Elektronische-communicatienetwerken en -diensten ***III
199k
32k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (PE-CONS 3677/2009 – C7-0273/2009 – 2007/0247(COD))
– gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst (PE-CONS 3677/2009 – C7-0273/2009),
– gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0697),
– gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2008)0724),
– gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad(3),
– gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het gemeenschappelijk standpunt (COM(2009)0420),
– gelet op artikel 251, lid 5, van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 69 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A7-0070/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke ontwerptekst;
2. verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1, van het EG-Verdrag te ondertekenen;
3. verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
4. verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende statistieken over pesticiden (PE-CONS 3676/2009 – C7-0258/2009 – 2006/0258(COD))
– gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst (PE-CONS 3676/2009 – C7-0258/2009),
– gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0778),
– gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad(3),
– gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het gemeenschappelijk standpunt (COM(2009)0486),
– gelet op artikel 251, lid 5, van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 69 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A7-0063/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke ontwerptekst;
2. verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1, van het EG-Verdrag te ondertekenen;
3. verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
4. verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (gecodificeerde versie) ***I
193k
31k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (gecodificeerde versie) (COM(2009)0113 – C7-0039/2009 – 2009/0037(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2009)0113),
– gelet op artikel 251, lid 2, en artikel 156 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0039/2009),
– gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten(1),
– gelet op de artikelen 86 en 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0057/2009),
A. overwegende dat naar de mening van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het voorstel in kwestie een eenvoudige codificatie van de bestaande teksten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen,
1. gaat akkoord met het voorstel van de Commissie zoals dit is aangepast aan de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië (COM(2009)0523 – C7-0269/2009 – 2009/0147(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0523),
– gelet op artikel 308 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0269/2009),
– gezien het in september 2009 verschenen rapport van de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie voor het conflict in Georgië (verslag-Tagliavini),
– gelet op artikel 55 en artikel 46, lid 1, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A7-0060/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Macrofinanciële bijstand aan Armenië *
191k
28k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Armenië (COM(2009)0531 – C7-0268/2009 – 2009/0150(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0531),
– gelet op artikel 308 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0268/2009),
– gelet op artikel 55 en artikel 46, lid 1, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A7-0059/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Macrofinanciële bijstand aan Servië *
191k
29k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië (COM(2009)0513 – C7-0270/2009 – 2009/0145(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0513),
– gelet op artikel 308 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0270/2009),
– gelet op artikel 55 en artikel 46, lid 1, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A7-0061/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina *
192k
29k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Bosnië-Herzegovina (COM(2009)0596 – C7-0278/2009 – 2009/0166(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0596),
– gelet op artikel 308 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0278/2009),
– gelet op artikel 55 en artikel 46, lid 1, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A7-0067/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde *
216k
56k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het ontwerp voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van enkele bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (10893/2009 – C7-0002/2009 – 2007/0238(CNS))
– gelet op artikel 93 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad wederom is geraadpleegd (C7-0002/2009),
– gelet op de artikelen 55 en 59, lid 3, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A7-0055/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan de ontwerptekst van de Raad, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de ter raadpleging ingediende tekst of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Ontwerp van de Raad
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Overweging 8
(8) Bulgarije en Roemenië zijn in het kader van hun toetreding gemachtigd om belastingvrijstelling te verlenen aan kleine ondernemingen en een btw-vrijstelling te blijven toepassen op het internationale personenvervoer. Ter wille van duidelijkheid en samenhang moeten deze vrijstellingen in de richtlijn zelf worden opgenomen.
(8) Bulgarije en Roemenië zijn in het kader van hun toetreding gemachtigd om belastingvrijstelling te verlenen aan kleine ondernemingen en een btw-vrijstelling te blijven toepassen op het internationale personenvervoer. Om redenen van duidelijkheid en samenhang moeten die vrijstellingen in de richtlijn zelf worden opgenomen. De wettigheid en noodzaak van die vrijstellingen moeten tenminste elke twee jaar worden getoetst.
Amendement 2 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Overweging 9
(9) Wat het recht op aftrek betreft, luidt de basisregel dat dit recht pas ontstaat voor zover de goederen of diensten door een belastingplichtige worden gebruikt ten behoeve van zijn beroepsactiviteit. Deze regel moet worden verduidelijkt en aangescherpt wat betreft de levering van onroerend goed en de uitgaven in verband daarmee teneinde een gelijke behandeling van belastingplichtigen te garanderen wanneer onroerende goederen die aan de beroepsactiviteit van de belastingplichtige zijn toegerekend, niet uitsluitend voor daarmee verband houdende doelstellingen worden gebruikt.
(9) Wat het recht op aftrek betreft, luidt de basisregel dat dit recht pas ontstaat voor zover de goederen of diensten door een belastingplichtige worden gebruikt ten behoeve van de door die belastingplichtige verrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat. Deze regel moet worden verduidelijkt en aangescherpt wat betreft de levering van onroerend goed teneinde een gelijke behandeling van belastingplichtigen te garanderen wanneer onroerende goederen die aan de beroepsactiviteit van de belastingplichtige zijn toegerekend, niet uitsluitend voor daarmee verband houdende doelstellingen worden gebruikt. Daarom moet de initiële uitoefening van het recht op aftrek worden beperkt tot gebruik dat resulteert in handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat op het tijdstip dat de belasting verschuldigd wordt.
Amendement 3 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Overweging 10
(10) Hoewel de belangrijkste gevallen waarin de regel dient te worden verduidelijkt en aangescherpt, betrekking hebben op onroerende goederen en daarmee verband houdende uitgaven, gezien de waarde en de economische levensduur van deze goederen en het feit dat gemengd gebruik van dit soort goederen in de praktijk vaak voorkomt, is het niettemin dienstig de lidstaten overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel ertoe te machtigen deze regel ook toe te passen op roerende goederen van duurzame aard die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen.
(10) Omdat de belangrijkste gevallen waarin de regel dient te worden verduidelijkt en aangescherpt, betrekking hebben op onroerende goederen en daarmee verband houdende uitgaven, gezien de waarde en de economische levensduur van deze goederen en het feit dat gemengd gebruik van dit soort goederen in de praktijk vaak voorkomt, moet het initiële recht van aftrek worden toegepast zowel op de onroerende goederen die aan een belastingplichtige worden geleverd als op de met die goederen samenhangende hoofddiensten die hem worden verleend en die ingevolge hun economische waarde op één lijn kunnen worden gesteld met de verwerving van onroerende goederen. Kleine herstel- of verbeteringswerkzaamheden, die weinig economische betekenis hebben, moeten daarentegen worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze regel.
Amendement 4 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Overweging 11
(11) Teneinde in het kader van de nieuwe regels een billijke aftrekregeling voor de belastingplichtigen te garanderen, dient in een correctiemechanisme te worden voorzien dat in overeenstemming is met de andere regels inzake herziening van de aftrek, zulks teneinde rekening te houden met veranderingen in de mate waarin de betrokken goederen voor bedrijfsdoeleinden en voor privédoeleinden worden gebruikt.
(11) Teneinde in het kader van de nieuwe regels een billijke aftrekregeling voor de belastingplichtigen te garanderen, dient in een correctiemechanisme te worden voorzien dat in overeenstemming is met de regels inzake herziening van de aftrek, zulks teneinde rekening te houden met veranderingen in de mate waarin de betrokken goederen voor bedrijfsdoeleinden en voor privédoeleinden worden gebruikt gedurende een periode die overeenkomt met de bestaande herzieningstermijn voor onroerende investeringsgoederen.
Amendement 5 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Artikel 1 – punt 12 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 168 bis – lid 1
1. Indien een onroerend goed deel uitmaakt van het vermogen van het bedrijf van een belastingplichtige en door de belastingplichtige zowel voor de activiteiten van het bedrijf als voor zijn privégebruik of voor het privégebruik van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, is de BTW over de uitgaven in verband met dit onroerend goed slechts aftrekbaar, overeenkomstig de in de artikelen 167, 168, 169 en 173 vervatte beginselen, naar evenredigheid van het gebruik ervan voor de bedrijfsactiviteiten van de belastingplichtige.
1. Indien een onroerend goed deel uitmaakt van het vermogen van het bedrijf van een belastingplichtige en door de belastingplichtige zowel voor de activiteiten van het bedrijf als voor zijn privégebruik of voor het privégebruik van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, wordt de initiële uitoefening van het recht op aftrek, dat ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, beperkt naar rato van het werkelijke gebruik van dat goed voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat.
In afwijking van artikel 26 wordt met veranderingen in het in de eerste alinea bedoelde proportionele gebruik van een onroerend goed rekening gehouden overeenkomstig de in de artikelen 184 tot en met 192 neergelegde beginselen, als toegepast door de lidstaat in kwestie.
In afwijking van artikel 26 wordt met wijzigingen in het in de eerste alinea bedoelde gebruik van een onroerend goed rekening gehouden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 187, 188, 190 en 192 met betrekking tot de correctie van de initiële uitoefening van het recht op aftrek.
