Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2280(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0155/2009

Ingediende teksten :

A6-0155/2009

Debatten :

PV 21/04/2009 - 19
CRE 21/04/2009 - 19

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.17

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0291

Aangenomen teksten
PDF 234kWORD 47k
Donderdag 23 april 2009 - Straatsburg
Kwijting 2007: algemene begroting EU, Europees Economisch en Sociaal Comité
P6_TA(2009)0291A6-0155/2009
Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 23 april 2009 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, afdeling VI − Europees Economisch en Sociaal Comité (C6-0420/2008 – 2008/2280(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007(1),

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2007 – Deel I (C6-0420/2008)(2),

–   gezien het jaarverslag van het Europees Economisch en Sociaal Comité aan de kwijtingsautoriteit over de in 2007 uitgevoerde interne controles,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2007, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag(4),

–   gelet op de artikelen 272, lid 10, 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147 daarvan,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0155/2009),

1.   verleent de secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2007;

2.   formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie, die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 77 van 16.3.2007.
(2) PB C 287 van 10.11.2008, blz. 1.
(3) PB C 286 van 10.11.2008, blz. 1.
(4) PB C 287 van 10.11.2008, blz. 111.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.


2.Resolutie van het Europees Parlement van 23 april 2009 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (C6-0420/2008 – 2008/2280(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007(1),

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2007 – Deel I (C6-0420/2008)(2),

–   gezien het jaarverslag van het Europees Economisch en Sociaal Comité aan de kwijtingsautoriteit over de in 2007 uitgevoerde interne controles,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2007, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag(4),

–   gelet op de artikelen 272, lid 10, 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147 daarvan,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0155/2009),

1.   merkt op dat het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) in 2007 beschikte over vastleggingskredieten met een totale waarde van 116 miljoen EUR (2006: 112 miljoen EUR), waarvan 91,64% is besteed, een percentage dat lager is dan het gemiddelde van de andere instellingen (93,82%);

2.   is verheugd over de ondertekening in december 2007 van een nieuwe overeenkomst voor administratieve samenwerking tussen het EESC en het Comité van de Regio's (CvdR) voor de periode van 2008 tot 2014; is ervan overtuigd dat samenwerking tussen de twee instellingen financieel gunstig zal zijn voor de Europese belastingbetaler; betreurt echter dat volgens het jaarlijks activiteitenverslag van de EESC door de onderhandelingen over de nieuwe samenwerkingsovereenkomst sommige in het werkprogramma voor 2007 geplande initiatieven zijn stopgezet of vertraagd;

3.   is verheugd over de duidelijke inzet van de twee Comités voor een harmonisatie van hun interne controlenormen op basis van goede praktijkvoorbeelden, en van alle andere relevante financiële procedures in verband met de gemeenschappelijke diensten;

4.   constateert dat de belangrijkste activiteiten (infrastructuur, IT en telecommunicatie, alsmede vertaling, met inbegrip van de productie van documenten) krachtens de nieuwe overeenkomst binnen het pakket van de gemeenschappelijke diensten blijven, terwijl een beperkt aantal activiteiten zoals interne diensten, sociaal-medische dienst, bibliotheek en prepress worden ontkoppeld;

5.   dringt er echter op aan dat deze ontkoppeling budgettair neutraal moet zijn, en verzoekt beide Comités derhalve om in het kader van de tussentijdse herziening een gezamenlijke analyse te verrichten om na te gaan of deze verschuiving in de middelen voor beide partijen voordelig is; verzoekt beide Comités het Parlement begin 2009 in kennis te stellen van de evaluatie van de minisamenwerkingsovereenkomsten met betrekking tot ontkoppelde diensten;

6.   verwijst naar de opmerking van de Rekenkamer in paragraaf 11.10 van het bovengenoemde jaarverslag dat het EESC, door in de twee jaar na de bevordering een vermenigvuldigingsfactor groter dan 1 te blijven toepassen in plaats van het saldo boven de waarde 1 om te zetten in anciënniteit in de salaristrap, haar personeel een financieel voordeel toekent dat de andere instellingen niet verlenen;

7.   benadrukt dat de bepalingen van het Statuut inzake de vermenigvuldigingsfactor door alle instellingen op dezelfde wijze dienen te worden geïnterpreteerd en toegepast om gelijke behandeling van hun personeel te waarborgen; is in afwachting van de uitspraak van het Gerecht voor ambtenarenzaken over een beroep van een ambtenaar van de Commissie en verwacht van het EESC dat zij haar werkwijze (zo nodig met terugwerkende kracht) aan deze uitspraak zal aanpassen;

8.   stelt met voldoening vast dat twee nieuwe financiële systemen (ABAC WF en SAP) in 2007 operationeel zijn geworden en over het algemeen doeltreffend werken; is voorts verheugd over het feit dat het EESC is gestart met zijn EMAS-certificatie (milieubeheer en milieu-auditsysteem);

9.   is verheugd over het initiatief van het EESC inzake de ontwikkeling van een reeks kernactiviteit- en prestatie-indicatoren (KAPI's) binnen zijn secretariaat die dienen als beheersinstrument voor de bevoegde diensten en ter verbetering van de transparantie; moedigt het EESC aan nieuwe indicatoren te ontwikkelen en bestaande te gebruiken om trends op middellange of lange termijn (vijf tot tien jaar) zichtbaar te maken;

