van maatregelen en procedures (stelsel van zorgvuldigheidseisen) in te voeren zodat het gevaar dat illegaal gekapt hout en producten daarvan op de markt worden gebracht, tot een minimum wordt beperkt. Alle exploitanten in de toeleveringsketen moeten evenwel gebonden zijn door het absolute verbod om hout of houtproducten van illegale oorsprong in de handel te brengen en moeten hiertoe de nodige zorgvuldigheid betrachten.
(23)Alle exploitanten (handelaren en producenten) in de toeleveringsketen vanhout en houtproducten op de Gemeenschapsmarkt dienen op de aangeboden producten duidelijk aan te geven uit welke bron of van welke toeleverancier het hout afkomstig is.
▌
(24) Marktdeelnemers die hout en houtproducten voor de eerste maal op de markt van de Gemeenschap brengen moeten de nodige zorgvuldigheid betrachten door een stelsel van zorgvuldigheidseisen om het risico dat zij illegaal gekapt hout en producten daarvan op de markt brengen, tot een minimum te beperken.
(25) Het stelsel van zorgvuldigheidseisen moet toegang verschaffen tot de bronnen en leveranciers van hout en houtproducten die op de markt van de Gemeenschap worden gebracht en tot informatie ten aanzien van de naleving van de toepasselijke wetgeving.
(26)Bij de uitvoering van deze verordening dienen de Commissie en de lidstaten in het bijzonder aandacht te hebben voor de kenmerkende risico's voor en beperkte middelen van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's). Het is uitermate belangrijk dat KMO's niet worden belast met ingewikkelde regels die hun ontwikkeling in de weg staan. De Commissie dient derhalve zoveel mogelijk – uitgaande van de mechanismen en beginselen die in de aanstaande Small Business Act zijn vastgesteld – vereenvoudigde systemen uit te werken voor de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen voor KMO's zonder het doel van de verordening in gevaar te brengen, en de KMO's goede alternatieven te bieden om hen toe te laten hun werkzaamheden conform de Gemeenschapswetgeving uit te voeren.
(27) ▌Om de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken en om bij te dragen tot de ontwikkeling van goede praktijken, moet erkenning worden verleend aan organisaties die passende en doeltreffende eisen hebben opgesteld voor de invoering van stelsels van zorgvuldigheidseisen. Een lijst van dergelijke erkende organisaties wordt bekendgemaakt ▌.
(28)Met hetzelfde doel voor ogen stimuleert de Europese Unie de samenwerking van bovengenoemde organisaties met milieuorganisaties en mensenrechten-organisaties ter ondersteuning van de stelsels van zorgvuldigheidseisen en de controle daarop.
(29) De bevoegde autoriteiten moeten erop toezien dat de marktdeelnemers aan de in deze verordening vastgestelde eisen voldoen. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten officiële controles uitvoeren, met inbegrip van douanecontroles, en de marktdeelnemers verplichten zo nodig corrigerende maatregelen te nemen.
(30) De bevoegde autoriteiten moeten de controles registreren en een samenvatting daarvan publiek toegankelijk maken overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie(8).
(31) Gezien het internationale karakter van illegale houtkap, moeten de bevoegde autoriteiten onderling en met milieuorganisaties, mensenrechtenorganisaties en de overheden van derde landen en/of de Commissie samenwerken.
(32) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat overtredingen van deze verordening met doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende straffen worden bestraft.
(33) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(9).
(34)In het bijzonder moet de Commissie ║ de bevoegdheid worden gegeven uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van zorgvuldigheidseisen goed te keuren, waaronder criteria voor de beoordeling van het risico dat illegaal gekapt hout op de markt wordt gebracht, ║ criteria vast te stellen voor de erkenning van stelsels van zorgvuldigheidseisen die door toezichthoudende organisaties zijn ontwikkeld, en ║ de lijst van hout en houtproducten waarop deze verordening van toepassing is, aan te passen wanneer de technische kenmerken, het eindgebruik of de productieprocessen van hout en houtproducten dergelijke aanpassingen noodzakelijk maken. Daar het ║ maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing.
▌
(35)De ontwikkeling van duurzame bosbouw is een voortdurend proces. Om die reden dient deze verordening regelmatig te worden geëvalueerd, geactualiseerd en gewijzigd, al naar gelang de uitkomsten van nieuw onderzoek. De Commissie dient derhalve regelmatig kennis te nemen van de meest recente beschikbare onderzoeken en ontwikkelingen, en haar daarop gebaseerde bevindingen samen met de voorgestelde wijzigingen te presenteren in een verslag aan het Europees Parlement.
(36)Ter bescherming van een goed functionerende interne markt voor bosproducten dient de Commissie doorlopend de effecten van deze verordening te onderzoeken. Daarbij dient vooral te worden gelet op de gevolgen van de verordening voor KMO's die actief zijn op de Gemeenschapsmarkt. De Commissie dient derhalve in overeenstemming hiermee regelmatig een onderzoek uit te voeren naar en een effectbeoordeling te maken van de uitwerking van de verordening op de interne markt en dan met name voor KMO's, naast de gevolgen voor het duurzame bosbeheer. De Commissie dient vervolgens het Europees Parlement verslag uit te brengen van haar onderzoek, haar conclusies en haar aanbevelingen ten aanzien van maatregelen.
(37) Aangezien de doelstelling van deze verordening, te weten het aanvullen en versterken van het bestaande beleidskader en de bestrijding van illegale houtkap en de daarmee samenhangende handel, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege haar reikwijdte, beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap ║ overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en doel
Bij deze verordening worden de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen of aanbieden, vastgesteld.
De marktdeelnemers zien erop toe dat uitsluitend legaal gekapt hout en houtproducten op de markt worden aangeboden.
Marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen passen een stelsel van zorgvuldigheidseisen toe.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
a)
"hout en houtproducten": het hout en de houtproducten die in de bijlage worden genoemd, zonder uitzondering;
b)
"op de markt aanbieden": levering van hout of houtproducten voor distributie of gebruik op de communautaire markt in het kader van een commerciële activiteit, ongeacht of dit tegen betaling dan wel gratis gebeurt;
c)
"op de markt brengen": voor het eerst op de communautaire markt aanbieden van hout en houtproducten; de verdere verwerking en distributie van hout geldt niet als "op de markt brengen";
d)
"marktdeelnemer": een natuurlijke of rechtspersoon die hout of houtproducten op de markt brengt of aanbiedt;
e)
"legaal gekapt": gekapt overeenkomstig de geldende wetgeving in het land waar het hout is gekapt;
f)
"risico": de mogelijke situatie waarin hout of houtproducten van illegale herkomst uit het grondgebied van de Gemeenschap worden uitgevoerd, daarin worden ingevoerd of verhandeld, en de omvang ervan;
g)
"risicobeheer": het systematisch in kaart brengen van risico's en het toepassen van een reeks ▌procedures en te nemen maatregelen om het risico dat illegaal gekapt hout en producten daarvan op de markt worden gebracht, tot een minimum te beperken;
h)
"toepasselijke wetgeving": de nationale, regionale of internationale wetgeving, met name welke betrekking heeft op de instandhouding van biologische diversiteit, bosbeheer, rechten voor het gebruik van hulpbronnen en het tot een minimum beperken van schadelijke milieueffecten; in dit verband dient rekening te worden gehouden met eigendomsrechten, de rechten van de inheemse bevolking, arbeidswetgeving, welzijnswetgeving, belastingen, invoer- en uitvoerheffingen, royalties en tarieven in verband met het oogsten, vervoer en marketing;
i)
"duurzaam bosbeheer": het beheer en het gebruik van bossen en beboste zones op een manier en met een intensiteit waarbij deze hun biologische diversiteit, productiviteit, regeneratiecapaciteit, vitaliteit en vermogen behouden om nu en in de toekomst relevante ecologische, economische en sociale functies op lokaal, nationaal en mondiaal niveau te vervullen en waarbij geen schade aan andere ecosystemen wordt toegebracht;
j)
"land waar het hout is gekapt": het land waar het hout of het in de houtproducten verwerkte hout is gekapt;
k)
"toezichthoudende organisatie": een rechtspersoon of een vereniging met leden ▌die de wettelijke mogelijkheid heeft en over de vereiste deskundigheid beschikt om toezicht te houden op en te zorgen voor de toepassing van de stelsels van zorgvuldigheidseisen door de marktdeelnemers die als gebruiker van een dergelijk stelsel zijn gecertificeerd en bij wet onafhankelijk is van de te certificeren marktdeelnemer;
l)
"traceerbaarheid": de mogelijkheid om hout en houtproducten in alle stadia van productie, verwerking en distributie te traceren en te volgen.
Artikel 3
Verplichtingen van de marktdeelnemers
1. De marktdeelnemers zorgen ervoor dat zij alleen legaal gewonnen hout en houtproducten op de markt brengen en aanbieden.
2. De marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen, stellen zelf een stelsel van zorgvuldigheidseisen op waarin de in artikel 4, bedoelde elementen zijn opgenomen, of zij maken gebruik van een stelsel van zorgvuldigheidseisen van een erkende toezichthoudende organisatie als bedoeld in artikel 6, lid 1.
Bestaande nationale stelsels van wettelijk toezicht en vrijwillige mechanismen voor doorlopende controle in de gehele toeleveringsketen, die voldoen aan de voorwaarden in deze verordening, kunnen als basis dienen voor het stelsel van zorgvuldigheidseisen.
3.Marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt aanbieden, moeten door de gehele toeleveringsketen heen in staat zijn:
i)
de marktdeelnemer die het hout en de houtproducten heeft geleverd en de marktdeelnemer aan wie het hout en de houtproducten worden geleverd, te identificeren;
ii)
op verzoek informatie te verstrekken over de naam van de houtsoort, het land of de landen van oorsprong en, voor zover haalbaar, het bos van herkomst;
iii)
indien nodig te controleren of de marktdeelnemer die het hout en de houtproducten voor het eerst op de markt heeft gebracht, aan de verplichtingen van deze verordening heeft voldaan.
4. De in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 2173/2005 genoemde houtproducten die van oorsprong zijn uit de in bijlage I bij die verordening genoemde partnerlanden en die aan die verordening en de bepalingen ter uitvoering daarvan voldoen, worden voor de toepassing van deze verordening beschouwd als legaal gekapt.
5. Houtproducten van de in de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten, die aan die verordening en de bepalingen ter uitvoering daarvan voldoen, worden voor de toepassing van deze verordening beschouwd als legaal gekapt.
Artikel 4
Stelsels van zorgvuldigheidseisen
1. Het in artikel 3, lid 2, bedoelde stelsel van zorgvuldigheidseisen moet:
a)
waarborgen dat uitsluitend legaal gewonnen hout en houtproducten op de markt worden gebracht, met behulp van een traceerbaarheidsysteem en onafhankelijke controle door een toezichthoudende organisatie;
b)
maatregelen omvatten ter vaststelling van:
i)
het land van oorsprong, het bos van oorsprong en, indien mogelijk de oogstconcessie;
ii)
de naam van de soort en de wetenschappelijke naam;
iii)
de waarde;
iv)
volume en/of gewicht;
v)
het feit dat het hout of de producten daarvan legaal geoogst zijn;
vi)
naam en adres van de marktdeelnemer die het hout of de producten daarvan heeft geleverd;
vii)
de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het oogsten;
viii)
de marktdeelnemer aan wie het hout en de producten daarvan zijn geleverd.
c)
een risicobeheersprocedure omvatten, bestaande uit:
i)
systematische identificatie van risico's, onder andere door het verzamelen van gegevens en informatie waarbij gebruik wordt gemaakt van internationale, communautaire of nationale bronnen;
ii)
toepassing van alle nodige maatregelen om de blootstelling aan risico's te beperken;
iii)
het opstellen van procedures voor het regelmatig toezicht op het doeltreffend functioneren van de maatregelen bedoeld in de punten i) en ii), en deze zo nodig te herzien;
iv)
het verzamelen van gegevens die moeten aantonen dat de in de punten i), ii) en iii) bedoelde maatregelen doeltreffend worden toegepast;
d)
voorzien in controles om de doeltreffende toepassing van het stelsel van zorgvuldigheidseisen te garanderen.
2. De Commissie stelt maatregelen vast voor de uitvoering van dit artikel, met het oog op de eenheid van interpretatie van de voorschriften en de concrete naleving ervan door de marktdeelnemers. De Commissie stelt met namecriteria opvoor de beoordeling of er een risico bestaat dat illegaal gekapt hout en producten daarvan op de markt worden gebracht. De Commissie schenkt in dit opzicht bijzondere aandacht aan de verschillende situaties en mogelijkheden van KMO's en zal, voor zover mogelijk, deze ondernemingen aangepaste en vereenvoudigde alternatieven aanbieden voor het rapportage- en controlesysteem om het risico te vermijden dat deze een te grote belasting zullen vormen.
In verband met het producttype, de herkomst of de complexiteit van de toeleveringsketen, worden bepaalde houtsoorten en de producten daarvan en leveranciers worden beschouwd als "bijzonder risico" dat aan de marktdeelnemers extra zorgvuldigheidseisen stelt.
Extra zorgvuldigheidseisen kunnen, onder meer, inhouden:
–
verzoeken om aanvullende documenten, gegevens of informatie;
–
verzoeken om onafhankelijke audits.
Hout en houtproducten uit de volgende gebieden worden door de marktdeelnemers, in het kader van deze verordening, beschouwd als "bijzonder risico":
–
conflictgebieden of landen/regio's waarvoor de Veiligheidsraad van de VN een uitvoerverbod heeft uitgevaardigd;
–
landen waarover eensluidende en betrouwbare informatie beschikbaar is met betrekking tot substantiële tekortkomingen van het bestuur in de bosbouw, de handhaving van de wetgeving inzake de bosbouw te wensen overlaat of de corruptie omvangrijk is;
–
landen die volgens de officiële statistieken van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) een afname van het bosareaal te zien geven;
–
voorraden waarover door cliënten of externe partijen informatie is verstrekt die wijst op mogelijke onregelmatigheden en gestaafd wordt door betrouwbare bewijzen die door onderzoek niet zijn weerlegd; zullen door de marktdeelnemers, in het kader van deze verordening, worden beschouwd als "bijzonder risico".
De Commissie stelt een register ter beschikking van hout, houtproducten en leveranciers die als "bijzonder risico" moeten worden aangemerkt.
Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening ║ te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Vóór de goedkeuring van aanvullende uitvoeringsmaatregelen worden de belanghebbenden geraadpleegd.
3.Afzonderlijke lidstaten mogen niet belemmerd worden om bij de toelating van hout en houtproducten op de markt, ten aanzien van de houtkap en herkomst strengere eisen te stellen dan in deze verordening zijn vastgesteld, betreffende duurzaamheid, de bescherming van het milieu, het behoud van de biodiversiteit en het ecosysteem, de bescherming van leefgebieden van lokale gemeenschappen, de bescherming van gemeenschappen die voor hun overleving van het bos afhankelijk zijn, de bescherming en rechten van de inheemse bevolking en mensenrechten.
Artikel 5
Etikettering
De lidstaten dragen er zorg voor dat uiterlijk ...(10) alle hout en houtproducten die op de markt worden gebracht en aangeboden, worden voorzien van etiketten met informatie als bedoeld in artikel 3, lid 3.
Artikel 6
Erkenning van toezichthoudende organisaties
1. De Commissie erkent, overeenkomstig de in artikel 12, lid 3 bedoelde regelgevingsprocedure, als toezichthoudende organisatie een particuliere of publieke entiteit die een stelsel van zorgvuldigheidseisen heeft opgesteld dat de in artikel 4, lid 1, genoemde elementen bevat.
2.Een publieke entiteit die erkenning aanvraagt als bedoeld in lid 1, moet aan de volgende vereisten voldoen:
a)
zij bezit rechtspersoonlijkheid;
b)
zij is een publiekrechtelijke entiteit;
c)
zij is opgericht met het doel specifieke functies te vervullen met betrekking tot de bosbouwsector;
d)
zij wordt, merendeels, door de nationale, regionale of lokale overheid of andere publiekrechtelijke lichamen gefinancierd;
e)
zij verplicht de door haar gecertificeerde marktdeelnemers hun stelsel van zorgvuldigheidseisen te gebruiken;
f)
zij beschikt over toezichtmechanismen om ervoor te zorgen dat het stelsel van zorgvuldigheidseisen wordt gebruikt door de marktdeelnemers die zij heeft gecertificeerd als gebruikmakend haar stelsel van zorgvuldigheidseisen;
g)
zij neemt passende disciplinaire maatregelen tegen elke gecertificeerde marktdeelnemer die niet aan haar stelsel van zorgvuldigheidseisen voldoet; deze disciplinaire maatregelen kunnen onder meer de melding van de zaak aan de bevoegde nationale autoriteit omvatten;
h)
er bestaat geen belangenconflict tussen haar en de bevoegde autoriteiten.
3.Een particuliere entiteit die erkenning aanvraagt als bedoeld in lid 1, moet aan de volgende vereisten voldoen:
a)
zij bezit rechtspersoonlijkheid;
b)
zij is een privaatrechtelijke entiteit;
c)
zij beschikt over de vereiste deskundigheid;
d)
zij is financieel onafhankelijk van de te certificeren marktdeelnemers;
e)
de door de toezichthoudende organisatie gecertificeerde marktdeelnemers zijn krachtens haar statuten gehouden het stelsel van zorgvuldigheidseisen van die toezichthoudende organisatie toe te passen;
f)
zij beschikt over toezichtmechanismen om ervoor te zorgen dat het stelsel van zorgvuldigheidseisen wordt gebruikt door de marktdeelnemers die zij heeft gecertificeerd als gebruikmakend van haar stelsel van zorgvuldigheidseisen;
g)
zij neemt passende disciplinaire maatregelen tegen elke gecertificeerde marktdeelnemer die niet aan haar stelsel van zorgvuldigheidseisen voldoet; deze disciplinaire maatregelen kunnen onder meer de melding van de zaak aan de bevoegde nationale autoriteit omvatten.
4. De toezichthoudende organisatie verstrekt, samen met de erkenningsaanvraag, de volgende informatie aan de Commissie:
a)
haar statuten;
b)
de naam van de personen die gemachtigd zijn om namens haar op te treden;
c)
documentatie waaruit blijkt dat zij over de vereiste deskundigheid beschikt;
d)
een gedetailleerde beschrijving van het stelsel van zorgvuldigheidseisen dat zij gebruikt.
5.In overeenstemming met de in artikel 12, lid 3, bedoelde procedure besluit de Commissie binnen drie maanden na aanvraag door een toezichthoudende organisatie of de ontvangst van een aanbeveling van de bevoegde autoriteit van een lidstaat of zij die organisatie erkenning verleent.
Het besluit om een toezichthoudende organisatie erkenning te verlenen wordt door de Commissie binnen 15 dagen na de datum van dat besluit meegedeeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat onder wiens gezag de toezichthoudende organisatie valt. De Commissie doet deze mededeling vergezeld gaan van een kopie van de aanvraag.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten voeren op regelmatige basis controles uit, met inbegrip van controles ter plaatse of op grond van door derden geuite gegronde bezwaren, om zich ervan te vergewissen dat de toezichthoudende organisaties nog steeds aan de in lid 1 vastgestelde eisen voldoen. Controleverslagen worden toegankelijk gemaakt voor het publiek.
Indien de bevoegde autoriteiten na een dergelijke controle vaststellen dat een toezichthoudende organisatie niet aan de in leden 1 en 2 of leden 1 en 3 vastgestelde eisen voldoet, stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis en overleggen zij aan de Commissie alle relevante bewijzen daarvoor.
6.In overeenstemming met de in artikel 12, lid 3, bedoelde procedure besluit de Commissie de erkenning van een toezichthoudende organisatie in te trekken, als is vastgesteld dat niet langer aan de in de leden 1 en 2 of leden 1 en 3 vastgestelde eisen wordt voldaan.
7. De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie binnen twee maanden in kennis van elk besluit om een aanbeveling te doen tot erkenning van een toezichthoudende organisatie ▌, dan wel de erkenning te weigeren of in te trekken.
8. De Commissie stelt maatregelen vast voor de uitvoering van dit artikel.
Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening ║ te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Artikel 7
Lijst van toezichthoudende organisaties
De Commissie maakt de lijst van ▌erkende toezichthoudende organisaties bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie, reeks C, en op haar website. De lijst wordt regelmatig bijgewerkt.