De in de tweede alinea bedoelde wijzigingen worden in aanmerking genomen in de door de lidstaten krachtens artikel 187, lid 1, vastgestelde periode voor onroerende investeringsgoederen.
Amendement 6 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Artikel 1 – punt 12 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 168 bis – lid 2
2.De lidstaten kunnen lid 1 ook toepassen met betrekking tot de BTW op uitgaven in verband met andere door hen gespecificeerde goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen.
Schrappen
Amendement 7 Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit Artikel 1 bis (nieuw)
Artikel 1 bis
Beoordeling
De Commissie beoordeelt in hoeverre er reden bestaat om de lidstaten ertoe te machtigen om het bepaalde in artikel 168a, lid 1 van Richtlijn 2006/112/EG en de algemene correctieregels in de artikelen 184 tot en met 192 van dezelfde richtlijn ook toe te passen op roerende goederen van duurzame aard die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen. Een eventueel wetgevingsvoorstel in deze zin moet tot doel hebben de geldende regels te harmoniseren teneinde factoren die de mededinging kunnen vervalsen zoveel mogelijk uit te bannen, teneinde de goede werking van de interne markt te verzekeren. Een dergelijk wetgevingsvoorstel moet vergezeld gaan van een onafhankelijke effectbeoordeling, die rekening houdt met de negatieve en de positieve aspecten.
Wijziging van bijlagen II en III bij het Ospar-Verdrag *
271k
42k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van de wijzigingen van bijlage II en bijlage III bij het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Ospar-verdrag) met betrekking tot de opslag van kooldioxidestromen in geologische formaties (COM(2009)0236 – C7-0019/2009 – 2009/0071(CNS))
– gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2009)0236),
– gelet op artikel 175, lid 1, en artikel 300, lid 2, eerste alinea, van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0019/2009),
– gelet op de artikelen 55 en 90, lid 8, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0051/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel voor een besluit van de Raad, als geamendeerd door het Parlement, en hecht zijn goedkeuring aan de wijzigingen van bijlage II en bijlage III bij het Verdrag;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een besluit van de Raad Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)De Gemeenschap heeft onlangs Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide1 goedgekeurd. Volgens die richtlijn moet met de geologische opslag van kooldioxide worden doorgegaan, op voorwaarde dat daarvoor particuliere, nationale en communautaire steun wordt gevonden en het een milieuveilige technologie blijkt te zijn; bovendien moet deze technologie voortdurend op haar milieuvriendelijkheid en veiligheid worden getoetst, en mag zij in geen geval dienen als een stimulans om het gebruik van fossiele brandstoffen verder op te voeren.
_____________ 1PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114.
Amendement 2 Voorstel voor een besluit van de Raad Overweging 4 ter (nieuw)
(4 ter)De gedeelde bevoegdheid van de Gemeenschap en de lidstaten en het beginsel van eenheid bij de internationale vertegenwoordiging van de Gemeenschap pleiten ervoor dat de Gemeenschap en haar lidstaten die partij zijn bij het Verdrag gezamenlijk optreden en gelijktijdig de akten van bekrachtiging van de wijzigingen daarop neerleggen.
Amendement 3 Voorstel voor een besluit van de Raad Artikel 2 − alinea 1 bis (nieuw)
De lidstaten die partij zijn bij het Verdrag streven ernaar hun akten van bekrachtiging of goedkeuring gelijktijdig met die van de Europese Gemeenschap en de andere lidstaten neer te leggen, zo mogelijk uiterlijk 1 juni 2010.
Overeenkomst EG/Denemarken betreffende de betekening en de kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (wijziging van Besluit 2006/326/EG) *
194k
30k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2006/326/EG met het oog op de vaststelling van een procedure voor de uitvoering van artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de betekening en de kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (COM(2009)0100 – C6-0108/2009 – 2009/0031(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0100),
– gelet op artikel 61, onder (c) en artikel 300, lid 2, eerste alinea, van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0108/2009),
– gelet op artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0058/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Overeenkomst EG/Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (wijziging van Besluit 2006/325/EG) *
194k
30k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2006/325/EG met het oog op de vaststelling van een procedure voor de uitvoering van artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (COM(2009)0101 – C6-0109/2009 – 2009/0034(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0101),
– gelet op artikel 61, onder (c), en artikel 300, lid 2, eerste alinea, van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0109/2009),
– gelet op artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0056/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Herstelplan voor zwarte heilbot *
189k
29k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2115/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van een herstelplan voor zwarte heilbot in het kader van de visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (COM(2009)0127 – C7-0006/2009 – 2009/0041(CNS))
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0127),
– gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0006/2009),
– gelet op artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij (A7-0046/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
3. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Sluiting door de Europese Gemeenschap van de overeenkomst tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) *
190k
29k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van de overeenkomst tot toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980, zoals gewijzigd door het protocol van Vilnius van 3 juni 1999 (COM(2009)0441 – C7-0164/2009 – 2009/0121(CNS))
– gezien het voorstel voor een beschikking van de Raad (COM(2009)0441),
– gelet op de artikelen 71 en 300, lid 2, eerste alinea, eerste alinea, van het EGVerdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0164/2009),
– gelet op de artikelen 55 en 90, lid 8, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A7-0053/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.
Protocol inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen *
187k
29k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het protocol inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (COM(2009)0081 – C6-0101/2009 – 2009/0023(CNS))
– gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2009)0081),
– gelet op artikel 61, letter c), en artikel 300, lid 2, van het EGVerdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0101/2009),
– gelet op de artikelen 55 en 90, lid 8, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0062/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.
Verdediging van de immuniteit en de voorrechten van Tobias Pflüger
105k
31k
Besluit van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het verzoek om verdediging van de immuniteit en de voorrechten van Tobias Pflüger (2009/2055(IMM))
– gezien het verzoek van Tobias Pflüger om verdediging van zijn immuniteit en de voorrechten waarvan tijdens de plenaire vergadering op 5 mei 2009 kennis werd gegeven,
– gelet op artikel 10 van het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, en op artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,
– gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 12 mei 1964 en 10 juli 1986(1),
– gelet op artikel 46 van de Grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland,
– gezien zijn besluit van 16 mei 2006 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Tobias Pflüger(2),
– gelet op artikel 6, lid 3, en artikel 7, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0054/2009),
A. overwegende dat het Parlement bij besluit van 16 mei 2006 de immuniteit van Tobias Pflüger reeds heeft opgeheven met betrekking tot dezelfde feiten,
B. overwegende dat na onderzoek blijkt dat de prerogatieven van het Parlement niet worden bedreigd door het vonnis van 2 maart 2009 tegen Tobias Pflüger en evenmin door de eis van 15 april 2009 van de openbare aanklager om de hem opgelegde straf te verzwaren,
1. besluit de immuniteit van Tobias Pflüger niet te verdedigen;
2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de aangewezen instantie van de Bondsrepubliek Duitsland.
Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing – Vijfde Deel ***I
196k
31k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft – Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing – Vijfde Deel (COM(2009)0142 – C7-0047/2009 – 2009/0048(COD))
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2009)0142),
– gelet op artikel 251, lid 2, en artikel 152 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0047/2009),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 september 2008 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de aanpassing van rechtshandelingen aan het nieuwe comitologiebesluit(1),
– gelet op artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0036/2009),
1. verwerpt het Commissievoorstel;
2. verzoekt de Commissie een nieuw voorstel in te dienen, rekening houdend met de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, met name artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met de bovengenoemde resolutie van het Europees Parlement van 23 september 2008;
3. verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen om het acquis communautaire aan artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan te passen;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 november 2009 over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad inzake het gebruik van informatica op douanegebied (17483/2008 – C6-0037/2009 – 2009/0803(CNS))
– gezien het initiatief van de Franse Republiek (17483/2008),
– gelet op artikel 30, lid 1, letter a), van het EU-Verdrag,
– gelet op artikel 39, lid 1 en artikel 34, lid 2, letter c), van het EU-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0037/2009),
– gelet op de artikelen 100 en 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A7-0052/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het initiatief van de Franse Republiek, zoals gewijzigd door het Parlement;
2. verzoekt de Raad de tekst dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het initiatief van de Franse Republiek;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering van de Franse Republiek.
Door de Franse Republiek voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 3
(3) Het is noodzakelijk om de samenwerking tussen douaneadministraties te versterken door procedures vast te leggen in het kader waarvan douaneadministraties gezamenlijk kunnen optreden en persoonsgegevens en andere gegevens over illegale handelsactiviteiten kunnen uitwisselen, waarbij zij nieuwe technologie voor het beheer en het verzenden van dergelijke informatie toepassen, met inachtneming van het bepaalde in het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, ondertekend te Straatsburg op 28 januari 1981, alsook van het bepaalde in aanbeveling R (87) 15 van de ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987 tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens in de politiesector.