10.   neemt met voldoening kennis van de aanzienlijke vermindering van de waarde van de onderhandse aanbestedingen in verhouding tot de totale waarde van de aanbestedingen van 7,5% in 2006 tot 2,5% in 2007, hoewel het aantal onderhandse aanbestedingen is verdubbeld; spoort het EESC aan te blijven streven naar verdere vermindering van dit percentage;

11.   verwelkomt in dit verband de oprichting binnen de gemeenschappelijke diensten van een Eenheid contracten die alle operationele afdelingen van de gemeenschappelijke diensten zal assisteren op het gebied van openbare aanbestedingen; merkt op dat de verificatiedienst van de gemeenschappelijke diensten krachtens de nieuwe overeenkomst is overgeheveld naar de eigen diensten van elk Comité;

12.   merkt op dat een bouwondernemer met wie het EESC en het CvdR een contractuele relatie hadden in maart 2007 is gearresteerd op verdenking van fraude; neemt met voldoening kennis van het feit dat alle contracten die de Comités sinds 2000 met deze ondernemer hebben gesloten uitvoerig zijn gecontroleerd en dat het daaropvolgende controleverslag aan OLAF is toegezonden;

13.   acht het van fundamenteel belang dat de controles die bijvoorbeeld door ordonnateurs, verificateurs en controleurs worden uitgevoerd, strikt genoeg zijn; onderstreept in deze context het belang van een toereikend aantal steekproefsgewijze controles in alle sectoren, in aanvulling op de controles in de weinige strategische sectoren die een hoger risico inhouden;

14.   is verheugd over de oprichting van een controlecommissie bestaande uit drie leden van het EESC, bijgestaan door een extern controleur, die onder meer tot taak heeft de onafhankelijkheid van de interne controledienst na te gaan en maatregelen die naar aanleiding van aanbevelingen in de interne controleverslagen zijn genomen, te evalueren;

15.   merkt op dat de Belgische rechtbank van eerste aanleg een voormalig lid van het EESC schuldig heeft bevonden aan frauduleuze declaraties van reiskosten (dubbele vergoeding); is in dit verband verheugd over het feit dat het EESC beroep heeft ingesteld tegen de beslissing het EESC niet als burgerlijke partij te erkennen;

16.   stelt vast dat op 25 september 2007 een algemene herziening van de voorschriften voor de vergoeding van reis- en vergaderkosten van EESC-leden is goedgekeurd, met het doel de desbetreffende procedures te verbeteren en te vereenvoudigen, en tegelijkertijd transparantie en gelijke behandeling van alle leden te verzekeren, en waarbij rekening is gehouden met recente technologische ontwikkelingen (zoals e-tickets, online-hotelreserveringen en videoconferentie); acht het noodzakelijk deze kwestie in de volgende kwijtingsprocedure (begrotingsjaar 2008) onder de loep te nemen;

17.   stelt verder met betrekking tot het nieuwe financiële statuut van de leden vast dat het Bureau van het EESC op zijn vergadering van 12 november 2008 heeft besloten een ad hoc groep, bestaande uit o.a. de quaestoren, op te richten die verantwoordelijk is voor het uitwerken van voorstellen voor de herziening van het financiële statuut van de leden;

18.   merkt op dat de leden van het EESC geen verklaring van hun financiële belangen overleggen of relevante informatie openbaar maken over bijvoorbeeld aan te geven beroepsactiviteiten en bezoldigde banen of activiteiten; stelt voor dat het EESC deze verplichting invoert voor al haar leden; stelt verder voor dat een onafhankelijk controleur wordt benoemd die tot taak heeft jaarlijks een rapport te publiceren over ontvangen verklaringen, ten einde een geloofwaardige controle te garanderen;

19.   complimenteert het EESC met de kwaliteit van zijn jaarlijks activiteitenverslag; verzoekt echter om in zijn volgende activiteitenverslag een hoofdstuk op te nemen met een gedetailleerde uiteenzetting van de follow-up die in dat jaar aan de eerdere kwijtingsbesluiten van het Parlement is gegeven, waarin ook wordt toegelicht waarom aanbevelingen eventueel niet zijn opgevolgd;

20.   wijst erop dat de bepalingen van het Financieel Reglement betreffende aanbestedingen, ondanks de aangebrachte wijzigingen, voor kleinere instellingen zoals het EESC nog altijd buitengewoon omslachtig zijn, met name in het geval van aanbestedingen voor contracten voor relatief kleine bedragen; verzoekt de Commissie om – bij de voorbereidingen voor toekomstige voorstellen tot wijziging van het Financieel Reglement – de secretaris-generaal en de administratie van het EESC uitvoerig te raadplegen opdat in de definitieve ontwerptekst volledig met hun zorgen rekening wordt gehouden.

(1) PB L 77 van 16.3.2007.
(2) PB C 287 van 10.11.2008, blz. 1.
(3) PB C 286 van 10.11.2008, blz. 1.
(4) PB C 287 van 10.11.2008, blz. 111.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid