Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2792(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0187/2009

Debatten :

PV 16/12/2009 - 11
CRE 16/12/2009 - 11

Stemmingen :

PV 17/12/2009 - 7.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0118

Aangenomen teksten
PDF 140kWORD 45k
Donderdag 17 december 2009 - Straatsburg
Geweld in de Democratische Republiek Congo
P7_TA(2009)0118RC-B7-0187/2009

Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2009 over geweld in de Democratische Republiek Congo

Het Europees Parlement,

–   gezien de conclusies van de Raad over het Europees veiligheids- en defensiebeleid van 17 november 2009,

–   gezien de tussentijdse en eindrapporten (S/2009/253 en S/2009/603) van de Groep deskundigen inzake de Democratische Republiek Congo ("de Groep deskundigen"), die werd opgezet uit hoofde van resolutie 1771 (2007) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en waarvan het mandaat werd verlengd uit hoofde van resoluties 1807 (2008) en 1857 (2008), alsmede de aanbevelingen die erin zijn opgenomen,

–   gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 22 november 2007 over de toestand in de Democratische Republiek Congo, met name in het oosten van het land, en de gevolgen daarvan voor de regio(1),

–   gezien resolutie 60/1 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 24 oktober 2005 over de resultaten van de wereldtop van 2005, met name paragrafen 138 tot en met 140 over de verantwoordelijkheid voor de bescherming van de bevolking,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 januari 2008 over de situatie in de Democratische Republiek Congo en verkrachting als oorlogsmisdaad(2),

–   gezien de conclusies van de Raad van 27 oktober 2009 over het gebied van de Grote Meren,

–   gezien de verklaring van de Raad van 10 oktober 2008 over de toestand in het oostelijke deel van de Democratische Republiek Congo (DRC),

–   gezien resolutie 1856 (2008) van de VN-Veiligheidsraad van 22 december 2008 over de toestand in de DRC, waarin het mandaat van de VN-missie in de DRC (MONUC) wordt verduidelijkt,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de oorlog en de onrust in het oosten van de DRC hebben geleid tot een groot aantal moorden, ontheemding van de bevolking en seksueel geweld tegen vrouwen, op verontrustende schaal begaan door gewapende rebellengroepen, het regeringsleger en de politiemacht van de regering,

B.   overwegende dat het conflict in de DRC sinds 1998 het leven heeft gekost aan 5 400 000 mensen en nog steeds direct of indirect 45 000 doden per maand veroorzaakt(3); overwegende dat de DRC volgens verslagen van de UNHCR zo'n 1 460 000 binnenlandse ontheemden telt, waarvan er zich 980 000 in Noord-Kivu bevinden(4),

C.   overwegende dat MONUC sinds 1999 in de DRC aanwezig is om de burgerbevolking te beschermen, het vredesproces in het land te ondersteunen en de regering erbij te helpen de regio's die in de greep van strijdende groepen zijn, opnieuw in haar macht te krijgen,

D.   overwegende dat MONUC de grootste vredesmissie ter wereld is, met een totaal van 20 000 soldaten die vooral in Noord- en Zuid-Kivu actief zijn, en met een kostenpost van ongeveer 1,4 miljard USD per jaar, en overwegende dat de missie over een mandaat beschikt dat inhoudt dat zij alle nodige middelen mag inzetten om een halt toe te roepen aan elke poging tot geweldpleging van de kant van iedere buitenlandse of Congolese gewapende groep die het politieke proces in gevaar brengt, en om de voortdurend onder bedreiging van lichamelijk geweld levende burgerbevolking te beschermen,

E.   overwegende dat de illegale mineraalhandel in de DRC heel wat actoren toelaat mineralen te blijven kopen uit gebieden die in de greep zijn van rebellengroeperingen, en op deze manier financiering verstrekken aan die rebellengroeperingen; overwegende dat dit één van de factoren is die het conflict in de DRC voeden en verergeren,

F.   overwegende dat wordt gemeld dat zowel de troepen van de DRC als de strijders van de Democratische Strijdkrachten voor de bevrijding van Rwanda (FDLR) betrokken zijn bij criminele netwerken die zich bezighouden met de exploitatie en verkoop van goud en delfstoffen voor de aankoop van wapens in het oosten van de DRC,

G.   overwegende dat verkrachting een oorlogswapen is geworden dat zowel door rebellen, leden van het Congolese leger als burgers wordt ingezet,