(3) Het is noodzakelijk om de samenwerking tussen douaneadministraties te versterken door procedures vast te leggen in het kader waarvan douaneadministraties gezamenlijk kunnen optreden en persoonsgegevens en andere gegevens over illegale handelsactiviteiten kunnen uitwisselen, waarbij zij nieuwe technologie voor het beheer en het verzenden van dergelijke informatie toepassen, met inachtneming van het bepaalde in Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken1 en de beginselen in aanbeveling nr. R (87) 15 van het comité van de ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987 tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens in de politiesector.
__________________ 1PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60.
Amendement 2 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 4
(4) Voorts is het noodzakelijk te zorgen voor een grotere complementariteit met de actie die wordt ondernomen in het kader van de samenwerking met de Europese Politiedienst (Europol) en de Europese eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust), waarbij deze instanties toegang wordt verleend tot de gegevens van het douane-informatiesysteem.
(4) Voorts is het noodzakelijk te zorgen voor een grotere complementariteit met de actie die wordt ondernomen in het kader van de samenwerking met de Europese Politiedienst (Europol) en de Europese eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust), door de mededeling van gegevens van het douane-informatiesysteem aan deze instanties onder bepaalde voorwaarden mogelijk te maken.
Amendement 3 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)Inzage in het douane-informatiesysteem biedt Eurojust de mogelijkheid onmiddellijk de informatie te verkrijgen die nodig is voor een nauwkeurig eerste overzicht van de juridische belemmeringen en de oplossingen daarvoor, en aldus betere vervolgingsresultaten te boeken. Inzage in het referentiebestand van onderzoeksdossiers biedt Eurojust de mogelijkheid informatie over lopend en gesloten onderzoek in verschillende lidstaten te verkrijgen en aldus de ondersteuning van de justitiële autoriteiten in die lidstaten te verbeteren.
Amendement 4 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)De lidstaten erkennen de voordelen van volledige toegang tot het referentiebestand van onderzoeksdossiers wat betreft de coördinatie en het opvoeren van de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit. Zij dienen zich er derhalve toe te verplichten zoveel mogelijk gegevens in dat gegevensbestand in te voeren.
Amendement 5 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter)Gegevens die zijn verkregen uit het douane-informatiesysteem mogen onder geen beding worden doorgegeven voor gebruik door de nationale autoriteiten van derde landen.
Amendement 6 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 8
(8) Een operationele analyse van de activiteiten,de middelen en de intenties van sommige personen of firma's die de nationale wetgeving niet eerbiedigen of niet lijken te eerbiedigen, moet de douaneautoriteiten en de Commissie helpen om in welbepaalde gevallen de geschikte maatregelen te treffen om de inzake fraudebestrijding gestelde doelen te bereiken.
(8) Een operationele analyse van de activiteiten van sommige personen of firma's die de nationale wetgeving niet eerbiedigen en van de middelen die zij gebruiken om in een kort tijdsbestek overtredingen als omschreven in dit besluit te begaan, of die het begaan ervan mogelijk hebben gemaakt, moet de douaneautoriteiten en de Commissie helpen om in welbepaalde gevallen de geschikte maatregelen te treffen om de inzake fraudebestrijding gestelde doelen te bereiken.
Amendement 7 Initiatief van de Franse Republiek Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)Dit besluit belet niet dat een lidstaat zijn grondwettelijke bepalingen betreffende de toegang van het publiek tot officiële documenten toepast.
Amendement 8 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 2 – punt 1 – letter a
(a) het verkeer van goederen die zijn onderworpen aan verbods-, beperkende of controlemaatregelen, in het bijzonder de maatregelen als bedoeld in de artikelen 36 en 223 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
(a) het verkeer van goederen die zijn onderworpen aan verbods-, beperkende of controlemaatregelen, in het bijzonder de maatregelen als bedoeld in de artikelen 30 en 296 van het EG-Verdrag;
Amendement 9 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 2 – punt 1 – letter a bis (nieuw)
(a bis) maatregelen ter beheersing van contantgeldstromen binnen de Gemeenschap wanneer die maatregelen zijn genomen overeenkomstig artikel 58 van het EG-Verdrag;
Amendement 10 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 2 – punt 1 – letter b – punt i
(i) wetten en regelingen van een lidstaat ter uitvoering waarvan de douaneadministratie van die lidstaat gehele of gedeeltelijke bevoegdheid bezit, met betrekking tot het grensoverschrijdende verkeer van goederen die zijn onderworpen aan verbods-, beperkende of controlemaatregelen, in het bijzonder de maatregelen als bedoeld in de artikelen 36 en 223 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
(i) wetten en regelingen van een lidstaat ter uitvoering waarvan de douaneadministratie van die lidstaat gehele of gedeeltelijke bevoegdheid bezit, met betrekking tot het grensoverschrijdende verkeer van goederen die zijn onderworpen aan verbods-, beperkende of controlemaatregelen, in het bijzonder de maatregelen als bedoeld in de artikelen 30 en 296 van het EG-Verdrag;
Amendement 11 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 2 – punt 2
2) "persoonsgegevens": iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
2) "persoonsgegevens": iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon ("betrokkene"); als identificeerbare persoon wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, in het bijzonder aan de hand van een identificatienummer of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit;
Amendement 13 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 3 – lid 1 – letter g bis (nieuw)
(g bis) vasthoudingen, inbeslagnemingen of verbeurdverklaringen van contant geld.
Amendement 14 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 4 – lid 2 – letter a
(a) naam, meisjesnaam, voornamen, vroegere familienamen en bijnamen;
(a) namen, meisjesnaam, voornamen en bijnamen;
Amendement 15 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 4 – lid 4 – inleidende formule
4. Wat de in artikel 3, onder g), bedoelde categorie betreft mogen de ingevoerde persoonsgegevens niet meer omvatten dan de volgende gegevens:
4. Wat de in artikel 3, lid 1, onder g) en g bis), bedoelde categorieën betreft mogen de ingevoerde persoonsgegevens niet meer omvatten dan de volgende gegevens:
Amendement 16 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 4 – lid 5
5. In geen geval mogen persoonsgegevens worden ingevoerd als genoemd in artikel 6, eerste zin, van het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, ondertekend te Straatsburg op 28 januari 1981, hierna "het Verdrag van Straatsburg van 1981" te noemen.
5. In geen geval mogen persoonsgegevens worden ingevoerd als genoemd in artikel 6 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.
Amendement 17 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 5 – lid 1
1. Gegevens met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde categorieën mogen uitsluitend in het douane-informatiesysteem worden ingevoerd met het oog op melding van waarneming, onopvallende en gerichte controle en operationele analyse.
1. Gegevens met betrekking tot de in artikel 3, lid 1, onder a) tot en met g), bedoelde categorieën mogen uitsluitend in het douane-informatiesysteem worden ingevoerd met het oog op melding van waarneming, onopvallende en gerichte controle en strategische of operationele analyse.
Amendement 18 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.Gegevens met betrekking tot de in artikel 3, lid 1, onder g bis), bedoelde categorie mogen uitsluitend in het douane-informatiesysteem worden ingevoerd met het oog op strategische of operationele analyse.
Amendement 19 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 5 – lid 2
2. Ten behoeve van de voorgestelde acties als bedoeld in lid 1, namelijk melding van waarneming, onopvallende en gerichte controle of operationele analyse, mogen persoonsgegevens in de in artikel 3 bedoelde categorieën uitsluitend in het douane-informatiesysteem worden ingevoerd indien er, in het bijzonder op grond van eerdere illegale handelingen, concrete aanwijzingen bestaan dat de desbetreffende persoon ernstige overtredingen van nationale wetten heeft begaan, bezig is deze te begaan, of nog zal begaan.
2. Ten behoeve van de voorgestelde acties als bedoeld in lid 1, namelijk melding van waarneming, onopvallende en gerichte controle en strategische of operationele analyse, mogen persoonsgegevens in de in artikel 3, lid 1, bedoelde categorieën, met uitzondering van punt e), uitsluitend in het douane-informatiesysteem worden ingevoerd indien er, in het bijzonder op grond van eerdere illegale handelingen, feitelijke aanwijzingen of een redelijk vermoeden bestaan dat de desbetreffende persoon ernstige overtredingen van nationale wetten heeft begaan, bezig is deze te begaan, of nog zal begaan.
Amendement 20 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 6 – lid 1 – punt iv
(iv) begeleidende personen of inzittenden van het vervoermiddel;
Schrappen
Amendement 21 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 7 – lid 2
2. Elke lidstaat zendt aan de andere lidstaten en aan het Comité als bedoeld in artikel 23 een lijst van zijn bevoegde autoriteiten die in overeenstemming met lid 1 van onderhavig artikel zijn aangewezen om rechtstreekse toegang te hebben tot het douane-informatiesysteem, waarbij voor elke autoriteit wordt aangegeven tot welke gegevens zij toegang kan hebben en voor welke doeleinden.
2. Elke lidstaat stuurt aan de andere lidstaten en aan het comité als bedoeld in artikel 23 een lijst van zijn bevoegde autoriteiten die in overeenstemming met lid 1 van onderhavig artikel zijn aangewezen om rechtstreekse toegang te hebben tot het douane-informatiesysteem. Elke wijziging van die lijst wordt ook meegedeeld aan de andere lidstaten en aan het comité als bedoeld in artikel 23. In de lijst wordt voor elke autoriteit aangegeven tot welke gegevens zij toegang kan hebben en voor welke doeleinden. Elke lidstaat zorgt voor publicatie van de lijst en elke wijziging daarvan.
Amendement 22 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 7 – lid 3
3.In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 kunnen de lidstaten eenparig beslissen aan internationale of regionale organisaties toegang te verlenen tot het douane-informatiesysteem. Een dergelijke beslissing vindt plaats in de vorm van een besluit van de Raad. Bij de besluitvorming hierover houden de lidstaten rekening met de eventuele regelingen inzake wederkerigheid en de eventuele mening van de in artikel 25 bedoelde gemeenschappelijke controleautoriteit ten aanzien van de toereikendheid van de maatregelen ter bescherming van gegevens.
Schrappen
Amendement 23 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 8 – lid 1
1. De lidstaten mogen gegevens die zijn verkregen uit het douane-informatiesysteem uitsluitend gebruiken om het in artikel 1, lid 2, omschreven doel te bereiken. Met voorafgaande toestemming van de lidstaat die de gegevens in het systeem heeft ingevoerd en met inachtneming van de door die lidstaat gestelde voorwaarden, mogen zij deze gegevens evenwel ook voor administratieve of andere doeleinden gebruiken. Dit andere gebruik moet in overeenstemming zijn met de wetten, regelingen en procedures van de lidstaat die de gegevens wenst te gebruiken; tevens dient rekening te worden gehouden met Beginsel 5.5 van Aanbeveling R (87) 15 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 17 september 1987 tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens in de politiesector, hierna "Aanbeveling R (87) 15" genoemd.
1. De lidstaten, Europol en Eurojust mogen gegevens die zijn verkregen uit het douane-informatiesysteem uitsluitend gebruiken om het in artikel 1, lid 2, omschreven doel te bereiken.
Amendement 24 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 8 – lid 2
2. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 en 4 van dit artikel, in artikel 7, lid 3, en in de artikelen 11 en 12 mogen gegevens die zijn verkregen uit het douane-informatiesysteem uitsluitend worden gebruikt door de nationale autoriteiten in elke lidstaat die daartoe aangewezen zijn door de desbetreffende lidstaat en die uit hoofde van de wetten, regelingen en procedures van die lidstaat bevoegd zijn te handelen om het in artikel 1, lid 2, omschreven doel te bereiken.
2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 11 en 12 mogen gegevens die zijn verkregen uit het douane-informatiesysteem uitsluitend worden gebruikt door de nationale autoriteiten in elke lidstaat die daartoe aangewezen zijn door de desbetreffende lidstaat en die uit hoofde van de wetten, regelingen en procedures van die lidstaat bevoegd zijn te handelen om het in artikel 1, lid 2, omschreven doel te bereiken.
Amendement 25 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)
Elke wijziging van die lijst wordt ook meegedeeld aan de andere lidstaten en aan het comité als bedoeld in artikel 23. Elke lidstaat zorgt voor publicatie van de lijst en elke wijziging daarvan.
Amendement 26 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 8 – lid 4
4.Gegevens die zijn verkregen uit het douane-informatiesysteem kunnen, met voorafgaande toestemming van de lidstaat die de gegevens in het systeem heeft ingevoerd en met inachtneming van de eventueel door die staat gestelde voorwaarden, worden doorgegeven voor gebruik door andere dan de krachtens lid 2 aangewezen nationale autoriteiten, niet-lidstaten, en internationale en regionale organisaties die de gegevens wensen te gebruiken. Elke lidstaat neemt speciale maatregelen ter beveiliging van zulke gegevens wanneer deze worden verzonden of verstrekt aan instanties buiten zijn eigen grondgebied. Bijzonderheden van dergelijke maatregelen dienen te worden doorgegeven aan de in artikel 25 genoemde gemeenschappelijke controleautoriteit.
Schrappen
Amendement 27 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 11
1.Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk IX van dit besluit heeft de Europese Politiedienst (Europol) binnen de grenzen van zijn mandaat het recht om overeenkomstig de leden 2, 3, 4, 5 en 6 de in het douane-informatiesysteem ingevoerde gegevens op te vragen, deze rechtstreeks te raadplegen en gegevens aan het systeem toe te voegen.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk IX van dit besluit heeft Europol binnen de grenzen van zijn mandaat het recht om een naar behoren gemotiveerd verzoek in te dienen dat aan een duidelijk geïdentificeerd personeelslid overeenkomstig de leden 2, 3, 4, 5 en 6 de in het douane-informatiesysteem ingevoerde gegevens worden meegedeeld.
2.Indien Europol bij een bevraging van het douane-informatiesysteem een signalering aantreft, stelt Europol de signalerende lidstaat daarvan in kennis via de kanalen die daartoe zijn aangewezen in Besluit ... van de Raad tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol), hierna "Europol-Besluit"1 genoemd.
De overeenkomstig alinea 1 meegedeelde gegevens worden onmiddellijk vernietigd als blijkt dat deze niet bruikbaar zijn voor een door Europol verricht lopend onderzoek, of overeenkomstig het bepaalde in artikel 14. Europol stelt de bevoegde autoriteit die de gegevens aan Europol heeft doorgegeven in kennis van de vernietiging ervan en van de redenen van vernietiging. De bevoegde autoriteit registreert deze kennisgeving.
3.Door een bevraging van het douane-informatiesysteem verkregen informatie mag alleen worden gebruikt indien de lidstaat die de gegevens in het systeem heeft ingevoerd daarvoor toestemming geeft. Indien deze lidstaat het gebruik van deze informatie toestaat, wordt de verwerking daarvan beheerst door het Europol-Besluit. Europol mag die informatie alleen met de toestemming van de lidstaat die de gegevens in het systeem heeft ingevoerd aan andere landen en organen meedelen.
4.Europol kan de betrokken lidstaten om andere inlichtingen verzoeken met inachtneming van het Europol-Besluit.
5.Onverminderd de leden 3 en 4, is het Europol niet toegelaten delen van het douane-informatiesysteem waartoe hij toegang heeft, te verbinden met een computersysteem dat bestemd is voor het verzamelen en verwerken van door of bij Europol gebruikte gegevens, noch mag Europol de in eerstgenoemd systeem opgenomen gegevens naar een dergelijk systeem overdragen of enig deel van het douane-informatiesysteem downloaden of anderszins kopiëren.
Europol beperkt de toegang tot in het douane-informatiesysteem opgenomen gegevens tot personeel van Europol waaraan specifiek toestemming daarvoor is verleend.
Europol machtigt de overeenkomstig artikel 34 van het Europol-Besluit opgerichte Gemeenschappelijke controle-autoriteit om toe te zien op de activiteiten van Europol bij de uitoefening van zijn recht op toegang tot de in het douanesysteem ingevoerde gegevens en de raadpleging daarvan.
Amendement 28 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 11 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.Niets in dit artikel mag worden uitgelegd als afbreuk doende aan de bepalingen van Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol)1 (het Europol-besluit) inzake gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor ongeoorloofde of incorrecte verwerking van deze gegevens door personeel van Europol, dan wel aan de bevoegdheden van het krachtens voornoemd besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan.
______________ 1 PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
Amendement 29 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 12 – lid 1
1. Onverminderd hoofdstuk IX hebben de nationale leden van de Europese eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust) en hun assistenten binnen de grenzen van hun mandaat het recht om overeenkomstig de leden 2, 3, 4 ,5 en 6 de in het douane-informatiesysteem ingevoerde gegevens op te vragen en deze te raadplegen.
1. De nationale leden van Eurojust, hun plaatsvervangers, assistenten en specifiek gemachtigd personeel hebben binnen de grenzen van hun mandaat en voor de uitvoering van hun taken het recht om overeenkomstig de artikelen 1, 3, 4, 5, 6, 15, 16, 17, 18 en 19 de in het douane-informatiesysteem ingevoerde gegevens op te vragen en deze te raadplegen.
Amendement 30 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 12 – lid 2
2. Indien een nationaal lid van Eurojust bij een bevraging van het douane-informatiesysteem een signalering aantreft, stelt dat lid de signalerende lidstaat daarvan in kennis. Uit deze bevraging verkregen informatie kan slechts met toestemming van de signalerende lidstaat aan andere landen en organen worden medegedeeld.
2. Indien een nationaal lid van Eurojust, zijn plaatsvervangers, assistenten of specifiek gemachtigde personeelsleden bij een bevraging van het douane-informatiesysteem een overeenstemming ontdekken tussen door Eurojust verwerkte informatie en een signalering in het douane-informatiesysteem, stelt dat lid de signalerende lidstaat daarvan in kennis.
Amendement 31 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 12 – lid 3
3. Niets in dit artikel mag worden uitgelegd als afbreuk doende aan hetgeen in Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken is bepaald inzake gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor ongeoorloofde of incorrecte verwerking van deze gegevens door de nationale leden van Eurojust of hun assistenten, dan wel aan de bevoegdheden van het krachtens voornoemd besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan.
3. Niets in dit artikel mag worden uitgelegd als afbreuk doende aan de bepalingen van Besluit 2009/426/JBZ van de Raad van 16 december 2008 inzake de versterking van Eurojust1 die betrekking hebben op gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor ongeoorloofde of incorrecte verwerking van deze gegevens door de nationale leden van Eurojust, hun plaatsvervangers, assistenten en specifiek gemachtigde personeelsleden, dan wel aan de bevoegdheden van het krachtens voornoemd besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan.
______________ 1PB L 138 van 4.6.2009, blz. 14.
Amendement 32 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 12 – lid 4
4. De delen van het douane-informatiesysteem waartoe de nationale leden of hun assistenten toegang hebben, mogen niet worden verbonden met een computersysteem dat bestemd is voor het verzamelen en verwerken van de door of bij Eurojust gebruikte gegevens, en er mogen geen gegevens uit eerstgenoemd systeem naar het tweede worden overgedragen, noch mogen delen van het douane-informatiesysteem worden gedownload.
4. De delen van het douane-informatiesysteem waartoe de nationale leden van Eurojust, hun plaatsvervangers, assistenten of specifiek gemachtigd personeel toegang hebben, mogen niet worden verbonden met een computersysteem dat bestemd is voor het verzamelen en verwerken van de door of bij Eurojust gebruikte gegevens, en er mogen geen gegevens uit eerstgenoemd systeem naar het tweede worden overgedragen, noch mogen delen van het douane-informatiesysteem worden gedownload.
Amendement 33 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 12 – lid 5
5. De toegang tot de in het douane-informatiesysteem opgenomen gegevens wordt beperkt tot de nationale leden en hun assistenten, en strekt zich niet uit tot het personeel van Eurojust.
5. De toegang tot de in het douane-informatiesysteem opgenomen gegevens wordt beperkt tot de nationale leden van Eurojust, hun plaatsvervangers, assistenten en specifiek gemachtigd personeel, en strekt zich niet uit tot het overige personeel van Eurojust.
Amendement 34 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 13 – lid 1
1. Uitsluitend de gegevensverstrekkende lidstaat of Europol heeft het recht gegevens die hij in het douane-informatiesysteem heeft ingevoerd, te wijzigen, aan te vullen, te verbeteren of te verwijderen.
1. Uitsluitend de gegevensverstrekkende lidstaat heeft het recht gegevens die hij in het douane-informatiesysteem heeft ingevoerd, te wijzigen, aan te vullen, te corrigeren of te wissen.
Amendement 35 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 13 – lid 2
2. Indien een gegevensverstrekkende lidstaat of Europol opmerkt of erop wordt gewezen dat de door hem ingevoerde gegevens feitelijk onjuist zijn, of in strijd met het onderhavige besluit zijn ingevoerd of opgeslagen, dan dient hij deze gegevens, naar gelang van het geval, te wijzigen, aan te vullen, te verbeteren of te verwijderen, en de andere lidstaten en Europol hiervan in kennis te stellen.
2. Indien een gegevensverstrekkende lidstaat opmerkt of erop wordt gewezen dat de door hem ingevoerde gegevens feitelijk onjuist zijn, of in strijd met het onderhavige besluit zijn ingevoerd of opgeslagen, dan dient hij deze gegevens, naar gelang van het geval, te wijzigen, aan te vullen, te corrigeren of te wissen, en de andere lidstaten en Eurojust hiervan in kennis te stellen.
Amendement 36 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 13 – lid 3
3. Indien een der lidstaten of Europol aanwijzingen heeft dat een gegeven feitelijk onjuist is, of in strijd met dit besluit in het douane-informatiesysteem is ingevoerd of opgeslagen, stelt hij de gegevensverstrekkende lidstaat of Europol hiervan zo spoedig mogelijk in kennis. De aldus in kennis gestelde partij controleert dat gegeven en zorgt, voor zover noodzakelijk, onverwijld voor verbetering of verwijdering van dat gegeven. De gegevensverstrekkende lidstaat of Europol stelt de andere lidstaten en Europol in kennis van elke uitgevoerde verbetering of verwijdering.
3. Indien een der lidstaten, Europol of Eurojust aanwijzingen heeft dat een gegeven feitelijk onjuist is, of in strijd met dit besluit in het douane-informatiesysteem is ingevoerd of opgeslagen, stelt hij de gegevensverstrekkende lidstaat hiervan zo spoedig mogelijk in kennis. De gegevensverstrekkende lidstaat controleert dat gegeven en zorgt, voor zover noodzakelijk, onverwijld voor het corrigeren of wissen van dat gegeven. De gegevensverstrekkende lidstaat stelt de andere lidstaten en Eurojust in kennis indien een gegeven is gecorrigeerd of gewist.
Amendement 37 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 13 – lid 4
4. Wanneer een lidstaat of Europol bij het invoeren van gegevens in het douane-informatiesysteem opmerkt dat zijn signalering wat betreft inhoud of voorgestelde actie in strijd is met een eerdere signalering, stelt hij de lidstaat, dan wel Europol, die de eerdere signalering in het systeem heeft ingevoerd, onmiddellijk hiervan in kennis. De twee lidstaten dan wel de lidstaat en Europol trachten dan het probleem op te lossen. Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, blijft de eerste signalering behouden; die delen van de nieuwe signalering die er niet mee in strijd zijn, worden echter in het systeem ingevoerd.
4. Wanneer een lidstaat bij het invoeren van gegevens in het douane-informatiesysteem opmerkt dat zijn signalering wat betreft inhoud of voorgestelde actie in strijd is met een eerdere signalering, stelt hij de lidstaat die de eerdere signalering in het systeem heeft ingevoerd, onmiddellijk hiervan in kennis. De twee lidstaten trachten dan het probleem op te lossen. Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, blijft de eerste signalering behouden; die delen van de nieuwe signalering die er niet mee in strijd zijn, worden echter in het systeem ingevoerd.
Amendement 38 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 13 – lid 5
5. Onder voorbehoud van het bepaalde in dit besluit verbinden de lidstaten en Europol zich er onderling toe de onherroepelijke beslissingen ten uitvoer te leggen die in een lidstaat door een rechtbank, of een andere bevoegde autoriteit van die lidstaat, worden genomen over het wijzigen, aanvullen, verbeteren of verwijderen van gegevens van het douane-informatiesysteem. Ingeval zulke beslissingen van rechtbanken of andere bevoegde autoriteiten in onderscheiden lidstaten, met inbegrip van beslissingen als bedoeld in artikel 22, lid 4, met betrekking tot verbetering of verwijdering, onderling strijdig zijn, verwijdert de lidstaat, dan wel Europol, die de desbetreffende gegevens heeft ingevoerd, deze uit het systeem.
5. Onder voorbehoud van het bepaalde in dit besluit verbinden de lidstaten zich er onderling toe de onherroepelijke beslissingen ten uitvoer te leggen die in een lidstaat door een rechtbank, of een andere bevoegde autoriteit van die lidstaat, worden genomen over het wijzigen, aanvullen, corrigeren of wissen van gegevens van het douane-informatiesysteem. Ingeval zulke beslissingen van rechtbanken of andere bevoegde autoriteiten in onderscheiden lidstaten, met inbegrip van beslissingen als bedoeld in artikel 22, lid 4, met betrekking tot corrigeren of wissen, onderling strijdig zijn, wist de lidstaat die de desbetreffende gegevens heeft ingevoerd, deze uit het systeem.
Amendement 39 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 14 – lid 1
1. Gegevens die in het douane-informatiesysteem zijn ingevoerd worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor zij waren ingevoerd. De noodzaak deze gegevens te bewaren wordt ten minste jaarlijks getoetst door de gegevensverstrekkende lidstaat dan wel door Europol indien deze instantie ze heeft ingevoerd.
1. Gegevens die in het douane-informatiesysteem zijn ingevoerd worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor zij waren ingevoerd. De noodzaak deze gegevens te bewaren wordt ten minste jaarlijks getoetst door de gegevensverstrekkende lidstaat.
Amendement 40 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 14 – lid 2
2. De gegevensverstrekkende lidstaat dan wel, indien deze instantie de gegevens heeft ingevoerd, Europol, kan vóór het verstrijken van de toetsingstermijn besluiten om gegevens te bewaren tot de volgende toetsing, indien dit noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij waren ingevoerd. Onverminderd het bepaalde in artikel 22 worden de gegevens, indien niet wordt besloten deze te bewaren, automatisch verplaatst naar dat deel van het douane-informatiesysteem dat beperkt toegankelijk is in overeenstemming met het bepaalde in lid 4 van onderhavig artikel.
2. De gegevensverstrekkende lidstaat kan vóór het verstrijken van de toetsingstermijn besluiten om gegevens te bewaren tot de volgende toetsing, indien dit noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij waren ingevoerd. Onverminderd het bepaalde in artikel 22 worden de gegevens, indien niet wordt besloten deze te bewaren, automatisch verplaatst naar dat deel van het douane-informatiesysteem dat beperkt toegankelijk is in overeenstemming met het bepaalde in lid 4 van onderhavig artikel.
Amendement 41 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 14 – lid 3
3. De gegevensverstrekkende lidstaat, dan wel Europol indien deze instantie de gegevens heeft ingevoerd, wordt vanuit het douane-informatiesysteem één maand van tevoren automatisch in kennis gesteld van een geprogrammeerde verplaatsing van gegevens binnen het douane-informatiesysteem overeenkomstig lid 2.
3. De gegevensverstrekkende lidstaat wordt vanuit het douane-informatiesysteem één maand van tevoren automatisch in kennis gesteld van een geprogrammeerde verplaatsing van gegevens binnen het douane-informatiesysteem overeenkomstig lid 2.
Amendement 42 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 14 – lid 4
4. Gegevens die overeenkomstig lid 2 zijn verplaatst, blijven nog één jaar in het douane-informatiesysteem aanwezig, maar zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 22, uitsluitend toegankelijk voor een vertegenwoordiger van het comité als bedoeld in artikel 23 en voor de controleautoriteiten als bedoeld in artikel 24, lid 1, en artikel 25, lid 1. In die periode mogen dezen de gegevens alleen raadplegen om de juistheid en de rechtmatigheid ervan te controleren; na die periode moeten de gegevens uit het systeem worden verwijderd.
4. Gegevens die overeenkomstig lid 2 zijn verplaatst, blijven nog één jaar in het douane-informatiesysteem aanwezig, maar zijn, onverminderd het bepaalde in de artikelen 22, uitsluitend toegankelijk voor een vertegenwoordiger van het comité als bedoeld in artikel 23 en voor de controleautoriteiten als bedoeld in de artikelen 22 bis en 25 bis. In die periode mogen deze de gegevens alleen raadplegen om de juistheid en de rechtmatigheid ervan te controleren; na die periode worden de gegevens uit het systeem gewist.
Amendement 43 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 15 – lid 1
1. Het douane-informatiesysteem omvat naast de in artikel 3 bedoelde gegevens, ook de gegevens bedoeld in dit hoofdstuk, die zijn opgenomen in een afzonderlijk bestand, hierna te noemen het "referentiebestand van onderzoeksdossiers". Onverminderd het in dit hoofdstuk en in de hoofdstukken VII en VIII bepaalde zijn de bepalingen van dit besluit ook van toepassing op het referentiebestand van onderzoeksdossiers.
1. Het douane-informatiesysteem omvat naast de in artikel 3 bedoelde gegevens, ook de gegevens bedoeld in dit hoofdstuk, die zijn opgenomen in een afzonderlijk bestand, hierna te noemen het "referentiebestand van onderzoeksdossiers". Onverminderd het in dit hoofdstuk en in de hoofdstukken VII en VIII bepaalde zijn de bepalingen van dit besluit ook van toepassing op het referentiebestand van onderzoeksdossiers. De uitzonderingen in artikel 21, lid 3, zijn niet van toepassing.
Amendement 44 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 15 – lid 2
2. Het referentiebestand van onderzoeksdossiers heeft tot doel de ingevolge artikel 7 aangewezen nationale autoriteiten van een lidstaat die bevoegd zijn voor onderzoek op douanegebied, en die een onderzoek starten of hebben gestart naar één of meer personen of bedrijven, in staat te stellen na te gaan welke bevoegde autoriteiten van andere lidstaten onderzoek verrichten of verricht hebben naar die personen of bedrijven, teneinde door informatie over het bestaan van onderzoeksdossiers de in artikel 1, lid 2, genoemde doelen te bereiken.
2. Het referentiebestand van onderzoeksdossiers heeft tot doel de ingevolge artikel 7 aangewezen nationale autoriteiten van een lidstaat die bevoegd zijn voor onderzoek op douanegebied, en die een onderzoek starten of hebben gestart naar één of meer personen of bedrijven, alsmede Europol en Eurojust in staat te stellen na te gaan welke bevoegde autoriteiten van andere lidstaten onderzoek verrichten of verricht hebben naar die personen of bedrijven, teneinde door informatie over het bestaan van onderzoeksdossiers de in artikel 1, lid 2, genoemde doelen te bereiken.
Amendement 45 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 15 – lid 3 – alinea 1 en alinea 2, inleidende formule
3. Ten behoeve van het referentiebestand van onderzoeksdossiers doet iedere lidstaat aan de andere lidstaten en aan het in artikel 23 bedoelde comité een lijst toekomen van ernstige overtredingen van zijn nationale wetten.
3. Ten behoeve van het referentiebestand van onderzoeksdossiers doet iedere lidstaat aan de andere lidstaten, Europol en Eurojust en aan het in artikel 23 bedoelde comité een lijst toekomen van ernstige overtredingen van zijn nationale wetten.
Die lijst omvat alleen ernstige overtredingen die worden bestraft:
Die lijst omvat alleen ernstige overtredingen die worden bestraft:
Amendement 46 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 15 – lid 3 – letter b
(b) met een boete van ten minste 15.000 EUR.
(b) met een boete van ten minste 25 000 EUR.
Amendement 47 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 16 – lid 1 – inleidende formule
1. De bevoegde autoriteiten voeren teneinde de in artikel 15, lid 2, genoemde doeleinden te bereiken, in het referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied gegevens uit onderzoeksdossiers in. Deze gegevens omvatten uitsluitend de volgende categorieën:
1. Gegevens uit onderzoeksdossiers worden uitsluitend voor de in artikel 15, lid 2, genoemde doeleinden ingevoerd in het referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied. Deze gegevens omvatten uitsluitend de volgende categorieën:
Amendement 49 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 17
Een lidstaat is in specifieke gevallen niet verplicht de in artikel 16 bedoelde gegevens in te voeren, indien en zolang dat schade berokkent aan de openbare orde of andere wezenlijke belangen, met name op het gebied van gegevensbescherming van de betrokken lidstaat.
Een lidstaat is in specifieke gevallen niet verplicht de in artikel 16 bedoelde gegevens in te voeren, indien en zolang dat de openbare orde of andere wezenlijke belangen zou schaden, met name wanneer dat een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de eigen openbare veiligheid of die van een andere lidstaat of een derde land zou inhouden; of wanneer andere essentiële belangen van gelijk belang in het geding zijn, of wanneer die signaleringen de rechten van individuen ernstig kunnen schaden of een lopend onderzoek in gevaar kunnen brengen.
Amendement 50 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 18 – lid 2 – letter b
(b) voor bedrijven: de handelsnaam en/of de in het handelsverkeer gebruikte handelsnaam en/of het BTW-nummer en/of het identificatienummer voor de accijnsrechten en/of en het adres.
(b) voor bedrijven: de handelsnaam en/of de in het handelsverkeer gebruikte handelsnaam en/of het adres en/of het BTW-nummer en/of het identificatienummer voor de accijnsrechten.
Amendement 51 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 19 – lid 1 – letter b
(b) gegevens over onderzoeksdossiers die de vaststelling van een overtreding behelzen, maar die nog niet geleid hebben tot een veroordeling of een boete, worden niet langer dan zes jaar bewaard;
(b) gegevens over onderzoeksdossiers die de vaststelling van een overtreding behelzen, maar die nog niet geleid hebben tot een veroordeling of een boete, worden niet langer dan drie jaar bewaard;
Amendement 52 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 20
1.Elke lidstaat die voornemens is om persoonsgegevens te ontvangen uit of in te voeren in het douane-informatiesysteem, neemt uiterlijk op … de nodige bepalingen aan ter verwezenlijking van een niveau van bescherming van persoonsgegevens dat ten minste gelijk is aan het niveau dat voortvloeit uit de beginselen van het Verdrag van Straatsburg van 1981.
Kaderbesluit 2008/977/JBZ geldt voor de bescherming van de gegevensuitwisseling overeenkomstig dit besluit, tenzij in dit besluit anders is bepaald.
2.Een lidstaat mag alleen dan persoonsgegevens ontvangen uit of invoeren in het douane-informatiesysteem wanneer de maatregelen ter bescherming van dergelijke gegevens, als bedoeld in lid 1, op het grondgebied van die lidstaat van kracht zijn geworden. De lidstaat dient tevens, in overeenstemming met artikel 24, vooraf een nationale controleautoriteit of -autoriteiten te hebben aangewezen.
3.Teneinde de juiste toepassing van de in dit besluit vervatte bepalingen ter bescherming van persoonsgegevens te garanderen, wordt het douane-informatiesysteem in elk der lidstaten beschouwd als een nationaal gegevensbestand dat is onderworpen aan de in lid 1 bedoelde nationale bepalingen en de eventuele stringentere bepalingen van dit besluit.
