Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0220(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0214/2009

Ingediende teksten :

A6-0214/2009

Debatten :

Stemmingen :

PV 22/04/2009 - 6.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0226

Aangenomen teksten
PDF 296kWORD 174k
Woensdag 22 april 2009 - Straatsburg
Minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten *
P6_TA(2009)0226A6-0214/2009

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 22 april 2009 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (COM(2008)0775 – C6-0511/2008 – 2008/0220(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0775),

–   gelet op artikel 100 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0511/2008),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0214/2009),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel als geamendeerd;

2.   verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.   verzoekt de Raad, wanneer hij voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement op de hoogte te stellen;

4.   wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Het belang van de bevoorrading van de Gemeenschap met ruwe aardolie en aardolieproducten blijft zeer groot, met name voor de vervoerssector en de chemische industrie.
(1)  Het belang van de bevoorrading van de Gemeenschap met ruwe aardolie en aardolieproducten blijft zeer groot, met name voor de vervoerssector, de chemische industrie en de energiesector. Verstoringen in de bevoorrading met ruwe aardolie en aardolieproducten en/of ontoereikende voorraden kunnen leiden tot grote financiële verliezen voor de ondernemingen en tot verlamming van andere sectoren van de economie en van het dagelijks leven van de burgers van de Europese Unie.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  Ruwe aardolie blijft nog tientallen jaren één van de belangrijkste primaire energiebronnen. Tegelijkertijd zal het voor de lidstaten steeds moeilijker worden om een constante bevoorrading met ruwe aardolie tegen een redelijke prijs te waarborgen.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  De toenemende concentratie van de productie, de daling van de olievoorraden en de stijging van het mondiale verbruik van olieproducten vergroten het risico van moeilijkheden met de bevoorrading.
(2)  De toenemende concentratie van de productie, de daling van de olievoorraden en de voortdurende stijging van het mondiale verbruik van olieproducten vergroten in aanzienlijke mate het risico van moeilijkheden met de bevoorrading.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  Het opbouwen van olievoorraden is, naast maatregelen die een gunstig investeringsklimaat scheppen voor de exploratie en exploitatie van aardoliereserves binnen en buiten de Europese Unie, hetgeen voor de continuïteit van de aardolievoorziening op lange termijn van essentieel belang is, een beproefd middel om verstoringen in de leveringen op korte termijn te compenseren.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 ter (nieuw)
(2 ter)  De mate van afhankelijkheid van de lidstaten van geïmporteerde aardolie om in hun energiebehoeften te voorzien is buitengewoon hoog.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  De Europese Unie speelt wereldwijd een belangrijke rol en haar beleid om een veilige energiebevoorrading te bevorderen zou derhalve deel moeten uitmaken van haar beleidsdoelstellingen in de betrekkingen met kandidaat-landen en buurlanden.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 ter (nieuw)
(4 ter)  De Commissie moet ervoor zorgen dat de acht lidstaten die geen lid van het Internationaal Energieagentschap (IEA) zijn1 op voet van gelijkheid betrokken worden bij de besluiten en maatregelen die de Europese Unie in overleg met het IEA neemt.
1 Bulgarije, Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Malta, Roemenië en Slovenië.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)  De Commissie moet de belangen van de lidstaten die geen lid van het Internationaal Energieagentschap zijn op passende wijze behartigen en verdedigen.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)  Volgens de conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad te Brussel van 8 en 9 maart 2007 is de invoering door de Gemeenschap van een geïntegreerd energiebeleid, waarbij initiatieven op Europees en op nationaal niveau met elkaar gecombineerd worden, crucialer en dringender dan ooit tevoren. Daarom is het essentieel de in de verschillende lidstaten toegepaste voorradenmechanismen op elkaar af te stemmen.