H.   overwegende dat militaire operaties sinds januari 2009, met inbegrip van operatie Kimia II, hebben geleid tot de ontwapening van 1 243 van de naar schatting 6 000 FDLR-strijders, hoewel de FDLR blijft rekruteren en over een uitgebreid en verfijnd netwerk van politieke en financiële steunverleners in de regio en de wereld blijft beschikken(5),

I.   overwegende dat recente militaire operaties de humanitaire crisis hebben verergerd, hetgeen tot grootschalige slachtingen en schendingen van de mensenrechten heeft geleid,

J.   overwegende dat de gevechten tussen het Congolese leger, de rebellen van de ontslagen generaal Laurent Nkunda, de soldaten van de FDLR en de troepen van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA) nog altijd leiden tot onnoemelijk leed onder de burgerbevolking van de oostelijke provincies van de DRC,

K.   overwegende dat het Congolese leger niet over de nodige personele, technische en financiële middelen beschikt om zijn taken in de oostelijke provincies van de DRC te vervullen en te kampen heeft met een gebrek aan discipline onder zijn soldaten, wat zijn rol als beschermer van de bevolking en hersteller van de vrede blijft ondermijnen,

L.   overwegende dat de Verenigde Naties onlangs de logistieke en operationele steun aan bepaalde eenheden van het Congolese leger hebben opgeschort na berichten dat de Congolese troepen tussen mei en september 2009 in het district Noord-Kivu tientallen burgers, waaronder vrouwen en kinderen, zouden hebben vermoord,

M.   overwegende dat verschillende humanitaire organisaties hun activiteiten hebben moeten stopzetten en dat hulpverleners in Noord-Kivu ten minste 70% van degenen die hulp nodig hebben niet kunnen bereiken,

1.   veroordeelt in de scherpste bewoordingen de aanhoudende moordpartijen, misdaden tegen de menselijkheid, rekrutering van kindsoldaten en daden van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes; roept alle actoren op zich krachtiger in te zetten tegen straffeloosheid;

2.   roept op het geweld en de schendingen van de mensenrechten in de DRC onmiddellijk te beëindigen; benadrukt dat bijkomende inspanningen nodig zijn om een einde te maken aan de activiteiten van buitenlandse gewapende groeperingen in het oosten van de DRC, met name de FDLR en het LRA; roept deze groeperingen op onmiddellijk de wapens neer te leggen en hun aanvallen op de burgerbevolking te staken, en roept alle partijen bij de akkoorden van 23 maart 2009 op het staakt-het-vuren te eerbiedigen en hun toezeggingen daadwerkelijk en te goeder trouw na te komen;

3.   blijft zeer verontrust over de verslechterende humanitaire situatie in het oosten van de DRC na de wreedheden die zijn gepleegd tegen de plaatselijke bevolking, zoals is aangegeven in twee recente rapporten van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten; is met name verontrust over recente berichten over de doelbewuste moord door Congolese soldaten op ten minste 270 burgers in de steden Nyabiondo en Pinga in Noord-Kivu en over recente gevechten in en rond Dongo in het westen van het land die tot de ontheemding van 21 800 mensen hebben geleid; bekrachtigt dat een snelle reactie nodig is om een nieuwe humanitaire ramp te voorkomen;

4.   vestigt de aandacht op de levensbelangrijke rol die MONUC speelt en op het feit dat het mandaat en de inzetregels ("rules of engagement") van deze missie daadkrachtig en permanent moeten worden uitgevoerd om de veiligheid van de bevolking op een doeltreffendere manier te waarborgen, en dit zonder de Congolese eenheden die de mensenrechten niet eerbiedigen op welke manier dan ook te steunen;

5.   erkent dat de aanwezigheid van MONUC nodig blijft en dringt erop aan dat alles in het werk wordt gesteld om ervoor te zorgen dat de VN-macht haar mandaat om allen die gevaar lopen te beschermen, volledig kan uitvoeren; dringt er in dit verband bij de Raad op aan het voortouw te nemen wanneer het erom gaat ervoor te zorgen dat de VN-Veiligheidsraad MONUC steunt door de operationele capaciteit ervan te versterken en de prioriteiten − momenteel 41 − beter te definiëren;

6.   is verheugd over de arrestatie door de Duitse autoriteiten van Ignace Murwanashyaka, leider van de FDLR en van zijn plaatsvervanger, Straton Musoni, hetgeen een belangrijke stap vormt in de strijd tegen straffeloosheid;

7.   benadrukt dat de rehabilitatie en de hervorming van het gerechtelijk apparaat (met inbegrip van een preventie- en beschermingsmechanisme en de bestrijding van de straffeloosheid met betrekking tot seksueel geweld) en bijstand voor de herintegratie van slachtoffers de kern moeten vormen van de hulpprogramma's die worden gefinancierd; vraagt in deze context dat de massaverkrachtingen in het oosten van de DRC worden doorverwezen naar het Internationaal Strafhof;

8.   benadrukt dat de daders van mensenrechtenschendingen onder de Congolese strijdkrachten moeten worden berecht, en onderstreept dat MONUC hierbij een cruciale rol speelt; verwelkomt daarom het door president Kabila bepleite nultolerantiebeleid tegen seksueel geweld en wangedrag bij de strijdkrachten, en moedigt de regering van de DRC aan om haar nieuwe strategie inzake gendergerelateerd geweld onverwijld, en met de ondersteuning van MONUC, toe te passen;

9.   onderstreept het belang van de kerntaken van EUSEC RD Congo, te weten het verlenen van advies en bijstand bij de hervorming van de defensie ten einde het herziene Congolese hervormingsplan voor de Congolese strijdkrachten (FARDC) ten uitvoer te leggen; dringt er bijgevolg bij de Congolese autoriteiten op aan om het hervormingsproces voort te zetten en spoort aan tot het instellen van een coördinatiemechanisme voor defensiehervorming onder Congolese verantwoordelijkheid met passende steun van EUSEC; moedigt de bouw aan van militaire kazernes en kampen, en dit zo spoedig mogelijk;

10.   beveelt aan dat de regering van de DRC als belangrijke prioriteit de voorraadbeveiliging, de verantwoordingsplicht en het beheer van wapens en munitie bevordert, en dat zij een nationaal programma voor het markeren van wapens invoert volgens de normen van het Protocol van Nairobi en het Regionaal Centrum inzake handvuurwapens;

11.   verwelkomt de vooruitgang die in de regio is geboekt dankzij de verbeterde bilaterale diplomatieke betrekkingen tussen de DRC en Rwanda; roept de DRC en Rwanda op om de vredesakkoord van Nairobi en Goma en het akkoord van Ihusi van 23 maart 2009 volledig na te komen;

12.   moedigt alle regeringen van het gebied van de Grote Meren en de internationale gemeenschap aan de bestaande dialoog voort te zetten met als doel hun inspanningen te bundelen om het geweld in het oosten van de DRC een halt toe te roepen, en hierbij met name de nadruk te leggen op verzoening, de menselijke veiligheid, de versterking van de gerechtelijke verantwoording en de terugkeer en integratie van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden;

13.   betreurt de toenemende gewelddaden tegen hulpverleners, die ernstige gevolgen hebben voor de humanitaire situatie ter plaatse; dringt er bij de autoriteiten op aan een diepgaand onderzoek in te stellen naar elk incident, en roept op de bescherming van hulpverleners onverwijld te verbeteren;

14.   onderstreept dat financiële steun voor humanitaire hulp in het oosten van de DRC moet worden voortgezet en uitgebreid, gezien het toenemende aantal binnenlandse ontheemden en de verslechterende situatie; steunt in dit verband de oproep die de VN op 30 november 2009 samen met 380 hulporganisaties en niet-gouvernementele organisaties (ngo's) heeft gedaan om in 2010 een bedrag van 7,1 miljard USD uit te trekken voor humanitaire hulp; roept alle lidstaten op hiertoe hun deel bij te dragen;

15.   blijft bezorgd over de illegale handel in delfstoffen en andere grondstoffen door rebellengroeperingen in het oosten van de DRC; verzoekt de Raad en de Commissie om tijdens overleg met de regeringen van de DRC en haar buurlanden aan te dringen op de tenuitvoerlegging van doeltreffende systemen voor traceerbaarheid en bewijs van herkomst van grondstoffen en de strijd tegen de corruptie op te voeren;

16.   dringt aan op terugkeer naar de dialoog, die immers geleid heeft tot het Amani-programma voor veiligheid, herstel van de vrede, stabilisering en wederopbouw van Noord- en Zuid-Kivu;

17.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vice-voorzitter van de Commissie/Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de adjunct-secretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator, de VN-Veiligheidsraad, de VN-Mensenrechtenraad en de regeringen en parlementen van de landen in het gebied van de Grote Meren.

(1) PB C 58 van 1.3.2008, blz. 40.
(2) PB C 41 E van 19.2.2009, blz. 83.
(3) http://www.theirc.org/special-reports/congo-forgotten-crisis.
(4) http://www.unhcr.org/cgi-bin/texis/vtx/page?page=49e45c366.
(5) http://www.crisisgroup.org/home/index.cfm?id=2829#C1.

Juridische mededeling - Privacybeleid