Artikel 8
Toezicht- en controlemaatregelen
1. De bevoegde autoriteiten voeren controles uit om na te gaan of de marktdeelnemers aan de in artikel 3, leden 1, 2 en 3 en artikel 4, lid 1 vastgestelde eisen voldoen.
2.Controles worden uitgevoerd volgens een daartoe vastgesteld jaarplan en/of op basis van door derden geuite gegronde bezwaren, of indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat beschikt over informatie waaruit zou kunnen blijken dat het twijfelachtig is of de exploitant de voorwaarden die in het systeem van zorgvuldigheidseisen die in deze verordening zijn opgenomen, naleeft.
3.Controles kunnen onder meer betrekking hebben op:
a)
onderzoek van de technische en beheersstelsels en de zorgvuldigheidsprocedures en risicobeoordelingen die door de marktdeelnemers worden toegepast;
b)
onderzoek van documentatie en gegevens die het behoorlijk functioneren van de stelsels en de procedures aantonen;
c)
steekproeven, met inbegrip van controles ter plaatse.
4.De bevoegde autoriteiten beschikken over een betrouwbaar traceerbaarheidssysteem om internationaal verhandelde houtproducten te kunnen opsporen en openbare controlestelsels om te kunnen beoordelen in hoeverre de exploitanten hun verplichtingen nakomen en exploitanten te helpen bij het identificeren van leveranciers van hout en houtproducten met bijzonder risico.
5. De marktdeelnemers moeten alle assistentie verlenen die nodig is om het verrichten van de in lid 1 bedoelde controles te vergemakkelijken, met name wat betreft de toegang tot bedrijfsruimten en het voorleggen van documentatie of gegevens.
6.Indien, naar aanleiding van de in lid 1 bedoelde controles, mag worden aangenomen dat de exploitant de voorwaarden in artikel 3 heeft niet in acht heeft genomen, kunnen de bevoegde autoriteiten, in overeenstemming met hun nationale wetgeving een diepgaand onderzoek over deze overtreding instellen en overeenkomstig de nationale wetgeving en afhankelijk van de ernst van de overtreding, onmiddellijke maatregelen nemen, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
a)
de onmiddellijke stopzetting van de handelsactiviteiten;
b)
de inbeslagname van hout en houtproducten.
7.De onmiddellijke maatregelen van de bevoegde autoriteiten zijn van dien aard dat voortzetting van de betrokken inbreuk wordt voorkomen en het de bevoegde autoriteiten mogelijk wordt gemaakt het onderzoek ernaar te voltooien.
8.Indien de bevoegde autoriteiten van mening zijn dat de technische en beheerssystemen en de zorgvuldigheids- en risicobeoordelingsprocedures onvoldoende zijn, zullen ze de exploitant aansporen tot het nemen van corrigerende maatregelen.
Artikel 9
Controlegegevens
1. De bevoegde autoriteiten registreren de in artikel 8, lid 1, bedoelde controles, waarbij zij met name de aard en de resultaten van de controles aangeven, alsmede de te nemen corrigerende maatregelen waarom is gevraagd. De gegevens van alle controles worden ten minste 10 jaar bewaard.
2. ▌De in lid 1 bedoelde gegevens worden op Internet voor het publiek beschikbaar gesteld overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG.
Artikel 10
Samenwerking
1. De bevoegde autoriteiten werken met elkaar, met de overheden van derde landen en met de Commissie samen om de naleving van deze verordening te garanderen.
2. De bevoegde autoriteiten wisselen met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten en met de Commissie informatie uit over de resultaten van de in artikel 8, lid 1, bedoelde controles.
Artikel 11
Bevoegde autoriteiten
1. Elke lidstaat wijst één of meer voor de uitvoering van deze verordening bevoegde autoriteiten aan. Deze autoriteiten moeten voldoende bevoegdheden krijgen om deze verordening te handhaven door toezicht uit te oefenen op de toepassing ervan, vermoedelijke overtredingen te onderzoeken in samenwerking met de douanediensten en overtredingen tijdig te melden aan de vervolgende autoriteit.
De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 31 december ... de naam en het adres van de bevoegde autoriteiten mee. De lidstaten stellen de Commissie ook in kennis van elke wijziging van de naam of het adres van de bevoegde autoriteiten.
