Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2525(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0116/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/02/2010 - 7.2
CRE 25/02/2010 - 7.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0035

Aangenomen teksten
PDF 134kWORD 57k
Donderdag 25 februari 2010 - Brussel
Situatie in Oekraïne
P7_TA(2010)0035RC-B7-0116/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 25 februari 2010 over de situatie in Oekraïne

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Oekraïne,

–   gezien de gezamenlijke verklaring over het oostelijk partnerschap dat op 7 mei 2009 in Praag gelanceerd werd,

–   gezien de verklaring en de aanbevelingen van het parlementair samenwerkingscomité EU-Oekraïne, dat op 26 en 27 oktober 2009 is bijeengekomen,

–   gezien het feit dat Oekraïne sinds maart 2008 lid is van de Wereldhandelsorganisatie,

–   gezien de toetreding van Oekraïne tot het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, die in december 2009 door de ministeriële raad van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap is goedgekeurd in Zagreb,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne, die op 1 maart 1998 in werking is getreden, en de lopende onderhandelingen over een associatieovereenkomst die in de plaats moet komen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst,

–   gezien de associatie-agenda EU-Oekraïne, die in de plaats komt van het actieplan EU-Oekraïne en in juni 2009 door de samenwerkingsraad EU-Oekraïne werd goedgekeurd,

–   gezien de overeenkomst van de Europese Unie en Oekraïne over versoepeling van de visaverlening, die op 18 juni 2007 is ondertekend en op 1 januari 2008 in werking is getreden, en gezien de in oktober 2008 van start gegane visumdialoog tussen de EU en Oekraïne,

–   gezien het memorandum van overeenstemming voor het aangaan van een dialoog over regionaal beleid en de ontwikkeling van regionale samenwerking tussen het Ministerie van regionale ontwikkeling en opbouw van Oekraïne en de Europese Commissie, ondertekend op 22 juli 2009,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI)(1),

–   gezien het „memorandum of understanding” over samenwerking op het gebied van energie tussen de Europese Unie en Oekraïne, ondertekend op 1 december 2005,

–   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de internationale investeringsconferentie EU-Oekraïne over de modernisering van het gasdoorvoersysteem, die plaatsvond op 23 maart 2009,

–   gezien het in december 2009 gesloten akkoord tussen Naftogaz en Gazprom over transitvergoedingen voor olieleveranties voor 2010,

–   gezien de uitslag van de presidentsverkiezingen in Oekraïne, waarvan de eerste ronde plaatsvond op 17 januari 2010 en de tweede ronde op 7 februari 2010,

–   gezien de verklaringen van de waarnemingsmissie van de OVSE/ODIHR betreffende de presidentsverkiezingen van 17 januari en 7 februari 2010, waarin staat dat de verkiezingen grotendeels voldeden aan de internationale normen,

–   gezien de verklaring van 8 februari 2010 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, over de presidentsverkiezingen in Oekraïne,

–   gezien de ultieme wijzigingen op de Oekraïense kieswet die op 3 februari 2010,vóór de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, door het Oekraïense parlement zijn aangenomen,

–   gezien het nationaal indicatief programma 2011-2013 voor Oekraïne,

–   gezien de resultaten van de onlangs gehouden topbijeenkomsten EU-Oekraïne, waaronder de erkenning door de Top EU-Oekraïne in 2008 in Parijs van Oekraïne als Europees land, dat een gemeenschappelijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden deelt met de landen van de Europese Unie, en de conclusies van de Top EU-Oekraïne op 4 december 2009 in Kiev,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat Oekraïne voor de EU een buurland van strategisch belang is; overwegende dat Oekraïne door zijn grootte, hulpbronnen, bevolking en geografische ligging een onderscheidende positie in Europa inneemt en een bepalende regionale speler is,

B.   overwegende dat Oekraïne een Europees land is en krachtens artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie het EU-lidmaatschap mag aanvragen, net als elke Europese staat die de beginselen van vrijheid, democratie, eerbied voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden en de rechtsstaat onderschrijft,

C.   overwegende dat de verkiezingen volgens de conclusies van de waarnemingsmissie van de OVSE/ODIHR grotendeels beantwoordden aan de internationale normen,