(7)  Volgens de conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad te Brussel van 8 en 9 maart 2007 is de invoering door de Gemeenschap van een geïntegreerd energiebeleid, waarbij initiatieven op Europees en op nationaal niveau met elkaar gecombineerd worden, crucialer en dringender dan ooit tevoren. Daarom is het essentieel de compatibiliteit van de uiteenlopend in de verschillende lidstaten toegepaste voorradenmechanismen te garanderen.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  In de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 15 en 16 oktober 2008 wordt de wens van de Unie benadrukt om solidariteitsmechanismen tussen de lidstaten tot stand te brengen in geval van een onderbreking van de energielevering, en wordt voorgesteld alle hiertoe benodigde instrumenten in het leven te roepen. Een doeltreffend stelsel voor het in opslag houden van voorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten, dat op communautair niveau wordt gecoördineerd, vormt eveneens een belangrijk element van het in de praktijk brengen van het beginsel van energiesolidariteit.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)  De beschikbaarheid van de olievoorraden en de veiligstelling van de energielevering vormen essentiële elementen van de openbare veiligheid van de lidstaten en de Gemeenschap. Door het bestaan van centrale instanties of –diensten voor de voorraadvorming in de Gemeenschap kan de verwezenlijking van deze doelstellingen naderbij komen. Om de verschillende betrokken lidstaten in staat te stellen hun nationale wetgeving zo goed mogelijk te gebruiken om de status van hun centrale entiteit voor de voorraadvorming vast te stellen, terwijl de financiële lasten van deze opslagactiviteiten voor de eindverbruikers worden verminderd, is, in een context waarin de olievoorraden op elke willekeurige plaats in de Gemeenschap en door elke daartoe ingestelde centrale instantie of dienst kunnen worden aangehouden, het verbod op winstoogmerk voldoende.
(8)  De beschikbaarheid van de olievoorraden en de veiligstelling van de energielevering vormen essentiële elementen van de openbare veiligheid van de lidstaten en de Gemeenschap. Het bestaan van centrale instanties of –diensten voor de voorraadvorming in de Gemeenschap kan deze doelstellingen op een kosteneffectieve manier helpen verwezenlijken. De lidstaten zouden in staat moeten zijn om hun nationale wetgeving zo goed mogelijk te gebruiken om de status van hun centrale entiteit voor de voorraadvorming en de voorwaarden voor het overdragen van de voorraadvorming aan andere lidstaten of andere entiteiten voor de voorraadvorming vast te stellen, terwijl de financiële lasten van deze opslagactiviteiten voor de eindverbruikers worden verminderd, in een context waarin de olievoorraden op elke willekeurige plaats in de Gemeenschap en door elke daartoe ingestelde centrale instantie of dienst kunnen worden aangehouden.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)  Teneinde de financiële last voor de eindgebruikers te verlichten, dienen de lidstaten te streven naar nauwere samenwerking tussen de centrale entiteiten voor de opslagvorming en het oprichten van regionale entiteiten voor de voorraadvorming.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  Gelet op de doelstellingen van de communautaire wetgeving inzake olievoorraden, in combinatie met de eventuele zorgen om de veiligheid van sommige lidstaten, en de wens om de solidariteitsmechanismen tussen de lidstaten strikter en transparanter te maken, moet het werkterrein van de centrale entiteiten die rechtstreeks handelen, worden beperkt tot het nationale grondgebied.
Schrappen
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)  Gezien de behoeften in verband met de invoering van noodbeleid, het op elkaar afstemmen van de nationale voorraadmechanismen en de noodzaak van een betere zichtbaarheid van de voorraadniveaus, met name bij een crisis, moeten de lidstaten en de Gemeenschap over de middelen voor een strengere controle op deze voorraden beschikken.
(12)  Gezien de behoeften in verband met de invoering van noodbeleid, het garanderen van de compatibiliteit van de nationale voorraadmechanismen en de noodzaak van een betere zichtbaarheid van de voorraadniveaus, met name bij een crisis, moeten de lidstaten over de middelen voor een strengere controle op deze voorraden beschikken.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Ofschoon de lidstaten voldoende flexibiliteit moet worden gelaten in de keuze voor opslagregelingen die het beste passen bij hun geografische omstandigheden en organisatorische inrichting, dienen zij de nodige mechanismen in het leven te roepen opdat de Commissie voortdurend kan beschikken over juiste en betrouwbare gegevens over de omvang van de voorraden.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 ter (nieuw)
(12 ter)  De rol van de lidstaten bij het in opslag houden en beheren van verplichte olievoorraden voor noodsituaties, moet worden versterkt.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
(14)  Om bij te dragen aan de verhoging van de voorzieningszekerheid in de Gemeenschap moeten de door de lidstaten of de centrale entiteiten in eigendom verworven voorraden, de zogenoemde "speciale voorraden", die zijn ingesteld na een besluit van de lidstaten, voldoen aan de daadwerkelijke behoeften bij een crisis. Deze voorraden moeten bovendien een eigen juridische status hebben die waarborgt dat zij bij een crisis absoluut beschikbaar zijn. De betrokken lidstaten moeten dan ook de nodige maatregelen nemen om de voorraden in kwestie onvoorwaardelijk te vrijwaren tegen alle executoriale maatregelen.
(14)  Om bij te dragen aan de verhoging van de voorzieningszekerheid in de Gemeenschap moeten de beschikbare voorraden, in overeenstemming met deze richtlijn, op zijn minst het verbruik voor de voorgeschreven periode kunnen dekken. Deze voorraden moeten bovendien een eigen juridische status hebben die waarborgt dat zij bij een crisis absoluut beschikbaar zijn. De betrokken lidstaten moeten dan ook de nodige maatregelen nemen om de voorraden in kwestie onvoorwaardelijk te vrijwaren tegen alle executoriale maatregelen.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  De hoeveelheden waarvan deze centrale entiteiten of de lidstaten eigenaar moeten worden, moeten in dit stadium onafhankelijk en vrijwillig door elke betrokken lidstaat worden vastgesteld.
(15)  De hoeveelheden waarvan deze centrale entiteiten of de lidstaten eigenaar moeten worden, moeten in dit stadium worden vastgesteld op een niveau dat vooraf onafhankelijk en vrijwillig door elke betrokken lidstaat is vastgesteld.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
(18)  De frequentie van de overzichten van de voorraden en de termijn waarbinnen deze moeten worden verstrekt, zoals vastgesteld in Richtlijn 2006/67/EG, lopen achter bij verschillende olievoorraadsystemen in andere delen van de wereld. In een resolutie over de macro-economische gevolgen van de energieprijsstijging heeft het Europees Parlement zich voorstander verklaard van de vaststelling van een hogere frequentie van de bekendmaking.
(18)  De frequentie van de overzichten van de voorraden en de termijn waarbinnen deze moeten worden verstrekt, zoals vastgesteld in Richtlijn 2006/67/EG, lopen achter bij verschillende olievoorraadsystemen in andere delen van de wereld. In een resolutie over de macro-economische gevolgen van de energieprijsstijging heeft het Europees Parlement zich voorstander verklaard van de vaststelling van een hogere frequentie van de bekendmaking. Verder dient te worden gegarandeerd dat de gegevens accuraat zijn en niet wekelijks of maandelijks moeten worden gecorrigeerd, zoals dat thans vaak nog in de Europese Unie het geval is.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
(21)  Ter verwezenlijking van dezelfde doelstellingen moeten ook voor andere voorraden dan de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden statistische overzichten worden opgesteld en verstrekt,en moet worden bepaald dat deze overzichten wekelijks worden verstrekt.
(21)  Ter verwezenlijking van dezelfde doelstellingen moeten ook voor andere voorraden dan de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden statistische overzichten worden opgesteld en verstrekt, en moet worden bepaald dat deze overzichten maandelijks worden verstrekt. Met inachtneming van de resultaten van een uit te voeren haalbaarheidsstudie naar de doeltreffendheid van wekelijkse rapportering over de olievoorraden die voor de handel zijn bestemd, moet de Europese Commissie de bevoegdheid krijgen om de lidstaten ertoe te verplichten deze overzichten wekelijks te verstrekken, voor zover gewaarborgd kan worden dat er alleen maar geringe aanpassingen nodig zullen zijn en dat het de doorzichtigheid van de markt duidelijk ten goede komt.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  In de aan de Commissie verstrekte overzichten kunnen afwijkingen of vergissingen voorkomen. De door de diensten van de Commissie aangestelde of gemachtigde personen moeten dus de voorraden en documenten waarop de autoriteiten van de lidstaten zich beroepen, kunnen verifiëren.
(23)  Ingeval daarvan een gegrond vermoeden bestaat, moeten dus de door de diensten van de Commissie aangestelde of gemachtigde personen, samen met de door de lidstaat aangewezen controle-instanties, de voorraden en documenten waarop de autoriteiten van de lidstaten zich beroepen, kunnen verifiëren.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25
(25)  De bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten is geregeld in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de Commissie valt onder Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Deze besluiten schrijven met name voor dat de verwerking van persoonsgegevens wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en dat persoonsgegevens die per ongeluk zijn verzameld, onmiddellijk worden gewist.
(25)  De bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten is geregeld in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de Commissie valt onder Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
(29)  Gelet op het feit dat er op communautair niveau geen uniform verplichte minimumhoeveelheid bestaat voor de speciale voorraden, en op het aantal nieuwe mechanismen waarin deze richtlijn voorziet, zou de toepassing van deze richtlijn vrij snel na de inwerkingtreding moeten worden geëvalueerd.
(29)  Gelet op het feit dat er op communautair niveau geen uniform verplichte minimumhoeveelheid bestaat voor de speciale voorraden en op de lopende studie over de kosten en baten van maatregelen ter vergroting van de transparantie op de oliemarkt, met name door wekelijkse rapportage van de olievoorraden die voor de handel bestemd zijn, en op het aantal nieuwe mechanismen waarin deze richtlijn voorziet, zou de toepassing van deze richtlijn uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding moeten worden geëvalueerd.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – letter e
e) "internationaal besluit tot het in omloop brengen van voorraden": enig van kracht zijnd besluit van de Raad van bestuur van het Internationaal Energieagentschap om olievoorraden of voorraden van aardolieproducten van een lidstaat in omloop te brengen;
e) "internationaal besluit tot het in omloop brengen van voorraden": enig van kracht zijnd besluit van de Raad van bestuur van het Internationaal Energieagentschap om olievoorraden of voorraden van aardolieproducten van een lidstaat van het IEA in omloop te brengen;
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 - letter l bis (nieuw)
l bis) "noodsituaties": hieronder worden alleen verstaan omstandigheden waarin sprake is van een belangrijke verstoring van de bevoorrading met ruwe aardolie en/of aardolieproducten;
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 4
4.  De in dit artikel bedoelde regels en methoden voor de berekening van de opslagverplichting kunnen worden gewijzigd volgens de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 24, lid 2.
4.  De in dit artikel bedoelde regels en methoden voor de berekening van de opslagverplichting kunnen worden gewijzigd volgens de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 24, lid 2, en na raadpleging van deskundigen en belanghebbenden.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 3
3.  De in de leden 1 en 2 genoemde regels en methoden voor de berekening van het niveau van de voorraden kunnen worden gewijzigd volgens de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 24, lid 2.
3.  De in de leden 1 en 2 genoemde regels en methoden voor de berekening van het niveau van de voorraden kunnen worden gewijzigd volgens de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 24, lid 2, en na raadpleging van deskundigen en belanghebbenden.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
1.  De lidstaten waarborgen dat de op hun nationale grondgebied opgeslagen veiligheidsvoorraden en speciale voorraden als bedoeld in artikel 9 permanent toegankelijk en beschikbaar zijn. Zij stellen regels vast voor de identificatie en inventarisatie van, alsmede het toezicht op deze voorraden, zodanig dat deze voorraden te allen tijde kunnen worden gecontroleerd. Voor veiligheidsvoorraden en speciale voorraden die deel uitmaken van door marktdeelnemers aangehouden voorraden of hiermee zijn vermengd, moet een aparte boekhouding worden gevoerd.
1.  De lidstaten waarborgen dat de op hun nationale grondgebied opgeslagen veiligheidsvoorraden en speciale voorraden als bedoeld in artikel 9 permanent toegankelijk en beschikbaar zijn. Zij stellen regels vast voor de identificatie en inventarisatie van, alsmede het toezicht op deze voorraden, zodanig dat deze voorraden te allen tijde kunnen worden gecontroleerd. Deze regels worden vastgesteld met voorafgaande instemming van de Commissie. Voor veiligheidsvoorraden en speciale voorraden die deel uitmaken van door marktdeelnemers aangehouden voorraden of hiermee zijn vermengd, moet een aparte boekhouding worden gevoerd.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 – alinea 1
1.  Elke lidstaat houdt een gedetailleerd en voortdurend geactualiseerd register bij van alle voor deze lidstaat opgeslagen veiligheidsvoorraden, niet zijnde speciale voorraden in de zin van artikel 9. In dit register staat met name alle informatie waarmee kan worden bepaald wat de exacte locatie van de desbetreffende voorraden is, om welke hoeveelheden het gaat, wie de eigenaar is en wat de exacte aard ervan is onder verwijzing naar de categorieën die zijn vastgesteld in bijlage C onder punt 3.1, lid 1 van Verordening (EG) nr. van het Europees Parlement en de Raad van ** betreffende energiestatistieken.
1.  Elke lidstaat houdt een gedetailleerd en voortdurend geactualiseerd register bij van alle voor deze lidstaat opgeslagen veiligheidsvoorraden, niet zijnde speciale voorraden in de zin van artikel 9. In dit register staat met name informatie over de installaties voor aanvoer, raffinage of opslag waar de desbetreffende voorraden zich bevinden, en alle informatie waarmee kan worden bepaaldom welke hoeveelheden het gaat, wie de eigenaar is en wat de exacte aard ervan is onder verwijzing naar de categorieën die zijn vastgesteld in bijlage C onder punt 3.1, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raadvan 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken*.
___________
* PB L 304 van 14.11.2008, blz. 1.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 – alinea 2
De betrokken lidstaat verstrekt de Commissie binnen dertig dagen na afloop van elk kalenderjaar een kopie van het register met de aanwezige voorraden op de laatste dag van het kalenderjaar waarop de overzichten betrekking hebben.
De betrokken lidstaat verstrekt de Commissie binnen vijfenveertig dagen na afloop van elk kalenderjaar een kopie van het register met de aanwezige voorraden op de laatste dag van het kalenderjaar waarop de overzichten betrekking hebben.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)
De Commissie garandeert de vertrouwelijkheid van de in het register opgenomen individuele gegevens.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)
Wanneer deze verplichtingen via een overeenkomst worden overgedragen aan de lidstaat op wiens grondgebied die voorraden zich bevinden of aan de door deze lidstaat ingestelde contrale entiteit voor de voorraadvorming, bevat deze overeenkomst bepalingen over:
a) de verantwoordelijkheid van de lidstaat of de centrale entiteit voor de voorraadvorming om voortdurend te zorgen voor accurate gegevens over het voorraadniveau;
b) het tijdsbestek waarbinnen deze noodvoorraden die gekocht, aangelegd, in stand gehouden of en beheerd worden op zijn grondgebied, worden geleverd aan de lidstaat die deze taken heeft overgedragen;
c) doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, indien de lidstaat of de centrale entiteit van de voorraadvorming de voorwaarden die in de overeenkomst zijn vastgelegd, niet naleeft.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 – lid 4 – letter b
b) tenminste zes maanden vooraf openbaar te maken op welke voorwaarden de entiteit zijn diensten aan de marktdeelnemers aanbiedt.
b) tenminste drie maanden vooraf openbaar te maken op welke voorwaarden de entiteit zijn diensten aan de marktdeelnemers aanbiedt.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 1 – letter b
b) aan een of meer andere centrale entiteiten voor de voorraadvorming die in staat zijn om dergelijke voorraden in stand te houden, of
b) aan een of meer andere centrale entiteiten voor de voorraadvorming die in staat zijn om dergelijke voorraden in stand te houden, op voorwaarde dat een overeenkomst is gesloten tussen de betrokken lidstaat en de lidstaten die de voorraden zullen opslaan, of
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 1 – alinea 1
1.  Elke lidstaat kan zich onherroepelijk verbinden om een, in aantal verbruiksdagen vastgestelde, minimum olievoorraad in stand te houden met inachtneming van het bepaalde in dit artikel (hierna "speciale voorraden").