2. De Commissie maakt de lijst van de bevoegde autoriteiten toegankelijk voor het publiek via Internet. Deze lijst wordt bijgewerkt.
Artikel 12
Comité
1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor de houthandel. ║
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
Artikel 13
Ontwikkeling van duurzaamheidsvoorschriften
Uiterlijk ...(11) zal de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel indienen over een communautaire norm voor hout en houtproducten die afkomstig zijn uit natuurbossen en die het bereiken van de hoogst mogelijke duurzaamheid beoogt.
Artikel 14
Adviesgroep
1.Er wordt een adviesgroep opgericht, bestaand uit vertegenwoordigers van geïnteresseerde belanghebbenden, zoals onder meer vertegenwoordigers van de houtverwerkende industrie, boseigenaren, niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en consumentenverenigingen, en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.
2.Vertegenwoordigers van de lidstaten kunnen op eigen initiatief of op uitnodiging van de adviesgroep deelnemen aan zijn zittingen.
3.De adviesgroep stelt een reglement van orde vast, dat op de website van de Commissie wordt gepubliceerd.
4.De Commissie verleent de nodige technische en logistieke steun aan de adviesgroep en stelt het secretariaat voor zijn vergaderingen ter beschikking.
5.De adviesgroep onderzoekt en verstrekt adviezen over vraagstukken betreffende de toepassing van deze verordening die door de voorzitter, op eigen initiatief of op verzoek van de leden van de adviesgroep of de Commissie, aan de orde worden gesteld.
6.De Commissie deelt de in de adviesgroep geuite opvattingen mee aan het comité.
Artikel 15
Wijzigingen
De Commissie kan de in de bijlage vastgestelde lijst van hout en houtproducten aanvullen, rekening houdend met de technische kenmerken, het eindgebruik en de productieprocessen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Artikel 16
Sancties
De lidstaten stellen voorschriften vast inzake de sancties die van toepassing zijn bij overtreding van de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties ook worden toegepast. De sancties moeten van strafrechtelijke of administratieve aard zijn, doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn en kunnen onder andere omvatten:
a)
boetes die evenredig zijn aan:
–
de mate van milieuschade die is aangericht;
–
de waarde van de betrokken houtproducten;
–
de gederfde belastinginkomsten en de economische schade als gevolg van de overtreding;
b)
de inbeslagname van hout en houtproducten;
c)
een tijdelijk verbod om hout en houtproducten te verhandelen.
Bij hangende rechtsgedingen zullen marktdeelnemers de aanvoer van hout en houtproducten uit de gebieden in kwestie, opschorten.
Boetes bedragen ten minste vijf keer de waarde van de houtproducten die door het plegen van de ernstige overtreding zijn verkregen. Bij herhaling van een ernstige overtreding binnen een periode van 5 jaar lopen de boetes geleidelijk op tot een bedrag dat tien keer zo hoog is als de waarde van de houtproducten die door het plegen van de ernstige overtreding zijn verkregen.
Onverminderd de andere in het Gemeenschapsrecht vastgestelde bepalingen betreffende financiële middelen van de overheid, verlenen de lidstaten aan marktdeelnemers die zijn veroordeeld voor een ernstige overtreding van deze verordening, geen enkele overheidssteun in het kader van nationale steunregelingen of uit communautaire fondsen voordat er corrigerende maatregelen zijn genomen en doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties zijn opgelegd.
De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 december ... van deze bepalingen inzakesancties in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.
Artikel 17
Rapportage
1. Vanaf de datum van toepassing van deze verordening dienen de lidstaten voor de eerste keer uiterlijk op 30 april ...(12) en daarna om de twee jaar ║ bij de Commissie een verslag in over de toepassing van deze verordening in de voorgaande twee jaar.
2. Op basis van deze verslagen stelt de Commissie een verslag op dat om de twee jaar aan het Europees Parlement en de Raad moet worden voorgelegd.
3.Bij de opstelling van het in lid 2 bedoelde verslag houdt de Commissie rekening met de vorderingen die zijn gemaakt met betrekking tot de sluiting en toepassing van de vrijwillige FLEGT-VPA's die zijn aangenomen krachtens Verordening (EG) nr. 2173/2005. De Commissie overweegt of in het licht van de met de toepassing van de FLEGT-VPA's opgedane ervaringen en hun doeltreffendheid bij de bestrijding van het probleem van illegale houtkap, wijzigingen van deze verordening vereist zijn.
Artikel 18
Wijziging van Richtlijn 2008/99/EG
Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht(13), wordt met ingang van ...(14) als volgt gewijzigd:
1.Het volgende punt wordt aan artikel 3 toegevoegd:"
(i bis) het aanbieden op de markt van illegaal gewonnen hout of houtproducten.
"
2.Het volgende streepje wordt toegevoegd aan bijlage A:
−"Verordening (EG) nr. .../2009 van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen".
Artikel 19
Toetsing
De Commissie zal uiterlijk ...(15)* drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, en nadien elke vijf jaar, een toetsing uitvoeren van het functioneren van deze verordening met het oog op het doel van de verordening, het Europees Parlement verslag uitbrengen van haar conclusies en, aan de hand daarvan, suggesties doen voor wijzigingen.
De toetsing zal zich bovenal richten op het volgende:
–
een gedetailleerde en degelijke analyse van onderzoek en ontwikkeling op het terrein van duurzame bosbouw;
–
de gevolgen van de verordening voor de interne markt, met name gezien de concurrentiepositie en de mogelijkheid voor nieuwe actoren om zich een plaats te verwerven op de markt;
–
de marktpositie van KMO's en hoe deze verordening hun activiteiten heeft beïnvloed.
Artikel 20
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
* *║ PB: één jaar na de ║ inwerkingtreding van deze verordening.
BIJLAGE
Hout en houtproducten, zoals vastgesteld in de in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad(1) vastgestelde gecombineerde nomenclatuur waarvoor het bepaalde in deze verordening geldt
1. De producten van de bijlagen II en III van Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad, waarop het FLEGT-vergunningensysteem van toepassing is;
2. Houtpulp en papier van de hoofdstukken 47, 48 en 49 van de gecombineerde nomenclatuur (GN), met uitzondering van producten op basis van bamboe en door terugwinning (uit resten en afval) verkregen producten;
3. Houten meubels van de GN-codes 9403 30, 9403 40, 9403 50 00, 9403 60 en 9403 90 30;
4. Geprefabriceerde bouwwerken van GN-code 9406 00 20;
5. Brandhout, in de vorm van ronde of andere blokken, rijshout, takkenbossen en dergelijke; hout in plakjes, spanen of kleine stukjes; zaagsel, resten en afval, van hout, ook indien geperst tot blokken, briketten, pellets of dergelijke vormen, van GN-code 4401;
6. Schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken, daaronder begrepen panelen met cellenstructuur, ineengezette panelen voor vloerbedekking en dakspanen ("shingles" en "shakes"), van hout, hout (niet-ineengezette plankjes voor parketvloeren daaronder begrepen), waarvan ten minste één zijde over de gehele lengte of uiteinde is geprofileerd (geploegd, van sponningen voorzien, afgerond met V-verbinding of dergelijke), ook indien geschaafd, geschuurd of met stuikverbinding, van GN-code 4418;
7. Spaanplaat, zogenaamd oriented strand board (OSB), en dergelijke plaat, van hout, ook indien samengeperst met harsen of met andere organische bindmiddelen, van GN-code 4410;
8. Vezelplaat van houtvezels of van andere houtachtige vezels, ook indien gebonden met harsen of met andere organische bindmiddelen, van GN-code 4411;
9. Verdicht hout, in blokken, in planken, in stroken of in profielen, van GN-code 4413 00 00;
10. Houten lijsten voor schilderijen, voor foto's, voor spiegels en dergelijke, van GN-code 4414 00;
11. Pakkisten, kratten, trommels en dergelijke verpakkingsmiddelen van hout; kabelhaspels van hout; laadborden, laadkisten en andere laadplateaus van hout; opzetranden voor laadborden, van hout; doodkisten, van GN-code 4415;
12. Vaten, kuipen, tobben en ander kuiperswerk, alsmede delen daarvan, van hout, duighout daaronder begrepen, van GN-code 4416 00 00.
13.De andere producten uit hout van de hoofdstukken 94 en 95 van de GN, inclusief speelgoed en sportartikelen uit hout, enzovoort.
Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).