D.   overwegende dat uit het feit dat de presidentsverkiezingen op 17 januari en 7 februari 2010 vreedzaam zijn verlopen met eerbiediging van de politieke rechten en burgerrechten, inclusief de vrijheid van vergadering, vereniging en meningsuiting, blijkt dat Oekraïne in staat is vrije en eerlijke verkiezingen te houden,

E.   overwegende dat niet-gouvernementele organisaties weliswaar geen officiële toestemming hadden voor het waarnemen van de verkiezingen, maar dat de aanwezigheid van binnen- en buitenlandse waarnemers voor aanzienlijk meer transparantie heeft gezorgd in de aanloop naar de verkiezingen en tijdens de stemming,

F.   overwegende dat het Oekraïense administratieve hooggerechtshof het besluit van de centrale verkiezingscommissie waarin het resultaat van de presidentsverkiezingen wordt meegedeeld, namelijk de verkiezing van Viktor Janoekovitsj tot president van Oekraïne, op 17 februari 2010, na aantekening van appel door eerste minister Timosjenko, heeft opgeschort, en overwegende dat de eerste minister haar appel op 20 februari 2010 weer heeft ingetrokken met als verklaring hiervoor dat het gerechtshof niet bereid was haar eerlijk te behandelen,

G.   overwegende dat de sfeer van de verkiezingscampagne in de tweede ronde negatief werd beïnvloed door wederzijdse beschuldigingen van fraude en op het laatste moment doorgevoerde wijzigingen van de kieswet,

H.   overwegende dat niet vergeten mag worden dat Oekraïne de Sovjetoverheersing heeft ondergaan en een lange weg heeft afgelegd om over de negatieve erfenis daarvan heen te komen,

I.   overwegende dat een van de belangrijkste doelstellingen van het Parlement op het gebied van het buitenlands beleid gericht is op de bevordering en versterking van het Europese nabuurschapsbeleid, dat streeft naar het aanhalen van de politieke, economische en culturele betrekkingen van de betrokken landen met de EU en haar lidstaten,

J.   overwegende dat het oostelijke partnerschap vastere vorm aanneemt; overwegende dat het Parlement verwacht dat de nieuwe Oekraïense autoriteiten zich beijveren om de doelstellingen daarvan te verwezenlijken; overwegende dat het oostelijke partnerschap alleen succesvol kan zijn en kan bijdragen tot de vreedzame ontwikkeling, stabiliteit en welvaart van alle oostelijke buurlanden, Oekraïne inbegrepen, als het is gebaseerd op concrete en geloofwaardige projecten en beschikt over voldoende geldmiddelen,

K.   overwegende dat de EU een voorkeur heeft voor een stabiel en democratisch Oekraïne dat de beginselen van de markteconomie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de bescherming van minderheden eerbiedigt en borg staat voor de grondrechten; overwegende dat binnenlandse politieke stabiliteit en nadruk op interne hervormingen in Oekraïne een voorwaarde zijn voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne,

L.   overwegende dat er na de Oranje Revolutie jammer genoeg ruim vijf jaar zijn verstreken vooraleer Oekraïne echt is begonnen met het aanpakken van de grote constitutionele en institutionele tekortkomingen in het land, voornamelijk omdat er zich aldoor bevoegdheidsconflicten voordeden tussen de president en de eerste minister; overwegende dat belangrijke hervormingsprojecten in de openbare, economische en sociale sector bijgevolg vertraging hebben opgelopen, inconsistent zijn uitgevoerd of zelfs helemaal zijn afgeblazen,

M.   overwegende dat Oekraïne, ongeacht de uitslag van de presidentsverkiezingen, nu moet beginnen met de tenuitvoerlegging van constitutionele hervormingen om een levensvatbaar en efficiënt systeem van wederzijdse controles en tegenwichten in te voeren dat zorgt voor een duidelijke verdeling van de bevoegdheden tussen de president, de ministerraad en het parlement,

N.   overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne er de laatste jaren algemeen genomen sterk op vooruitgegaan zijn, en in het bijzonder op het vlak van het buitenlands- en veiligheidsbeleid en financiële, economische en handelskwesties; overwegende dat er onvoldoende vooruitgang is geboekt op het vlak van energie en milieu,