Amendement 53 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 21 – lid 1
1.Onder voorbehoud van artikel 8, lid 1, draagt elke lidstaat er zorg voor dat het volgens zijn wetten, regelingen en procedures niet is toegestaan om persoonsgegevens uit het douane-informatiesysteem te gebruiken voor andere dan de in artikel 1, lid 2, omschreven doelen.
Schrappen
Amendement 54 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 21 – lid 3
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, lid 1, mogen gegevens die door andere lidstaten in het douane-informatiesysteem zijn ingevoerd, hieruit niet naar andere nationale databestanden wordengekopieerd behalve naar systemen voor risicobeheer die gebruikt worden om nationale douanecontroles te sturen of naar een systeem voor operationele analyse dat gebruikt wordt om acties te coördineren.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, lid 1, worden gegevens die door andere lidstaten in het douane-informatiesysteem zijn ingevoerd, hieruit niet naar andere nationale databestanden gekopieerd behalve naar systemen voor risicobeheer die gebruikt worden om nationale douanecontroles te sturen of naar een systeem voor operationele analyse dat gebruikt wordt om acties te coördineren. Deze kopieën mogen worden gemaakt voor zover zij voor specifieke gevallen of onderzoeken nodig zijn.
Amendement 55 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 21 – lid 4
4. In de twee in lid 3 genoemde uitzonderingsgevallen zijn alleen door de nationale autoriteiten van de lidstaten aangewezen analisten gemachtigd de uit het douane-informatiesysteem afkomstige persoonsgegevens te verwerken, mits dit gebeurt in het kader van een systeem voor risicobeheer dat gebruikt wordt om nationale douanecontroles te sturen, of in het kader van een systeem voor operationele analyse dat gebruikt wordt om acties te coördineren.
4. In de twee in lid 3 genoemde uitzonderingsgevallen zijn alleen door de nationale autoriteiten van de lidstaten gemachtigde analisten bevoegd de uit het douane-informatiesysteem afkomstige persoonsgegevens te verwerken, mits dit gebeurt in het kader van een systeem voor risicobeheer dat gebruikt wordt om nationale douanecontroles te sturen, of in het kader van een systeem voor operationele analyse dat gebruikt wordt om acties te coördineren.
Amendement 56 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 21 – lid 7
7. Persoonsgegevens die uit het douane-informatiesysteem zijn gekopieerd, mogen slechts bewaard worden gedurende de tijd die nodig is voor het bereiken van het doel waarvoor zij waren gekopieerd. De noodzaak deze gegevens te bewaren wordt ten minste jaarlijks getoetst door de partner in het douane-informatiesysteem die deze gegevens heeft gekopieerd. De opslagtermijn is niet langer dan tien jaar. Persoonsgegevens die niet noodzakelijk zijn voor analysedoeleinden, worden onmiddellijk gewist of anoniem gemaakt.
7. Persoonsgegevens die uit het douane-informatiesysteem zijn gekopieerd, mogen slechts bewaard worden gedurende de tijd die nodig is voor het bereiken van het doel waarvoor zij waren gekopieerd. De noodzaak deze gegevens te bewaren wordt ten minste jaarlijks in het douane-informatiesysteem getoetst door de lidstaat die deze gegevens heeft gekopieerd. De opslagtermijn is niet langer dan tien jaar. Persoonsgegevens die niet noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de operationele analyse, worden onmiddellijk gewist of anoniem gemaakt.
Amendement 57 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 – lid 1
1. De rechten van personen met betrekking tot de persoonsgegevens in het douane-informatiesysteem, in het bijzonder het recht van kennisneming, worden uitgeoefend in overeenstemming met de wetten, regelingen en procedures van de lidstaat waarin op deze rechten een beroep wordt gedaan.
De rechten van personen met betrekking tot de persoonsgegevens in het douane-informatiesysteem, in het bijzonder het recht van toegang tot en corrigeren, wissen of afschermen van gegevens, worden uitgeoefend in overeenstemming met de wetten, regelingen en procedures tot uitvoering van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de lidstaat waarin op deze rechten een beroep wordt gedaan. De toegang wordt geweigerd indien deze weigering noodzakelijk en evenredig is om te voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan lopend nationaal onderzoek of tijdens de periode van onopvallende controles of melding van waarneming. Wanneer wordt onderzocht of een weigeringsgrond van toepassing is, wordt rekening gehouden met de legitieme belangen van de betrokkene.
Voor zover aldus bepaald in de wetten, regelingen en procedures van de betrokken lidstaat, besluit de in artikel 23 bedoelde nationale controleautoriteit of gegevens zullen worden meegedeeld en welke procedures daarvoor moeten worden gevolgd.
Een lidstaat die de betrokken gegevens niet heeft verstrekt, mag pas gegevens mededelen nadat hij de gegevensverstrekkende lidstaat gelegenheid heeft gegeven een standpunt in te nemen.
Amendement 58 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 – lid 2
2.Een lidstaat tot welke een verzoek om kennisneming van persoonsgegevens wordt gericht, wijst dit verzoek af indien de kennisneming de uitvoering kan schaden van de juridische taak genoemd in de signalering op grond van artikel 5, lid 1, dan wel met het doel de rechten en vrijheden van anderen te beschermen. Kennisneming wordt in ieder geval geweigerd tijdens de periode van onopvallende controles of melding van waarneming, evenals tijdens de periode gedurende welke de operationele analyse van de gegevens of het administratieve of strafrechtelijke onderzoek loopt.
Schrappen
Amendement 59 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 – lid 3
3.In elke lidstaat kan een persoon, in overeenstemming met de wetten, regelingen en procedures van die lidstaat, persoonsgegevens die op hemzelf betrekking hebben, doen verbeteren of verwijderen, indien die gegevens feitelijk onjuist zijn of indien zij in het douane-informatiesysteem werden ingevoerd of zijn opgeslagen in strijd met het doel als omschreven in artikel 1, lid 2, van dit besluit of met het bepaalde in artikel 5 van het Verdrag van Straatsburg van 1981.
Schrappen
Amendement 60 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 – lid 4 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis) persoonsgegevens te doen afschermen;
Amendement 61 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 – lid 4 – alinea 2
De betrokken lidstaten verbinden zich er onderling toe om onherroepelijke beslissingen van een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit met betrekking tot a), b) en c) van dit lid ten uitvoer te leggen.
De betrokken lidstaten verbinden zich er onderling toe om, onverminderd artikel 29, onherroepelijke beslissingen van een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit met betrekking tot a), b) en c) van dit lid ten uitvoer te leggen.
Amendement 62 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 – lid 5
5.Het feit dat in dit artikel en in artikel 13, lid 5, sprake is van een "onherroepelijke beslissing" houdt niet in dat een lidstaat verplicht is om beroep aan te tekenen tegen een beslissing van een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.
Schrappen
Amendement 63 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 22 bis (nieuw)
Artikel 22 bis Elke lidstaat belast een nationale controleautoriteit of nationale controleautoriteiten, verantwoordelijk voor de bescherming van persoonsgegevens, met het uitoefenen van onafhankelijk toezicht op dergelijke gegevens in het douane-informatiesysteem overeenkomstig Kaderbesluit 2008/977/JBZ.
Amendement 64 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 23 – lid 3
3. Overeenkomstig titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie brengt het comité jaarlijks verslag uit aan de Raad over de doeltreffendheid en de goede werking van het douane-informatiesysteem en doet, voor zover noodzakelijk, aanbevelingen daaromtrent.
3. Overeenkomstig titel VI van het EU-Verdrag betreffende de Europese Unie brengt het comité jaarlijks verslag uit aan de Raad over de doeltreffendheid en de goede werking van het douane-informatiesysteem en doet, voor zover noodzakelijk, aanbevelingen daaromtrent. Het verslag wordt ter kennisgeving toegestuurd aan het Europees Parlement.
Amendement 65 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 24
Artikel 24
Schrappen
1.Elke lidstaat belast een nationale controleautoriteit of -autoriteiten, verantwoordelijk voor de bescherming van persoonsgegevens, met het uitoefenen van onafhankelijk toezicht op dergelijke gegevens in het douane-informatiesysteem.
De controleautoriteiten dienen, in overeenstemming met hun respectieve nationale wetgeving, op onafhankelijke wijze toezicht uit te oefenen en controles te verrichten teneinde te garanderen dat de verwerking en het gebruik van de in het douane-informatiesysteem opgenomen gegevens de rechten van de betrokkene niet schenden. Voor dit doel hebben de controleautoriteiten toegang tot het douane-informatiesysteem.
2.Een ieder kan elke nationale controleautoriteit verzoeken persoonsgegevens in het douane-informatiesysteem die op hemzelf betrekking hebben en het gebruik dat van deze gegevens is of wordt gemaakt, te controleren. Dit recht wordt uitgeoefend overeenkomstig de wetten, regelingen en procedures van de lidstaat waar het verzoek is ingediend. Wanneer de gegevens door een andere lidstaat zijn ingevoerd, geschiedt de controle in nauw overleg met de nationale controleautoriteit van die lidstaat.