1.  Elke lidstaat kan zich verbinden om een, in aantal verbruiksdagen vastgestelde, minimum olievoorraad in stand te houden met inachtneming van het bepaalde in dit artikel (hierna "speciale voorraden").
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 3 - inleidende formule
3.  De speciale voorraden behoren uitsluitend tot de hieronder genoemde productcategorieën als gedefinieerd in bijlage B, punt 4, van Verordening (EG) nr. * van het Europees Parlement en de Raad van * betreffende energiestatistieken:
3.  De speciale voorraden kunnen uitsluitend tot de hieronder genoemde productcategorieën behoren, die aan de communautaire wetgeving moeten voldoen, met name wat betreft normen voor brandstoffen en milieubescherming, als gedefinieerd in bijlage B, punt 4, van Verordening (EG) nr. 1099/2008:
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – lid 5 – alinea 1
5.  Elke lidstaat die besloten heeft speciale voorraden in opslag te houden, stuurt de Commissie hiervan een kennisgeving die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt gepubliceerd onder vermelding van het niveau van de speciale voorraden dat de lidstaat gehouden is onherroepelijk en permanent per categorie in opslag te houden. Het aldus bekendgemaakte verplichte minimumniveau is uniek en op dezelfde wijze van toepassing op alle categorieën speciale voorraden die de lidstaat gebruikt.
5.  Elke lidstaat die besloten heeft speciale voorraden in opslag te houden, stuurt de Commissie hiervan een kennisgeving die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt gepubliceerd onder vermelding van het niveau van de speciale voorraden dat de lidstaat gehouden is permanent per categorie in opslag te houden en de periode waarvoor de lidstaat de verbintenis aangaat. Het aldus bekendgemaakte verplichte minimumniveau is uniek en op dezelfde wijze van toepassing op alle categorieën speciale voorraden die de lidstaat gebruikt.
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1
1.  Elke lidstaat houdt een gedetailleerd en voortdurend geactualiseerd register bij van alle speciale voorraden die hij op zijn nationale grondgebied in opslag houdt. In dit register staat met name alle informatie waarmee de exacte locatie van deze voorraden kan wordt bepaald.
1.  Elke lidstaat houdt maandelijks een gedetailleerd en voortdurend geactualiseerd register bij van alle speciale voorraden die hij op zijn nationale grondgebied in opslag houdt. In dit register staat met name informatie over de installatie voor aanvoer, raffinage of opslag waar deze voorraden zich bevinden.
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 1 – alinea 2
De lidstaat verstrekt de Commissie een kopie van het register binnen acht dagen na enig verzoek hiertoe van de diensten van de Commissie dat is gedaan binnen een termijn van tien jaar vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens betrekking hebben.
De lidstaat verstrekt de Commissie een kopie van het register binnen tien werkdagen na enig verzoek hiertoe van de diensten van de Commissie dat is gedaan binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens betrekking hebben.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)
Iedere overeenkomst tussen de lidstaten en een centrale entiteit voor de voorraadvorming bevat bepalingen over:
a) de verantwoordelijkheid van de lidstaat of van de centrale entiteit voor de voorraadvorming om voortdurend te zorgen voor accurate gegevens over het voorraadniveau;
b) het tijdsbestek waarbinnen deze noodvoorraden die gekocht, aangelegd, in stand gehouden of beheerd worden op zijn grondgebied, worden geleverd aan de lidstaat die deze taken heeft overgedragen;
c) doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, voor het geval de lidstaat of de centrale entiteit voor de voorraadvorming aan de voorwaarden die in de overeenkomst zijn vastgelegd, niet naleeft.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15
1.  De lidstaten verstrekken de Commissie wekelijks een statistisch overzicht met de op hun nationaal grondgebied in opslag gehouden handelsvoorraden. Zij zorgen er hierbij voor dat gevoelige gegevens worden beschermd en vermelden de namen van de eigenaren van de betreffende voorraden niet.
1.  De lidstaten verstrekken de Commissie maandelijks een statistisch overzicht met de op hun nationaal grondgebied in opslag gehouden handelsvoorraden. Zij zorgen er hierbij voor dat gevoelige gegevens worden beschermd en vermelden de namen van de eigenaren van de betreffende voorraden niet.
2.  De Commissie publiceert op basis van de overzichten die de lidstaten haar hebben gestuurd, wekelijks een statistisch overzicht van de handelsvoorraden in de Gemeenschap onder opgave van de totale hoeveelheden.
2.  De Commissie publiceert op basis van de overzichten die de lidstaten haar hebben gestuurd, maandelijks een statistisch overzicht van de handelsvoorraden in de Gemeenschap onder opgave van de totale hoeveelheden.
3.  De Commissie stelt overeenkomstig de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 24, lid 2 de uitvoeringsregels van de leden 1 en 2 vast.
3.  De Commissie stelt overeenkomstig de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 24, lid 2 de uitvoeringsregels van de leden 1 en 2 vast.
3 bis.  De Commissie kan de lidstaten na haar evaluatie overeenkomstig artikel 23 verzoeken om een wekelijks (in plaats van maandelijks) statistisch overzicht van de omvang van de olievoorraden die voor de handel zijn bestemd, indien uit een diepgaand onderzoek naar de haalbaarheid en doeltreffendheid van wekelijkse statistische overzichten blijkt dat deze de transparantie van de markt duidelijk ten goede komen en dat er achteraf van in de regel geen ingrijpende correcties de gegevens in de overzichten noodzakelijk zijn.
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 1
1.  De diensten van de Commissie kunnen te allen tijde besluiten in de lidstaten controles op de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden uit te voeren. De diensten van de Commissie kunnen bij de voorbereiding van deze controles de coördinatiegroep om advies vragen.
1.  De diensten van de Commissie kunnen in geval van gegronde vermoedens besluiten in de lidstaten controles op de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden uit te voeren. De diensten van de Commissie kunnen bij de voorbereiding van deze controles de coördinatiegroep om advies vragen.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 2
2.  De onder lid 1 genoemde controles zijn niet bedoeld om persoonlijke gegevens te verzamelen. Eventueel tijdens de controles gevonden of aangetroffen persoonlijke gegevens worden niet verzameld en evenmin in aanmerking genomen; per ongeluk verzamelde gegevens worden onmiddellijk vernietigd.
2.  De onder lid 1 genoemde controles zijn niet bedoeld om persoonlijke gegevens te verwerken. Eventueel tijdens de controles gevonden of aangetroffen persoonlijke gegevens worden niet verzameld en evenmin in aanmerking genomen; per ongeluk verzamelde gegevens worden onmiddellijk vernietigd.
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 4
4.  De lidstaten zorgen ervoor dat tijdens de uitvoering van de in lid 1 genoemde controles degenen die voor de instandhouding en het beheer van de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden op hun grondgebied verantwoordelijk zijn, samenwerken met de werknemers of opdrachtnemers van de diensten van de Commissie.
4.  De lidstaten zorgen ervoor dat tijdens de uitvoering van de in lid 1 genoemde controles degenen die voor de instandhouding en het beheer van de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden op hun grondgebied verantwoordelijk zijn, samenwerken met de daartoe gemachtigde werknemers of opdrachtnemers van de diensten van de Commissie.
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 – lid 7
7.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de gegevens, stukken, overzichten en documenten met betrekking tot de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden ten minste voor de duur van tien jaar bewaard blijven.
7.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de gegevens, stukken, overzichten en documenten met betrekking tot de veiligheidsvoorraden en de speciale voorraden ten minste voor de duur van drie jaar bewaard blijven.
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 – lid 3 en 4
3.  Indien een internationaal besluit tot het in omloop brengen van voorraden is genomen, kan elke betrokken lidstaat zijn veiligheidsvoorraden en zijn speciale voorraden gebruiken om te voldoen aan de internationale verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien. In dat geval informeert de lidstaat onmiddellijk de Commissie; deze kan de coördinatiegroep bijeen roepen of de leden ervan langs elektronische weg raadplegen om met name de gevolgen van het in omloop brengen te beoordelen.
3.  De Commissie werkt nauw samen met andere internationale organisaties die bevoegd zijn een besluit te nemen over het in omloop brengen van voorraden en zal op mondiaal niveau de multilaterale en bilaterale coördinatie over deze kwesties versterken. Indien een internationaal besluit tot het in omloop brengen van voorraden is genomen, kan elke betrokken lidstaat zijn veiligheidsvoorraden en zijn speciale voorraden gebruiken om te voldoen aan de internationale verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien. In dat geval informeert de lidstaat onmiddellijk de Commissie; deze kan de coördinatiegroep bijeen roepen of de leden ervan langs elektronische weg raadplegen om met name de gevolgen van het in omloop brengen te beoordelen.
4.  Indien zich problemen voordoen met de bevoorrading met ruwe olie of aardolieproducten in de Gemeenschap of een lidstaat, roept de Commissie, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, de coördinatiegroep op zo kort mogelijke termijn bijeen. De coördinatiegroep onderzoekt de situatie. De Commissie stelt vast of er sprake is van een belangrijke onderbreking van de bevoorrading.
4.  Indien zich problemen voordoen met de bevoorrading met ruwe olie of aardolieproducten in de Gemeenschap of een lidstaat, roept de Commissie, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, de coördinatiegroep op zo kort mogelijke termijn bijeen. Iedere lidstaat zorgt ervoor dat hij in persoon of met elektronische middelen vertegenwoordigd kan zijn op een vergadering van de coördinatiegroep binnen 24 uur na de oproep daartoe. De coördinatiegroep onderzoekt de situatie, uitgaande van het solidariteitsbeginsel waaraan de lidstaten gebonden zijn en op basis van een objectieve beoordeling van de economische en sociale gevolgen, en de Commissie stelt aan de hand van de beoordeling van de coördinatiegroep vast of er sprake is van een belangrijke onderbreking van de bevoorrading.
Indien wordt vastgesteld dat er sprake is van een belangrijke onderbreking van de bevoorrading, kan de Commissie toestemming geven voor het in omloop brengen van de volledige of een deel van de hoeveelheden die de betrokken lidstaten met dit doel hebben voorgesteld.
Indien wordt vastgesteld dat er sprake is van een belangrijke onderbreking van de bevoorrading, kan de Commissie toestemming geven voor het in omloop brengen van de volledige of een deel van de hoeveelheden die de betrokken lidstaten met dit doel hebben voorgesteld.
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23
Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn evalueert de Commissie de toepassing ervan en onderzoekt zij met name of het passend is om alle lidstaten een minimale opslagverplichting voor speciale voorraden op te leggen.
Uiterlijk binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn evalueert de Commissie de toepassing ervan en onderzoekt zij met name:
a) of de voorraadgegevens juist zijn en op tijd zijn verstrekt;
b) of de niveaus van de olievoorraden die voor de handel zijn bestemd wekelijks of maandelijks moeten worden gerapporteerd;
c) of het passend is om alle lidstaten gedurende een langere termijn een minimale opslagverplichting voor speciale voorraden op te leggen.
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 26 – lid 1 – alinea 1
1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 20XX aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van deze bepalingen voorzien van een concordantietabel tussen deze bepalingen en deze richtlijn.
1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 20XX aan deze richtlijn te voldoen, met uitzondering van de lidstaten waarvoor een overgangsperiode geldt voor het aanleggen van voorraden van ruwe aardolie en/of aardolieproducten op grond van het Verdrag betreffende hun toetreding tot de Europese Unie. Voor die lidstaten wordt deze richtlijn van kracht wanneer de overgangsperiode verstrijkt. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van deze bepalingen voorzien van een concordantietabel tussen deze bepalingen en deze richtlijn.
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III – alinea 11
Bij het berekenen van hun veiligheidsvoorraden verminderen de lidstaten de voorraden die overeenkomstig het bovenstaande zijn berekend met 10%. Dit percentage dient op het totaal van de hoeveelheden die in een bepaalde berekening zijn meegenomen, in mindering te worden gebracht.
Bij het berekenen van hun veiligheidsvoorraden verminderen de lidstaten de voorraden die overeenkomstig het bovenstaande zijn berekend met 5%. Dit percentage dient op het totaal van de hoeveelheden die in een bepaalde berekening zijn meegenomen, in mindering te worden gebracht.
Juridische mededeling - Privacybeleid