O.   overwegende dat de toetreding van Oekraïne tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een belangrijke stap is in de aanvaarding door Oekraïne van de internationale en Europese economische regels en zal leiden tot nauwere handelsbetrekkingen met de EU, en dat deze toetreding de onderhandelingen over de totstandbrenging van een brede, algemene vrijhandelszone als integraal onderdeel van de associatieovereenkomst in een stroomversnelling zal brengen,

P.   overwegende dat de toetreding van Oekraïne tot het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap van groot belang is voor alle partijen,

Q.   overwegende dat de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne als instrument moet dienen om het hervormingsproces voort te zetten en om de positie van het maatschappelijk middenveld te verbeteren,

1.   verheugt zich over het feit dat in het verslag van de internationale waarnemingsmissie over de presidentsverkiezingen in Oekraïne staat dat er aanmerkelijke vooruitgang is geboekt vergeleken bij eerdere verkiezingen en dat deze verkiezingen voldeden aan de meeste normen van de OVSE en de EU inzake vrije en eerlijke verkiezingen;

2.   is ingenomen met de verklaring van de waarnemingsmissie van de OVSE/ODIHR inzake de eerbiediging van de politieke rechten en de burgerrechten, met inbegrip van de vrijheid van vergadering, vereniging en meningsuiting in een pluralistische mediaomgeving;

3.   is verheugd over het relatief hoge opkomstpercentage, dat wijst op de actieve betrokkenheid van de Oekraïense burgers bij het bepalen van de toekomst van hun land; waardeert het feit dat er bij deze verkiezingen sprake was van een gevarieerd veld van kandidaten die verschillende politieke stromingen vertegenwoordigen, zodat de kiezers echt een keuze konden maken;

4.   betreurt het dat de regels voor de verkiezingen nog steeds ter discussie staan en wijst erop dat de bestaande kieswet, die in augustus 2009 is gewijzigd, volgens de OVSE/ODIHR een stap terug betekent vergeleken bij eerdere wetgeving en resulteert in een onduidelijk en onvolledig wettelijk kader; betreurt dat het Oekraïense parlement de uitermate controversiële amendementen op de presidentiële kieswet, die slechts enkele dagen vóór de tweede ronde werden voorgesteld door de Partij van de Regio's, heeft aangenomen; dringt er daarom bij de Oekraïense autoriteiten op aan om de nationale kieswetgeving te herzien en aan te vullen; vraagt met aandrang om meer transparantie met betrekking tot de financiering van kandidaten en politieke partijen en roept op tot meer transparantie voor wat de financiering van campagnes vóór de verkiezingen betreft;

5.   stelt vast dat Oekraïne de kaderovereenkomst van de Raad van Europa voor de bescherming van nationale minderheden en het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden heeft geratificeerd, doch verzoekt de Oekraïense autoriteiten zich meer in te spannen om de minderheidsgemeenschappen van het land de hand te reiken door hen meer bij de politieke evolutie van het land te betrekken en door het recht van minderheden op onderwijs in de eigen taal te eerbiedigen;

6.   is zich ervan bewust dat Oekraïne als Europees land een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden deelt met de landen van de Europese Unie en erkent de Europese ambities van Oekraïne;

7.   verwacht van de Oekraïense politici en autoriteiten dat zij de noodzaak van politieke en economische stabilisatie erkennen en zich hiervoor inspannen, met name door middel van constitutionele hervormingen, consolidatie van de rechtsstaat, de totstandbrenging van een sociale markteconomie en hernieuwde inspanningen om corruptie te bestrijden en het bedrijfs- en investeringsklimaat te verbeteren;

8.   beklemtoont het belang van nauwere samenwerking tussen Oekraïne en de EU op het gebied van energie en pleit voor verdere overeenkomsten tussen de EU en Oekraïne om de energievoorziening voor beide zijden veilig te stellen, met inbegrip van een betrouwbaar systeem voor de doorvoer van olie en gas;

9.   verzoekt Oekraïne zijn toetreding tot het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap volledig te ratificeren en te implementeren, en zonder dralen een nieuwe gaswet goed te keuren die in overeenstemming is met EU-Richtlijn 2003/55/EG;