Amendement 66 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 25
Artikel 25
Schrappen
1.Er wordt een gemeenschappelijke controleautoriteit opgericht Deze bestaat uit twee vertegenwoordigers van elke lidstaat, die afkomstig zijn van de onafhankelijke nationale controleautoriteit of -autoriteiten van die lidstaat.
2.De gemeenschappelijke controleautoriteit vervult haar taak in overeenstemming met het bepaalde in dit besluit en in het Verdrag van Straatsburg van 1981, daarbij rekening houdend met Aanbeveling R (87) 15.
3.De gemeenschappelijke controleautoriteit is bevoegd om toezicht te houden op het functioneren van het douane-informatiesysteem, een onderzoek in te stellen naar toepassings- of interpretatiemoeilijkheden die zich kunnen voordoen bij het functioneren van het systeem en naar mogelijke problemen in verband met de uitoefening van het onafhankelijke toezicht door de nationale controleautoriteiten van de lidstaten, of bij de uitoefening van rechten van kennisneming door personen, alsmede voorstellen te formuleren teneinde tot gezamenlijke oplossingen voor problemen te komen.
4.Voor de vervulling van haar taken heeft de gemeenschappelijke controleautoriteit toegang tot het douane-informatiesysteem.
5.De gemeenschappelijke controleautoriteit rapporteert aan de autoriteiten waaraan de nationale controleautoriteiten rapporteren.
Amendement 67 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 25 bis (nieuw)
Artikel 25 bis 1.De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming houdt toezicht op de activiteiten van de Commissie in verband met het douane-informatiesysteem. De taken en bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens1 zijn dienovereenkomstig van toepassing.
2.De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen hun eigen bevoegdheden en in het kader van hun eigen verantwoordelijkheden, actief samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op het douane-informatiesysteem.
3.Daartoe komen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste eenmaal bijeen. De kosten en logistieke ondersteuning van deze bijeenkomsten zijn voor rekening van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming. Om de twee jaar wordt een activiteitenverslag toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
______________ 1PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
Amendement 68 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 26 – lid 1 – letter a
(a) door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor wat betreft de terminals van het douane-informatiesysteem in hun respectieve staten;
(a) door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten wat betreft de terminals van het douane-informatiesysteem in hun respectieve lidstatenen door Europol en Eurojust;
Amendement 69 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 26 – lid 2 – inleidende formule
2. In het bijzonder treffen de bevoegde autoriteiten en het comité als bedoeld in artikel 23 maatregelen:
2. In het bijzonder treffen de bevoegde autoriteiten, Europol, Eurojust en het comité als bedoeld in artikel 23 maatregelen:
Amendement 70 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 26 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
(d bis) om te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om het douane-informatiesysteem te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);
Amendement 71 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 26 – lid 2 – letter e
(e) om te waarborgen dat, met betrekking tot het gebruik van het douane-informatiesysteem, bevoegde personen uitsluitend recht van toegang hebben tot gegevens die binnen hun bevoegdheid vallen;
Schrappen
Amendement 72 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 26 – lid 2 – letter e bis (nieuw)
(e bis) om te waarborgen dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot het douane-informatiesysteem profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om gegevens in te zien, in te voeren, te corrigeren, te wissen en te doorzoeken, en deze profielen desgevraagd en onverwijld ter beschikking te stellen aan de nationale toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 22 bis (personeelsprofielen);
Amendement 73 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 26 – lid 2 – letter h bis (nieuw)
(h bis) om de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen doorlopend te controleren en met betrekking tot deze interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de voorschriften van dit besluit worden nageleefd (interne controle).
Amendement 74 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 28 – lid 1
1. Elke lidstaat is verantwoordelijk voor de juistheid, actualiteit en rechtmatigheid van de gegevens die hij in het douane-informatiesysteem heeft ingevoerd. Elke lidstaat is ook verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde in artikel 5 van het Verdrag van Straatsburg van 1981.
1. Elke lidstaat ziet erop toe dat de gegevens die hij in het douane-informatiesysteem invoert overeenkomstig artikel 3, artikel 4, lid 1, en artikel 8 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ nauwkeurig, actueel, volledig en betrouwbaar zijn en op rechtmatige wijze zijn ingevoerd.
Amendement 75 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 28 – lid 2
2. Elke lidstaat is, in overeenstemming met zijn wetten, regelingen en procedures, aansprakelijk voor de schade die een persoon door het gebruik van het douane-informatiesysteem in de betrokken lidstaat lijdt. Dit is eveneens het geval wanneer de schade werd veroorzaakt doordat de gegevensverstrekkende lidstaat in het systeem onjuiste gegevens, dan wel gegevens in strijd met dit besluit, heeft ingevoerd.
2. Elke lidstaat is, in overeenstemming met zijn wetgeving, aansprakelijk voor elke schade die een persoon door het gebruik van het douane-informatiesysteem lijdt. Dit geldt eveneens wanneer de schade is veroorzaakt doordat een lidstaat in het systeem onjuiste gegevens heeft ingevoerd of op onrechtmatige wijze gegevens heeft ingevoerd of opgeslagen.
Amendement 76 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 28 – lid 3
3. Indien de lidstaat tegen welke een rechtsvordering wordt ingesteld in verband met onjuiste gegevens, niet de lidstaat is die de gegevens heeft verstrekt, trachten de betrokken lidstaten overeenstemming te bereiken over de vraag of de gegevensverstrekkende lidstaat al dan niet een deel van de betaalde schadevergoeding aan de andere lidstaat dient terug te betalen. De aldus overeengekomen bedragen worden op verzoek terugbetaald.
3. Indien een ontvangende lidstaat schadevergoeding uitkeert voor schade ten gevolge van het gebruik van onnauwkeurige, door een andere lidstaat in het douane-informatiesysteem ingevoerde gegevens, betaalt de lidstaat die de onnauwkeurige gegevens heeft ingevoerd het bedrag van de schadevergoeding terug aan de ontvangende lidstaat, waarbij eventuele aan de ontvangende lidstaat toe te schrijven fouten in aanmerking worden genomen.
Amendement 77 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 28 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.Europol en Eurojust zijn aansprakelijk overeenkomstig de voorschriften die bij hun oprichting zijn vastgelegd.
Amendement 79 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 31
De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale recht uiterlijk … met dit besluit in overeenstemming is.
De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale recht uiterlijk op 1 juli 2011 met dit besluit in overeenstemming is.
Amendement 80 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 32
Dit besluit vervangt met ingang van …* de Overeenkomst met betrekking tot de toepassing van informatica voor douanedoeleinden, het Protocol van 12 maart 1999 betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten in de overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, alsmede betreffende de opneming van het registratienummer van het vervoermiddel in de overeenkomst (hierna "protocol betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten" genoemd) en het Protocol van 8 mei 2003 vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie tot wijziging, wat betreft de vorming van een referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied, van de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (hierna "protocol betreffende de oprichting van een referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied" genoemd).
Dit besluit vervangt met ingang van 1 juli 2011 de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, het Protocol van 12 maart 1999 betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten in de overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, alsmede betreffende de opneming van het registratienummer van het vervoermiddel in de overeenkomst (hierna "protocol betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten" genoemd) en het Protocol van 8 mei 2003, vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, tot wijziging, wat betreft de vorming van een referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied, van de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied (hierna "protocol betreffende de oprichting van een referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied" genoemd).
Amendement 81 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 32 – alinea 1 bis (nieuw)
De in het eerste lid bedoelde overeenkomst en protocollen komen derhalve vanaf de datum van toepassing van dit besluit te vervallen.
Amendement 82 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 33
Tenzij in dit besluit anders bepaald worden met ingang van … de maatregelen met het oog op de toepassing van de Overeenkomst met betrekking tot de toepassing van informatica voor douanedoeleinden en de protocollen betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten en betreffende de oprichting van een referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied, ingetrokken.
Tenzij in dit besluit anders bepaald, worden met ingang van 1 juli 2011 de maatregelen met het oog op de toepassing van de Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied en de protocollen betreffende het toepassingsgebied van het witwassen van opbrengsten en betreffende de oprichting van een referentiebestand van onderzoeksdossiers op douanegebied, ingetrokken.
Amendement 83 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 34
Artikel 34
Schrappen
Geschillen tussen lidstaten over de uitlegging of de toepassing van dit besluit worden, met het oog op een oplossing, in een eerste fase in de Raad besproken volgens de procedure van titel VI van het Verdrag.
Indien binnen zes maanden geen oplossing is gevonden, kan de zaak door een bij het geschil betrokken partij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen worden voorgelegd.
Amendement 84 Initiatief van de Franse Republiek Artikel 35 – lid 2
2. Het is van toepassing met ingang van …
2. Het is van toepassing met ingang van 1 juli 2011.