10.   onderstreept dat de bestaande visumversoepelingsovereenkomst weliswaar een vooruitgang betekent, maar dat zij herzien moet worden in het licht van de doelstellingen voor de lange termijn en verzoekt de Raad om de Commissie te machtigen om deze overeenkomst met de autoriteiten van Oekraïne te herzien en te werken aan een regeling voor visumvrij reizen voor Oekraïne, die onder meer de tussentijdse doelstelling van de afschaffing van de bestaande visumkosten omvat;

11.   verzoekt de Commissie samen met de lidstaten en Oekraïne speciale maatregelen uit te werken voor het Europees kampioenschap voetbal in 2012, zodat houders van toegangskaarten voor de wedstrijden gemakkelijker naar Oekraïne kunnen reizen;

12.   is verheugd over de actieve deelname van Oekraïne aan het oostelijke partnerschap en de parlementaire vergadering van Euronest, zijn engagement om zich blijvend in te spannen voor meer democratie, de rechtsstaat, en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, en zijn engagement op het vlak van de sociale markteconomie, duurzame ontwikkeling en degelijk bestuur;

13.   steunt de prioritaire initiatieven van het oostelijke partnerschap, met name die betreffende geïntegreerd grensbeheer, energie, een vrijhandelszone en globale institutionele opbouw;

14.   verwacht van Oekraïne opnieuw de bevestiging dat het vastbesloten is te blijven streven naar Europese integratie en naar nauwe samenwerking met de EU in de regio in het kader van het oostelijk partnerschap en het synergiebeleid voor de Zwarte Zee;

15.   verzoekt de Commissie en de Raad te bevestigen dat de EU bereid is Oekraïne hierbij te helpen met behulp van de instrumenten die worden voorgesteld door het oostelijk partnerschap en de associatieagenda EU-Oekraïne; verzoekt de Commissie het nationaal indicatief programma 2011-2013 nauw af te stemmen op de associatie-agenda;

16.   onderstreept dat het akkoord over een alomvattende vrijhandelsruimte zal leiden tot een geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de EU met inbegrip van uitbreiding van de vier vrijheden tot Oekraïne;

17.   is verheugd over het voornemen om een vertegenwoordiging van de Europese Investeringsbank (EIB) op te zetten in Kiev en benadrukt het belang van verdere uitbreiding van de werkzaamheden van de EIB in Oekraïne;

18.   onderstreept het belang van meer samenwerking op het vlak van uitwisselingsprogramma's voor jongeren en studenten en de ontwikkeling van studiebeursprogramma's die de Oekraïners in staat stellen kennis te maken met de Europese Unie en haar lidstaten;

19.   roept alle buurlanden van Oekraïne ertoe op het democratische stelsel van de Oekraïense staat onvoorwaardelijk te eerbiedigen en af te zien van om het even welke druk of inmenging om de democratische wensen en beslissingen van Oekraïne met betrekking tot zijn politieke, sociale en economische ontwikkeling teniet te doen;

20.   betreurt ten zeerste het besluit van Viktor Joesjtsjenko, aftredend president van Oekraïne, om Stepan Bandera, leider van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN), die met nazi-Duitsland heeft gecollaboreerd, postuum de titel van „Nationale Held van Oekraïne” toe te kennen; spreekt in dit verband de hoop uit dat de nieuwe Oekraïense leiders dergelijke besluiten in heroverweging zullen nemen en zich zullen blijven inzetten voor de Europese waarden;

21.   verzoekt de Commissie de nodige technische bijstand te verlenen om de energie-efficiëntie van het Oekraïense elektriciteitsnet drastisch te verbeteren en om de samenwerking met betrekking tot de hervorming van de gassector te intensiveren, zodat deze voldoet aan de EU-normen; vraagt om consistente Europese steun voor een Oekraïense strategie om het nationale energieverbruik te verminderen en om de energie-efficiëntie te verhogen, aangezien dit de beste manier is om de uitgaven van Oekraïne voor gas en zijn afhankelijkheid van energie-invoer te verminderen;

22.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering en het parlement van Oekraïne en de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa, de OVSE en de NAVO.

(1) PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid